Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 8, editie 2. Daarin vindt u een overzicht van 24 in februari 2025 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Pensioenadviseur jegens werknemers aansprakelijk voor afwijking van pensioenovereenkomst werkgever, PR 2025-0030
Geschil over de vraag of de pensioenadviseur van de voormalige werkgever van appellant aansprakelijk is. In opdracht van deze werkgever heeft de pensioenadviseur ten behoeve van de werknemer pensioenverzekeringen afgesloten. Die verzekering stemde niet overeen met de pensioentoezegging van de werkgever aan hem. Het hof is (na terugverwijzing door de Hoge Raad) van oordeel dat de pensioenadviseur onrechtmatig jegens appellant heeft gehandeld en verplicht is de schade van appellant te vergoeden (ECLI:NL:GHAMS:2025:127).
Hof houdt oordeel over werkingssfeer MITT aan in afwachting cassatie, PR 2025-0032
Er zijn de afgelopen jaren vele geschillen geweest over de uitleg van de werkingssfeerbepaling van het verplichtstellingsbesluit tot deelneming in MITT. In die werkingssfeerbepaling ontbreekt een hoofdzakelijkheidsbeginsel. Valt een bedrijf waarvan de activiteiten slechts voor een gering deel vallen onder de in het verplichtstellingsbesluit genoemde activiteiten, desondanks onder de verplichtstelling? Het Hof Den Haag houdt zijn beslissing aan in afwachting van het cassatieberoep in de zaak ECLI:NL:GHSHE:2024:2339 bij het Hof Den Bosch (zie ECLI:NL:GHDHA:2025:34).
Toch vereveningsplicht ABP na mogelijk vervalste handtekening afzien verevening, PR 2025-0048
Een spraakmakende zaak was die bij het GIP over verevening pensioen na scheiding. Verzoeker is in 2009 gescheiden. In 2015 heeft zowel hij als zijn ex-partner ABP verzocht mee te werken aan verevening. ABP heeft dat schriftelijk bevestigd. Ex-partner heeft daarna een brief gestuurd om de verdeling ongedaan te maken met een handtekening van verzoeker. Deze zegt in 2023 hierover niet geïnformeerd te zijn en is woonachtig in de Filipijnen. Uit onderzoek door het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau (NFO) blijkt dat het iets waarschijnlijker is dat de handtekening is vervalst dan dat dit niet het geval is. Het GIP oordeelt dat ABP vanaf de datum van deze uitspraak het verevend pensioen rechtstreeks aan verzoeker moet uitbetalen (GIP 2024-0220).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar juridisch@boom.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hof
- Gerechtshof Den Haag Geschil over de uitleg van de werkingssfeerbepaling van het verplichtstellingsbesluit tot deelneming in MITT. In de werkingssfeerbepaling ontbreekt een hoofdzakelijkheidsbeginsel. Valt een bedrijf, waarvan de activiteiten slechts voor een gering deel onder de in het verplichtstellingsbesluit genoemde activiteiten vallen, desondanks onder de verplichtstelling? Het hof houdt zijn beslissing aan in afwachting van het cassatieberoep in de zaak ECLI:NL:GHSHE:2024:2339. 28-01-2025
- Gerechtshof Amsterdam Geschil na echtscheiding over ontbinding van de huwelijksgemeenschap. Voor het te verevenen pensioen oordeelt het hof dat het na verevening verschuldigde bedrag verrekend mag worden maar dat het restant betaald moet worden. 28-01-2025
- Gerechtshof Amsterdam Geschil over de vraag of de pensioenadviseur van de voormalige werkgever van appellant aansprakelijk is. In opdracht van deze werkgever heeft de pensioenadviseur pensioenverzekeringen ten behoeve van appellant afgesloten, die niet overeenstemden met de pensioentoezegging van de werkgever aan appellant. Het hof is (na terugverwijzing door de Hoge Raad) van oordeel dat de pensioenadviseur onrechtmatig jegens appellant heeft gehandeld en verplicht is de schade van appellant te vergoeden. 21-01-2025
- Gerechtshof Amsterdam Dit geding betreft de vraag of HooVos onder de verplichtstelling van bpfBOUW valt. Op basis van het deskundigenbericht oordeelt het hof bevestigend. Daarbij oordeelt het hof voor de vraag of de activiteiten van de onderneming onder de verplichtstelling vallen, dat inleenkrachten, zzp’ers en onderaannemers alsmede uitzendkrachten en aannemers kunnen worden meegenomen bij de loonsomvergelijking. 14-01-2025
Rechtbank
- Rechtbank Den Haag Werkgever verzoekt ontbinding na vermeend grensoverschrijdend gedrag. In extern onderzoeksrapport wordt werkneemster (overwegend) vrijgepleit van dergelijk gedrag. Er is geen sprake van (ernstig) verwijtbaar handelen of disfunctioneren. Wel sprake van een verstoorde arbeidsverhouding. Herplaatsing wordt niet mogelijk geacht. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Werkgever moet (naast de transitievergoeding) een billijke vergoeding betalen, omdat hij op meerdere momenten op een wijze heeft gehandeld die, met het oog op de belangen van werkneemster, anders had gekund en ook had gemoeten. 14-02-2025
- Rechtbank Limburg Eiseres was gehuwd met erflater. Het pensioen is jarenlang niet tot uitkering gekomen omdat het adres van de naar Marokko geëmigreerde erflater niet bekend was bij Bpf MITT. Eiseres stelt dat BPF MITT ongerechtvaardigd is verrijkt. Omdat het pensioen van erflater 20 jaar lang niet is uitgekeerd, heeft BPF MITT hierover een rendement kunnen halen. BPF MITT is dus verrijkt. Eiseres aan de andere kant is verarmd. Door het niet uitkeren van het pensioen zijn zij en erflater rendement misgelopen. 12-02-2025
- Rechtbank Gelderland Curator failliete vennootschappen heeft bestuurders van Vlabio hoofdelijk aansprakelijk gesteld. De rechtbank is van oordeel dat gedaagde 1 en gedaagde 2 op grond van artikel 2:300a BW juncto artikel 2:138 BW hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het boedeltekort in het faillissement van Vlabio. Ondanks een expliciete, contractuele verplichting daartoe, heeft het bestuur nagelaten zorg te dragen voor het pensioen van zijn werknemers en Vlabio aan te sluiten bij een pensioenfonds. Vlabio was hierover bovendien al in 2017 in rechte aangesproken. Dit nalaten speelt in de periode drie jaar voorafgaand aan het faillissement van Vlabio. Daar komt bij dat, zo staat vast, op het salaris van het personeel wel pensioenpremies zijn ingehouden maar deze niet zijn afgedragen. 12-02-2025
- Rechtbank Rotterdam Werkgever had een vrijgestelde pensioenregeling bij NN. Daarin is afgesproken dat die NN-pensioenen worden verhoogd gelijk aan de verhogingen van bpfBOUW. De ex-werknemers hebben niet ingestemd met een wijziging van die afspraak. Werkgever kon die afspraak niet eenzijdig wijzigen. 31-01-2025
- Rechtbank Den Haag Echtscheidingszaak met nevenvoorzieningen. De rechtbank oordeelt ten aanzien van diverse vermogensbestanddelen. Ten aanzien van het pensioen oordeelt de rechtbank dat het pensioen verevend moet worden. 31-01-2025
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant Verzet tegen dwangbevel gegrond. Het dwangbevel is niet rechtsgeldig omdat het niet vooraf is gegaan door een aanmaning die op grond van artikel 21 Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf) is vereist. De kantonrechter is van oordeel dat BPF onvoldoende heeft onderbouwd dat er een afhaalbericht bij eiser is achtergelaten. BPF heeft geen stuk overgelegd waaruit dat blijkt. De enkele stelling dat het ongeloofwaardig is dat post.nl geen afhaalbericht heeft achtergelaten, is onvoldoende. Vordering tot veroordeling in daadwerkelijke proceskosten is afgewezen. 29-01-2025
- Rechtbank Overijssel In deze zaak is gedaagde c.s. vrijgesteld geweest van deelname in het verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfonds Bpf Bouw. Haar werknemers, waaronder eiser, hebben in die periode pensioen opgebouwd bij Nationale Nederlanden. Gedaagde c.s. heeft die pensioenaanspraken per 1 januari 2022 en 1 januari 2023 niet conform de door Bpf Bouw toegepaste indexaties geïndexeerd. Eiser meent dat dit op grond van zijn pensioenovereenkomst en op grond van het bepaalde in het Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000 wel had gemoeten en vordert kort gezegd dat gedaagde c.s. alsnog zorgdraagt voor de betreffende indexaties. De kantonrechter oordeelt dat op gedaagde c.s. niet de verplichting rust om zorg te dragen voor indexering van het pensioen van eiser overeenkomstig de door Bpf Bouw vanaf 1 januari 2022 toegepaste indexaties. 28-01-2025
- Rechtbank Midden-Nederland Ontslag medisch specialist ziekenhuis. De rechtsbijstandsverlener heeft niet tijdig bezwaar gemaakt tegen het ontslagbesluit. Daardoor is het ontslagbesluit onherroepelijk geworden. De rechtbank is van oordeel dat wanneer het bezwaar tijdig was ingediend, het ontslagbesluit waarschijnlijk geen stand zou hebben gehouden. Voor de daaruit voortvloeiende schade is gedaagde sub 1 c.s. aansprakelijk en zij moet deze schade vergoeden. De rechtbank begroot de inkomens- en pensioenschade op € 510.154,10 te vermeerderen met rente en kosten. 15-01-2025
- Rechtbank Limburg Vrouw vordert verdeling van het pensioen van haar ex-man opgebouwd tijdens het huwelijk. De rechtbank oordeelt dat er geen verevening geldt volgens de Wvps maar verdeling op basis van in convenant gemaakte afspraken. Partijen twisten over de omvang van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. De rechtbank stelt de man in de gelegenheid alsnog een precieze(re) berekening over te leggen. 08-01-2025
- Rechtbank Rotterdam Dit geschil is de schadestaatprocedure in de kwestie tussen FPC en het pensioenfonds. De kwestie gaat over de begroting van schade die het gevolg is van de opzegging van de uitvoeringsovereenkomst met het pensioenfonds door de werkgever zonder daarbij een redelijke vergoeding aan te bieden. De rechtbank geeft uitgangspunten voor het bepalen van de omvang van de redelijke vergoeding die gedaagde had moeten bieden en heeft het voornemen een deskundige om advies te vragen. 08-01-2025
- Rechtbank Gelderland Geschil over het ontslag van een statutair directeur wegens bedrijfseconomische redenen. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag niet onrechtmatig is. De transitievergoeding wordt toegekend, net als de toegezegde pensioenbijdrage. 18-12-2024
- Rechtbank Rotterdam Echtscheiding met nevenvoorzieningen. De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en neemt beslissingen over kinder- en partneralimentatie en de woning. Ten aanzien van pensioen oordeelt de rechtbank dat er verevend moet worden conform de WVPS. 17-12-2024
- Rechtbank Den Haag Echtscheiding met nevenvoorzieningen tot vaststelling hoofdverblijfplaats, zorgregeling, kinderalimentatie, partneralimentatie en verdeling van het huwelijksvermogen. De rechtbank veroordeelt de man om binnen vier maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand aan de vrouw een gedateerd schrijven te overhandigen van Epic, op het officiële briefpapier van Epic en voorzien van een handtekening van de daartoe bevoegde autoriteit binnen Epic, met daarin een berekening van het over de huwelijkse periode te verevenen pensioen, op straffe van een dwangsom van € 500 per dag dat de man hiermee na ommekomst van genoemde termijn in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000. 07-11-2024
Uitspraken zonder ECLI
- Geschillencommissie Financiële Dienstverlening De commissie moet de vraag beantwoorden of de financieel dienstverlener als bemiddelaar c.q. adviseur de op hem rustende bijzondere zorgplicht heeft geschonden door de consument niet te waarschuwen voor de risico’s die hij met de pensioenverzekeringen op beleggingsbasis zou lopen bij een fors dalende rente en door tijdens de looptijd van de verzekeringen niet te waken voor de belangen van de consument. De conclusie is dat de financieel dienstverlener jegens de consument is tekortgeschoten in de zorg die redelijkerwijs van hem verwacht mocht worden. De consument is door de financieel dienstverlener min of meer aan zijn lot overgelaten. Daardoor is de financieel dienstverlener zodanig ernstig tekortgeschoten dat zijn aansprakelijkheid niet wordt verminderd door een eventuele eigen schuld van de consument. De klacht van de consument is gegrond. 2025-02-25
- Geschillencommissie Financiële Dienstverlening Geschil over de zorgplicht van de pensioenuitvoerder in het kader van prudent beleggen. Onder controle brengen van het renterisico en het streven naar een zo stabiel mogelijke pensioenuitkering. Naar het oordeel van de commissie zijn er geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat de pensioenuitvoerder niet heeft belegd volgens het prudent person-beginsel. Wel komt de commissie tot het oordeel dat de pensioenuitvoerder de consument op onvolledige wijze heeft geïnformeerd over de werking van het fonds dat wordt gebruikt om het renterisico te controleren. Het is echter niet aannemelijk dat de consument een andere keuze dan het neutrale risicoprofiel had gemaakt als hij wel volledig was geïnformeerd. De vordering wordt daarom afgewezen. 2025-02-19
- Commissie van Beroep Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Klacht over achterwege blijven van indexatie van pensioenuitkering. Dezelfde klacht is al in 2008 behandeld door Kifid. De Geschillencommissie had de klacht daarom niet mogen behandelen. De Commissie van Beroep vernietigt de uitspraak van de Geschillencommissie en verklaart de klacht alsnog niet-behandelbaar. 2025-02-05
- Geschilleninstantie pensioenfondsen Geschil tussen verzoeker en pensioenfonds over de hoogte van het afkoopbedrag. Verzoeker was akkoord gegaan met een indicatief bedrag van € 7.287,37. Het pensioenfonds heeft in een bevestigingsbrief een lager afkoopbedrag gecommuniceerd van € 6.243,85. Verzoeker zegt deze bevestiging niet te hebben ontvangen. Het GIP draagt het pensioenfonds op te bewijzen dat de notificatie met het lagere afkoopbedrag is ontvangen. 2025-02-19
- Geschilleninstantie pensioenfondsen Verzoeker verzoekt in verband met het vooroverlijden van ex-partner het bijzonder partnerpensioen aan zijn ouderdomspensioen toe te voegen. Verzoeker is van 23 november 1984 t/m 3 juni 2002 gehuwd geweest. Het huwelijk is geëindigd door middel van echtscheiding. Ten gevolge van de scheiding heeft de ex-partner van verzoeker een eigen pensioenaanspraak gekregen in de vorm van bijzonder partnerpensioen bij Pensioenfonds Metaal & techniek (PMT). De ex-partner van verzoeker is in juni 2023 overleden. Dit is voor de ingangsdatum van het ouderdomspensioen van verzoeker, te weten 1 augustus 2023. PMT heeft bij het vooroverlijden van de ex-partner van verzoeker het gereserveerde bijzonder partnerpensioen laten vervallen aan het fonds. Verzoeker vindt dat het gereserveerde bijzonder partnerpensioen terug had moeten vloeien naar hem in plaats van naar het fonds gelet op uitingen op de website van PMT. De commissie stelt PMT in het gelijk. 2025-02-07
- Geschilleninstantie pensioenfondsen Geschil bij GIP over verevening pensioen na scheiding. Verzoeker is in 2009 gescheiden. In 2015 heeft zowel verzoeker als zijn ex partner ABP verzocht mee te werken aan verevening. ABP heeft dat schriftelijk bevestigd. Ex-partner heeft daarna brief gestuurd de verdeling ongedaan te maken met een handtekening van verzoeker. Deze zegt in 2023 hierover niet geïnformeerd te zijn en is woonachtig in de Filipijnen. Uit onderzoek door het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau (NFO) blijkt dat het iets waarschijnlijker is dat de handtekening is vervalst dan dat dit niet het geval is. Het GIP oordeelt dat ABP vanaf de datum van deze uitspraak het verevend pensioen rechtstreeks aan verzoeker moet uitbetalen. 2025-02-21
- Geschilleninstantie pensioenfondsen Verzoeker vindt dat SBZ op grond van het pensioenreglement moet rekenen en van jaar tot jaar moet blijven rekenen met de WIA-uitkeringsgrens geldend op de ingangsdatum van de WIA per 10 oktober 2017 of het arbeidsongeschiktheidspensioen per 1 oktober 2017 (statisch). SBZ vindt dat zij op grond van het pensioenreglement moet rekenen met de WIA-uitkeringsgrens van het betreffende tijdvak (dynamisch). De commissie acht zichzelf gedeeltelijk niet bevoegd om van het geschil kennis te nemen. Voor het overige stelt de commissie SBZ in het gelijk. De vordering ter zake van de gewijzigde wijze van verhogen van het fictieve salaris vanaf 2021 dient te worden afgewezen. 2025-02-05