Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 7, editie 9. Daarin vindt u een overzicht van vijftien in september 2024 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Aanpassing ouderdomspensioen Italiaanse leden Europees parlement niet in strijd met eigendomsrecht, PR 2024-0212
Het Hof van Justitie EU oordeelde over de verlaging/aanpassing van het ouderdomspensioen van voormalige Italiaanse leden van het Europees parlement. Volgens de toenmalige regels van het parlement waren de hoogte en de berekeningswijze van het voorlopige pensioen gelijk aan die van het pensioen van de leden van de tweede kamer van het parlement van de lidstaat waarvoor het betrokken lid van het Europees Parlement was verkozen. Een voormalig lid van het parlement protesteerde tegen de toepassing van deze dynamische regeling, die voor hem leidt tot een lagere uitkering. Het hof oordeelde dat er geen sprake is van een ontoelaatbare schending van eigendomsrecht of gewettigd vertrouwen (ECLI:EU:C:2024:769).
Geen PVI voor werknemers die ziek zijn voor, maar WIA-gerechtigd raken na datum opzegging uitvoeringsovereenkomst, PR 2024-0213
De Hoge Raad besliste over de vraag of werknemers die ziek waren maar nog niet WIA-gerechtigd waren, in aanmerking kwamen voor premievrije voortzetting. De werkgever had zijn pensioenovereenkomst vrijwillig ondergebracht bij pensioenfonds SPNG. Het pensioenreglement van SPNG bevatte een arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor deelnemers die arbeidsongeschikt raakten en een WIA-uitkering ontvingen. Werkgever Itsme heeft met ingang van 1 januari 2021 de uitvoeringsovereenkomst met SPNG beëindigd. Nadien is tussen partijen een geschil ontstaan over de vraag of werknemers van Itsme die ten tijde van die beëindiging ziek waren, maar nog niet in aanmerking kwamen voor een WIA-uitkering vanwege de wachttijd ter zake, onder die voorziening vielen. Het hof heeft het pensioenreglement uitgelegd en deze vraag ontkennend beantwoord. Hiertegen kwam Itsme vergeefs op in cassatie (ECLI:NL:HR:2024:1331).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar juridisch@boom.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
e-mail: mark@heldlaw.nl / mark.heemskerk@ru.nl
Hof van Justitie van de Europese Unie
Hoge Raad
Rechtbank
- Rechtbank Midden-Nederland Geschil in kort geding tussen werkgever en werkneemster, die ziek is geworden en nog niet is hersteld. Werkneemster vordert loondoorbetaling tijdens ziekte op grond van cao, inclusief salarisstijgingen. Tevens vordert ze bewijs van afdracht van premies aan het pensioenfonds. De kantonrechter wijst de vorderingen tot loondoorbetaling gedeeltelijk toe. Hij oordeelt dat niet de cao voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf van toepassing is maar de cao voor Tankstations en Wasbedrijven vanaf datum algemeen verbindendverklaring (4 mei 2024). Werkgever wordt veroordeeld om te bewijzen dat hij premies aan PMT heeft betaald vanaf januari 2024 en wordt bij gebreke daarvan verplicht de pensioenpremies af te dragen. 11-09-2024
- Rechtbank Limburg De arbeidsovereenkomst is op verzoek van werkgever niet verlengd. Werknemer verzoekt tot betaling transitievergoeding, onterechte inhoudingen op het loon, achterstallig loon en aanmelding bij een pensioenuitvoerder met afdracht van de pensioenpremie over de duur van het dienstverband. Werkgever heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen, zodat de verzoeken van werknemer als niet weersproken worden toegewezen. 28-08-2024
- Rechtbank Rotterdam Geschil tussen partijen over de vraag of er nog ouderdomspensioen verevend moet worden en zo ja, wat de hoogte daarvan is. De echtscheiding vond plaats in 2002. De kantonrechter oordeelt dat er verevend moet worden. Aan de hand van overgelegde stukken van onder meer PFZW stelt hij de hoogte vast en beslist hij over verschuldigde rente. De kantonrechter ziet geen grond voor verrekening. 16-08-2024
- Rechtbank Rotterdam Eiser is tot 1 januari 2024 werkzaam geweest. Op 29 december 2023 is met ingang van 2 januari 2024 aan hem een WW-uitkering toegekend. Eiser heeft doorgegeven dat hij vanaf 1 januari 2024 een prepensioen ontvangt uit een voorgaand dienstverband. Het UW heeft zijn WW-uitkering verlaagd met het prepensioen. De rechtbank oordeelt dat die inhouding terecht is. 16-08-2024
- Rechtbank Gelderland Gepensioneerde (ex-)werknemer vordert indexatie door werkgever van zijn bij Zwitserleven opgebouwd pensioen zoals bij Ahold pensioenfonds. De kantonrechter oordeelt dat uit het pensioenreglement niet blijkt dat de werkgever daartoe gehouden is. Voor zover ex-werknemer (subsidiair) vordert een verklaring voor recht te geven op basis van een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen maatstaf wordt ook die vordering afgewezen. De maatstaf is gegeven in artikel 10 van het pensioenreglement. Die maatstaf houdt in dat de ambitie is te indexeren, en de beslissing daartoe jaarlijks wordt genomen, aan de hand van het pensioenreglement en de uitvoeringsovereenkomst. Doordat de bestemmingsreserve waaruit de indexering (toeslagen) gefinancierd moest worden, is opgeheven en het resterende budget elders is ondergebracht, heeft werkgever in overleg met Zwitserleven feitelijk besloten niet meer tot indexering over te gaan. Het opheffen van de bestemmingsreserve voor de indexering/toeslagen kan niet leiden tot een rechtens afdwingbare vordering van ex-werknemer jegens Bidfood om tot (financiering van) indexering over te gaan. 13-08-2024
- Rechtbank Noord-Holland Deze zaak gaat over de vraag of werkgever de arbeidsovereenkomst met werknemer rechtsgeldig heeft opgezegd. Er was onduidelijkheid over opzegging door werknemer die na discussie de bedrijfssleutels achterlaat. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een ondubbelzinnige instemming met beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De opzegging is niet rechtsgeldig. Omdat werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, is een billijke vergoeding verschuldigd. Ook moet werkgever een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding betalen. De nevenvorderingen tot aanmelding van werknemer bij het pensioenfonds en tot betaling van het achterstallig loon worden (deels) toegewezen. 07-08-2024
- Rechtbank Noord-Holland In deze zaak verzoekt werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten een verstoorde arbeidsverhouding. Aan werknemer wordt een billijke vergoeding – inclusief pensioenschade – toegekend, omdat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. 31-07-2024
- Rechtbank Rotterdam Geschil tussen man en vrouw in echtscheidingszaak. De rechtbank begrijpt het verzoek van de vrouw tot veroordeling van de man om jaaropgaven van zijn pensioenfondsen en lijfrentepolis te verstrekken als een pensioenverweer. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is gesteld om een beroep op het pensioenverweer te laten slagen. 23-01-2024
Antillen
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba In deze zaak heeft de bank op 12 april 2023 het verzoek van appellant om weduwenpensioen afgewezen. Appellant ging hiertegen in beroep op 3 mei 2023, en de zaak werd op 6 maart 2024 behandeld door het College. Appellant stelde dat hij recht had op het pensioen, aangezien zijn echtgenoot altijd premie had betaald en het onthouden van dit recht discriminerend was. De bank voerde aan dat het huwelijk tussen appellant en zijn echtgenoot, als huwelijk tussen personen van gelijk geslacht, niet wettelijk erkend was in Aruba voor de toepassing van het pensioenrecht. Het College oordeelde echter dat dit standpunt in strijd was met het non-discriminatiebeginsel en dat het huwelijk op grond van het Statuut rechtsgevolgen heeft in Aruba. Het College verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beslissing van de bank, en bepaalde dat appellant recht heeft op pensioen vanaf 1 juli 2022. 02-09-2024
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao Geschil tussen levensverzekeraar Ennia en Canon. Ennia had een verzekeringsovereenkomst gesloten met het internationaal pensioenfonds Océ (Sipo). Na opzegging van de verzekeringsovereenkomst door Ennia is aan Sipo een bedrag betaald. Daarna – op 4 juli 2018 – is de noodregeling van toepassing verklaard op Ennia. Sipo vordert nog bedragen van Ennia na beëindiging van de verzekeringsovereenkomst. Ennia stelt daarna dat een te hoog bedrag is uitbetaald en doet een beroep op verrekening. Een noodregeling van de (vermeend) debiteur staat er niet aan in de weg dat de (vermeend) crediteur een rechterlijk oordeel vraagt over de vordering en veroordeling tot betaling vordert. Uit de correspondentie volgt dat Ennia aanvankelijk meende dat bij de beëindiging van de overeenkomst moest worden uitgegaan van de waarde van het beleggingsdepot. Het stond Ennia echter vrij om op die onjuiste veronderstelling, waarvoor de overeenkomst geen grondslag bood, terug te komen. Sipo heeft aan die veronderstelling niet gerechtvaardigd het vertrouwen kunnen ontlenen dat Ennia haar meer zou betalen dan waartoe zij gehouden was. 02-09-2024
Uitspraken zonder ECLI
- Geschillencommissie Financiële Dienstverlening De commissie moet de vraag beantwoorden of de pensioenuitvoerder het juiste kapitaal heeft overgedragen. Op grond van het pensioenreglement had de consument een gegarandeerd 4% rendement op de som van de tot de pensioendatum ingelegde premies na aftrek van een risicopremie voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en kosten. De consument heeft dit rendement ook gekregen. De klacht van de consument is ongegrond. Zijn vordering wordt afgewezen. 2020-09-01
- Commissie van Beroep Klachteninstituut Financiële Dienstverlening De consument klaagt erover dat zijn pensioen niet of niet voldoende is geïndexeerd. Volgens de consument is de pensioenuitvoerder hiertoe verplicht. De Geschillencommissie heeft geoordeeld dat de pensioenuitvoerder correct uitvoering heeft gegeven aan de pensioenovereenkomst. De pensioenuitvoerder is niet verplicht om het pensioen te indexeren op basis van inflatie. De vordering is afgewezen (KIFID 2024-0352). De consument wenst een oordeel van de Commissie van Beroep. Deze oordeelt ten aanzien van de ontvankelijkheid dat de indexatievordering van onbepaalde waarde is en waarschijnlijk boven de beroepsgrens van € 25.0000 komt. Daarom dient een inhoudelijk oordeel te volgen. 2024-09-03
- Commissie van Beroep Klachteninstituut Financiële Dienstverlening De consument heeft deelgenomen aan twee pensioenverzekeringen die, nadat zij aanvankelijk op 1 april 2017 in verband met zijn uitdiensttreding als beëindigd zijn aangemerkt, per 1 oktober 2017 zijn hersteld en vervolgens op zijn verzoek op 1 april 2020 zijn geëxpireerd. Per 1 april 2023 heeft de consument het per 1 april 2020 beschikbaar gestelde pensioenkapitaal aangewend om bij een andere pensioenuitvoerder een pensioen aan te kopen. De consument maakt aanspraak op uitkering van een bonus bij leven met betrekking tot verscheidene tussen 1 april 2017 en 1 april 2023 gelegen periodes. Met de Geschillencommissie komt de Commissie van Beroep tot de conclusie dat de claim van de consument onvoldoende is onderbouwd en niet toewijsbaar is. 2024-01-22