Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 7, editie 8. Daarin vindt u een overzicht van 46 in augustus 2024 gepubliceerde uitspraken over pensioen. Deze maand zijn de tot nu toe in 2024 verschenen oordelen (bijna 30) van het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid) over pensioen meegenomen.
U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Onduidelijke werkingssfeerbepaling onvoldoende voor oordeel dat onderneming niet onder werkingssfeer valt, PR 2024-0166
Deze zaak ging over de vraag of een werkgever onder de werkingssfeer van verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds Bouw valt en de sectorale fondsen. De kantonrechter oordeelde van wel, het hof oordeelde van niet en hechtte daarbij belang aan de onduidelijkheid van de werkingssfeerbepaling. In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat uitleg ook moet plaatsvinden indien de bewoordingen waarmee de werkingssfeer is omschreven onduidelijk zijn. De rechter kan niet volstaan met de constatering dat de tekst onvoldoende duidelijk is, en op alleen die grond oordelen dat bepaalde bedrijfsactiviteiten niet onder de werkingssfeerbepaling vallen. De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het Hof Den Haag (ECLI:NL:HR:2024:1102).
Einduitspraak: Euronext niet tekortgeschoten in nakoming indexatie pensioenovereenkomst inactieven PR 2024-0171
Geschil over de vraag of gepensioneerden recht hadden op voortzetting en/of financiering van indexatie(schade) na opzegging van de uitvoeringsovereenkomst met het pensioenfonds door de werkgever. Dit is de verwijzingsuitspraak na de uitspraak van de Hoge Raad van 23 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1267, PR 2022-0174. Het hof oordeelt dat Euronext niet is tekortgeschoten in de nakoming van pensioenovereenkomsten van gepensioneerden en gewezen deelnemers, ondanks het verloren gegane indexatieperspectief van inactieven. Euronext heeft voldoende aangetoond dat zij zich bij het besluit tot opzegging van de uitvoeringsovereenkomst met PMA de belangen van de inactieven in voldoende mate heeft aangetrokken, aldus het hof (ECLI:NL:GHDHA:2024:1077).
Compensatie vrouw na scheiding voor omzetting pensioen eigen beheer naar ODV, PR 2024-0176
Bij de afschaffing van pensioen in eigen beheer is er regelmatig afgekocht of een oudedagsvoorziening getroffen. Daarbij is de vraag wat dat betekent voor de waarde van het pensioen van of voor de partner. Zeker bij echtscheiding is/wordt dat relevant. Deze maand was er een uitspraak in een echtscheidingszaak daarover. Een van de twistpunten is of de vrouw recht heeft op compensatie voor de omzetting van pensioen in eigen beheer naar een oudedagsvoorziening (ODV) na scheiding. De man ontkende dat er een ODV was gevormd. De rechtbank kende op basis van de stellingen en stukken de vrouw een compensatie toe van € 150.000 voor de omzetting naar een ODV. Indien onomstotelijk vaststaat dat er geen ODV is, konden partijen dat alsnog in onderling overleg regelen, aldus de rechtbank (ECLI:NL:RBDHA:2024:12885).
KIFID-uitspraken over pensioen en prudent beleggen, PR 2024-0208
Klachten en geschilleninstanties nemen toe aan belang voor de rechtspraktijk. Vorige maand was er de eerste uitspraak van de Geschilleninstantie pensioenfondsen (GIP), gevolgd door een nieuwe deze week. Deze maand zijn de pensioenzaken van het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid) tot nu toe in 2024 samengevat. Dat zijn er bijna 30, waarvan er veel gaan over de vraag of pensioenuitvoerders prudent belegd hebben. Zo oordeelde de Commissie van Beroep eerder dit jaar dat pensioenuitvoerders prudent handelen door het renterisico af te dekken voor de pensioendatum (Commissie van Beroep Kifid 2024-0005).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar juridisch@boom.nl
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / mark.heemskerk@ru.nl
Hoge Raad
Hof
- Gerechtshof Den Haag Geschil tussen voormalig directeur en werkgever over de vraag of hij recht heeft op onvoorwaardelijke indexatie. In zijn pensioenovereenkomst stond een voorwaardelijke indexatiebepaling. Bij de verkoop en overdracht is een derdenbeding overeengekomen met daarin een onvoorwaardelijke indexatiebepaling. Het hof beoordeelt of de werknemer daaraan rechten kan ontlenen. Met het derdenbeding in de koopovereenkomst (bij overgang van onderneming) is beoogd om voor werknemer de bestaande regeling van voorwaardelijke indexering van pensioenuitkeringen te handhaven. Er is geen onvoorwaardelijke indexering na de overname, aldus het hof. 23-07-2024
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Het gaat in dit hoger beroep in de kern om de vraag of appellante – een groothandel in promotieartikelen en relatiegeschenken – onder de werkingssfeer valt van de verplichtstelling tot deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds voor de Mode-, Interieur-, Tapijt- en Textielindustrie (MITT). Het hof kan voor de vraag of werkgeefster onder de werkingssfeer valt niet tot het oordeel komen dat de genoemde omzet en de genoemde aantallen té weinig zijn. Dat zou immers betekenen dat het hof zelf een ondergrens zou moeten vaststellen. Het hof oordeelt dat de werkgever onder de werkingssfeer valt. 16-07-2024
- Gerechtshof Den Haag Geschil over de vraag of gepensioneerden recht hadden op voortzetting en/of financiering van indexatie(schade) na opzegging van de uitvoeringovereenkomst met het pensioenfonds door de werkgever. Dit is de verwijzingsuitspraak na de uitspraak van de Hoge Raad van 23 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1267. Het hof oordeelt dat Euronext niet is tekortgeschoten in de nakoming van pensioenovereenkomsten van gepensioneerden en gewezen deelnemers, ondanks het verloren gegane indexatieperspectief van inactieven. Euronext heeft voldoende aangetoond dat zij zich bij het besluit tot opzegging van de uitvoeringsovereenkomst met PMA de belangen van de inactieven in voldoende mate heeft aangetrokken, aldus het hof. 09-07-2024
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Werknemer is in dienst getreden op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, waarna de werknemer is benoemd als statutair bestuurder op grond van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die eenmaal is verlengd. Het beroep van de werknemer op de zogenoemde Ragetlie-regel slaagt. De tweede arbeidsovereenkomst had voor de einddatum moeten worden opgezegd met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn, bij gebreke waarvan die geacht te zou zijn voortgezet met een derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd onder dezelfde voorwaarden. Aan werknemer komt een vergoeding toe wegens onregelmatige opzegging, de transitievergoeding en een billijke vergoeding. 27-06-2024
- Gerechtshof Amsterdam Deze zaak gaat over de wijze waarop de transitievergoeding moet worden berekend. Het hof oordeelt dat onverkorte toepassing van de wettelijke referteperiode in dit geval niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Verder oordeelt het hof dat de pensioencompensatie en (de waarde van) toegekende aandelen en opties buiten beschouwing blijven bij het berekenen van de transitievergoeding. Dat geldt ook voor de ‘Deferred annual bonus’ over 2017/2018, waarvan de rechtbank had geoordeeld dat die wel meegenomen moest worden. Het hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de werknemer recht had op (of vergaand in onderhandeling was over) een uitbetaling in geld in plaats van toekenning in aandelen. 25-06-2024
- Gerechtshof Den Haag Geschil over onderbrenging pensioenovereenkomst en verschuldigdheid dwangsom. Na twee tussenarresten (ECLI:NL:GHDHA:2023:21 en 2257). Bij tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat werknemer ten tijde van de overgang van onderneming een pensioenvoorziening had en dat werkgeefster deze had moeten voortzetten. Werkgeefster diende haar nalaten op dit punt op de meest passende wijze goed te maken. Het hof heeft nog te beslissen over de vraag of er een dwangsom moet worden verbonden aan de veroordeling tot onderbrenging van de pensioenovereenkomst. Het hof heeft werkgeefster in dat kader in de twee tussenarresten om nadere informatie verzocht. Bij eindarrest oordeelt het hof dat niet buiten twijfel is dat de pensioenovereenkomst van de oud-werknemer (die inmiddels met pensioen is) bij een pensioenuitvoerder kan worden ondergebracht. De gevorderde dwangsom wordt daarom afgewezen. 04-06-2024
- Gerechtshof Amsterdam Geschil over de vraag of een aftoppingsregeling in het sociaal plan van ABN Amro in strijd is met het verbod van leeftijdsdiscriminatie. Bij de tussenbeschikking heeft het Hof Amsterdam, voor zover van belang, geoordeeld dat de in het Sociaal Plan opgenomen aftoppingsregeling op grond van artikel 13 WGBL nietig is omdat deze een verboden onderscheid naar leeftijd maakt Het hof oordeelt uiteindelijk dat er geen verboden leeftijdsonderscheid wordt gemaakt. Het hof mag terugkomen op een eerder genomen eindbeslissing wegens een uitspraak van de Hoge Raad. 04-06-2024
- Gerechtshof Amsterdam Arbeidsgeschil tussen topfunctionaris WNT en werkgever Lieven de Key. Werkgever heeft onder meer gesteld: ‘ik wil werken aan jouw pensionering’. Het hof oordeelt dat de werkgever niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Werkneemster geen recht heeft op een billijke vergoeding. Het hof weegt onder meer mee dat werkneemster topfunctionaris is in de zin van de WNT, dat zij niet openstond voor alternatieve werkzaamheden en dat zij zelf heeft bijgedragen aan de verstoring van de arbeidsverhouding. 04-06-2024
- Gerechtshof Den Haag Arbeidsgeschil. Het hof oordeelt dat werkgeefster ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Dat heeft geleid tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werknemer. De eerder door de kantonrechter toegekende billijke vergoeding van € 100.000 blijft in stand. Daarin begrepen is een bedrag voor pensioenschade. 28-05-2024
Rechtbank
- Rechtbank Den Haag Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Een van de twistpunten is of de vrouw recht heeft op compensatie voor de omzetting van pensioen in eigen beheer naar een oudedagsvoorziening (ODV) na scheiding. De man ontkent dat er een ODV is gevormd. De rechtbank kent op basis van de stellingen en stukken de vrouw een compensatie toe van € 150.000 voor de omzetting naar een ODV. Indien onomstotelijk vaststaat dat er geen ODV is, kunnen partijen dat in onderling overleg regelen. 14-08-2024
- Rechtbank Overijssel Geschil na echtscheiding in 1984 over verdeling van onverdeelde pensioenrechten. De door beide partijen ingeschakelde deskundigen zijn het erover eens dat het voorwaardelijk ouderdomspensioen waar [partij A] aanspraak op kan maken € 1.469 per jaar bedraagt vanaf 1 november 2016. De rechtbank beslist over indexatie en de toewijzing van wettelijke rente. Er is geen sprake van rechtsverwerking. Er mag worden verrekend met de tegenvordering van een geldschuld uit verkoop van de echtelijke woning. 14-08-2024
- Rechtbank Rotterdam Kort geding. De vrouw wil informatie van de man (ex-echtgenoot) over de pensioenuitkeringen die hij ontvangt. De man heeft (een deel van) deze informatie over zijn pensioenuitkeringen na de zitting verschaft. De man heeft hiermee voldaan aan de vordering van de vrouw. De vrouw heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de man bij een ander fonds pensioen heeft opgebouwd waar de vrouw ook nog aanspraak op kan maken. 25-07-2024
- Rechtbank Den Haag Voormalig ambtenaar ministerie protesteert tegen invaren van zijn pensioen. Zijn centrale stelling is dat invaren een inbreuk maakt op zijn eigendomsrecht. De kantonrechter wijst zijn vorderingen af, omdat die prematuur zijn. Het eigendomsrecht is niet geschonden voordat er invaarbesluiten zijn genomen. 23-07-2024
- Rechtbank Limburg Nadat gedaagde herhaaldelijk geen conclusie van antwoord indient, wijst rechtbank pensioenvorderingen van eiseres toe. Die vorderingen zien onder meer op pensioenverevening, toekenning van bijzonder partnerpensioen en medewerking jegens het ABP. 10-07-2024
Uitspraken zonder ECLI
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening De consument stelt dat zij recht heeft op onvoorwaardelijke indexatie sinds 2009 en zij beroept zich op de aanvankelijk opgenomen bepaling in het pensioenreglement van 1 januari 1999. De commissie oordeelt dat – zoals de pensioenuitvoerder terecht stelt – op grond van de destijds vigerende Pensioen- en spaarfondsenwet niet de pensioenuitvoerder, maar de werkgever verantwoordelijk was voor de inhoud van het pensioenreglement en de berichtgeving daarover aan de deelnemers. De consument moet in geval van eventueel daarbij gemaakte fouten niet de pensioenuitvoerder hierop aanspreken, maar haar werkgever. De commissie spreekt zich niet uit over de handelwijze van de werkgever. De klacht van de consument is ongegrond en de vordering wordt afgewezen. 2024-07-04
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening De consument heeft in mei 2020 voor een gegarandeerde vaste uitkering gekozen. De rente was op dat moment historisch laag. Drie jaar later vraagt hij aan de pensioenuitvoerder om zijn pensioen te herrekenen aan de hand van de actuele en gunstiger tarieven, mede gezien de gestegen rente in combinatie met de hoge inflatie. De commissie wijst de vordering af. 2023-12-27
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening De klacht van de consument met betrekking tot het niet vrij kunnen beschikken over het pensioenkapitaal is niet-behandelbaar omdat Kifid deze klacht al eerder heeft behandeld. Met betrekking tot de klacht dat de pensioenuitvoerder ter compensatie van het niet hebben hoeven uitkeren van een partnerpensioen het pensioenkapitaal per expiratiedatum had moeten verhogen oordeelt de commissie dat een zodanig recht op compensatie niet uit de wet volgt. De vordering tot terugbetaling van premies is onvoldoende onderbouwd. De vorderingen van de consument worden afgewezen. 2023-12-28
- Commissie van Beroep Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Het beleggingsbeleid van BeFrank houdt in dat de ingelegde premies voor rekening en risico van de consument worden belegd volgens een lifecycle. Dit houdt (onder meer) in dat het renterisico stapsgewijs steeds verder wordt afgedekt naarmate de pensioendatum dichterbij komt, door in toenemende mate te beleggen in ‘matchingfondsen’. De koers van matchingfondsen stijgt bij een dalende rente en daalt bij een stijgende rente. De consument is van mening dat BeFrank haar zorgplicht heeft geschonden door aan dit beleid vast te houden, hoewel (i) sprake was een stijgende rente, (ii) de consument een zeer offensief risicoprofiel had en (iii) de wens had om na de pensioendatum ‘door te beleggen’. BeFrank heeft haar zorgplicht volgens de consument ook geschonden door hem niet proactief te informeren over de afdekking van het renterisico. De Commissie van Beroep is van oordeel dat BeFrank haar zorgplicht niet heeft geschonden en bevestigt de uitspraak van de Geschillencommissie. 2024-01-19
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening De pensioenuitvoerder gebruikt de Pensioenstabilisator om het renterisico zo veel mogelijk te controleren en zo te streven naar een zo stabiel mogelijke pensioenuitkering. De commissie heeft op basis van de beschikbare informatie en documentatie geen reden om aan te nemen dat de pensioenuitvoerder niet prudent heeft belegd of dat deze op een andere wijze tekort is geschoten. 2024-02-20
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening De consument heeft gekozen voor uitstel van de pensioendatum. Op de oorspronkelijk pensioendatum is de garantie voor het beleggingsrendement vervallen. De pensioenuitvoerder heeft na dit uitstel het pensioenkapitaal volgens de lifecycle belegd om het renterisico te beperken. Daarmee heeft de pensioenuitvoerder geen onjuiste invulling gegeven aan de prudent person regel. Volgens de consument heeft de pensioenuitvoerder onvoldoende rekening gehouden met haar voorkeur om niet te beleggen. Naar het oordeel van de commissie heeft de pensioenuitvoerder de consument onvoldoende inzicht geboden in de keuzemogelijkheden om een passende keuze te kunnen maken. Dit heeft echter niet tot schade geleid. 2024-02-27
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening De consument heeft gekozen voor uitstel van de pensioendatum. Op de oorspronkelijk pensioendatum is de garantie voor het beleggingsrendement vervallen. De pensioenuitvoerder heeft na dit uitstel het pensioenkapitaal volgens de lifecycle belegd om het renterisico te beperken. Daarmee heeft de pensioenuitvoerder geen onjuiste invulling gegeven aan de prudent person regel. Volgens de consument heeft de pensioenuitvoerder hem onvoldoende begeleiding geboden door hem bij uitstel van de pensioendatum niet op persoonlijke wijze te benaderen over de keuze die hij moest maken ten aanzien van het pensioenkapitaal. Deze klacht is ongegrond. Naar het oordeel van de commissie heeft de pensioenuitvoerder de consument onvoldoende adequate informatie geboden over de keuzemogelijkheden om een passende keuze te kunnen maken. Dit heeft echter niet tot schade geleid. 2024-02-29
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Zaak over de zorgplicht van een pensioenuitvoerder in het kader van prudent beleggen. Volgens de consument had de uitvoerder hem moeten wijzen op de mogelijkheid van garantiekapitaal en komt hij afbouwen van beleggingsrisico bij naderende pensioendatum niet na. De pensioenuitvoerder heeft in het kader van een prudent beleggingsbeleid zich terecht gericht op het afbouwen van het renterisico en het streven naar een zo stabiel mogelijke uitkering. 2024-02-29
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Zorgplicht pensioenuitvoerder in het kader van prudent beleggen. Onder controle brengen van het renterisico en het streven naar een zo stabiel mogelijke pensioenuitkering. De commissie heeft, op basis van de beschikbare informatie en documentatie, geen reden om aan te nemen dat de pensioenuitvoerder niet prudent heeft belegd dan wel op andere wijze tekort is geschoten. Evenmin is gebleken dat de pensioenuitvoerder onvoldoende informatie heeft gegeven. De vordering wordt afgewezen. 2024-03-01
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Voor de consument is bij der pensioenuitvoerder een pensioenkapitaal opgebouwd op basis van een beschikbare premieregeling. Met het opgebouwde pensioenkapitaal moet de consument een pensioenuitkering aankopen. De consument kan zich niet verenigen met de door de pensioenuitvoerder verstrekte informatie en uitgebrachte offertes in verband met de in zijn ogen te hoge in rekening gebrachte kosten en de volgens hem onjuist gehanteerde levensverwachting. De commissie oordeelt dat het aanbieden van bepaalde producten tegen een bepaalde prijs tot het vrije beleid van de pensioenuitvoerder behoort en de consument niet verplicht is om bij deze pensioenuitvoerder een uitkering aan te kopen. De in rekening gebrachte kosten vallen bij beide uitgebrachte offertes binnen het in de voorwaarden van de verzekering genoemde maximum percentage van 15%. De klacht van de consument is ongegrond en de vordering wordt afgewezen. 2024-03-13
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Zorgplicht pensioenuitvoerder in het kader van prudent beleggen via zogenoemd ‘horizon beleggen’ door het onder controle brengen van het renterisico en het streven naar een zo stabiel mogelijke pensioenuitkering. De commissie heeft, op basis van de beschikbare informatie en documentatie, geen reden om aan te nemen dat de pensioenuitvoerder niet prudent heeft belegd dan wel op andere wijze te kort is geschoten. 2024-03-20
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Op de oorspronkelijke pensioendatum is de garantie voor het beleggingsrendement vervallen. De pensioenuitvoerder heeft na dit uitstel het pensioenkapitaal volgens de lifecycle belegd om het renterisico te beperken. Daartoe is de pensioenuitvoerder gehouden gezien de prudent person regel. Volgens de consument heeft de pensioenuitvoerder onvoldoende rekening gehouden met de wens van de consument om niet te beleggen. Naar het oordeel van de commissie heeft de pensioenuitvoerder de consument wel geïnformeerd over de keuzemogelijkheden die er waren na het vervallen van het garantierendement, maar had het vervolgens op de weg van de pensioenuitvoerder gelegen daar meer uitleg bij te geven, met name over de standaard-keuze van de pensioenuitvoerder voor de lifecycle. De commissie oordeelt dat deze omissie echter geen grondslag biedt voor het toekennen van het door de consument geclaimde schadebedrag. De vordering van de consument wordt afgewezen. 2024-03-28
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening De commissie is van oordeel dat, gelet op de aard van het product (pensioenaanvulling), de wijze waarop de bank dit product (pensioenbeleggingsrekening) heeft ingericht en de wijze waarop zij met de consument daarbij communiceert, van de bank verwacht mag worden dat zij het beleggersprofiel of risicoprofiel van de consument periodiek actualiseert of bij de consument controleert. De bank heeft dat in dit geval niet gedaan en een door de consument zelf doorgegeven wijziging in zijn beleggersprofiel in 2012 ook niet verwerkt. De bank is in haar communicatie met de consument vervolgens uitgegaan van het ‘oude’ beleggersprofiel. De consument heeft daardoor echter geen schade geleden die aan de bank kan worden toegerekend. Dat betekent dat de vordering moet worden afgewezen. 2024-04-05
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Zaak over zorgplicht pensioenuitvoerder in het kader van prudent beleggen. De uitvoerder hanteert zogenoemde matching funds gericht op beperking van het renterisico en het streven naar een zo stabiel mogelijke pensioenuitkering. De commissie heeft, op basis van de beschikbare informatie en documentatie, geen reden om aan te nemen dat de pensioenuitvoerder niet prudent heeft belegd dan wel op andere wijze te kort is geschoten. 2024-04-09
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Volgens de consument is de pensioenuitvoerder verplicht om de pensioenuitkering van de consument te indexeren op basis van de inflatie en weigert de pensioenuitvoerder ten onrechte om hiertoe over te gaan. De commissie oordeelt dat de pensioenuitvoerder correct uitvoering heeft gegeven aan de pensioenovereenkomst, waarin indexatie onder voorwaarden mogelijk is, maar geen verplichting voor de pensioenuitvoerder is opgenomen om te indexeren op basis van inflatie. De klacht van de consument is ongegrond en de vordering wordt afgewezen. 2024-04-23
- Commissie van Beroep Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Een pensioenuitvoerder heeft per abuis een offerte gestuurd waarin de verevening van het ouderdomspensioen niet was verwerkt. De consument vordert nakoming van deze offerte, op grond van gerechtvaardigd vertrouwen. Ook stelt hij dat de pensioenuitvoerder zijn zorgplicht heeft geschonden. De Commissie van Beroep bevestigt de uitspraak van de Geschillencommissie, waarin de vordering is afgewezen. 2024-05-08
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening De commissie oordeelt, mede op basis van de bevindingen van de adviserend actuaris, dat er over een periode van drie maanden dubbele premie in het beleggingsdepot van de consument is geïnvesteerd. De pensioenuitvoerder heeft dit zonder toestemming van de consument mogen corrigeren door participaties aan het beleggingsdepot te onttrekken teneinde de situatie in overeenstemming te brengen met het pensioenreglement. Deze correctie heeft blijkens het advies van de actuaris op acceptabele wijze plaatsgevonden. 2024-05-21
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening De consument heeft in 1999 een beleggingsverzekering met de naam AEGON FundPensioen afgesloten. Hij vordert nakoming van de verplichting van de verzekeraar om niet meer kosten in rekening te brengen dan overeengekomen. De commissie oordeelt dat dit een vordering tot schadevergoeding is en dat deze is verjaard. 2024-06-21
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Zaak over zorgplicht pensioenuitvoerder in het kader van prudent beleggen. De uitvoerder hanteert zogenoemde matching funds gericht op beperking van het renterisico en het streven naar een zo stabiel mogelijke pensioenuitkering. De commissie heeft, op basis van de beschikbare informatie en documentatie, geen reden om aan te nemen dat de pensioenuitvoerder niet prudent heeft belegd dan wel op andere wijze te kort is geschoten. 2024-07-01
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Zaak over zorgplicht pensioenuitvoerder in het kader van prudent beleggen. De uitvoerder hanteert zogenoemde matching funds gericht op beperking van het renterisico en het streven naar een zo stabiel mogelijke pensioenuitkering. De commissie heeft, op basis van de beschikbare informatie en documentatie, geen reden om aan te nemen dat de pensioenuitvoerder niet prudent heeft belegd dan wel op andere wijze te kort is geschoten. 2024-06-28
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Pensioenverevening na echtscheiding. Niet is komen vast te staan dat de ex-echtgenoot van de consument bij de verzekeraar meer pensioen heeft opgebouwd dan de verzekeraar na verevening aan de consument heeft gecommuniceerd. De verzekeraar heeft verklaard dat niet meer pensioen is opgebouwd. Evenmin is komen vast te staan dat de ex-echtgenoot bij de verzekeraar spaarloon heeft ondergebracht. 2024-07-01
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Zaak over de zorgplicht van een pensioenuitvoerder in het kader van prudent beleggen. De pensioenuitvoerder hanteert matching funds. Het beperken van het renterisico en het streven naar een zo stabiel mogelijke pensioenuitkering. De commissie heeft, op basis van de beschikbare informatie en documentatie, geen reden om aan te nemen dat de pensioenuitvoerder niet prudent heeft belegd dan wel op andere wijze te kort is geschoten. 2024-06-28
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Geschil over de hoogte van het pensioengevend salaris van de consument. Volgens de consument wist althans had de pensioenuitvoerder moeten weten dat het laatstverdiende salaris van de consument moest worden doorgevoerd op zijn polis en is dit ten onrechte niet gebeurd. De commissie oordeelt dat de stelling van de consument geen steun vindt in het dossier en de consument de uitkering ontvangt waar hij recht op heeft, zelfs een hogere uitkering dan waarvoor premie is betaald. De conclusie is dat de pensioenuitvoerder niet in strijd heeft gehandeld met zijn zorgplicht. 2024-07-03
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Zorgplicht pensioenuitvoerder in het kader van prudent beleggen. Onder controle brengen van het renterisico en het streven naar een zo stabiel mogelijke pensioenuitkering. De commissie heeft, op basis van de beschikbare informatie en documentatie, geen reden om aan te nemen dat de pensioenuitvoerder niet prudent heeft belegd of op andere wijze te kort is geschoten. 2024-07-03
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Zaak over de zorgplicht van een pensioenuitvoerder in het kader van prudent beleggen. De pensioenuitvoerder hanteert een zogenoemde pensioenstabilisator om het renterisico onder controle te brengen en te streven naar een zo stabiel mogelijke pensioenuitkering. De commissie heeft, op basis van de beschikbare informatie en documentatie, geen reden om aan te nemen dat de pensioenuitvoerder niet prudent heeft belegd dan wel op andere wijze tekort is geschoten. 2024-07-04
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening De consument stelt dat hij recht heeft op onvoorwaardelijke indexatie sinds 2009 en hij beroept zich op de aanvankelijk opgenomen bepaling in het pensioenreglement van 1 januari 1999. De commissie oordeelt dat – zoals de pensioenuitvoerder terecht stelt – op grond van de destijds vigerende Pensioen- en spaarfondsenwet niet de pensioenuitvoerder, maar de werkgever verantwoordelijk was voor de inhoud van het pensioenreglement en de berichtgeving daarover aan de deelnemers. De consument moet in geval van eventueel daarbij gemaakte fouten niet de pensioenuitvoerder hierop aanspreken, maar zijn werkgever. De commissie spreekt zich niet uit over de handelwijze van de werkgever. 2024-07-04
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening De consument klaagt over de uitvoering van haar pensioenregeling, een beschikbare premieregeling, door de pensioenuitvoerder. Zij vordert compensatie vanwege waardedaling van de beleggingen. De commissie oordeelt dat de pensioenuitvoerder correct uitvoering heeft gegeven aan de pensioenregeling door het renterisico af te dekken naarmate de pensioeningangsdatum dichterbij komt. Hiermee heeft hij gehandeld in overeenstemming met het bepaalde in het pensioenreglement en de zogeheten prudent-personregel. 2024-07-15
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Pensioenverzekering. Indexatie. Volgens de consument is de pensioenuitvoerder verplicht om zijn pensioen te indexeren op basis van de inflatie en weigert de pensioenuitvoerder ten onrechte om hiertoe over te gaan. De commissie oordeelt dat de pensioenuitvoerder correct uitvoering heeft gegeven aan het pensioenreglement, waarin indexatie onder voorwaarden mogelijk is, maar waarbij ook geldt dat voor de financiering hiervan de werkgever verantwoordelijk is. Door het faillissement van de voormalig werkgever van de consument is na 2012 indexatie van zijn pensioenaanspraken daarom achterwege gebleven. De commissie concludeert dat de pensioenuitvoerder correct uitvoering heeft gegeven aan het pensioenreglement, waarin indexatie onder voorwaarden mogelijk is, maar geen verplichting voor de pensioenuitvoerder is opgenomen om ook te indexeren na het faillissement van de werkgever. 2024-07-19
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Pensioenverzekering. Volgens de consument is de pensioenuitvoerder verplicht (jaarlijks) met een hoger percentage te indexeren dan de afgelopen jaren is gebeurd. Hetgeen de consument wenst, volgt niet uit het pensioenreglement. Dat in de UPO’s een fout staat, brengt evenmin mee dat recht bestaat op een nadere indexatie. In het pensioenreglement is niet bepaald dat de pensioenuitvoerder de tegoeden uit het depot had moet aanwenden voor indexatie na beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst. Ten slotte oordeelt de commissie dat er geen (bovenwettelijke) informatieplicht bestaat op grond waarvan de pensioenuitvoerder de consument had moeten informeren over de beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst. De vordering wordt afgewezen. 2024-07-29
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Pensioenverzekering. In de tussenuitspraak heeft de commissie geoordeeld dat de pensioenuitvoerder zijn zorgplicht heeft geschonden waardoor de consument geen weloverwogen keuze heeft kunnen maken voor de overstap van vrij beleggen naar lifecycle beleggen. De pensioenuitvoerder is daarom gehouden de schade die daardoor ontstaan is te vergoeden. De commissie oordeelt in de einduitspraak dat de pensioenuitvoerder een bedrag van € 9.679,66 vermeerderd met de wettelijke rente aan de consument moet vergoeden. 2024-08-08
- Geschilleninstantie pensioenfondsen Verzoekster is volledig arbeidsongeschikt op het moment dat zij 60 jaar wordt. Daardoor vervalt haar Flexpensioen. Verzoekster vindt dat zij hierover niet juist en niet volledig is geïnformeerd. Hierdoor heeft ze niet de kans gekregen een goede beslissing te nemen over het aanvragen van waardeoverdracht. Verzoekster vordert met name op grond van de hardheidsclausule in het pensioenreglement van PFZW dat PFZW haar Flexpensioen niet laat vervallen en omzet in een hoger ouderdomspensioen. Pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFZW) vindt niet dat sprake is van het niet nakomen van een informatieverplichting en ziet geen aanleiding voor het toepassen van de hardheidsclausule. De Geschilleninstantie pensioenfondsen stelt het pensioenfonds in het gelijk. 2024-08-23