Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 7, editie 7. Daarin vindt u een overzicht van negentien in juli 2024 gepubliceerde uitspraken over pensioen. Deze maand verscheen de eerste bindend advies-uitspraak van de nieuwe Geschilleninstantie pensioenfondsen (GIP).
U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Beroep MITT op verplichtstelling bij geringe bedrijfsactiviteit werkgever met pensioenregeling onaanvaardbaar, PR 2024-0149
Deze maand een zaak waarin een werkgever die beperkte werkzaamheden verrichtte die onder Bpf MITT vielen toch geen premies hoefde te betalen. Het ging om een groothandel in schoonmaak- en hygiëneartikelen. Het hof oordeelde dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was dat Bpf MITT zich op het verplichtstellingsbesluit beroept. Werkgever is primair een groothandel in schoonmaakartikelen en brengt in geringe mate bedrijfslogo’s aan op werkkleding. De werkingssfeerbepaling van MITT kent geen hoofdzakelijkheidscriterium. Het hof overweegt dat het aanbrengen van bedrijfslogo’s op werkkleding in dit geval een zo geringe bedrijfsactiviteit van een groothandel in schoonmaakartikelen is dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Bpf MITT zich beroept op het verplichtstellingsbesluit. Daarbij weegt mee dat de werkgever al een pensioenregeling heeft (ECLI:NL:GHSHE:2024:2339).
Eerste GIP-uitspraak: Wajonger heeft geen recht op PVI want geen WIA, PR 2024-0165
Deze maand was de eerste bindend advies-uitspraak van de Geschilleninstantie pensioenfondsen (GIP). De kwestie ging over de vraag of een Wajonger recht had op premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. De Geschilleninstantie oordeelde aan de hand van het pensioenreglement dat dit niet het geval was omdat er geen WIA-uitkering was. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet (GIP 2024-0228).
Werkgever is verplicht verzekerd pensioen te indexeren conform indexatiebeleid PGB, PR 2024-0150, PR 2024-0151, PR 2024-0152, PR 2024-0153 en PR 2024-0154
Deze maand was er een reeks zaken over dezelfde kwestie. Een werkgever had zijn pensioen ondergebracht bij Nationale Nederlanden (NN). Na beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst was de vraag of de bij NN opgebouwde pensioenaanspraken moesten worden geïndexeerd op basis van het indexatiebeleid van het Pensioenfonds voor de Grafische Bedrijven (PGB). Volgens de kantonrechter hield de pensioentoezegging in dat deelnemers, gewezen deelnemers en gepensioneerden een (voorwaardelijk) indexatieperspectief is geboden dat afhankelijk is van en tevens gelijk is aan het oordeel van een derde partij (het bestuur van het pensioenfonds), in dit geval van PGB. Indien het bestuur van het pensioenfonds periodiek (jaarlijks) besluit tot toepassing van een bepaalde indexering, dient de werkgever dat besluit te volgen en een overeenkomstige indexering bij het pensioenfonds in te kopen (ECLI:NL:RBMNE:2024:4583, ECLI:NL:RBMNE:2024:84, ECLI:NL:RBMNE:2024:85, ECLI:NL:RBMNE:2024:87, ECLI:NL:RBMNE:2024:88).
Beroep werkgever op klachtplicht tegen werknemersprotest pensioenwijziging slaagt, PR 2024-0158
Een werkgever had zijn pensioenovereenkomst met een werknemer eenzijdig per 1 januari 2016 gewijzigd van uitkeringsovereenkomst naar beschikbare premieregeling. De werknemer heeft hierover pas in 2023 geklaagd. Dit was volgens de kantonrechter te laat. Het beroep van de werkgever op schending van de klachtplicht slaagde. De vorderingen van de werknemer, onder meer tot schadevergoeding, werden afgewezen (ECLI:NL:RBMNE:2024:4105).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar juridisch@boom.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / mark.heemskerk@ru.nl
Hof
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Het gaat in dit hoger beroep in de kern om de vraag of appellante – een groothandel in schoonmaak- en hygiëneartikelen – valt onder de werkingssfeer van het Besluit tot deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds voor de Mode Interieur- en Tapijt- en Textielindustrie (MITT). Het hof is van oordeel dat dit het geval is, maar dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Bpf MITT zich op het verplichtstellingsbesluit beroept. Werkgever is primair een groothandel in schoonmaakartikelen maar brengt tevens, zij het in geringe mate, bedrijfslogo’s aan op werkkleding. De werkingssfeerbepaling van MITT kent geen hoofdzakelijkheidscriterium. Het hof overweegt dat het aanbrengen van bedrijfslogo’s op werkkleding in dit geval een zo geringe bedrijfsactiviteit van een groothandel in schoonmaakartikelen is, die al een pensioenregeling heeft, dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Bpf MITT zich beroept op het verplichtstellingsbesluit. 16-07-2024
- Gerechtshof Amsterdam Weduwe en zoon stellen arbeidsrechtadvocaat aansprakelijk voor pensioenschade na vaststellingsovereenkomst van hun inmiddels overleden partner en vader. Onderdeel van de vaststellingsovereenkomst was een betermelding. Volgens hen heeft de advocaat zijn zorgplicht geschonden. Bij doorlopen van de WIA-looptijd was er een arbeidsongeschiktheidspensioen en een hoger partner- en wezenpensioen. Het hof oordeelt dat de advocaat zijn zorgplicht niet heeft geschonden. De advocaat was niet op de hoogte van de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van zijn cliënt. Weliswaar wist hij dat cliënt kanker had, maar dat enkele feit had hem niet noodzakelijkerwijs tot de conclusie hoeven brengen dat cliënt op dat moment gedeeltelijk arbeidsongeschikt was en dat zijn gezondheidstoestand in de nabije toekomst ernstig zou verslechteren. Ondanks schriftelijke en mondelinge verzoeken daartoe heeft cliënt hem geen verdere informatie willen verstrekken over zijn ziekte, terwijl uit de correspondentie tevens naar voren komt dat cliënt steeds zelf de koers in en buiten de procedure wilde uitzetten. 30-04-2024
Rechtbank
- Rechtbank Den Haag Geschil tussen werkgevers actief in asbestsanering. Zij werden met terugwerkende kracht aangesloten op grond van verplichtstellingsbesluit Bpf Bouw en avv verklaarde cao’s. In geschil is of sprake was van representativiteit. De rechtbank oordeelt dat de minister mocht oordelen dat sprake was van een belangrijke meerderheid waardoor sprake was van representativiteit. 24-07-2024
- Rechtbank Midden-Nederland Kern van het geschil tussen partijen is hoever de door gedaagde in de pensioenovereenkomst toegezegde indexatie van de bij NN opgebouwde pensioenaanspraken moet worden geïndexeerd op basis van het indexatiebeleid van PGB. De pensioentoezegging houdt naar het oordeel van de kantonrechter in dat deelnemers, gewezen deelnemers en gepensioneerden een (voorwaardelijk) indexatieperspectief is geboden dat afhankelijk is van en tevens gelijk is aan het oordeel van een derde partij (het bestuur van het pensioenfonds), in dit geval van PGB. Indien het bestuur van het pensioenfonds periodiek (jaarlijks) besluit tot toepassing van een bepaalde indexering, dient gedaagde dat besluit te volgen en een overeenkomstige indexering bij het pensioenfonds in te kopen. 17-07-2024
- Rechtbank Midden-Nederland Kern van het geschil tussen partijen is hoever de door gedaagde in de pensioenovereenkomst toegezegde indexatie van de bij NN opgebouwde pensioenaanspraken moet worden geïndexeerd op basis van het indexatiebeleid van PGB. De pensioentoezegging houdt naar het oordeel van de kantonrechter in dat deelnemers, gewezen deelnemers en gepensioneerden een (voorwaardelijk) indexatieperspectief is geboden dat afhankelijk is van en tevens gelijk is aan het oordeel van een derde partij (het bestuur van het pensioenfonds), in dit geval van PGB. Indien het bestuur van het pensioenfonds periodiek (jaarlijks) besluit tot toepassing van een bepaalde indexering, dient gedaagde dat besluit te volgen en een overeenkomstige indexering bij het pensioenfonds in te kopen 17-07-2024
- Rechtbank Midden-Nederland Kern van het geschil tussen partijen is hoever de door gedaagde in de pensioenovereenkomst toegezegde indexatie van de bij NN opgebouwde pensioenaanspraken moet worden geïndexeerd op basis van het indexatiebeleid van PGB. De pensioentoezegging houdt naar het oordeel van de kantonrechter in dat deelnemers, gewezen deelnemers en gepensioneerden een (voorwaardelijk) indexatieperspectief is geboden dat afhankelijk is van en tevens gelijk is aan het oordeel van een derde partij (het bestuur van het pensioenfonds), in dit geval van PGB. Indien het bestuur van het pensioenfonds periodiek (jaarlijks) besluit tot toepassing van een bepaalde indexering, dient gedaagde dat besluit te volgen en een overeenkomstige indexering bij het pensioenfonds in te kopen 17-07-2024
- Rechtbank Midden-Nederland Kern van het geschil tussen partijen is hoever de door gedaagde in de pensioenovereenkomst toegezegde indexatie van de bij NN opgebouwde pensioenaanspraken moet worden geïndexeerd op basis van het indexatiebeleid van PGB. De pensioentoezegging houdt naar het oordeel van de kantonrechter in dat deelnemers, gewezen deelnemers en gepensioneerden een (voorwaardelijk) indexatieperspectief is geboden dat afhankelijk is van en tevens gelijk is aan het oordeel van een derde partij (het bestuur van het pensioenfonds), in dit geval van PGB. Indien het bestuur van het pensioenfonds periodiek (jaarlijks) besluit tot toepassing van een bepaalde indexering, dient gedaagde dat besluit te volgen en een overeenkomstige indexering bij het pensioenfonds in te kopen. 17-07-2024
- Rechtbank Midden-Nederland Kern van het geschil tussen partijen is hoever de door gedaagde in de pensioenovereenkomst toegezegde indexatie van de bij NN opgebouwde pensioenaanspraken moeten word geïndexeerd op basis van het indexatiebeleid van PGB. De pensioentoezegging houdt naar het oordeel van de kantonrechter in dat deelnemers, gewezen deelnemers en gepensioneerden een (voorwaardelijk) indexatieperspectief is geboden dat afhankelijk is van en tevens gelijk is aan het oordeel van een derde partij (het bestuur van het pensioenfonds), in dit geval van PGB. Indien het bestuur van het pensioenfonds periodiek (jaarlijks) besluit tot toepassing van een bepaalde indexering, dient gedaagde dat besluit te volgen en een overeenkomstige indexering bij het pensioenfonds in te kopen. 17-07-2024
- Rechtbank Gelderland Na relatie met ex-partner gaat betrokkene geregistreerd partnerschap aan met zijn nieuwe partner. Zij komen met zijn drieën overeen dat de nieuwe partner na overlijden van betrokkene een vast maandelijks bedrag zal betalen aan de ex-partner van betrokkene. Na overlijden van betrokkene komt de nieuwe partner erachter dat de overledene nog een affectieve relatie had met zijn ex-partner. Zij beroept zich op dwaling en vernietigt de overeenkomst. De kantonrechter honoreert het beroep op dwaling. Hij acht het aannemelijk dat de nieuwe partner de overeenkomst niet had gesloten bij een juiste voorstelling van zaken. 05-07-2024
- Rechtbank Overijssel Geschil over de verdeling van het pensioen na echtscheiding. Na de echtscheiding hebben partijen een convenant gesloten met afwijkende afspraken ten aanzien van de wettelijke verevening. Dat is met formulier naar de pensioenuitvoerder (ABP) gestuurd. Deze heeft aangegeven dat administratief niet te kunnen verwerken. De vrouw stelt dat de standaardregeling van de WVPS van toepassing is. De rechtbank heeft de vrouw bij tussenvonnis in de gelegenheid gesteld dat te bewijzen. Zij oordeelt dat de vrouw daarin niet is geslaagd. Het enkele feit dat het ABP de afspraak niet administratief kon verwerken maakt de afspraak niet ongeldig en kan evenmin leiden tot de conclusie dat de man (stilzwijgend) alsnog zou hebben ingestemd met de standaardregeling. 03-07-2024
- Rechtbank Rotterdam Het UWV heeft nagelaten om aan de werkgever een loondoorbetalingsplicht op te opleggen. Dat maakt het UWV schadeplichtig. Het geding gaat over de periode waarover de pensioenschade van betrokkene berekend moet worden. De berekening van het UWV die begint bij aanvang WIA-uitkering en eindigt bij het einde van de arbeidsovereenkomst op grond van een beëindigingsovereenkomst tussen werkgever en werknemer is volgens de rechtbank juist. 27-06-2024
- Rechtbank Midden-Nederland Werkgever heeft de pensioenovereenkomst met werknemer eenzijdig per 1 januari 2016 gewijzigd van uitkeringsovereenkomst naar beschikbare premieregeling. Werknemer heeft hierover pas in 2023 geklaagd. Dit is te laat en daarom slaagt het beroep van werkgever op schending van de klachtplicht. De vorderingen van werknemer die onder meer strekken tot schadevergoeding worden afgewezen. 19-06-2024
- Rechtbank Amsterdam Deze zaak gaat over de afspraken die partijen hebben gemaakt in het kader van de ontbinding van hun geregistreerd partnerschap. Partijen verschillen van mening over de vraag of zij hebben afgesproken dat zij over en weer afzien van het recht op nabestaandenpensioen. De rechtbank komt tot het oordeel dat partijen die afspraak niet hebben gemaakt. Gedaagde heeft geen afstand gedaan van haar recht op nabestaandenpensioen. De rechtbank oordeelt dat van een daarop gerichte wil niet blijkt. Het opgetelde scheidingsplan geeft aan dat partijen zich niet bewust waren van het nabestaandenpensioen. Het plan is geen grond om aan te nemen dat afstand is gedaan. Dat een verklaring van de pensioenuitvoerder als bedoeld in artikel 57 lid 4 Pensioenwet omtrent een afwijkende afspraak ontbreekt, is hier niet van belang, omdat het gaat om de vraag welke afspraken partijen onderling hebben gemaakt. 29-05-2024
- Rechtbank Amsterdam Kort geding over arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht en kwalificatie van een nulurencontract. De oproepkracht huishoudelijk medewerkster bij Oya’s Childcare vordert loon tijdens ziekte en aanmelding bij het verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn. De rechter oordeelt dat artikel 7:629 BW ook geldt voor werkneemster die verplicht was gevolg te geven aan uren waarvoor opgeroepen. Voor de hoogte van het loon geldt een rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW dat niet door werkgever is weerlegd. De rechter oordeelt dat de vorderingen toewijsbaar zijn. 29-05-2024
- Rechtbank Midden-Nederland Geschil tussen sociale partners en pensioenfonds/de pensioenuitvoeringsorganisatie over aanpassing van de pensioenregeling. Sociale partners wensen een drempelregeling in te voeren. Het pensioenfonds ziet risico’s in de uitvoerbaarheid van de drempelregeling per 1 januari 2024 en heeft twijfels over de juridische houdbaarheid van die regeling. De kantonrechter kan in dit kort geding slechts marginaal toetsen of de belangenafweging van het pensioenfonds in redelijkheid is gemaakt. Niet gebleken is dat het pensioenfonds/de pensioenuitvoeringsorganisatie geen serieus onderzoek heeft gedaan naar het invoeren van een drempelregeling of dat er sprake is van onwil aan de zijde van het pensioenfonds/de pensioenuitvoeringsorganisatie. 28-09-2023
Centrale Raad van Beroep
Antillen
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Werknemer vordert na ontslag onder meer vakantiedagen, overwerkvergoeding, prestatievergoeding (bonus) en pensioenbreukschade. Het hof wijst de vordering ten aanzien van vakantiedagen toe en de overige vorderingen af. 15-05-2024
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Werknemer vordert in deze zaak van de stichting betaling van pensioenpremies. Hij gaat er daarbij van uit dat hij met de stichting een pensioen op basis van een eindloonregeling is overeengekomen. De stichting bestrijdt dat. Volgens haar is de pensioenregeling die zij met werknemer is overeengekomen een verzekering die recht geeft op uitkering van een vast bedrag en heeft zij aan haar betalingsverplichtingen voldaan. Het hof wijst de vorderingen af en oordeelt dat geen eindloonregeling maar een DC-regeling is overeengekomen. 19-09-2023