Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 7, editie 6. Daarin vindt u een overzicht van achttien in juni 2024 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Duurovereenkomst voor bepaalde tijd over verdeling ouderdomspensioen na scheiding waarop noch Boon/van Loon noch WVPS van toepassing is, is niet opzegbaar (PR 2024-0129)
De Hoge Raad oordeelde over de aanspraken van de vrouw op een deel van het ouderdomspensioen dat de man heeft opgebouwd tijdens het in 1990 door echtscheiding ontbonden huwelijk. Noch het arrest Boon/van Loon noch de Wet Pensioenverevening is van toepassing. De vrouw maakt aanspraak op voortzetting van de tussen partijen overeengekomen verdelingsafspraak uit 2005, die de man heeft uitgevoerd tot in 2019, maar daarna heeft gestaakt. De rechtbank oordeelde dat partijen in 2005 verdeling van het ouderdomspensioen zijn overeengekomen en dat de man de in 2019 door hem gestaakte maandelijkse betalingen aan de vrouw moet voortzetten, onder afwijzing van het beroep van de man op wijziging of ontbinding van die overeenkomst op grond van artikel 6:258 BW. Het hof heeft de man in hoger beroep ook veroordeeld om de betalingen voort te zetten, omdat sprake is van een duurovereenkomst voor bepaalde tijd die niet kan worden opgezegd en er geen, althans onvoldoende, grond is voor wijziging of ontbinding wegens onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW). De Hoge Raad laat dat arrest in stand onder verwijzing naar artikel 81 RO (ECLI:NL:HR:2024:911)
ICT-toeleverancier is geen online reisagent en valt niet onder werkingssfeer Reisbranche (PR 2024-0132)
Geschil over de vraag of ICT-toeleverancier HaDer een online reisagent is die onder de werkingssfeer van Bpf Reisbranche valt. Het Bpf had een dwangbevel laten betekenen waarin aanspraak is gemaakt op betaling van premies voor een bedrag van in totaal € 820.997, te vermeerderen met rente en (incasso)kosten. De kantonrechter oordeelde dat de werkzaamheden van HaDer waar het gaat om Prijsvrij weliswaar zijn aan te merken als die van een reisagent in de zin van dit verplichtstellingsbesluit, maar dat HaDer die werkzaamheden niet in hoofdzaak, te weten voor meer dan 50% van de loonsom, heeft uitgeoefend. Het hof is van oordeel dat HaDer niet onder de werkingssfeer van de verplichtstelling tot deelneming in Bpf Reisbranche valt, ook niet wat betreft de werkzaamheden voor Prijsvrij (ECLI:NL:GHSHE:2024:1324). De situatie is anders dan bij het Booking-arrest (ECLI:NL:HR:2021:527; ECLI:NL:GHDHA:2024:73).
Werkgever mag bij overgang onderneming eigen pensioenregeling aanbieden; geen misbruik van bevoegdheid (PR 2024-0139)
Bij een overgang van onderneming biedt de verkrijgende werkgever XPO III zijn eigen pensioenovereenkomst – een premieovereenkomst – aan de overgenomen werknemers aan. De werkgever maakt gebruik van het keuzerecht ex artikel 7:664 lid 1 onder a BW. De vakbonden meenden dat dit niet rechtsgeldig was en dat de daarvóór geldende middelloonregeling van Bpf Vervoer van toepassing was gebleven. De rechtbank oordeelt dat er geen verplichtstelling was voor de vennootschap en dat de keuzebevoegdheid bestaat, ook indien de eigen regeling van mindere kwaliteit is. Er is niet aangetoond dat sprake is van misbruik van bevoegdheid (ECLI:NL:RBOBR:2024:2514).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar juridisch@boom.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / mark.heemskerk@ru.nl
Hoge Raad
Hof
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Geschil over hoofdelijke bestuurdersaansprakelijkheid wegens niet betalen pensioenpremies aan verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds PFZW. Gelet op de contacten met de werkgever en de communicatie oordeelt het hof na terugverwijzing door de Hoge Raad dat het Pensioenfonds behoorde te begrijpen dat Solace, als gevolg van de liquiditeitsproblemen die waren ontstaan door de handelwijze van Aquisto en die daarna hebben voortgeduurd, niet in staat zou zijn om aan het Pensioenfonds de bedragen uit hoofde van de navorderingen te voldoen. Deze wetenschap was naar het oordeel van het hof zodanig dat het Pensioenfonds op basis daarvan in staat was zich een redelijk oordeel te vormen over de oorzaken van betalingsonmacht en zich te beraden op de opstelling die het ten aanzien van Solace zou innemen. Het hof vernietigt het dwangbevel en het bestreden vonnis. 28-05-2024
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Man en vrouw hebben van 1997 tot 2018 ongehuwd samengewoond. Er was geen samenlevingsovereenkomst. Het geschil gaat over de verdeling van het saldo van € 625.000 op een spaarrekening op beider naam. Na terugverwijzing door de Hoge Raad oordeelt het hof dat bij de verdeling van het spaarsaldo rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat de man geen aanspraken op aanvullend pensioen heeft opgebouwd. Hiervoor geldt namelijk ook dat als de man niet wordt gecompenseerd, de vrouw in een betere financiële positie zal komen te verkeren en dat dit niet aansluit bij de (stilzwijgende) afspraak van partijen dat zij al hun financiële middelen gemeenschappelijk wilden laten zijn. De vrouw heeft immers, naast een volledige AOW-uitkering, aanvullend pensioen opgebouwd. Het hof bepaalt dat van het spaarsaldo van € 625.000 aan de man toekomt een bedrag van (€ 106.327 + € 182.606 + € 168.033,50 =) € 456.966,50 en aan de vrouw een bedrag van € 168.033,50. 21-05-2024
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Geschil over vraag of ICT-toeleverancier HaDer een online reisagent is die onder de werkingssfeer van Bpf Reisbranche valt. Dat heeft op 24 september 2020 een dwangbevel aan HaDer laten betekenen waarin aanspraak is gemaakt op betaling van premies voor een bedrag van in totaal € 820.997, te vermeerderen met rente en (incasso)kosten. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de werkzaamheden van HaDer waar het gaat om Prijsvrij weliswaar zijn aan te merken als die van een reisagent in de zin van dit verplichtstellingsbesluit, maar dat HaDer die werkzaamheden niet in hoofdzaak, te weten voor meer dan 50% van de loonsom, heeft uitgeoefend. Het hof is van oordeel dat HaDer niet onder de werkingssfeer van de verplichtstelling tot deelneming in Bpf Reisbranche valt, ook niet wat betreft de werkzaamheden voor Prijsvrij. 16-04-2024
- Gerechtshof Amsterdam Geschil over de vraag of advocaat aansprakelijk is voor het niet nakomen van een pensioenverplichting uit de vaststellingsovereenkomst die hij namens (ex-)werknemer sloot met zijn werkgever. Geïntimeerde stelt dat de advocaat een beroepsfout heeft gemaakt en heeft hem aansprakelijk gesteld voor de schade. Het hof oordeelt dat de advocaat een beroepsfout heeft gemaakt en veroordeelt hem tot betaling van een schadevergoeding. 26-03-2024
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil over de vraag of een onderneming onder de werkingssfeer van PFZW valt. Werkgeefster richt zich op de levering en uitleen van onder meer toilet- en douchestoelen en rolstoelen. Dat is volgens PFZW het uitlenen van verpleegartikelen. De door haar uitgeleende artikelen zijn volgens werkgeefster geen verpleegartikelen, maar hulpmiddelen ter bevordering van de zelfredzaamheid van de afnemers. Het hof oordeelt dat een onderneming die verpleegartikelen uitleent in de periode 1 juni 2014 tot 1 januari 2021 onder de werkingssfeer van PFZW valt. Op dat moment is de verplichtstelling ingetrokken voor de activiteit uitleen van verpleegartikelen. De enkele omstandigheid dat werkgeefster in het verplichtstellingsbesluit omschreven diensten verleent ten behoeve van de zorg, maakt dat zij onder de tot 1 januari 2021 geldende werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit valt. 05-03-2024
Rechtbank
- Rechtbank Noord-Nederland Door arbeidsongeschiktheid en motieven van werkneemster in twijfel te trekken, beschuldigingen te uiten van intimidatie, arbeidsrechtelijke maatregelen te nemen zonder deugdelijke onderbouwing en daarbij werkneemster voor de voeten te werpen dat zij het arbeidsconflict veroorzaakt, handelt werkgeefster ernstig verwijtbaar. De rechtbank kent een billijke vergoeding toe, inclusief pensioenschade. 20-06-2024
- Rechtbank Den Haag Eiser heeft een aanvraag gedaan voor een militair invaliditeitspensioen. Deze procedure spitst zich toe op de vraag of het verstuiken van zijn rechterenkel bij een sprong uit een helikopter tijdens een warmweertraining in Zaragoza kwalificeert als een dienstongeval. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hier geen sprake van is. Niet gebleken is namelijk dat niet alle gebruikelijke veiligheidsmaatregelen tijdens de oefening werden gehandhaafd. Dat er een proces-verbaal van het ongeval ontbreekt en dit voor rekening en risico moet komen van verweerder, wordt door de rechtbank niet gevolgd. 04-06-2024
- Rechtbank Noord-Holland Pensioenverweer van de vrouw ex artikel 1:153 BW tegen echtscheiding faalt. De rechtbank merkt het aandeelhouderschap van de vrouw in de Belgische maatschap niet aan als een nabestaandenpensioenvoorziening. Niet gebleken is namelijk dat de vrouw recht heeft op een of meer uitkeringen uit de maatschap als de man overlijdt. 29-05-2024
- Rechtbank Noord-Holland Geschil tussen partijen na verbreking van de affectieve relatie en opzegging van de samenlevingsovereenkomst. De rechtbank oordeelt onder meer over de verdeling van de financiële en vermogensrechtelijke afwikkeling. De vrouw is van mening dat de man gehouden is om afstand te doen van dit nabestaandenpensioen. Dat standpunt verwerpt de rechtbank. 29-05-2024
- Rechtbank Rotterdam Geschil over bestuurdersaansprakelijkheid bestuurder wegens niet betaalde pensioenpremies aan bedrijfstakpensioenfonds VLEP. Een werkgever heeft door betalingsonmacht een pensioenpremieschuld bij VLEP. Het bedrijfstakpensioenfonds vordert door middel van een dwangbevel betaling door de bestuurder van de werkgever. De bestuurder stelt verzet in tegen het dwangbevel. Het dwangbevel is volgens de rechter niet rechtsgeldig. In de verzetprocedure heeft het Bpf een tegenvordering ingesteld tot betaling van de pensioenpremieschuld. De tegenvordering wordt afgewezen omdat VLEP bekend zou zijn met de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de pensioenpremie niet kan worden betaald. Het Bpf heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. 16-05-2024
- Rechtbank Oost-Brabant Bij een overgang van onderneming biedt de verkrijgende werkgever XPO III zijn eigen pensioenovereenkomst – een premieovereenkomst – aan de overgenomen werknemers aan. De werkgever maakt gebruik van het keuzerecht ex artikel 7:664 lid 1 onder a BW. De vakbonden meenden dat dit niet rechtsgeldig was en dat de daarvoor geldende middelloonregeling van Bpf Vervoer van toepassing was gebleven. De rechtbank oordeelt dat er geen verplichtstelling was voor de vennootschap en dat de keuzebevoegdheid bestaat, ook indien de eigen regeling van mindere kwaliteit is. Er is niet aangetoond dat sprake is van misbruik van bevoegdheid. 15-05-2024
- Rechtbank Rotterdam Faillissementsaanvraag. Verweerster heeft niet ontkend dat zij als werkgever onder de werkingssfeer van het pensioenfonds valt, noch is betwist dat toegezonden facturen met betrekking tot premies onbetaald zijn gelaten. Daarnaast is de steunvordering niet betwist. Pluraliteit van schuldeisers staat vast. De rechtbank spreekt het faillissement uit. 03-05-2024
- Rechtbank Limburg Geschil over de vraag of de werkgeverspremie voor pensioen behoort tot de vergoeding die betaald moet worden wegens niet opgenomen vakantie. De rechtbank oordeelt dat dit loonelement geen onderdeel uitmaakt van het vakantieloon. Dit is een bestanddeel van het inkomen dat de werknemer nimmer zelf in handen krijgt, het wordt rechtstreeks uitbetaald aan de pensioenuitvoerder. Zou de werkgeversbijdrage in de pensioenpremie wel betrokken worden bij de becijfering van de waarde van een niet opgenomen vakantie-uur, dan wordt het lonend voor een werknemer om vakantie-uren niet op te nemen. Een andere beslissing zou volgens de rechtbank een niet bedoelde prikkel geven om geen vakantie op te nemen. 25-04-2024
- Rechtbank Limburg Geschil tussen werkgever en werkneemster na ontslag. De rechtbank oordeelt dat werkneemster geen recht heeft op een aanvullende transitievergoeding, billijke vergoeding of een vergoeding op basis van de activeringsregeling. De vergoeding voor de ten onrechte vervallen vakantie-uren wordt op basis van het Max Planck-arrest toegewezen. Het werkgeversdeel van de pensioenpremie valt daar niet onder. 22-04-2024
Centrale Raad van Beroep
Antillen
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Appellante vordert uitkering ineens van het tegoed dat zij bij haar werkgever in het kader van een spaarregeling heeft opgebouwd. De spaarregeling is door een uitvoeringsovereenkomst met werkgever overgenomen door Ennia. Ennia weigert op grond van het pensioenreglement uitkering ineens van het opgebouwde tegoed. Het gemeenschappelijk hof oordeelt dat het saldo wordt aangewend voor de inkoop van pensioen en niet ter vrije beschikking is van de ex-werkneemster. 23-04-2024
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao Eiser vordert samengevat dat het gerecht voor recht verklaart dat Korpodeko onrechtmatig heeft gehandeld door zijn pensioenregeling niet als een eindloonregeling te beschouwen en na te laten de pensioenpremies aan Ennia te betalen. Gedaagden voeren aan dat het gerecht bij vonnis van 7 maart 2022 al een beslissing heeft genomen over hetzelfde geschilpunt, waarbij het gerecht heeft geoordeeld dat er geen sprake is van door Korpodeko gewekt gerechtvaardigd vertrouwen dat er ter zake het pensioen van [eiser 1] een eindloonregeling is overeengekomen. Met Korpodeko is het gerecht van oordeel dat het door [eiser 1] in deze procedure baseren van zijn vordering op onrechtmatig handelen (volgens hem het gerechtvaardigd vertrouwen dat Korpodeko heeft gewekt) in plaats van een wanprestatie (nakoming van de arbeidsovereenkomst), niet maakt dat hiermee sprake is van een nieuw geschilpunt op basis van een andere feitelijke grondslag. Het beroep op gezag van gewijsde slaagt. 22-01-2024