Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 7, editie 11. Daarin vindt u een overzicht van negentien in november 2024 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Werkgever die commercieel werk binnenhaalt voor bouw valt onder werkingssfeer bouw (PR 2024-0250)
Dit jaar zijn er al meerdere zaken geweest over de werkingssfeerbepaling van de bouwsector. De Hoge Raad oordeelde eerder kort gezegd dat het Hof Amsterdam niet mocht oordelen dat een onduidelijke werkingssfeerbepaling betekende dat een werkgever niet onder de werkingssfeer viel (ECLI:NL:HR:2024:1102, PR 2024-0166). Die zaak is terugverwezen naar het Hof Den Haag en wordt nog voortgezet.
Deze zaak over dezelfde werkingssfeerbepaling bij het Hof Amsterdam maakt duidelijk dat een werkgever die commercieel werk binnenhaalt voor de bouw onder de werkingssfeerbepaling valt. Het hof oordeelt namelijk dat het commercieel binnenhalen van werk dat door een bouwbedrijf gaat worden uitgevoerd valt onder dienstverlening aan derden op het gebied van het uitvoeren van bouwwerken c.q. bouwactiviteiten. Degene die diensten verleent, hoeft zelf geen bouwwerken c.q. bouwactiviteiten uit te voeren, omdat dienstverlening als zelfstandige activiteit is benoemd naast de productie aan derden op het gebied van het uitvoeren van bouwwerken c.q. bouwactiviteiten (ECLI:NL:GHAMS:2024:2876).
Als gezegd is het laatste woord over deze werkingssfeerbepaling nog niet gezegd.
GIP laat deskundige oordelen over kwalificatie beroepsziekte bij pensioenreglement ABP (PR 2024-0266)
2024 is het eerste jaar van de Geschilleninstantie pensioenfondsen (GIP). Die heeft eveneens de bevoegdheid om een deskundige te benoemen. Dat gebeurde in een tussenuitspraak van een deelnemer met een oogaandoening die in aanmerking wilde komen voor (hogere) premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid bij het ABP. Hij stelde dat de oogaandoening een beroepsziekte was. Volgens het ABP was dat niet het geval. De Geschilleninstantie definieert een beroepsziekte als een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden, en raadpleegt een deskundige om te onderzoeken in hoeverre de ziekte van verzoeker zijn oorzaak vindt in arbeid (GIP 2024-0322).
Accountant aansprakelijk voor onjuiste berekening fiscale gevolgen ontbinding pensioen-bv (PR 2024-0252)
Deze zaak gaat over een berekening van de fiscale gevolgen van de ontbinding van een vennootschap met een pensioen- en stamrechtverplichting. Een accountant had die berekening op verzoek van de directeur van de vennootschap gemaakt. Na ontbinding bleek dat de fiscale lasten die het gevolg waren van de ontbinding van de vennootschap veel groter waren dan berekend. Dat kwam vooral omdat de berekening was gebaseerd op de fiscale waarde van de pensioen- en stamrechtaanspraken in plaats van op de economische waarde. De rechtbank wees de gevorderde schadevergoeding toe tot een bedrag van € 124.280,10, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 10 mei 2023 en te verminderen met € 6.300 vanaf de datum van dit vonnis. De rechtbank oordeelde dat de accountant onrechtmatig had gehandeld door niet te handelen zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in gelijke omstandigheden mocht worden verwacht (ECLI:NL:RBROT:2024:11242).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar juridisch@boom.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
e-mail: mark@heldlaw.nl / mark.heemskerk@ru.nl
Hof van Justitie van de Europese Unie
Hof
Rechtbank
- Rechtbank Noord-Nederland Kern van de zaak is de vraag of Oak Pensioen (rechtsopvolger van Bedrijfstakpensioenfonds Meubel) aan eiser pensioen moet uitkeren vanaf 2010. Partijen twisten over de vraag of aan de werkgever van eiser in het verleden vrijstelling is verleend voor deelneming in de verplichte pensioenregeling. De rechter oordeelt dat het pensioenfonds de vrijstelling niet kan aantonen. Het pensioenfonds wordt veroordeeld met terugwerkende kracht pensioen te betalen aan eiser. 19-11-2024
- Rechtbank Rotterdam Deze zaak gaat over een berekening van de fiscale gevolgen van de ontbinding van een vennootschap met een pensioen- en stamrechtverplichting die gedaagde op verzoek van de directeur van de vennootschap heeft gemaakt. Na ontbinding bleek dat de fiscale lasten die het gevolg waren van de ontbinding van de vennootschap veel groter waren dan gedaagde had berekend. Dat kwam vooral omdat gedaagde haar berekening had gebaseerd op de fiscale waarde van de pensioen- en stamrechtaanspraken in plaats van op de economische waarde. De rechtbank wijst de gevorderde schadevergoeding toe tot het bedrag van € 124.280,10, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 10 mei 2023 en te verminderen met € 6.300 vanaf de datum van dit vonnis. Zij oordeelt namelijk dat gedaagde tegenover eiseres onrechtmatig heeft gehandeld door niet te handelen zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in gelijke omstandigheden mocht worden verwacht. 13-11-2024
- Rechtbank Amsterdam Geschil tussen werknemer en werkgever over onder meer beëindiging arbeidsrelatie en vaststelling van de urenomvang na kwalificatie arbeidsovereenkomst. De kantonrechter veroordeelt werkgever tot betaling van transitie- en billijke vergoeding, achterstallig salaris, afdracht sociale premies en pensioenpremie over de gehele looptijd van de arbeidsovereenkomst. 07-11-2024
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant Volgens de arbeidsovereenkomst bedroeg de werkweek 32 uur. Werknemer stelt dat hij steeds volledige weken van 37,5 uur (als in de cao) werkte. Het loon werd deels per bank en deels contant uitbetaald. Nadat werknemer als gevolg van een ongeval op het werk arbeidsongeschikt raakte, bood werkgever aan om ter aanvulling van het loon bij ziekte, wekelijks een bedrag in contanten te betalen. Op basis van in het geding gebrachte gespreksverslagen concludeert de kantonrechter dat sprake is van een fulltime dienstverband. Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon. Verder wordt niet aannemelijk geoordeeld dat werknemer ermee heeft ingestemd dat hij tijdelijk werkzaam zou zijn in dienst van het bedrijf van de zoon van werkgever. Werkgever heeft werknemer ‘uitgeleend’ aan het bedrijf van zijn zoon teneinde te voorkomen dat door conversie ex artikel 7:668a lid 1 BW een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou ontstaan. Werkgever dient over de periode waarin werknemer was ‘uitgeleend’ de salarisspecificaties en jaaropgave te verstrekken, alsook werknemer aan te melden bij het bedrijfstakpensioenfonds en de nog onbetaalde vakantiebijslag te voldoen. Werknemer vordert tevens een verklaring voor recht, inhoudende dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De kantonrechter oordeelt dat werknemer daar nog steeds belang bij heeft, Hoewel werkgever inmiddels erkent dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur is. 06-11-2024
- Rechtbank Den Haag Pensioenfonds stelt vorderingsrecht te hebben om namens werknemers na faillissement werkgever premieovername te vorderen van UWV. De rechtbank oordeelt dat het pensioenfonds geen belanghebbende is in de zin van de Awb omdat het geen eigen en rechtstreeks belang heeft bij (een aanvraag) om een uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW. Het pensioenfonds heeft geen eigen vorderingsrecht om de premiebetalingsachterstand van de failliete werkgever over te nemen. Het pensioenfonds is slechts als derde betrokken bij de dienstbetrekking tussen werknemer en werkgever. De WW biedt geen aanknopingspunten om de positie van het pensioenfonds gelijk te stellen aan de positie van de werknemer bij een uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW. 05-11-2024
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant Ambulancechauffeur op staande voet ontslagen wegens schenden re-integratieverplichtingen en ongeoorloofde nevenwerkzaamheden. Werknemer vraagt transitie-, gefixeerde, schade- en billijke vergoeding. De kantonrechter oordeelt dat er geen dringende reden is voor ontslag op staande voet. Het ontbindingsverzoek wordt toegewezen omdat de re-integratieproblemen mede zijn veroorzaakt door werkgever, met toekenning van ontslagvergoedingen. 05-11-2024
- Rechtbank Midden-Nederland Procedure van gepensioneerde werknemer tegen (rechtsopvolger van) werkgever. Werknemer had recht op voorwaardelijke indexatie van pensioen. Dit recht is komen te vervallen door afkoop van de winstdeling door werkgever. Werknemer vordert herstel van het ‘indexatieperspectief’, dan wel schadeloosstelling. De vordering wordt afgewezen. Werkgever heeft niet in strijd gehandeld met de redelijkheid en billijkheid en/of goed werkgeverschap. 30-10-2024
- Rechtbank Rotterdam Werkgever vervangt werknemer zonder deugdelijk verbetertraject. Werkgeversverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op d-, g- en i-grond wordt afgewezen. Het tegenverzoek van werknemer wordt toegewezen, met toekenning billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen (inclusief pensioenschade), transitievergoeding en vergoeding voor juridische kosten. 25-10-2024
- Rechtbank Gelderland Geschil tussen werkgever en werknemer over nabetaling loon en nevenvorderingen aan werknemer op grond van de cao en veroordeling van werkgever tot afdracht pensioenpremie. De kantonrechter veroordeelt werkgever tot nabetaling en afdracht pensioenpremie. Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding en schade aan de bedrijfsauto die hij zonder toestemming heeft gebruikt. 23-10-2024
- Rechtbank Midden-Nederland Geschil over de vraag of een werkgever die taalonderwijs aanbiedt (NT1 en NT 2) onder de werkingssfeer valt van het bedrijfstakpensioenfonds voor Zorg en Welzijn. De rechtbank legt het begrip ‘werkgever in het welzijnswerk en de maatschappelijke dienstverlening’ uit in de zin van het Verplichtstellingsbesluit tot deelneming in PFZW. Zij concludeert dat de activiteiten van eiseres, die NT1- en NT2-taalonderwijs aanbiedt, onder de werkingssfeer van het Verplichtstellingsbesluit vallen. De kantonrechter oordeelt dat Gilde een werkgever is in het welzijnswerk en de maatschappelijke dienstverlening in de zin van het Verplichtstellingsbesluit. Gilde verleent namelijk maatschappelijke hulp of zorg zoals gedefinieerd in het Verplichtstellingsbesluit. 23-10-2024
- Rechtbank Noord-Nederland Geschil tussen werknemer en werkgever over beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst omdat werkgeefster zich niet als goed werkgever heeft gedragen. Werkgeefster had hoor en wederhoor moeten toepassen en werkneemster een verbeterkans of herplaatsing moeten bieden in plaats van de arbeidsrelatie direct te beëindigen. Tevens heeft werkgeefster verzuimd een volledig beeld te geven van de zaak, hetgeen in strijd is met de waarheidsplicht van artikel 21 Rv. Werkgeefster wordt veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding en een billijke vergoeding, inclusief pensioenschade. 23-10-2024
- Rechtbank Rotterdam Pensioengerechtigde werknemer is bij ADM in dienst geweest en nam deel aan de pensioenregeling van ADM die tot 1 januari 2013 was ondergebracht bij Zwitserleven. Sinds 1 april 2019 ontvangt werknemer een pensioenuitkering van Zwitserleven. Hij eist dat ADM een indexatie op basis van de prijsindex faciliteert en financiert, althans de voorwaardelijke indexatie afspraak nakomt, faciliteert en financiert. De kantonrechter wijst de vorderingen af. De vordering van werknemer om voor recht te verklaren dat ADM gehouden is een indexatie gelijk aan de prijsindex te faciliteren en te financieren, kan niet worden toegewezen. Toewijzing van die vordering zou er namelijk toe leiden dat werknemer een onvoorwaardelijke indexatie krijgt. Daar heeft hij geen recht op. 18-10-2024
- Rechtbank Den Haag Eisers stellen dat het vermogen van € 2,5 miljard dat ten tijde van de fusie van Optas met Aegon op de balans van Optas stond, is gevormd door het beleggen van de premies die zij en hun werkgevers hebben betaald aan Optas of aan een van haar rechtsvoorgangers. Zij stellen dat zij recht hebben op dit vermogen. Zij menen dat hun recht op dit vermogen zich vertaalt in een afdwingbaar recht op indexering van hun pensioenen op basis van de consumentenprijsindex in de periode vanaf 1998, althans vanaf 2006 tot heden, althans voor zover hun pensioenen in deze periode niet zijn geïndexeerd volgens deze maatstaf. De rechtbank wijst hun vorderingen af. Er is geen recht op onvoorwaardelijke indexatie. Evenmin is er strijd met eigendomsrecht of schending zorgplicht die leidt tot indexatieplicht. 02-10-2024
Uitspraken zonder ECLI
- Geschilleninstantie pensioenfondsen Verzoeker heeft zijn hele werkzame leven pensioen opgebouwd bij ABP. In 2023 gaat hij met pensioen. Volgens verzoeker berekent ABP zijn pensioen niet goed en moet zijn pensioen hoger worden vastgesteld. Hij vindt dat er een te hoge franchise is gebruikt en dat niet alle jaren waarin hij pensioen heeft opgebouwd zijn meegenomen. Ook vindt hij dat er ten onrechte een korting is doorgevoerd bij zijn pensionering omdat de pensioenleeftijd niet correct wordt toegepast. ABP is het daar niet mee eens en voert aan dat het pensioen correct is berekend, volgens het pensioenreglement. De commissie stelt ABP in het gelijk. 2024-11-29
- Geschilleninstantie pensioenfondsen Verzoeker wil dat ABP hem verhoogde premievrije pensioenopbouw toekent met ingang van 3 oktober 2016 wegens arbeidsongeschiktheid als gevolg van een beroepsziekte. Hij vraagt GIP te beslissen dat ABP daartoe verplicht is. Vanaf 2012 heeft verzoeker last van de oogaandoening ‘serosa’: een sterk stressgerelateerde ziekte. Daarom wisselt hij in 2013 van werkgever. De serosa verdwijnt niet. Hij gaat daarom na overleg met behandelend oogartsen minder werken. Omdat dit niet het gewenste effect heeft, besluit verzoeker in 2016 te stoppen met werken. Hij vraagt een IVA-uitkering aan. Die wordt toegekend. Bij ABP dient hij in 2022 een verzoek in tot verhoging van zijn premievrije pensioenopbouw op grond van arbeidsongeschiktheid als gevolg van een beroepsziekte. ABP wijst dit verzoek af. De geschillencommissie definieert een beroepsziekte als een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden, en raadpleegt een deskundige om te onderzoeken in hoeverre de ziekte van verzoeker zijn oorzaak vindt in arbeid. 2024-11-18
- Geschillencommissie Financiële Dienstverlening De pensioenuitvoerder is door de onduidelijke vraagstelling bij de aanvraag van de offerte toerekenbaar tekortgeschoten, aangezien de informatie die een pensioenuitvoerder verstrekt correct, duidelijk en evenwichtig moet zijn en bevordert dat de deelnemer inzicht heeft in zijn keuzes voor het pensioen. Dat de consument de vraag anders heeft begrepen dan door de pensioenuitvoerder bedoeld komt hiermee voor risico van de pensioenuitvoerder. Uitgaande van de hoogte van de maandelijkse uitkering per 1 september 2023 schat de commissie de schade op € 1.500. De commissie ziet geen aanleiding voor schadeverdeling wegens eigen schuld van de consument. De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen. 2024-11-06
- Geschillencommissie Financiële Dienstverlening De consument meent dat hij in verband met zijn WIA-uitkering in aanmerking komt voor vrijstelling van premiebetaling bij arbeidsongeschiktheid. De pensioenuitvoerder heeft de claim afgewezen omdat deze risicodekking geen onderdeel uitmaakt van de collectieve pensioenregeling. De commissie heeft op basis van de beschikbare informatie en documentatie geen reden om aan te nemen dat de pensioenuitvoerder op onjuiste gronden de claim van de consument heeft afgewezen. 2024-10-24