Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 7, editie 10. Daarin vindt u een overzicht van 22 in oktober 2024 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Werknemers die pas na uitkomst procedure collega’s protesteren tegen pensioenwijziging werkgever hebben recht verwerkt, PR 2024-0229, PR 2024-0230 en PR 2024-0231
De Hoge Raad oordeelde over drie gelijksoortige zaken over de pensioenwijziging van werknemerspremies bij Fair Play van 2014. In het eerste Fair Play-arrest van de Hoge Raad hadden vijf werknemers met succes geprotesteerd tegen die wijziging (ECLI:NL:HR:2019:1864 en ECLI:NL:HR:2020:72). Na de uitspraak van het Hof Den Bosch uit 2018 in die zaak hadden veel collega’s zich eveneens bij de werkgever gemeld. Volgens de Hofuitspraak uit 2023 hadden die collega’s hun recht verwerkt. De A-G concludeerde dat het hof voldoende had gemotiveerd dat niet louter sprake was van stilzitten maar dat van werknemers verwacht mocht worden dat zij kenbaar hadden gemaakt aan de werkgever dat een gunstige uitkomst in die procedure ook voor hen zou gelden. Van ongelijke behandeling tussen de procederende en niet procederende werknemers was geen sprake aangezien geen sprake was van gelijke gevallen. De Hoge Raad doet de zaken af op grond van artikel 81 RO (ECLI:NL:HR:2024:1488, ECLI:NL:HR:2024:1489 en ECLI:NL:HR:2024:1490).
Verschillende uitstelmogelijkheden pensioen voor federale en deelstaatrechters is beroepsonderscheid en valt buiten reikwijdte Gelijkbehandelingsrichtlijn, PR 2024-0227
Het HvJ EU oordeelde over de vraag of een (Duitse) nationale regeling volgens welke federale rechters hun pensionering niet konden uitstellen terwijl federale ambtenaren en rechters van deelstaten dit wel kunnen, tot leeftijdsonderscheid leidde zoals bedoeld in de Gelijkebehandelingsrichtlijn 2000/78/EG.
Het verschil in pensioenleeftijd en uitstelmogelijkheden tussen federale rechters en federale ambtenaren en rechters van deelstaten is niet gebaseerd op leeftijd maar op beroepscategorie. Daarmee valt het onderscheid niet onder de reikwijdte van Richtlijn 2000/78/EG, aldus het HvJ EU (ECLI:EU:C:2024:889).
Tussenpersoon aansprakelijk voor niet tijdig sluiten Anw-hiaatverzekering, PR 2024-0244
Een tussenpersoon had de opdracht gekregen van een werkgever om voor zijn werknemers een Anw-hiaatverzekering te sluiten. Dat was vijf maanden later nog niet gebeurd. In de tussentijd bleek een werknemer terminaal ziek. De werkgever had aan de werknemer het Anw-hiaatpensioen toegezegd. De rechtbank oordeelde dat de tussenpersoon zijn zorgplicht had geschonden door de verzekering niet tijdig te sluiten. Er was causaal verband tussen de wanprestatie en het moeten compenseren door de werkgever. De schadevergoeding moet bij staat worden opgemaakt (ECLI:NL:RBDHA:2024:15767).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar juridisch@boom.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
e-mail: mark@heldlaw.nl / mark.heemskerk@ru.nl
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Hof van Justitie van de Europese Unie Geschil over de vraag of een nationale regeling volgens welke federale rechters hun pensionering niet kunnen uitstellen, terwijl federale ambtenaren en rechters van de deelstaten dit wel kunnen, tot leeftijdsonderscheid leidt zoals bedoeld in de Gelijkebehandelingsrichtlijn 2000/78/EG. Het verschil in pensioenleeftijd en uitstelmogelijkheden tussen federale rechters en rechters van deelstaten is niet gebaseerd op leeftijd maar op beroepscategorie. Daarmee valt het onderscheid niet onder de reikwijdte van Richtlijn 2000/78/EG, aldus het HvJ EU. 17-10-2024
- Hof van Justitie van de Europese Unie Verzoekster heeft gesolliciteerd naar het ambt van advocaat-notaris in het rechtsgebied van het Amtsgericht (rechter in eerste aanleg, Duitsland) waar zij al meer dan drie jaar werkzaam is als advocaat. Haar sollicitatie is afgewezen omdat zij op de uiterste datum voor de indiening van een sollicitatie ouder was dan 60 jaar. HvJ EU wordt verzocht te beoordelen of een nationale regeling die voorziet in een maximumleeftijd van 60 jaar voor de eerste benoeming tot advocaat-notaris verboden leeftijdsonderscheid is. Het HvJ EU wijst erop dat de aangevoerde redenen legitieme doelstellingen zijn die passend en noodzakelijk lijken, al moet dat worden geverifieerd door de nationale rechter. 17-10-2024
Hoge Raad
- Hoge Raad Geschil over de wijziging van de werknemerspremies van werknemers bij Fair Play. Nadat FairPlay in 2014 de pensioenovereenkomst had gewijzigd is een vijftal werknemers een procedure gestart stellende dat sprake is van een niet rechtsgeldige eenzijdige wijziging. In 2018 wees het Hof Den Bosch de vorderingen van deze werknemers toe. Dat is door de Hoge Raad in stand gelaten. Na de uitspraak van het Hof Den Bosch had zich een groot aantal andere werknemers gemeld met het verzoek ook voor hen de regeling terug te draaien. Volgens het hof hebben deze werknemers hun recht verwerkt. Volgens de A-G heeft het hof voldoende gemotiveerd dat niet louter sprake is van ‘stilzitten’, dat van werknemers verwacht mocht worden dat zij kenbaar hadden gemaakt aan de werkgever dat een gunstige uitkomst in die procedure ook voor hen zou gelden en dat van ongelijke behandeling tussen de groep procederende en niet-procederende werknemers geen sprake was, nu deze groepen niet gelijk zijn. De Hoge Raad doet de zaak af op grond van artikel 81 RO. 18-10-2024
- Hoge Raad Geschil over de wijziging van de werknemerspremies van werknemers bij Fair Play. Nadat FairPlay in 2014 de pensioenovereenkomst had gewijzigd is een vijftal werknemers een procedure gestart stellende dat sprake is van een niet rechtsgeldige eenzijdige wijziging. In 2018 wees het Hof Den Bosch de vorderingen van deze werknemers toe. Dat is door de Hoge Raad in stand gelaten. Na de uitspraak van het Hof Den Bosch had zich een groot aantal andere werknemers gemeld met het verzoek ook voor hen de regeling terug te draaien. Volgens het hof hebben deze werknemers hun recht verwerkt. Volgens de A-G heeft het hof voldoende gemotiveerd dat niet louter sprake is van ‘stilzitten’, dat van werknemers verwacht mocht worden dat zij kenbaar hadden gemaakt aan de werkgever dat een gunstige uitkomst in die procedure ook voor hen zou gelden en dat van ongelijke behandeling tussen de groep procederende en niet-procederende werknemers geen sprake was, nu deze groepen niet gelijk zijn. De Hoge Raad doet de zaak af op grond van artikel 81 RO. 18-10-2024
- Hoge Raad Geschil over de wijziging van de werknemerspremies van werknemers bij Fair Play. Nadat Fair Play in 2014 de pensioenovereenkomst had gewijzigd is een vijftal werknemers een procedure gestart stellende dat sprake is van een niet rechtsgeldige eenzijdige wijziging. In 2018 wees het Hof Den Bosch de vorderingen van deze werknemers toe. Dat is door de Hoge Raad in stand gelaten. Na de uitspraak van het Hof Den Bosch had zich een groot aantal andere werknemers gemeld met het verzoek ook voor hen de regeling terug te draaien. Volgens het hof hebben deze werknemers hun recht verwerkt. Volgens de A-G heeft het hof voldoende gemotiveerd dat niet louter sprake is van ‘stilzitten’, dat van werknemers verwacht mocht worden dat zij kenbaar hadden gemaakt aan de werkgever dat een gunstige uitkomst in die procedure ook voor hen zou gelden en dat van ongelijke behandeling tussen de groep procederende en niet-procederende werknemers geen sprake was, nu deze groepen niet gelijk zijn. De Hoge Raad doet de zaak af op grond van artikel 81 RO. 18-10-2024
Hof
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Ontslagzaak. Na verwijzing door Hoge Raad volgt een tussenbeschikking van 9 november 2023 met de strekking dat de arbeidsovereenkomst ten onrechte is ontbonden. Partijen hebben zich nader uitgelaten over de hoogte van de billijke vergoeding ex artikel 7:683 lid 3 BW. Het hof gaat in op de mate van ernstige verwijtbaarheid en de waarde van de arbeidsovereenkomst. Het acht een billijke vergoeding van € 100.000 bruto passend, met inbegrip van inkomens- en pensioenschade. 24-10-2024
- Gerechtshof Amsterdam Geschil over pensioenverevening van ex-echtgenoten. Man heeft naast Nederlandse ook Maleisische nationaliteit, vrouw is Maleisisch. Na echtscheiding heeft Maleisische rechter uitspraak gedaan. De Maleisische rechter heeft geoordeeld dat er niet hoeft te worden verevend wegens kort gezegd afspraken dat over en weer niets meer van elkaar gevorderd zou worden. De zaak gaat over de vraag of de Maleisische rechter bevoegd was en of ondanks Maleisisch vonnis pensioenverevening moet plaatsvinden. Het hof oordeelt dat de Maleisische rechter bevoegd was en tot het oordeel mocht komen. Erkenning van de uitspraak van de Maleisische rechter leidt niet tot een gevolg dat naar Nederlandse opvattingen niet kan worden geduld. Dat een Nederlandse rechter wellicht tot een ander oordeel zou komen, omdat niet is voldaan aan de voorwaarde dat expliciet afstand is gedaan van het recht op pensioenverevening, doet hieraan niet af. 24-09-2024
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Appellant (werknemer) is van 1 juli 2005 tot en met 31 december 2020 in dienst geweest van geïntimeerde (werkgeefstert). Zij had voor haar werknemers een pensioenregeling. Appellant is vanaf 1 juli 2019 gaan deelnemen aan de pensioenregeling. Aangezien hij al arbeidsongeschikt was toen hij ging deelnemen, heeft appellant geen recht op premievrije voortzetting van de pensioenopbouw. Volgens appellant is al eerder dan per 1 juli 2019 en voorafgaand aan zijn arbeidsongeschiktheid een pensioenovereenkomst met geïntimeerde tot stand gekomen en /of moet de pensioenovereenkomst geacht worden met terugwerkende kracht te zijn gesloten. Het hof oordeelt dat geen sprake is van ongelijke behandeling. Het hof oordeelt dat het niet voldoen aan de in artikel 7:655 lid 1 BW gestelde eisen (tijdig en schriftelijk informeren), niet leidt tot een onherroepelijk aanbod, maar tot schadeplichtigheid. Verder is het hof wat betreft de periode voorafgaand aan 1 juli 2019 van oordeel dat geïntimeerde niet fictief, maar daadwerkelijk een aanbod heeft gedaan, maar dat appellant het aanbod heeft verworpen, en/of het aanbod (meermaals) niet binnen een redelijke termijn heeft aanvaard, waardoor het aanbod is vervallen (art. 6:221 BW). Het hof is verder van oordeel dat appellant er niet van uit kon gaan dat de op 1 juli 2019 tot stand gekomen pensioenovereenkomst terugwerkende kracht had of zou moeten hebben gehad. 17-09-2024
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Geschil over de vraag of ABP op grond van overgangsrecht nog een voor bezwaar vatbare beslissing moet nemen over een aanvraag voor een herplaatsingstoelage van ambtenaar bij de gemeente. ABP voerde destijds als openbaar lichaam de Algemeen burgerlijke pensioenwet uit. Volgens geïntimeerde heeft hij in 1991, vóór de privatisering van ABP, een herplaatsingstoelage aangevraagd. Volgens geïntimeerde blijkt dat uit een brief die ABP op 18 november 1991 aan hem heeft gestuurd. In die brief van 18 november 1991 wordt gereageerd op een brief van 11 oktober 1991 van geïntimeerde aan ABP, waarmee volgens geïntimeerde een herplaatsingstoelage door hem is aangevraagd. Deze brief van geïntimeerde van 11 oktober 1991 is niet meer beschikbaar. Het gaat er dus om of uit de reactie van ABP op de brief van geïntimeerde kan worden afgeleid of geïntimeerde met zijn brief van 11 oktober 1991 een herplaatsingstoelage heeft aangevraagd. Het hof is van oordeel dat geïntimeerde te weinig heeft aangevoerd om dat uit die brief van ABP te kunnen afleiden. 17-09-2024
- Gerechtshof Amsterdam De Stichting Pensioenfonds UWV heeft bij besluiten van 9 december 2021 besloten om aspirant-bestuurslid wegens onvoldoende geschiktheid niet te benoemen en aspirant-bestuurslidmaatschap met onmiddellijke ingang te beëindigen. Daarop spant hij een procedure aan, stellend dat die besluiten (ver)nietig(baar) zijn en dat hij recht is blijven houden op de vergoeding voor aspirant-bestuursleden. Na zijn overlijden zetten zijn erfgenamen de procedure voort. Het hof oordeelt dat de erven geen belang hebben bij hun vorderingen. Het enkele feit dat de aspirant-bestuurder door de Stichting niet (voldoende) geschikt werd geoordeeld voor lidmaatschap van haar bestuur, levert op zichzelf geen aantasting op van zijn reputatie. Volgens het beloningsbeleid had de aspirant-bestuurder geen vacatiegeld ontvangen bij vernietiging van het besluit. 03-09-2024
- Gerechtshof Den Haag Werknemer heeft na ontslag aanspraak op een billijke vergoeding omdat werkgever jegens hem ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door op diverse onvoldragen gronden ‘disfunctioneren’ en ‘reorganisatie’ beëindiging van de arbeidsovereenkomst na te streven. De door de werknemer (technisch directeur) tijdens de periode van ziekte en op non-actiefstelling opgenomen vakantiedagen mogen niet ten laste van zijn vakantiesaldo worden gebracht. Werkgever wordt veroordeeld tot het betalen van een billijke vergoeding ter hoogte van € 400.000 bruto aan werknemer. Werkgever heeft aangestuurd op het vertrek van werknemer zonder rechtsgeldige reden. 13-08-2024
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Geschil na echtscheiding over de verdeling van de huwelijksgemeenschap. Het hof oordeelt over de verdeling van onder meer de woning en appartementen in het buitenland. Dat partijen al lange tijd voor de scheiding niet meer samenleefden, maakt niet dat de WVPS niet van toepassing is. Er dient te worden verevend. 30-11-2023
Rechtbank
- Rechtbank Amsterdam Deze zaak gaat om de vraag of bedrijfstakpensioenfonds Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf na faillissement van een werkgever bij het UWV voor de werknemers premieovername kan vorderen. De rechtbank oordeelt dat het pensioenfonds geen eigen vorderingsrecht heeft op het UWV op grond van artikelen uit de WW. Het pensioenfonds is geen belanghebbende in verband met een verzoek tot overname van pensioenpremies voor werknemers van een failliete werkgever. Er is geen sprake van zaakwaarneming op grond van het BW. 17-10-2024
- Rechtbank Midden-Nederland Eisers vorderen dat de uitvoerder van hun pensioenregeling hun pensioenen indexeert. Dit is al sinds 2011 niet meer gebeurd. De vordering wordt afgewezen. Het recht op indexatie is een voorwaardelijk recht dat afhankelijk is van de beschikbare middelen. Deze middelen zijn er niet. De pensioenuitvoerder is niet verplicht om vanuit zijn eigen vermogen geld bij te storten om indexatie mogelijk te maken. 09-10-2024
- Rechtbank Limburg Deze echtscheidingszaak gaat onder meer over de verdeling van de gemeenschap. Aangezien partijen langdurig in België hebben gewoond en daarna langdurig in Nederland is deels Belgisch recht van toepassing en deels Nederlands recht. De rechtbank verdeelt de gemeenschap. De gevorderde verklaring voor recht dat partijen toepasselijkheid van de WVPS hebben uitgesloten, wordt afgewezen. Hoewel de vrouw overeenstemming daarover in een e-mail niet betwist, beschikt de rechtbank niet over die e-mail, zodat onduidelijk is of er schriftelijke overeenstemming is. 07-10-2024
- Rechtbank Rotterdam Geschil over de vraag of een werkgever die zich bezighoudt met het afleveren van proviand en accijnsgoederen aan (zee)schepen valt onder de werkingssfeer van het verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds Foodservice en groothandel in levensmiddelen. Aan de hand van vier opeenvolgende verplichtstellingsbesluiten komt de kantonrechter tot het oordeel dat werkgever vanaf 26 maart 2015 onder de werkingssfeerbepaling van de verplichtstellingsbesluiten valt. Werkgever voldoet aan de afnemerseis omdat de schepen, kapiteins en rederijen waaraan hij levert de producten ter beschikking stellen aan de bemanning. De enkele omstandigheid dat werkgever geen voorraden aanhoudt, maakt niet dat hij geen groothandel kan zijn. 04-10-2024
- Rechtbank Den Haag Werknemer met Britse nationaliteit woont en werkt sinds 2019 in Nederland. Op 15 januari 2024 is werknemer in dienst getreden van Jalubro op grond van de ‘Conditional Offer of Employment’ van 10 januari 2024. Op 7 juni 2024 heeft Jalubro in een gesprek met werknemer aan hem meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. Jalubro heeft in een brief van 10 juni 2024 met onmiddellijke ingang de arbeidsovereenkomst beëindigd. De kantonrechter stelt vast dat bij bevoegd is en dat Nederlands recht van toepassing is. Naast de transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging is een billijke vergoeding verschuldigd, alsmede pensioenschade en gedeelte van de advocaatkosten. 02-10-2024
- Rechtbank Den Haag Assurantietussenpersoon WB heeft van Venéco opdracht gekregen om voor de werknemers van Venéco een Anw-hiaatverzekering af te sluiten. WB heeft na ontvangst van Venéco van alle verlangde informatie voor het afsluiten van de Anw-hiaatverzekering, zonder deugdelijke reden meer dan vijf maanden nagelaten Venéco voor deze verzekering aan te melden. Een werknemer van Venéco die in de tussentijd terminaal ziek bleek te zijn, kon niet meer onder de Anw-hiaatverzekering van Venéco worden verzekerd. Venéco heeft aan de werknemer en diens partner toegezegd om het Anw-hiaat te compenseren en wil de kosten daarvan op WB verhalen. De rechtbank oordeelt dat WB haar zorgplicht als assurantietussenpersoon heeft geschonden door de Anw-hiaatverzekering niet tijdig voor Venéco af te sluiten. De rechtbank oordeelt dat er causaal verband is tussen deze wanprestatie en het moeten compenseren door Venéco van het Anw-hiaat aan de nabestaanden van de Werknemer. WB wordt veroordeeld tot vergoeding van deze schade, op te maken bij staat. 02-10-2024
- Rechtbank Noord-Nederland Echtscheidingsgeschil. De rechtbank verdeelt de gemeenschap en diverse vermogensbestanddelen, waaronder de woning. De rechtbank veroordeelt de man om binnen vier weken na de datum van deze beschikking afstand te doen van het door de vrouw ten behoeve van de man opgebouwde partnerpensioen bij het pensioenfonds door ondertekening van de door de vrouw ingebrachte afstandsverklaring en de ondertekende verklaring onverwijld aan de vrouw beschikbaar te stellen. 31-07-2024
Uitspraken zonder ECLI
- Geschillencommissie Financiële Dienstverlening Consument klaagt bij KIFID dat de pensioenuitvoerder gehoor moet geven aan zijn verzoek tot waardeoverdracht dan wel dat de pensioenuitvoerder hem eerder op een eventuele mogelijkheid tot waardeoverdracht had moeten wijzen. Tevens vindt hij dat de pensioenuitvoerder hem in onvoldoende mate heeft gewezen op het verschuldigd zijn van AOW-premie over de pensioenuitkeringen die hij vóór zijn AOW-leeftijd ontvangt. Het verzoek tot waardeoverdracht van een reeds ingegaan pensioen heeft de pensioenuitvoerder mogen afwijzen. De Pensioenwet voorziet niet in deze mogelijkheid. De pensioenuitvoerder heeft geen informatieplicht geschonden door de consument niet voor ingangsdatum te wijzen op de eventuele waardeoverdracht van zijn pensioenaanspraken. Ten slotte heeft de pensioenuitvoerder de consument voldoende informatie verstrekt over het verschuldigd zijn van AOW-premie over de pensioenuitkering vóór de AOW-leeftijd. 2024-10-16
- Geschillencommissie Financiële Dienstverlening De commissie moet de vraag beantwoorden of de pensioenuitvoerder de op hem rustende zorgplicht heeft geschonden door niet te streven naar een zo hoog mogelijk pensioenkapitaal, althans ervoor te waken dat dit kapitaal zo veel mogelijk behouden blijft in de laatste jaren voorafgaand aan de pensionering van de consument. Daarnaast moet de commissie beoordelen of de pensioenuitvoerder onzorgvuldig heeft gehandeld bij de overdracht van het pensioenkapitaal aan de pensioenuitvoerder die voor de uitkering van het ouderdomspensioen zorgdraagt. De commissie heeft op basis van de beschikbare informatie en documentatie geen reden om aan te nemen dat de pensioenuitvoerder niet prudent heeft belegd of op andere wijze tekort is geschoten. 2024-10-08
- Geschillencommissie Financiële Dienstverlening Consument vordert indexatie door verzekeraar bij KIFID met toepassing indexatie van pensioenfonds metaalsector. De commissie ziet geen reden om aan te nemen dat de pensioenuitvoerder nalatig is geweest bij het doorvoeren van de indexatie van de aanspraken van de consument tijdens de opbouwfase van zijn pensioen met de loonstijging volgens de Cao Metaal. Ook na pensionering heeft de pensioenuitvoerder bij de toekenning van de indexatie de regeling van PMT gevolgd, met dien verstande dat de kortingen van 2013 en 2014 niet zijn gevolgd, waardoor de consument een voordeel heeft genoten. Naar het oordeel van de commissie is het gerechtvaardigd dat de indexaties in 2022 en 2023 vervolgens niet zijn doorgevoerd omdat het uitgangspunt is en blijft dat de aanspraken van de consument in lijn moet blijven met wat hij zou hebben ontvangen als hij deelnemer in de pensioenregeling van PMT was geweest. 2024-10-04