Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 6, editie 6. Daarin vindt u een overzicht van 35 in juni 2023 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Gekozen Luxemburgs pensioen vergelijken met niveau verplichtstelling (PR 2023-0108)
De Hoge Raad oordeelt dat een vergelijking van de kwaliteit van de gekozen Luxemburgse pensioenregeling ten opzichte van het niveau van de Nederlandse verplichtstelling bij VLEP nodig was. Bij grensoverschrijdende arbeid moet soms het gekozen toepasselijk recht wijken voor dwingendrechtelijke bescherming (art. 8 Rome I-verordening). De Hoge Raad voegt daaraan toe op grond van Europese rechtspraak dat daarbij wel het beschermingsniveau van de gekozen pensioenregeling moet worden betrokken (ECLI:NL:HR:2023:969). Het hof had dat niet gedaan zodat dit alsnog moet worden beoordeeld.
Uitleg werkingssfeer metaal waarbij werkgever niet onder metaal of bouw valt, is onaannemelijk bij doelstelling bestrijding van witte vlekken (PR 2023-0109)
De Hoge Raad moest na Vector, Adimec en Unis opnieuw oordelen over de werkingssfeer van de metaalsector. De werkgevers in het geschil hielden zich zowel bezig met werkzaamheden die onder de werkingssfeer van de Mt-bedrijfstakregelingen vallen (kort gezegd: werkzaamheden aan binnenriolering tot 0,5 meter buiten de perceelsgrens) als met werkzaamheden die niet onder de werkingssfeer van de Mt-bedrijfstakregelingen vallen, maar onder de bedrijfstakregelingen Bouwnijverheid (kort gezegd: werkzaamheden aan de openbare riolering). Het hof had aan de hand van deskundigenonderzoek geoordeeld dat de werkgevers niet onder de verplichtstelling vielen. De Hoge Raad vernietigt en verwijst terug. Daarbij is relevant dat de verplichtstelling beoogt witte vlekken te bestrijden. Een uitleg waarbij ondernemingen die werkzaamheden in de bouw- en metaalsector verrichten onder geen van beide verplichtstellingen vallen, ligt dan niet voor de hand. Bij deskundigenonderzoek waren loonstaten en arbeidsovereenkomsten beoordeeld maar was niet meegenomen welke werkzaamheden de werknemers verrichtten en of ze betrokken waren bij activiteiten (ECLI:NL:HR:2023:847).
Geen pensioenverweer onder curatele gestelde zonder toestemming curator (PR 2023-0107)
De Hoge Raad oordeelt over de vraag of een onder curatele gestelde in een echtscheidingsprocedure een pensioenverweer kan voeren zonder toestemming van de curator. De Hoge Raad overweegt dat iemand die wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand onder curatele is gesteld verweer kan voeren tegen een echtscheidingsverzoek indien hij in staat is zijn wil daarover te bepalen en de betekenis van het verzoek en het verweer kan begrijpen. Daarvoor heeft hij geen toestemming van zijn curator nodig. Dat geldt niet voor het voeren van pensioenverweer. Dat is een vermogensrechtelijk verweer (ECLI:NL:HR:2023:949).
Vrijstelling bestaande pensioenvoorziening voor bestaande én toekomstige werknemers (PR 2023-0124 en PR 2023-0123)
Deze maand waren er twee uitspraken waarin de rechtbank Rotterdam zich moest uitlaten over de reikwijdte van de vrijstelling wegens een bestaande pensioenvoorziening (art. 2 VBB). In beide gevallen ging het om een werkgever die na een wijziging van bedrijfsactiviteiten onder de werkingssfeer van Bpf Vervoer kwam te vallen. Er was een tijdige bestaande pensioenregeling. Bpf Vervoer stelde zich op het standpunt dat die vrijstelling was beperkt tot bestaande werknemers. De rechtbank Rotterdam oordeelt aan de hand van de wetsgeschiedenis en parlementaire stukken dat de vrijstelling zowel ziet op bestaande als op toekomstige werknemers (ECLI:NL:RBROT:2023:4573 en ECLI:NL:RBROT:2023:4574).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hoge Raad
- Hoge Raad Geschil over de vraag of een onder curatele gestelde in een echtscheidingsprocedure een pensioenverweer kan voeren zonder toestemming van de curator. De Hoge Raad overweegt dat iemand die wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand onder curatele is gesteld verweer kan voeren tegen een echtscheidingsverzoek indien hij in staat is zijn wil daarover te bepalen en de betekenis van het verzoek en het verweer kan begrijpen. Daarvoor heeft hij geen toestemming van zijn curator nodig. Dat geldt niet voor het voeren van pensioenverweer. Dat is een vermogensrechtelijk verweer. 23-06-2023
- Hoge Raad Presta is een in Luxemburg gevestigde onderneming die werknemers in de vleesbewerkende industrie tewerkstelt in diverse landen van de Europese Unie, waaronder Nederland. VLEP is een Nederlands bedrijfstakpensioenfonds. In geschil is of Presta onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit van VLEP valt. De kantonrechter en het hof hebben VLEP in het gelijk gesteld. Het hof heeft overwogen dat de werknemers niet de bescherming kunnen verliezen van het dwingende Nederlandse recht. De Hoge Raad oordeelt dat artikel 8 lid 1 Rome I-Verordening bepaalt dat een individuele arbeidsovereenkomst wordt beheerst door het recht dat de partijen hebben gekozen. Deze keuze mag er evenwel niet toe leiden dat de werknemer de bescherming verliest die hij geniet op grond van bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken bij gebreke van een rechtskeuze. Het hof heeft ten onrechte niet onderzocht of het beschermingsniveau waarin de (Nederlandse) regels voorzien hoger ligt dan dat van het door de partijen gekozen (Luxemburgse) recht. De rechter dient het beschermingsniveau van het gekozen recht (rechtskeuze) te vergelijken met het niveau van het toepasselijk objectief dwingend recht volgens Rome I-Verordening. 23-06-2023
- Hoge Raad Deze zaak gaat over de vraag of NS Reizigers B.V. (NSR) onregelmatigheidstoeslag (ORT) verschuldigd is over de bovenwettelijke vakantiedagen van haar werknemers. In 2016 is een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen NSR en de bij de cao betrokken vakbonden. Daarin is vastgelegd dat NSR enkel ORT verschuldigd is over de wettelijke vakantiedagen. De vaststellingsovereenkomst is vervolgens aangemeld als cao (de vso-cao). Werknemer vordert uitbetaling van ORT over de bovenwettelijke vakantiedagen. De kantonrechter heeft de vorderingen toegewezen. Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 september 2021 uitsluitend voor zover NSR daarin is veroordeeld tot afdracht c.q. nabetaling van de pensioenpremie over de Compensatie Onregelmatigheid van artikel 110 cao. 09-06-2023
- Hoge Raad Deze zaak gaat over de vraag of NS Reizigers B.V. (NSR) onregelmatigheidstoeslag (ORT) verschuldigd is over de bovenwettelijke vakantiedagen van haar werknemers. In 2016 is een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen NSR en de bij de cao betrokken vakbonden. Daarin is vastgelegd dat NSR enkel ORT verschuldigd is over de wettelijke vakantiedagen. De vaststellingsovereenkomst is vervolgens aangemeld als cao (de vso-cao). Werknemer vordert uitbetaling van ORT over de bovenwettelijke vakantiedagen. De kantonrechter heeft de vorderingen toegewezen. Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 september 2021 uitsluitend voor zover NSR daarin is veroordeeld tot afdracht c.q. nabetaling van de pensioenpremie over de Compensatie Onregelmatigheid van artikel 110 cao. 09-06-2023
- Hoge Raad Deze zaak gaat over de vraag of NS Reizigers B.V. (NSR) onregelmatigheidstoeslag (ORT) verschuldigd is over de bovenwettelijke vakantiedagen van haar werknemers. In 2016 is een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen NSR en de bij de cao betrokken vakbonden. Daarin is vastgelegd dat NSR enkel ORT verschuldigd is over de wettelijke vakantiedagen. De vaststellingsovereenkomst is vervolgens aangemeld als cao (de vso-cao). Werknemer vordert uitbetaling van ORT over de bovenwettelijke vakantiedagen. De kantonrechter heeft de vorderingen toegewezen. Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 september 2021 uitsluitend voor zover NSR daarin is veroordeeld tot afdracht c.q. nabetaling van de pensioenpremie over de Compensatie Onregelmatigheid van artikel 110 cao. 09-06-2023
- Hoge Raad Deze zaak gaat over de vraag of NS Reizigers B.V. (NSR) onregelmatigheidstoeslag (ORT) verschuldigd is over de bovenwettelijke vakantiedagen van haar werknemers. In 2016 is een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen NSR en de bij de cao betrokken vakbonden. Daarin is vastgelegd dat NSR enkel ORT verschuldigd is over de wettelijke vakantiedagen. De vaststellingsovereenkomst is vervolgens aangemeld als cao (de vso-cao). Werknemer vordert uitbetaling van ORT over de bovenwettelijke vakantiedagen. De kantonrechter heeft de vorderingen toegewezen. Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 september 2021 uitsluitend voor zover NSR daarin is veroordeeld tot afdracht c.q. nabetaling van de pensioenpremie over de Compensatie Onregelmatigheid van artikel 110 cao. 09-06-2023
- Hoge Raad Geschil over de vraag of werkgevers in de riooltechniek onder de werkingssfeer van de bedrijfstakregelingen Metaal en Techniek (‘Mt-bedrijfstakregelingen’) vallen. Die regelingen bestaan uit verplichtstelling en een aantal algemeen verbindend verklaarde cao’s. Werkgevers houden zich zowel bezig met werkzaamheden die onder de werkingssfeer van de Mt-bedrijfstakregelingen vallen (kort gezegd: werkzaamheden aan binnenriolering tot 0,5 meter buiten de perceelsgrens) als met werkzaamheden die niet onder de werkingssfeer van de Mt-bedrijfstakregelingen vallen, maar onder de bedrijfstakregelingen Bouwnijverheid (kort gezegd: werkzaamheden aan de openbare riolering). Het hof had geoordeeld aan de hand van deskundigenonderzoek dat werkgever niet onder de verplichtstelling viel. De Hoge Raad vernietigt en verwijst terug. Daarbij is relevant dat de verplichtstelling beoogt witte vlekken te bestrijden. Een uitleg waarbij ondernemingen die werkzaamheden in de bouw- en metaalsector verrichten onder geen van beide verplichtstellingen vallen, ligt dan niet voor de hand. Bij deskundigenonderzoek waren loonstaten en arbeidsovereenkomsten beoordeeld maar was niet meegenomen welke werkzaamheden de werknemers verrichten en of ze betrokken waren bij activiteiten. 02-06-2023
Hof
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Geschil over de omvang van de te betalen pensioenuitkeringen van man en vrouw aan elkaar. De rechtbank heeft de man veroordeeld tot betaling aan de vrouw van haar aandeel in de pensioenaanspraken van de man bij het ABP van een bedrag van € 6.194,72 bruto over de periode van 20 mei 2014 tot 1 juni 2016 en een bedrag van € 254,28 bruto per maand, te voldoen met ingang van 1 juni 2016 en met ingang van 2017 jaarlijks te indexeren. De rechtbank heeft de vrouw veroordeeld tot betaling aan de man van zijn aandeel in de pensioenaanspraken van de vrouw bij het Ahold Pensioenfonds van een bedrag van € 567,96 bruto per jaar, te voldoen vanaf de pensioengerechtigde leeftijd van de vrouw (23 mei 2015, hof) en jaarlijks te indexeren. Het hof oordeelt dat geen sprake is van rechtsverwerking. Het hof vernietigt het vonnis voor zover de vrouw is veroordeeld tot betaling aan de man ter zake van de (voorwaardelijke) uitkering van het aandeel van de man in de pensioenaanspraken van de vrouw, van een bedrag van € 567,96 bruto per jaar. Het hof veroordeelt de vrouw tot betaling aan de man ter zake van de (voorwaardelijke) uitkering van het aandeel van de man in de pensioenaanspraken van de vrouw, van een bedrag van € 802,94 bruto per jaar, te voldoen vanaf de pensioengerechtigde leeftijd van de vrouw, jaarlijks te indexeren. Voor het overige bekrachtigt het hof het vonnis. 27-06-2023
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Een administratiekantoor verrichtte vanaf 2013 administratieve werkzaamheden voor de onderneming RTB. Het kantoor stelde de jaarrekening samen en verzorgde de belastingaangifte en de loonadministratie. Op 21 september 2018 berichtte Pensioenfonds Metaal en Techniek (hierna: PMT) RTB dat zij onder de werkingssfeer viel van de verplichte pensioenregeling van PMT. PMT vorderde de niet-afgedragen pensioenpremies vanaf 20 augustus 2015. RTB houdt het administratiekantoor aansprakelijk omdat dat er niet op gewezen heeft dat zij onder de werkingssfeer van PMT viel. De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen. Het hof oordeelt dat het administratiekantoor niet toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst van opdracht en niet onrechtmatig heeft gehandeld. RTB heeft aldus onvoldoende onderbouwd dat (zij redelijkerwijs mocht verwachten dat) de opdracht ook inhield dat het administratiekantoor (als goed opdrachtnemer) zou nagaan of er een verplichte pensioenregeling voor RTB gold of RTB daartoe zou doorverwijzen. 13-06-2023
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil over de verrekening na echtscheiding. Het hof moet beslissen over de waarde van de aandelen [naam1] B.V. in verband met de herwaardering van de aandelen tegen de intrinsieke waarde, rekening houdend met de daadwerkelijke kosten van de pensioenregeling. Daarbij moet een beslissing worden genomen over: de overdrachts-/transactiekosten en de conclusie daaruit over de waarde bij voorgezette (verhuur)exploitatie en de waarde van de pensioenrechten, specifiek of rekening moet worden gehouden met gelijkblijvende uitkeringen of met 2% stijgende uitkeringen (p. 5 van het deskundigenbericht). Het hof is van oordeel dat de deskundige op goede gronden tot de conclusie is gekomen dat geen rekening gehouden dient te worden met transactiekosten in de toekomst. Op de peildatum behoorden de onroerende zaken tot het vermogen van de werkmaatschappij en uit het dossier blijkt van geen enkel concreet voornemen van de man om het onroerend goed te verkopen. Dat betekent dat de onroerende zaak wordt gewaardeerd naar een bedrag van € 1.589.551, dat is de waarde bij voortgezette (verhuur)exploitatie. Het hof gaat evenals de deskundige uit van indexering en houdt rekening met 2% stijgende uitkeringen. De pensioenbrief waarop de aanspraken van de man zijn gebaseerd gaat uit van een waardevast pensioen. Aan de vrouw komt de helft van het te verrekenen vermogen van de man toe van € 901.614,07/2 = € 450.807,03. Aan de man komt de helft van het te verrekenen vermogen van de vrouw toe van € 9.029,39/2 = € 4.514,69. Uit hoofde van het finaal verrekenbeding moet de man aan de vrouw voldoen € 446.292,34 (€ 450.807,03 -/- € 4.514,69). Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 16 januari 2020 en bepaalt dat de man uit hoofde van het finaal verrekenbeding aan de vrouw € 446.292,34 moet voldoen. 13-06-2023
- Gerechtshof Den Haag Geschil over de vraag of tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestaat. Werknemer en Vitro hebben een overeenkomst met als titel ‘arbeidsovereenkomst voor een vast voltijd of deeltijd dienstverband’ ondertekend. Werknemer stelt dat hij vorderingen op Vitro heeft uit hoofde van (de afwikkeling van) deze arbeidsovereenkomst. Volgens Vitro was er geen arbeidsovereenkomst tussen hen en was de bedoeling van de overeenkomst uitsluitend om werknemer in Nederland verzekerd te laten zijn onder de sociale verzekeringswetten en om pensioen te kunnen opbouwen. De overgelegde schriftelijke stukken maken melding van een arbeidsovereenkomst. Uit de door Weflo gedane pensioentoezegging die is overgenomen door Vitro volgt dat werknemer aanvankelijk bij Weflo in dienst is geweest en vervolgende bij Vitro. 23-05-2023
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil na echtscheiding over onder meer waarde onroerend goed en pensioenverplichtingen. Het hof heeft een deskundige benoemd die een rapport heeft uitgebracht. Partijen krijgen de gelegenheid zich daarover bij akte uit te laten. 02-03-2023
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Bij tussenbeschikking van 12 mei 2022 heeft het hof voorgesteld een deskundige te benoemen om op basis van de stukken van de partijdeskundigen onder andere de intrinsieke waarde van de aandelen per 31 december 2018 te bepalen, de waarde van de polis en met welk bedrag de pensioenverplichtingen per 31 december 2018 moeten worden gecorrigeerd. Na een aktewisseling en opmerkingen van beide partijen benoemt het hof een deskundige om verschillende vragen te beantwoorden. Het hof herhaalt voor wat betreft de peildatum voor de waardering van de pensioenverplichtingen dat twee data voor partijen van belang zijn. Dat betreft de data 31 december 2018 en 6 maart 2020. De datum van 6 maart 2020, zijnde de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking en de ontbinding van het huwelijk van partijen, is van belang voor de omvang van het te verevenen pensioen. 26-07-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil na echtscheiding over de afwikkeling van het vermogen. In geschil is onder meer de waarde van de aandelen en de waarde van de pensioenverplichtingen. Het hof overweegt een deskundige te benoemen en stelt partijen in staat om bij akte te reageren. 12-05-2022
Rechtbank
- Rechtbank Den Haag Eiser ontvangt een pensioen van het ABP. Tussen 2008 en 2019 is het pensioen van eiser niet geïndexeerd (verhoogd). Eiser meent dat zijn pensioen wel geïndexeerd had kunnen en moeten worden, omdat het ABP daarvoor voldoende middelen had. Volgens eiser heeft de Staat de pensioenfondsen ten onrechte voorgeschreven om bij het berekenen van hun financiële ruimte voor indexatie uit te gaan van een (lage) risicovrije rekenrente in plaats van een hogere marktrente. Eiser stelt dat de Staat aansprakelijk is voor zijn schade, omdat de Staat de Europese Pensioenrichtlijn niet correct heeft geïmplementeerd. De voorzieningenrechter wijst de vordering van eiser af. In kort geding is onvoldoende aannemelijk geworden dat de Pensioenrichtlijn geen ruimte liet voor het voorschrijven van een risicovrije rekenrente. De overige bezwaren van eiser maken ook niet dat de voorzieningenrechter de Staat kan verplichten de door eiser gestelde indexatieschade aan hem te vergoeden. 28-06-2023
- Rechtbank Limburg Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 maart 2023 is beëindigd door opzegging door werknemer. Het is niet in geschil dat werknemer met ingang van 1 juni 2022 spaarverlof heeft genomen voor een aaneengesloten periode van negen maanden met als doel het eerder stoppen voorafgaand aan het prepensioen per 1 maart 2023. De kantonrechter oordeelt dat uit e-mailberichten een voldoende duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van werknemer is te lezen, gericht op beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2023. Werknemer heeft zich bovendien daarnaar gedragen. Hij heeft een afscheidsmail gestuurd naar zijn collega’s en laten sturen naar zijn externe relaties, hij heeft een afscheidsfeestje gegeven en zijn leaseauto ingeleverd. Ziekteverzuim tijdens gebruikmaken van de regeling kan niet tot gevolg hebben dat de einddatum van de arbeidsovereenkomst opschuift. 19-06-2023
- Rechtbank Noord-Holland Geschil tussen werkgever en werknemer BME. BME heeft op 3 maart 2023 een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek op grond van bedrijfseconomische redenen van de werkgever af. Werknemer was arbeidsongeschikt voor ontslagaanvraag bij het UWV op het moment van ziek melden. Het tegenverzoek tot ontbinding van de werknemer wijst de kantonrechter toe. Werkgever heeft ernstig verwijtbaar gehandeld. Naast een transitievergoeding is een billijke vergoeding verschuldigd inclusief pensioenschade, evenals reële advocaatkosten. 07-06-2023
- Rechtbank Overijssel De zaak draait in de kern om de vraag of voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst van Partij A, die rechtsgeldig is ontslagen als statutair bestuurder van SSRT, een redelijke grond aanwezig was. Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet het geval. Nu een redelijke grond voor opzegging ontbreekt heeft Partij A recht op een transitievergoeding en een billijke vergoeding. Ook kan Partij A aanspraak maken op een bonus over de jaren 2020 tot en met 2022. 06-06-2023
- Rechtbank Rotterdam Arbeidsrechtelijk geschil tussen werkgever en werkneemster. Werkneemster is uitgevallen wegens ziekte. Werkgever roept werkneemster op om aan het werk te gaan in passende arbeid. Nadat werkneemster niet is verschenen, constateert werkgever werkweigering en meent hij geen loon verschuldigd te zijn. De kantonrechter oordeelt dat in de gegeven omstandigheden geen deskundigenoordeel van het UWV is vereist. De kantonrechter wijst de loonvordering en vordering tot betaling van pensioenpremies toe, met uitzondering van de wettelijke verhoging over de pensioenpremies. 05-06-2023
- Rechtbank Rotterdam Geschil tussen Bpf Vervoer en werkgever Nedcargo over reikwijdte vrijstelling wegens bestaande pensioenvoorziening. Nedcargo is door wijziging bedrijfsactiviteiten onder de werkingssfeer van Bpf Vervoer komen te vervallen. De op grond van artikel 2 aanhef en onder b Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000 in verband met een bestaande pensioenvoorziening verplicht te verlenen vrijstelling van de verplichte deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is ten onrechte uitsluitend verleend voor de werknemers die reeds zes maanden in dienst waren op het moment dat de verplichtstelling als gevolg van gewijzigde bedrijfsactiviteiten op de werkgever en zijn werknemers van toepassing werd. 02-06-2023
- Rechtbank Rotterdam Geschil tussen Bpf Vervoer en werkgever Chainges over reikwijdte vrijstelling wegens bestaande pensioenvoorziening. Chainges is door wijziging bedrijfsactiviteiten onder de werkingssfeer van Bpf Vervoer komen te vervallen. De op grond van artikel 2 aanhef en onder b Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000 in verband met een bestaande pensioenvoorziening verplicht te verlenen vrijstelling van de verplichte deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is ten onrechte uitsluitend verleend voor de werknemers die reeds zes maanden in dienst waren op het moment dat de verplichtstelling als gevolg van gewijzigde bedrijfsactiviteiten op de werkgever en zijn werknemers van toepassing werd. 02-06-2023
- Rechtbank Midden-Nederland Het gaat in dit geding om de vraag of gedaagde, als vrijwillig bij het pensioenfonds van ABP aangesloten werkgever, gehouden is om met terugwerkende kracht, over de periode vanaf 1 juli 2013, pensioenpremies te betalen voor gewezen werknemers die na de beëindiging van hun arbeidsovereenkomst met gedaagde, een WW-uitkering hebben ontvangen. Voor zover de door ABP ingestelde vordering mede betrekking heeft op pensioenpremies die zij voor haar (reguliere) werknemers verschuldigd is, heeft gedaagde (dat deel van) de vordering niet weersproken. Partijen twisten uitsluitend over de kwestie van de zogeheten WW-pensioenpremies. Bij de beoordeling van het geschil gaat het erom of gedaagde er – tot eind 2016/begin 2017, toen ABP de naheffing vanwege premieachterstand aankondigde – gerechtvaardigd op heeft vertrouwd dat verdere premiefacturering achteraf achterwege zou blijven. Gedaagde heeft betoogd dat zij er jarenlang van uit is gegaan, en mocht gaan, dat zij aan haar premiebetalingsplicht voor haar gewezen werknemers voldeed door alleen die WW-pensioenpremies te voldoen die ABP haar in rekening bracht naar aanleiding van de melding die het pensioenfonds ontving van gewezen werknemers met een WW-uitkering. Dit betoog slaagt niet. Gedaagde moest weten dat zij pensioenpremies verschuldigd was over de periode dat haar gewezen werknemers WW-uitkering ontvingen. Gedaagde maakt ABP terecht het verwijt dat zij over de problemen bij de uitvoering van de pensioenregeling van vrijwillig aangesloten werkgevers met betrekking tot gewezen werknemers met een WW-uitkering geen contact met haar heeft opgenomen. Door dit na te laten heeft ABP de weerstand en het onbegrip van gedaagde onnodig versterkt en in de hand gewerkt dat zij kosten heeft gemaakt voor haar verzet tegen de naheffing, onder meer in het kader van de doorlopen bezwaar- en beroepsprocedure. Dit rechtvaardigt dat ABP gedaagde in deze kosten tegemoetkomt. Daartoe zal ABP worden veroordeeld. Voor de begroting van de schade volgt verwijzing naar de schadestaatprocedure. 31-05-2023
- Rechtbank Noord-Holland Geschil over een vordering tot betaling van het na scheiding aan de ex-echtgenote door de man te betalen deel van het pensioen. Daarmee zou de man te laat zijn omdat hij (telkens) aan de ex om een verklaring van in leven zijn vraagt, waarop niet (tijdig) zou zijn gereageerd. De man is inmiddels bij met betalingen. De indexatie van zijn pensioen heeft hij niet doorbetaald. De rechtbank veroordeelt hem tot betaling daarvan en in de toekomst tijdige betaling. 24-05-2023
- Rechtbank Amsterdam Echtscheiding waarbij Oekraïens recht van toepassing is. De rechtbank gaat over tot verdeling van onder meer de twee woningen. De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 1 (lid 7) de WVPS van toepassing is, ongeacht de toepasselijkheid van het Oekraïens familiewetboek (OFW) op het huwelijksvermogen van partijen, voor zover er door partijen in Nederland pensioenen zijn opgebouwd waar zij op grond van de WVPS een aanspraak op zouden hebben. Nu op grond van de stukken die de vrouw in het geding heeft gebracht het pensioen bij KLM geacht wordt een pensioen in de zin van de WVPS te zijn, verklaart de rechtbank voor recht dat op het pensioen van de man bij de KLM de Wet verevening pensioen bij echtscheiding van toepassing is. 24-05-2023
- Rechtbank Den Haag Arbeidsrechtelijk geschil tussen werkgever TUI en werknemer. Werkgever verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst naar aanleiding van 21 anonieme klachten van Duitse collega’s over ongewenst gedrag. Werknemer krijgt een waarschuwing. Werknemer zegt verrast te zijn en open te staan voor mediation maar de waarschuwing niet proportioneel te vinden. Werkgever constateert na enige tijd geen verbetering. De rechtbank oordeelt dat werkgever onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gegrondheid van klachten. Er is geen verbetertraject geweest. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Hij kent een billijke vergoeding toe, inclusief gedeeltelijke pensioenschade. 23-05-2023
- Rechtbank Amsterdam Ontslag van Global CEO. Werknemer heeft na de verkoop van VLS aan CPO meermaals zijn ongenoegen geuit aan zijn direct leidinggevende over de verdeling van bevoegdheden. Hem is een beëindigingsovereenkomst aangeboden. Toen hij deze niet heeft aanvaard, is zijn arbeidsovereenkomst opgezegd. De kantonrechter oordeelt dat er geen reden is voor de opzegging en dat het ontslag ernstig verwijtbaar is. Hij kent werknemer een billijke vergoeding toe, evenals de bonus, die meetelt in de berekening van de transitievergoeding. Werkgever wordt eveneens veroordeeld tot betaling van de nettopensioentoezegging. 22-05-2023
- Rechtbank Limburg De rechtbank spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd in Marokko. De rechtbank oordeelt dat de man partneralimentatie moet betalen. De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw te bepalen dat de man met haar moet overgaan tot verevening van het door de man opgebouwde ouderdomspensioen af. De wijze van verevening van ouderdomspensioenen vloeit voort uit de Wet verevening pensioenrechten. Daarom heeft de vrouw geen belang bij een beslissing. 19-05-2023
- Rechtbank Midden-Nederland Na een ruzie op 11 januari 2023 tussen werknemer en collega wordt hij op staande voet ontslagen. Werknemer berust in het ontslag maar verzoekt onder meer een billijke vergoeding. De kantonrechter oordeelt dat er geen rechtsgeldig ontslag op staande voet is. De kantonrechter kent werknemer naast de transitievergoeding een billijke vergoeding toe. Bij de billijke vergoeding weegt de kantonrechter mee dat de arbeidsovereenkomst naar verwachting niet tot de pensioendatum had geduurd gelet op werknemers eerdere gedragingen. Bij de billijke vergoeding houdt de kantonrechter rekening met inkomensverlies en pensioenschade. 09-05-2023
- Rechtbank Den Haag Werkneemster is in dienst getreden bij dierenkliniek. Voorafgaand heeft zij vragen gesteld aan de werkgever over de pensioenregeling. Volgens de werkgever hoeft ze niet deel te nemen. Werkneemster meent dat de werkgever verplicht moet deelnemen. Werkgever heeft werkneemster geadviseerd om elders in dienst te treden in het geval zij overgaat tot aanmelding bij SPD, omdat in dat geval het vertrouwen in werkneemster ernstig is geschaad dan wel de arbeidsverhouding te zeer is verstoord. Werkgever heeft daarbij een einddatum van 1 januari 2023 genoemd. De kantonrechter oordeelt dat er geen rechtsgeldige opzegging van de arbeidsovereenkomst is door werkgever. Werkgever heeft zijn aanzegplicht geschonden. Werkgever dient mee te werken aan de aanmelding van werkneemster bij het pensioenfonds en is premieafdracht verschuldigd. Daarnaast is hij een billijke vergoeding verschuldigd. 28-04-2023
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant Werkneemster van zorgboerderij met cliënten raakt op 31 mei 2022 arbeidsongeschikt door long-COVID. Volgens werkneemster is er per 7 september 2022 een overgang van onderneming geweest, waardoor zij in dienst is gebleven. De voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van overgang van onderneming, zodat werkneemster recht heeft op loondoorbetaling en aanmelding bij pensioenfonds en premieafdracht. 25-04-2023
- Rechtbank Amsterdam Geschil tussen werknemer en ING. Werknemer heeft zich op 24 december 2019 ziek gemeld nadat hem geen bonus is toegekend in tegenstelling tot alle andere High Value Added Product Specialists (HVA). Na mediationtraject concludeert bedrijfsarts dat nog geen passend werk is aangeboden. Op 14 januari 2021 aanvaardt werknemer een re-integratieplek. Op 30 september 2021 legt het UWV een loonsanctie op in verband met niet nakomen van re-integratieverplichtingen. Met ingang van 1 november 2021 is werknemer door ING beter gemeld. In de maanden daarna heeft werknemer tevergeefs op diverse functies binnen en buiten ING gesolliciteerd. ING verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Werknemer berust in het ontslag maar wil financiële vergoeding. Kantonrechter oordeelt dat ING verwijtbaar heeft gehandeld door re-integratieverplichtingen niet op te volgen. De kantonrechter wijst een billijke vergoeding toe, inclusief pensioenschade. 22-02-2023
- Rechtbank Amsterdam Geschil tussen werkgever AFM en werknemers over wijziging van de collectieve pensioenregeling. Werknemers protesteren tegen de eenzijdige wijziging. De OR heeft ingestemd met de wijziging. De pensioenregeling is vernieuwd in verband met financieringsproblematiek en onbeheersbare kosten. Concluderend is de kantonrechter van oordeel dat AFM voldoende heeft aangetoond dat zij een zodanig zwaarwichtig belang heeft bij de wijziging van de pensioenregeling en dat het belang van werknemers dat door de wijziging wordt geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. 27-07-2018
Centrale Raad van Beroep
Antillen
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao De echtscheiding tussen partijen, die in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd, is uitgesproken op 22 september 2020 en ingeschreven op 10 juni 2021. Bij de echtscheidingsbeschikking is de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap gelast. In dit tussenvonnis geeft het gerecht instructies, onder meer ten aanzien van de woning, de auto en de verrekening van het pensioen. 05-06-2023
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Het gaat in deze zaak om de verdeling/verrekening van pensioenrechten bij ex-echtgenoten. Naar het oordeel van het gerecht heeft eiser haar vorderingsrecht niet verwerkt. Het enkele tijdverloop sinds 2005/2006 is niet voldoende en gedaagde mocht er onder de geschetste omstandigheden niet op vertrouwen dat eiseres haar recht op verdeling van het ouderdomspensioen niet (meer) geldend zou maken. Naar het oordeel van het gerecht brengen de redelijkheid en billijkheid, die de verdeling beheersen, wel mee dat rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat eiseres eerst in april 2019 via haar gemachtigde tegenover gedaagde aanspraak heeft gemaakt op verdeling/verrekening van het door hem bij Apfa opgebouwde ouderdomspensioen. Vanaf dat moment heeft gedaagde rekening kunnen houden met de aanspraak van eiseres en heeft hij zijn persoonlijke situatie daarop kunnen afstemmen. De positie van gedaagde zou onredelijk worden benadeeld of bezwaard indien eiseres haar aanspraak vanaf 2005/2006 geldend zou kunnen maken. Dat zou immers betekenen dat gedaagde over een periode van 13 of 14 jaar achterstallige pensioenaanspraken met eiseres zou moeten afrekenen/verrekenen. Het gerecht zal de vordering van eiseres tot verdeling van het ouderdomspensioen daarom toewijzen met ingang van 1 januari 2020. 23-11-2022