Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 6, editie 5. Daarin vindt u een overzicht van zeventien in mei 2023 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Personeelsvennootschap valt buiten reikwijdte verplichtstelling StiPP (PR 2023-0090 en PR 2023-0098)
Deze maand oordeelde het Hof Arnhem-Leeuwarden dat een private onderneming binnen een groep met publiekrechtelijke rechtspersonen een personeelsvennootschap was. De tewerkstelling van medewerkers van Zuidhoek-Flex moet gezien worden als intraconcern-terbeschikkingstelling. Dat valt buiten de reikwijdte van de uitzendovereenkomst en daarmee van de definitie van de uitzendonderneming. Daarmee viel de onderneming onder de uitzondering die de werkingssfeerbepaling van StiPP maakt voor personeelsvennootschappen (ECLI:NL:GHARL:2023:3665).
In een ander geval oordeelde de rechtbank Midden-Nederland dat een werkgever wel onder de werkingssfeerbepaling van StiPP viel. Daar detacheerde een onderneming werknemers bij opdrachtgevers. Op grond van de contracten met opdrachtgevers concludeerde de rechtbank dat voldoende was komen vast te staan dat leiding en toezicht bij de opdrachtgevers lag. De werkgever viel daarmee onder de verplichtstelling (ECLI:NL:RBMNE:2023:729).
Tussenpersoon schendt zorgplicht door werkingssfeerbepaling niet te checken (PR 2023-0101)
Een tussenpersoon stond een werkgever bij in het kader van advisering over collectieve pensioenregeling. Later blijkt dat die werkgever onder de werkingssfeer van bedrijfstakpensioenfonds MITT valt. De rechtbank oordeelde dat het niet onderzoeken of werkgever onder de werkingssfeer van een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds valt een schending is van de zorgplicht. Het geschil gaat verder over de vraag wat de schade van de werkgever is. De rechtbank stelde enkele gezichtspunten vast en stelt partijen in de gelegenheid om zich over de schade uit te laten (ECLI:NL:RBROT:2023:4113).
NB De werkingssfeerbepaling van MITT kent geen hoofdzakelijkheidscriterium. Daardoor kunnen werkgevers die hoofdzakelijk andere activiteiten verrichten en in mindere mate MITT-activiteiten, toch onder de werkingssfeer vallen. Een voorbeeld daarvan was de zaak van Luxetenten met canvas. Dat was verwerking van textielstukgoederen, aldus de rechtbank (ECLI:NL:RBMNE:2023:752, PR 2023-0097).
Onverplichte vrijstelling moeilijk afdwingbaar (PR 2023-0104)
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het bedrijfstakpensioenfonds voor het Levensmiddelenbedrijf de door flitsbezorgers Gorilla’s verzochte vrijwillige vrijstelling mocht afwijzen (ECLI:NL:RBROT:2023:2213). Het bedrijfstakpensioenfonds heeft het beleid om terughoudend vrijstelling te verlenen omdat het belang van de collectiviteit en solidariteit van het fonds voorop wordt gesteld. Om die reden wordt het vrijstellingsverzoek van de werkgever afgewezen door het fonds. Volgens de werkgever was deze weigering onevenredig nadelig. De rechter overweegt dat de evenredigheidstoetsing van dit besluit terughoudend moet plaatsvinden omdat sprake is van begunstigend beleid van het fonds. Het bedrijfstakpensioenfonds mocht de vrijstelling afwijzen.
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hof
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Dit geschil gaat over het ontslag van een werknemer. Het hof oordeelt dat werkneemster te maken heeft gehad met een voor haar onveilige werkomgeving, of in ieder geval een situatie waarin werkgever bijzonder weinig heeft gedaan met een klacht daarover. Vervolgens heeft werkgever adviezen van zijn eigen externe klachtencommissie niet, althans onvoldoende opgevolgd. Werkneemster is ziek geworden van deze situatie. Vervolgens heeft werkgever re-integratieverplichtingen niet nageleefd. Werkneemster komt in aanmerking voor een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen/nalaten. Bij de vaststelling van de billijke vergoeding neemt het hof pensioenschade mee. 11-05-2023
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil over de vraag of werkgever van 2013 tot 2021 onder de werkingssfeer van StiPP (uitzendsector) valt. Het hof oordeelt dat dit niet het geval is. De werkgever (Zuidhoek-Flex) is een (personeels)vennootschap in de zin van artikelen 2:24a en 2:24b BW. De tewerkstelling van medewerkers van Zuidhoek-Flex moet gezien worden als intraconcern-terbeschikkingstelling. Dat valt buiten de reikwijdte van de uitzendovereenkomst en daarmee van de definitie van de uitzendonderneming. Zuidhoek-Flex kwalificeert daarom niet als een uitzendonderneming in de zin van de Verplichtstellingsbesluiten. 02-05-2023
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Werknemer is dertig jaar bij werkgever in dienst geweest, aanvankelijk fulltime en sinds 1997 gedurende drie dagen per week. De andere twee dagen werkte hij als zelfstandige. Hij heeft zich op 13 juli 2021 ziek gemeld en aan werkgever en de bedrijfsarts laten weten dat hij niet in staat was tot enige arbeid voor werkgever. Werkgever vermoedt dat werknemer wel activiteiten verrichtte voor zijn eigen onderneming. Werkgever heeft een bedrijfsrecherchebureau onderzoek laten verrichten en kwam op basis van diens bevindingen tot de conclusie dat zijn vermoeden juist was. Vervolgens heeft hij werknemer op staande voet ontslagen. De kantonrechter was van oordeel dat het ontslag op staande voet niet terecht was, maar dat werknemer zelf ook een aandeel heeft gehad in het ontstaan van de situatie. Om die reden heeft de kantonrechter € 5.000 aan billijke vergoeding toegewezen en een vergoeding voor pensioenschade afgewezen. Werkgever vindt dat hij werknemer wel degelijk terecht op staande voet heeft ontslagen. Werknemer vindt dat aan hem een veel hoger bedrag aan billijke vergoeding moet worden toegekend. Het hof is net als de kantonrechter van oordeel dat werknemer niet op staande voet ontslagen had mogen worden. Ook is het hof net als de kantonrechter van oordeel dat slechts een (relatief) bescheiden bedrag aan billijke vergoeding toewijsbaar is. Het hof wijst een hoger bedrag toe dan de kantonrechter (€ 25.000). Dat werknemer nu pensioenschade lijdt, had hij kunnen voorkomen door te kiezen voor vernietiging van de opzegging. Het hof is van oordeel dat werknemer de gevolgen van deze keuze niet volledig kan afwentelen op werkgever. 20-04-2023
Rechtbank
- Rechtbank Rotterdam Tussenpersoon staat werkgever bij in het kader van advisering over collectieve pensioenregeling. Later blijkt dat werkgever onder de werkingssfeer van bedrijfstakpensioenfonds MITT valt. De rechtbank oordeelt dat het niet onderzoeken of werkgever onder de werkingssfeer van een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds valt een schending is van de zorgplicht tussenpersoon. Het geschil gaat verder over de vraag wat de schade van de werkgever is. De rechtbank stelt daarover enkele gezichtspunten vast en stelt partijen in de gelegenheid om zich daarover uit te laten. 10-05-2023
- Rechtbank Rotterdam Werknemer (eiser) is bij werkgever (gedaagde) in dienst geweest als tekenaar. Dit dienstverband is geëindigd per 1 oktober 2022, nadat werknemer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Partijen hebben een geschil over het door werkgever aan werknemer uitbetaalde loon, een (netto)vergoeding voor een pensioenachterstand en de eindafrekening. Werknemer stelt dat werkgever deels te weinig en deels ten onrechte niet heeft betaald en wil, omdat er bedragen te laat zijn betaald, ook de wettelijke verhoging over de gevorderde brutobedragen ontvangen, plus wettelijke rente over alles wat nog niet betaald is. De vorderingen van werknemer worden grotendeels toegewezen. Werkgever heeft enkele maanden te veel loon uitbetaald, enkele maanden te weinig. De andere bedragen moeten dus worden betaald. Werkgever moet ook het bedrag van € 3.000 netto aan werknemer betalen dat zij hebben afgesproken als vergoeding voor de pensioenachterstand. 28-04-2023
- Rechtbank Amsterdam Geschil over de hoogte van de premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid. Werknemer is in 1996 gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard door het UWV. Na herkeuring is de WAO-uitkering verhoogd naar 80-100%. Werknemer verzoekt in 2012 om correctie van de premievrije opbouw op basis van 80-100%. Bpf Bouw wijst dat verzoek af. De kantonrechter volgt de uitleg van Bpf Bouw dat de werknemer daar op basis van het pensioenreglement geen recht op heeft. Het verzoek op basis van de hardheidsclausule mocht Bpf Bouw eveneens afwijzen. 28-04-2023
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant Bestuurder van een vennootschap is door verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds beroepsvervoer over de weg hoofdelijk aansprakelijk gesteld wegens onbetaalde pensioenpremies. Het pensioenfonds heeft een dwangbevel betekend. Centrale vraag is of er een rechtsgeldige melding betalingsonmacht is gedaan. De rechtbank oordeelt dat uit artikel 2 Besluit meldingsregeling is af te leiden dat van een vennootschap die betalingsonmacht wil melden, een duidelijk daarop gericht bericht mag worden verlangd. Het moet voor een pensioenfonds duidelijk zijn dat het gerechtigd is gegevens op te vragen. De enkele mededeling aan het Pensioenfonds dat sprake is van moeilijke financiële omstandigheden van een vennootschap, geldt niet als een geldige melding betalingsonmacht, reeds omdat dit feit niet meebrengt dat betaling van de premies geheel onmogelijk is. Datzelfde geldt voor een gesloten betalingsregeling. 26-04-2023
- Rechtbank Den Haag Werknemer in dienst bij de FIOD verzoekt om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst. Vraag is of de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door het voltallige TSO-team op non-actief te zetten en of de werkgever na die op non-actiefstelling voldoende gedaan heeft om uit de ontstane impasse te komen. De arbeidsverhouding is ernstig verstoord. Daarom beëindigt de kantonrechter deze. De kantonrechter concludeert dat er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de FIOD richting de leden van het TSO als geheel. Dat is anders voor de individuele werknemer. Hij heeft in de aanloop naar en ten tijde van de op non-actiefstelling niet met het TSO gewerkt. Daar komt nog bij dat de FIOD werknemer lange tijd voor heeft gehouden dat hij zich geen zorgen hoefde te maken, omdat de op non-actiefstelling hem niet betrof. De kantonrechter acht dit ernstig verwijtbaar en kent aan de individuele werknemer naast de transitievergoeding een billijke vergoeding toe van € 90.000 bruto. Bij de berekening van de hoogte van de vergoeding is rekening gehouden met de inkomensschade, de leeftijd van werknemer (38 jaar) en goede kansen op de arbeidsmarkt, de pensioenschade en de omstandigheid dat het verwijt dat de FIOD treft ernstig is. Voor de pensioenschade wordt uitgegaan van één jaar schade. 26-04-2023
- Rechtbank Limburg Geschil over de vraag of pensioenfonds gehouden is de aanvraag tot toekenning van een herplaatsingstoelage op grond van de Wet ABP in behandeling te nemen. Het ABP stelt dat na de privatisering van de ABP in 1996 de ABP wet niet meer wordt toegepast. De kantonrechter overweegt op basis van de stukken dat er vóór 1996 een aanvraag is gedaan en dat deze in behandeling genomen had moeten worden. De rechtbank verklaart voor recht dat het ABP gehouden is de aanvraag van eiser strekkende tot de toekenning van een herplaatsingstoelage in behandeling te nemen. 19-04-2023
- Rechtbank Den Haag Burgerambtenaar van Defensie is op 1 januari 2017 ontslag verleend wegens vervroegd uittreden (functioneel leeftijdsontslag of FLO). De FLO-uitkering is geëindigd op 1 november 2020. Aansluitend ontvangt hij een ouderdomspensioen en een AOW-gat-compensatie, omdat hij na zijn 65ste tot de AOW-leeftijd een terugval in zijn pensioeninkomen heeft door verhoging van de AOW-leeftijd. Bij ambtenaren aan wie na 1 januari 2018 ontslag is verleend, loopt de FLO-uitkering door tot en met de AOW-gerechtigde leeftijd. Eiser verzocht om de FLO-uitkering tot aan zijn AOW-gerechtigde leeftijd toe te kennen, in zijn geval mei 2022. Uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat de beëindiging van de FLO-uitkering bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, zonder nadere voorziening een verboden onderscheid naar leeftijd oplevert. Deze rechter heeft echter ook geoordeeld in vergelijkbare zaken dat met een compensatie van 90% van de gerechtvaardigde aanspraak geen excessieve inbreuk (meer) wordt gemaakt op de gerechtvaardigde aanspraak van de betrokken ambtenaar. Verweerder stelt terecht dat de datum van 1 januari 2018 een arbeidsvoorwaardelijke keuze is van de sociale partners, die de rechtbank terughoudend dient te toetsen. Hoewel er onderscheid naar leeftijd wordt gemaakt, worden de nadelige gevolgen van de ambtenaren die vóór 1 januari 2018 functioneel leeftijdsontslag hebben gekregen, zoals eiser, gecompenseerd met de AOW-gat-compensatie en is deze compensatie in overeenstemming met de aangehaalde rechtspraak. 04-04-2023
- Rechtbank Rotterdam Een werkgever verzoekt een bedrijfstakpensioenfonds om onverplichte vrijstelling van de verplichting tot deelneming. Het bedrijfstakpensioenfonds heeft het beleid om terughoudend vrijstelling te verlenen omdat het belang van de collectiviteit en solidariteit van het fonds voorop wordt gesteld. Om die reden wordt het vrijstellingsverzoek van de werkgever afgewezen door het fonds. Volgens de werkgever is deze weigering onevenredig nadelig. De rechter overweegt dat de evenredigheidstoetsing van dit besluit terughoudend moet plaatsvinden omdat sprake is van begunstigend beleid van het fonds. 10-03-2023
- Rechtbank Midden-Nederland Geschil over de vraag of de onderneming Luxe Tenten onder de werkingssfeerbepaling van Bpf MITT valt. Die verplichtstelling is ruim en kent geen hoofdzaakcriterium. Het ver- en bewerken van textielstukgoederen valt onder de verplichtstelling. De rechtbank oordeelt dat het begrip textielstukgoed ruim uitgelegd moet worden. De in tenten verwerkte canvas kwalificeert als textielstukgoed. Dat dit bij de meeste tenten een klein onderdeel is, doet er wegens het ontbreken van een hoofdzaakcriterium niet toe. De rechtbank bepaalt dat de werkgever onder de werkingssfeerbepaling valt. 22-02-2023
- Rechtbank Midden-Nederland Geschil over de vraag of de verplichtstelling van StiPP van toepassing is op werkgever AP Support. Dat is een onderneming die werknemers detacheert bij opdrachtgevers. Om onder StiPP te vallen, is vereist dat de onderneming werknemers aan derden ter beschikking stelt om onder hun leiding en toezicht werk te verrichten. Op grond van de contracten met opdrachtgevers concludeert de rechtbank dat voldoende is komen vast te staan dat leiding en toezicht bij de opdrachtgevers ligt. De werkgever valt onder de verplichtstelling. 01-02-2023
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant Het bedrijfstakpensioenfonds schoonmaak en de sociale stichting hebben facturen gestuurd aan de vof. Die blijven (grotendeels) onbetaald. Zij vorderen premiebetaling. Het verweer dat de dagvaarding nietig is omdat daarin de verkeerde gemeente staat, gaat niet op. De vof en bestuurders worden veroordeeld tot betaling. 11-01-2023
- Rechtbank Rotterdam Arbeidsrechtelijk geschil tussen werknemer en P&O North Sea Ferries B.V. Kantonrechter oordeelt dat de werkgever de wederindiensttredingsvoorwaarde heeft geschonden. Werknemer vordert in plaats van wederindiensttreding schadevergoeding maar heeft inmiddels een nieuwe baan. De kantonrechter stelt partijen in de gelegenheid te reageren op het voornemen om de schade op nihil vast te stellen. 11-11-2022
- Rechtbank Amsterdam Geschil tussen werknemer en werkgever AFM over eenzijdige wijziging van de pensioenovereenkomst per 2016. Naar het oordeel van de kantonrechter is voldoende gebleken dat minder bezwarende maatregelen ontoereikend zijn om de noodzakelijke kostenbesparing te bereiken. Anders dan werknemer stelt, houden de maatregelen die AFM heeft getroffen een compensatie in van de nadelige gevolgen van de wijziging. Er bestaat onvoldoende grond om vast te stellen dat werknemer onredelijk zwaar wordt getroffen door de wijziging, of dat sprake is van een onevenredig nadeel. De kantonrechter is van oordeel dat AFM voldoende heeft aangetoond dat zij een zodanig zwaarwichtig belang heeft bij de wijziging van de pensioenregeling dat het belang van werknemer dat door de wijziging wordt geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. 27-07-2018