Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 6, editie 3. Daarin vindt u een overzicht van achttien in maart 2023 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Streefregeling in plaats van eindloon: pensioenadviseur handelt onrechtmatig (PR 2023-0038)
De Hoge Raad oordeelde deze maand dat een pensioenadviseur onrechtmatig handelde door een streefregeling tot stand te brengen voor een werknemer in plaats van een eindloonregeling. De werkgever was met de werknemer een eindloonregeling overeengekomen. De pensioenadviseur handelde in opdracht van de werkgever. De Hoge Raad oordeelde dat bij de werkzaamheden van de pensioenadviseur het belang van de werknemer zo nauw was betrokken dat de pensioenadviseur de op hem rustende zorgplicht zowel jegens de werkgever als jegens de werknemer in acht moest nemen. Een tekortschieten in die zorgplicht is in beginsel onrechtmatig jegens de werknemer (ECLI:NL:HR:2023:428).
Eind vorig jaar oordeelde de Hoge Raad eveneens over de aansprakelijkheid van een pensioenadviseur bij omzetting van een kapitaalgegarandeerd pensioen naar een beleggingsverzekering (ECLI:NL:HR:2022:1872).
Geen welbewuste instemming wijziging werknemerspremie; wel rechtsverwerking werknemers (PR 2023-0041, PR 2023-0042, PR 2023-0043 en PR 2023-0044)
Deze maand waren er vier gelijksoortige arresten over een wijziging door de werkgever van de werknemerspremie. Het Hof Den Bosch oordeelde dat de werkgever niet had mogen aannemen dat de werknemers welbewust met die wijziging hebben ingestemd. Van de werknemers had echter redelijkerwijs wel een bepaald (rechts)handelen mogen worden verwacht. Hun stilzitten heeft in de gegeven bijzondere omstandigheden tot rechtsverwerking geleid. Op grond van de omstandigheden van het geval had redelijkerwijs een bepaald handelen van (voormalig) werknemers mogen worden verwacht. Er was compensatie uitgekeerd, terwijl de pensioeninhouding zo’n 50 maal op hun loonstroken stond en de werkgever in een nadelige financiële positie terecht is gekomen (ECLI:NL:GHSHE:2023:835, ECLI:NL:GHSHE:2023:836, ECLI:NL:GHSHE:2023:837 en ECLI:NL:GHSHE:2023:838). De zaak wijkt af van de Fair Play-arresten ECLI:NL:HR:2019:1869; ECLI:NL:HR:2020:72. In die zaak ging het om de eenzijdige wijziging van de pensioenovereenkomst (c.q. de werknemerspremie).
FLO geüniformeerd burgerpersoneel bij 64 jaar leeftijdsdiscriminatie (PR 2023-0055)
Het CRM oordeelde dat het functioneel leeftijdsontslag (FLO) van geüniformeerd burgerpersoneel bij 64 jaar leeftijdsdiscriminatie vormde. Beide verzoekers wilden doorwerken tot de AOW-leeftijd van 67 jaar. Zij bekleedden al langere tijd geen zware functie meer. Het CRM vond het FLO niet passend en noodzakelijk voor het leeftijdsonderscheid. Omdat de mannen wilden doorwerken tot de AOW-leeftijd hoefden de gerechtvaardigde verwachtingen op FLO bij 64 jaar niet te worden gehonoreerd. De FLO-regeling kent de mogelijkheid tot opschorting van het FLO. De FLO-uitkering moesten de mannen deels zelf bekostigen door hun pensioen te laten ingaan en zij zouden drie jaar lang een lager inkomen hebben. Het belang van de minister om personeelsbeleid uit te voeren op basis van uniforme regelgeving weeg niet op tegen de zwaarwegende financiële consequenties terwijl de mannen al jaren geen zware functie meer bekleden, aldus het CRM (CRM 2023-32).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hoge Raad
Hof
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Arbeidsongeschikte werknemer. Bij tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat werknemer op grond van het door werkgever in het geding gebrachte pensioenreglement geen recht heeft op premievrije voortzetting omdat zijn arbeidsovereenkomst is geëindigd voordat hij een IVA-uitkering ontving. Wanneer het pensioenreglement op dit onderdeel is aangepast en die aangepaste versie geldt, dan heeft werknemer wel recht op premievrije voortzetting. Partijen moeten hierover nadere informatie inwinnen bij ASR en het hof informeren. Het hof wil vernemen of ASR het pensioenreglement op dit onderdeel heeft aangepast aan het convenant en zo ja, wanneer en op welke wijze. Het hof leidt uit de door ASR gegeven informatie af dat ASR handelt conform hetgeen in het convenant is bepaald. Hof acht voldoende aannemelijk dat werknemer ook na 22 maart 2019 schade heeft geleden die in causaal verband staat met de tekortkoming van werkgever. De verdere begroting van de schade dient plaats te vinden in de schadestaatprocedure. 21-03-2023
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil na echtscheiding Nederlandse man en Poolse vrouw woonachtig (geweest) in Engeland. Het hof oordeelt dat de vermogensafwikkeling dient te gebeuren naar Engels recht. De ouders van de man hadden voor hen een nieuwbouwwoning in Engeland gekocht, een lening aan hen verstrekt en bij notariële akten bedragen kwijtgescholden aan de man. Naar het oordeel van het hof heeft de vrouw haar stelling dat de ouders van de man de schenkingen aan partijen gezamenlijk hebben gedaan, althans dat dit hun bedoeling was, in het licht van de gemotiveerde en onderbouwde betwisting door de man, onvoldoende nader onderbouwd. In alle notariële akten van kwijtschelding is een uitsluitingsclausule opgenomen en vast staat dat de vrouw in elk geval bij de ondertekening van de eerste notariële akte van kwijtschelding aanwezig is geweest. Hoewel zij geen partij was bij die akte, moet zij daarom wel op de hoogte zijn geweest van het bestaan van de uitsluitingsclausule en daarmee van de bedoeling van de ouders van de man om de schenkingen alleen te doen toekomen aan de man. De vrouw heeft weliswaar verzocht om de pensioenen van partijen te verdelen naar Engels recht, maar de man heeft gemotiveerd en onderbouwd weersproken dat dit in deze procedure kan. Niet duidelijk is of de door de man overgelegde brief van [naam7] van 11 januari 2022 betrekking heeft op het staatspensioen of op het overige pensioen (of op beide) en evenmin is duidelijk welke waarde dan in de verdeling zou moeten betrokken. Het hof beschikt over onvoldoende gegevens om een verdeling van de pensioenen naar Engels recht tot stand te kunnen brengen en kan niet meer doen dan partijen veroordelen om hun pensioenen te verdelen naar Engels recht. Partijen dienen dan zelf, zo nodig via een Engelse rechter, te bewerkstelligen dat hun pensioenen worden verdeeld. 21-03-2023
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch De werknemers en FPC als (voormalig) werkgever hebben een pensioenovereenkomst gesloten op grond waarvan de werknemers deelnemen (of deelnamen) aan een collectieve pensioenregeling. De pensioenpremie kwam aanvankelijk geheel voor rekening van FPC. FPC heeft dit met ingang van 1 januari 2014 gewijzigd in die zin dat een deel van de pensioenpremie voor rekening van de werknemers is gekomen. Enkele andere werknemers waren het hier niet mee eens en zijn daarover in 2014 gaan procederen. Nadat dit hof daarover een voor die andere werknemers gunstige uitspraak had gedaan, hebben deze werknemers zich op het standpunt gesteld dat de regeling ook niet ten opzichte van hen had mogen worden gewijzigd. Deze werknemers zijn niet de enigen die dat vonden. Er zijn meer werknemers die toen vonden dat FPC ook ten opzichte van hen de regeling niet had mogen wijzigen. Voor de werknemers in deze zaak heeft te gelden dat het hof van oordeel is dat FPC niet heeft mogen aannemen dat de werknemers welbewust met deze wijziging hebben ingestemd. Van de werknemers had echter redelijkerwijs een bepaald (rechts)handelen mogen worden verwacht. Hun stilzitten heeft in de gegeven bijzondere omstandigheden tot rechtsverwerking geleid. Op grond van de omstandigheden van het geval had redelijkerwijs een bepaald handelen van (voormalig) werknemers mogen worden verwacht terwijl de werkgever in een nadelige positie terecht is gekomen. 14-03-2023
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch De werknemers en JHG als (voormalig) werkgever hebben een pensioenovereenkomst gesloten op grond waarvan de werknemers deelnemen (of deelnamen) aan een collectieve pensioenregeling. De pensioenpremie kwam aanvankelijk geheel voor rekening van JHG. JHG heeft dit met ingang van 1 januari 2014 gewijzigd in die zin dat een deel van de pensioenpremie voor rekening van de werknemers is gekomen. Enkele andere werknemers waren het hier niet mee eens en zijn daarover in 2014 gaan procederen. Nadat dit hof daarover een voor die andere werknemers gunstige uitspraak had gedaan, hebben deze werknemers zich op het standpunt gesteld dat de regeling ook niet ten opzichte van hen had mogen worden gewijzigd. Deze werknemers zijn niet de enigen die dat vonden. Er zijn meer werknemers die toen vonden dat FPC ook ten opzichte van hen de regeling niet had mogen wijzigen. Voor de werknemers in deze zaak heeft te gelden dat het hof van oordeel is dat JHG niet heeft mogen aannemen dat de werknemers welbewust met deze wijziging hebben ingestemd. Van de werknemers had echter redelijkerwijs een bepaald (rechts)handelen mogen worden verwacht. Hun stilzitten heeft in de gegeven bijzondere omstandigheden tot rechtsverwerking geleid. 14-03-2023
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Appellante is werkneemster van FPC. Zij en FPC hebben een pensioenovereenkomst gesloten op grond waarvan werkneemster deelneemt aan een collectieve pensioenregeling. De pensioenpremie kwam aanvankelijk geheel voor rekening van FPC. FPC heeft dit met ingang van 1 januari 2014 gewijzigd in die zin dat een deel van de pensioenpremie voor rekening van de werknemers is gekomen. Enkele werknemers waren het hier niet mee eens en zijn daarover in 2014 gaan procederen. Nadat dit hof daarover een voor die werknemers gunstige uitspraak had gedaan, heeft werkneemster zich op het standpunt gesteld dat de regeling ook niet ten opzichte van haar had mogen worden gewijzigd. Voor werkneemster heeft te gelden dat het hof van oordeel is dat FPC niet heeft mogen aannemen dat werkneemster welbewust met de wijziging heeft ingestemd. Van werkneemster had echter redelijkerwijs een bepaald (rechts)handelen mogen worden verwacht. Haar stilzitten heeft in de gegeven bijzondere omstandigheden tot rechtsverwerking geleid. 14-03-2023
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch De werknemers en FPC als (voormalig) werkgever hebben een pensioenovereenkomst gesloten op grond waarvan de werknemers deelnemen (of deelnamen) aan een collectieve pensioenregeling. De pensioenpremie kwam aanvankelijk geheel voor rekening van FPC. FPC heeft dit met ingang van 1 januari 2014 gewijzigd in die zin dat een deel van de pensioenpremie voor rekening van de werknemers is gekomen. Enkele andere werknemers waren het hier niet mee eens en zijn daarover in 2014 gaan procederen. Nadat dit hof daarover een voor die andere werknemers gunstige uitspraak had gedaan, hebben deze werknemers zich op het standpunt gesteld dat de regeling ook niet ten opzichte van hen had mogen worden gewijzigd. Voor de werknemers in deze zaak heeft te gelden dat het hof van oordeel is dat FPC niet heeft mogen aannemen dat de werknemers welbewust met deze wijziging hebben ingestemd. Van de werknemers had echter redelijkerwijs een bepaald (rechts)handelen mogen worden verwacht. Hun stilzitten heeft in de gegeven bijzondere omstandigheden tot rechtsverwerking geleid. 14-03-2023
Rechtbank
- Rechtbank Rotterdam Werkgever valt onder werkingssfeer bedrijfstakpensioenfonds bouw en sociale fondsen. De werkgever heeft geen loongegevens aangeleverd. Hij stelt slechts twee maanden personeel in dienst te hebben gehad. De fondsen hebben na diverse aanmaningen de premies geschat. Werkgever moet de geschatte premies betalen. 24-03-2023
- Rechtbank Noord-Nederland Werknemersverzoek ontbinding arbeidsovereenkomst wordt toegewezen met toekenning van een transitievergoeding en billijke vergoeding. Werkgeefster heeft ernstig verwijtbaar gehandeld door structureel niet te voldoen aan haar re-integratieverplichtingen. Omdat werknemer niet heeft gesteld wat hij maandelijks aan pensioenopbouw misloopt, neemt de kantonrechter dat niet mee bij de begroting van de billijke vergoeding. 22-03-2023
- Rechtbank Den Haag Uitgezonden militair naar Afghanistan heeft een militair arbeidsongeschiktheidspensioen. Hij vordert verhoging van dat arbeidsongeschiktheidspensioen wegens andere klachten (tinnitus/gehoorbeschadiging). De rechtbank is van oordeel dat verweerder, nu eiser op 20 augustus 2020 heeft verzocht om een hoger invaliditeitspensioen, de verhoging van het invaliditeitspensioen gelet op artikel 15, derde lid, van het Besluit AO/IV niet eerder in kon laten gaan dan op 20 augustus 2019. De rechtbank is verder van oordeel dat de situatie van eiser niet zodanig bijzonder is dat verweerder daarin aanleiding had moeten zien eiser met toepassing van artikel 22 van het Besluit AO/IV met ingang van een eerdere datum dan 19 augustus 2019 een invaliditeitspensioen op basis van de gehoorbeschadiging/tinnitus toe te kennen. Verder stelt de rechtbank vast dat de eerste vaststelling van een invaliditeitspensioen is geschied bij besluit van 15 oktober 2018 waarbij aan eiser een invaliditeitspensioen is toegekend naar een mate van invaliditeit van 43% met ingang van 1 juni 2018. Dit besluit staat in recht vast en eiser heeft geen verzoek gedaan om terug te komen van dat besluit. 20-03-2023
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant Werknemer is per 1 juni 1997 in dienst getreden en op 29 juni 2015 benoemd tot statutair bestuurder. In juli 2020 zijn afspraken gemaakt over de intentie om de arbeidsovereenkomst vijf jaar voort te zetten. In maart 2022 zijn er klachten ontvangen van een medewerker commercie over ongewenste bejegening en leidinggeven. Daarna is de arbeidsovereenkomst opgezegd. De kantonrechter oordeelt dat dit is gebeurd zonder redelijke grond. Werkgever dient een billijke vergoeding en contractuele bonussen te betalen. 13-03-2023
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant Werkgever exploiteert onderneming die zonnepanelen verkoopt en installeert. In december 2021 hebben werkgever en werknemer een mondelinge arbeidsovereenkomst gesloten op grond waarvan werknemer per 1 januari 2022 in dienst zou treden. De Cao Metaal en Techniek is van toepassing. Daarnaast is afgesproken dat werknemer deelneemt in het pensioenfonds Metaal en Techniek, waarbij partijen de helft van de pensioenpremie betalen. Na ziekte van de werknemer ontstaat een geschil over de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Partijen hebben bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst geen einddatum afgesproken. In lijn met cao is sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. 10-03-2023
- Rechtbank Overijssel Deze zaak gaat over de vraag of de arbeidsovereenkomst van verzoeker rechtsgeldig door verweerder is opgezegd wegens het proeftijdbeding. Eiser vordert primair vernietiging van de opzegging en betaling van het (achterstallig) loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente. Subsidiair vordert eiser een transitievergoeding, een billijke vergoeding en nevenvorderingen. De kantonrechter is van oordeel dat de opzegging niet rechtsgeldig is nu sprake is van een onjuiste proeftijd, zodat de opzegging zal worden vernietigd. De vorderingen ter zake van het (achterstallig) loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente zijn eveneens toewijsbaar. Aan de subsidiaire vorderingen wordt niet toegekomen. Ten slotte wordt verweerder ook veroordeeld tot het aanmelden en afdragen van premies/bedragen aan het pensioenfonds bouw. 08-03-2023
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant Geschil tussen werkneemster en werkgever. Werkneemster wijst beëindigingsvoorstel af en meldt zich ziek. Werkgever haalt bedrijfsauto op en staakt uitbetaling loon. De loonvordering van werkneemster wordt toegewezen. Werkgever is eveneens verplicht tot pensioenafdracht juiste hoogte pensioenpremies aan uitvoerder. Werkgever mocht op grond van de bruikleenovereenkomst de bedrijfsauto innemen. 07-03-2023
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant De pensioenovereenkomst tussen werkgever en werknemer is ondergebracht bij verzekeraar Generali. De verzekeraar laat op enig moment weten het betreffende product niet langer uit te voeren. De uitvoering eindigt. Werknemer vordert primair alsnog een pensioenregeling die ‘min of meer gelijkluidend’ is aan de eerder bij Generali ondergebrachte regeling. Bij gebrek aan onderbouwing wat die regeling moet inhouden, wijst de rechtbank deze vordering af. De subsidiaire vordering tot schadevergoeding wijst de rechtbank toe. De rechtbank begroot de schade op de werkgeverspremie. 01-03-2023
Centrale Raad van Beroep
Uitspraken zonder ECLI
- College voor de Rechten van de Mens Twee mannen zijn in 1982 en 2006 door de minister van Defensie als geüniformeerd burgerpersoneel aangesteld bij het Marine Bewakingskorps. Zij bekleden beiden inmiddels een kantoorfunctie. Hun FLO-leeftijd is (met ingang van 1 januari 2023) 64 jaar. De leeftijd dat zij pensioen ontvangen op basis van de Algemene Ouderdomswet (AOW) is 67 jaar. Het CRM oordeelt dat beide mannen al langere tijd geen zware functie bekleden. De minister maakt niet duidelijk waarom zij nog beschermd zouden moeten worden. Omdat de mannen juist willen blijven doorwerken tot hun AOW-leeftijd, hoeft de minister bij hun juist niet tegemoet te komen aan gewekte verwachtingen omtrent het FLO. Het College vindt het middel niet passend en ook niet noodzakelijk. De FLO-regeling kent een bepaling voor individuele ambtenaren om de minister om opschorting van het FLO te vragen. De minister is gehouden om, op verzoek, individuele beslissingen te nemen. Bovendien weegt het belang van de mannen zwaarder dan het belang van de minister. Als de minister de mannen op hun 64ste FLO verleent, ontvangen zij drie jaar lang een FLO-uitkering met een hoogte van 80% of 85 % van hun loon. De FLO-uitkering moeten de mannen voor een deel zelf bekostigen door hiervoor hun pensioen in te zetten. Het FLO heeft dus tot gevolg dat de mannen én drie jaar lang een lager inkomen hebben én hun pensioen voor de rest van hun leven lager is dan dat zou zijn als zij mogen doorwerken tot hun AOW-leeftijd. Dit zijn zwaarwegende financiële consequenties terwijl de mannen al jaren geen zware functie bekleden. Het belang van de minister om zijn personeelsbeleid uit te voeren op basis van uniforme regelgeving, zonder op individuele basis uitzonderingen te maken, weegt hier naar het oordeel van het College niet tegenop. 2023-03-13
- College voor de Rechten van de Mens Een man wordt door een HR-medewerker die werkzaam is binnen het concern van Tata Consultancy Services Netherlands B.V. (hierna: TCS) benaderd voor de functie van senior businessconsultant. De man ontvangt vervolgens een e-mail van dezelfde HR-medewerker waarin staat dat zijn sollicitatie niet in behandeling kan worden genomen vanwege een leeftijdslimiet van 60 jaar. Het College stelt vast dat TCS de sollicitatie van de man niet in behandeling heeft genomen. Daarbij heeft zij als reden aangegeven dat zij een leeftijdslimiet van 60 jaar hanteert. Verder staat vast dat de man ouder is dan 60 jaar. TCS heeft daarom gediscrimineerd op grond van leeftijd. TCS heeft aangevoerd dat de afwijzing gebaseerd was op een fout van een beginnende HR-medewerker die refereerde aan de in India geldende pensioenleeftijd van 60 jaar. TCS heeft verder, toen zij op de hoogte was van de gebeurtenissen, haar excuses gemaakt en de man uitgenodigd om zijn sollicitatie voort te zetten. Het College overweegt daarbij dat een werkgever verantwoordelijk is voor foutief handelen van haar werknemers. TCS heeft weliswaar geprobeerd haar fout te herstellen door enerzijds haar excuses te maken en anderzijds de man uit te nodigen om zijn sollicitatie voort te zetten, maar dat kan het gemaakte onderscheid jegens de man niet ongedaan maken. 2023-03-28