Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 6, editie 2. Daarin vindt u een overzicht van achttien in februari 2023 gepubliceerde uitspraken over pensioen.
U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Greenpeace-zeevarenden vallen onder bedrijfstakpensioenfonds Koopvaardij (PR 2023-0020)
De Hoge Raad moest oordelen over het geschil of de zeevarenden op Greenpeaceschepen onder de werkingssfeer van het bedrijfstakpensioenfonds Koopvaardij vallen. De kantonrechter oordeelde dat dat niet zo is, het hof daarentegen van wel. Een verplichtstellingsbesluit is recht in de zin van artikel 79 RO, zodat het oordeel van het hof volledig kan worden getoetst in cassatie. Greenpeace voert aan dat de zeevarenden op haar schepen mede gelet op de naam van het fonds en de doelstelling van de Wet Bpf (2000) niet onder de verplichtstelling vallen. De schepen kunnen niet worden begrepen onder ‘koopvaardij’ en kwalificeren als pleziervaartuigen, de uitzondering in het verplichtstellingsbesluit 2015. Bij de uitleg van de werkingssfeerbepaling kan de manier waarop het fonds daar uitvoering aan heeft gegeven een gezichtspunt vormen. De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest (ECLI:NL:HR:2023:298).
Rechtbank vernietigt instemming DNB portefeuilleoverdracht Optas-Aegon (PR 2023-0030 en PR 2023-0031)
DNB heeft ingestemd met de portefeuilleoverdracht van Optas naar Aegon. DNB heeft opdracht gegeven aan Optas/Aegon mededeling te doen in de Staatscourant en in drie landelijke dagbladen dat polishouders zich bij DNB schriftelijk kunnen verzetten tegen de overgang. De rechtbank oordeelt dat DNB opdracht had moeten geven elke polishouder persoonlijk aan te schrijven over de voorgenomen portefeuilleovergang, de mogelijkheid van verzet daartegen en de verzettermijn. De inhoud van de mededeling over de voorgenomen portefeuilleovergang is niet in lijn met artikel 3:119 Wft. DNB moet erop toezien dat de informatie objectief en evenwichtig is, ook al volgt niet uit artikel 3:119 Wft dat een gedetailleerd inzicht moet worden gegeven in de (eventuele) gevolgen van de overgang. (ECLI:NL:RBROT:2023:914 en ECLI:NL:RBROT:2023:915).
OR beroept zich op nietigheid wijziging middelloon naar premieovereenkomst (PR 2023-0032)
De OR heeft een wettelijk instemmingsrecht ten aanzien van pensioenwijzigingen van ondernemers (art. 27 WOR). Deze maand een uitspraak waarin de OR een beroep deed op de nietigheid van het besluit van de onderneming om de pensioenregeling te wijzigen van middelloon naar premieovereenkomst. De OR gaf aan enkel in te stemmen indien er bij de compensatiebepaling wordt uitgegaan van het 25% percentiel. De ondernemer geeft desondanks uitvoering aan het voorstel. De kantonrechter oordeelt dat de OR tijdig de nietigheid heeft ingeroepen. Volgens de ondernemer is een instemming onder voorwaarden niet mogelijk. Hierin gaat de kantonrechter niet mee. Het is juist dat de WOR ten aanzien van instemmingsplichtige besluiten slechts twee smaken kent, namelijk wel instemming of geen instemming. Dat wil echter niet zeggen dat een OR geen voorwaarde aan zijn instemming mag verbinden. Het moet de ondernemer duidelijk zijn geweest dat de OR niet instemde met het besluit zoals dat voorlag (ECLI:NL:RBAMS:2023:660).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hoge Raad
Hof
- Gerechtshof Amsterdam Verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege bedrijfseconomische omstandigheden. Het hof oordeelt dat geen sprake is van uitwisselbare functies. De functie van werknemer is uitwisselbaar met de nieuwe functie. De ontslagvolgorde volgens het afspiegelingsbeginsel had moeten worden aangehouden. Het hof zal de billijke vergoeding niet verhogen met de verzochte misgelopen pensioenschade, omdat werkneemster niet nader heeft gespecificeerd op welk bedrag zij recht meent hebben. Om diezelfde reden wijst het hof ook het verzoek van werkneemster af om Primus te veroordelen tot betaling aan het pensioenfonds van de misgelopen pensioenbijdrage. 28-02-2023
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Taxichauffeuse heeft zich ziek gemeld. De arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd. Werkneemster vordert onder meer loon. De kantonrechter heeft werkgever veroordeeld tot onder meer loonbetaling. Het hof stelt vast dat werkneemster volgens de gegevens op de geproduceerde loonstroken bij aanvang van het dienstverband 72 jaar oud was en zij dus de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt. Partijen hebben zich niet uitgelaten over de gevolgen die de wet hieraan verbindt, waaronder voor loondoorbetaling bij ziekte. Het hof stelt partijen in de gelegenheid hierop in te gaan. 14-02-2023
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Geschil tussen onderneming en bedrijfstakpensioenfonds Vervoer over de vraag of de onderneming onder haar werkingssfeer valt. Bpf Vervoer meent, althans vermoedt, dat de vervoersactiviteiten van de onderneming van zo’n grote omvang zijn, dat zij onder de werkingssfeer valt. De onderneming stelt dat haar kernactiviteit bestaat uit vriezen en koelen. Het vervoer van die producten aan haar klanten is ‘eigen vervoer’ en valt niet onder de werkingssfeer. Retourvrachten kunnen wel worden gezien als vervoer in de zin van het verplichtstellingsbesluit, maar vormen zo’n gering deel van haar activiteiten, dat dit te weinig is om onder de werkingssfeer te vallen. De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 15 april 2021 enkele beslissingen genomen in de overwegingen over (onder andere) de wijze waarop het verplichtstellingsbesluit moet worden uitgelegd. Verder heeft de kantonrechter geoordeeld dat nader onderzoek nodig is naar de feiten en dat de onderneming medewerking moet verlenen aan het door Bpf Vervoer gewenste onderzoek. De zaak is verwezen naar de rol voor het nemen van akten. De kantonrechter heeft tussentijds hoger beroep toegestaan en X B.V. heeft van die mogelijkheid gebruikgemaakt. Volgens X B.V. moet voor de vraag of zij onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit valt, niet alleen worden gekeken naar haar, maar naar het gehele concern. Het hof oordeelt met de kantonrechter dat de afzonderlijke rechtspersoon (dus alleen X B.V.) bepalend is. Uit het verplichtstellingsbesluit blijkt duidelijk dat ‘de rechtspersoon’ beslissend is. X B.V. kan niet volstaan met het verweer dat haar vervoersactiviteiten ‘eigen vervoer’ betreffen. Het is niet nodig dat in een verplichtstellingsbesluit tot in detail wordt bepaald hoe moet worden vastgesteld wat ‘in hoofdzaak’ is. Het gaat er in dit verplichtstellingsbesluit om welke bedrijfsactiviteiten worden verricht. Van een hiaat is dus geen sprake. Algemeen gezegd gaat het er dus om wat X B.V. ‘doet’, dus om de vraag of X B.V. zich hoofdzakelijk bezighoudt met het vervoeren van producten over de weg tegen vergoeding, of dat het koelen en vriezen de boventoon voert. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter ten onrechte de loonsom bepalend heeft geacht. Het hof zal de zaak terugverwijzen naar de kantonrechter, teneinde deze verder te behandelen met inachtneming van hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen. 31-01-2023
Rechtbank
- Rechtbank Noord-Holland Echtscheiding met nevenvoorzieningen. De rechtbank gaat niet mee in de stelling van de vrouw dat de gemeenschap een vergoedingsrecht heeft jegens de man van € 28.798. De vrouw heeft niet aangetoond dat de man alleen voor zichzelf geld van de gemeenschappelijke bankrekening heeft onttrokken. De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw af om te bepalen dat de man aan haar een bijdrage in de kosten van de huishouding dient te betalen van € 1.047 per maand, met ingang van 1 maart 2022 voor de duur van het huwelijk. Er ontbreekt een wettelijke grondslag voor het verzoek van de vrouw. Het verzoek van de vrouw om voor recht te verklaren dat partijen hun ouderdomspensioen dienen te verevenen conform de WVPS, wordt toegewezen. De bepaling in hun in 1988 gesloten huwelijkse voorwaarden sluit uit dat op grond van het overeengekomen periodieke verrekenbeding aanspraak gemaakt kan worden op verrekening van betaalde pensioenpremie of de waarde van het pensioen voor zover dit nog niet opeisbaar is. Uit deze bepaling kan evenwel niet worden afgeleid dat partijen de pensioenverevening uitdrukkelijk hebben willen uitsluiten. 17-02-2023
- Rechtbank Den Haag Geschil over de berekening van het militair invaliditeitspensioen van een beroepsmilitair. De militair vindt dat Defensie een onjuist arbeidsongeschiktheidspercentage heeft vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat de militair niet inzichtelijk heeft gemaakt dat de bevindingen en conclusies van de medische advisering van Defensie niet juist zouden zijn. Gelet op de geringe beperkingen in het dagelijks functioneren op de peildatum, is met het toekennen van een invaliditeitspercentage van 10% de mate van invaliditeit voor de aritmogene cardiomyopathie (ACM) niet onderschat. 14-02-2023
- Rechtbank Rotterdam DNB heeft ingestemd met de portefeuilleoverdracht van Optas naar Aegon. Verschillende polishouders hebben bezwaar gemaakt. DNB heeft opdracht gegeven aan Optas/Aegon mededeling te doen in de Staatscourant en in drie landelijke dagbladen dat polishouders zich bij DNB schriftelijk kunnen verzetten tegen de overgang. De rechtbank oordeelt dat DNB opdracht had moeten geven elke polishouder persoonlijk aan te schrijven over de voorgenomen portefeuilleovergang, de mogelijkheid van verzet daartegen en de verzettermijn. De inhoud van de mededeling over de voorgenomen portefeuilleovergang is niet in lijn met artikel 3:119 Wft. DNB moet erop toezien dat de informatie objectief en evenwichtig is, ook al volgt niet uit artikel 3:119 Wft dat een gedetailleerd inzicht moet worden gegeven in de (eventuele) gevolgen van de overgang. 13-02-2023
- Rechtbank Rotterdam DNB heeft ingestemd met de portefeuilleoverdracht van Optas naar Aegon. Verschillende polishouders hebben bezwaar gemaakt. DNB heeft opdracht gegeven aan Optas/Aegon mededeling te doen in de Staatscourant en in drie landelijke dagbladen dat polishouders zich bij DNB schriftelijk kunnen verzetten tegen de overgang. De rechtbank oordeelt dat DNB opdracht had moeten geven elke polishouder persoonlijk aan te schrijven over de voorgenomen portefeuilleovergang, de mogelijkheid van verzet daartegen en de verzettermijn. De inhoud van de mededeling over de voorgenomen portefeuilleovergang is niet in lijn met artikel 3:119 Wft. DNB moet erop toezien dat de informatie objectief en evenwichtig is, ook al volgt niet uit artikel 3:119 Wft dat een gedetailleerd inzicht moet worden gegeven in de (eventuele) gevolgen van de overgang. 13-02-2023
- Rechtbank Amsterdam Ondernemer wijzigt de pensioenregeling van middelloon naar premieovereenkomst (premiestaffel op basis van marktrente). De OR heeft bij brief van 3 november 2021 laten weten dat hij enkel instemt met het voorgenomen besluit indien er bij de compensatiebepaling wordt uitgegaan van het 25% percentiel. Op 18 augustus 2022 heeft de ondernemer laten weten ondanks het advies van de OR uitvoering te geven aan het voorstel. De kantonrechter oordeelt dat de OR tijdig de nietigheid heeft ingeroepen. Volgens de ondernemer is een instemming onder voorwaarden niet mogelijk. Hierin gaat de kantonrechter niet mee. Het is juist dat de WOR ten aanzien van instemmingsplichtige besluiten slechts twee smaken kent, namelijk wel instemming of geen instemming. Dat wil echter niet zeggen dat een OR geen voorwaarde aan zijn instemming mag verbinden. Het moet de ondernemer duidelijk zijn geweest dat de OR niet instemde met het besluit zoals dat voorlag. 08-02-2023
- Rechtbank Rotterdam In het vonnis van 15 juli 2022 (hierna: het tussenvonnis) is geoordeeld dat de kantonrechter voornemens is om een deskundige te benoemen die, met inachtneming van wat in het tussenvonnis is overwogen over het maximum pensioengevend salaris en de bonussen van eiser01, de pensioenaanspraken van eiser01 tot 1 januari 2014 moet berekenen. De rechtbank benoemt de deskundige en stelt de vragen vast die de deskundige moet beantwoorden. Hij moet berekenen of de werkgever te weinig pensioen heeft gefinancierd voor eiser01 tot 1 januari 2014. Daarbij moet hij rekening houden met de afspraken die partijen hebben gemaakt over het maximum pensioengevend salaris en de bonussen van eiser01 zoals vastgesteld in het tussenvonnis. 03-02-2023
- Rechtbank Noord-Holland Werknemer is op staande voet ontslagen. Dat is later met instemming van werknemer ingetrokken. Partijen hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten. De arbeidsovereenkomst is in stand gebleven. Werknemer vordert loon en wedertewerkstelling. Werkgever wil dat loon verrekenen met pensioenpremies. Deze vordering van werkgever is naar het oordeel van de kantonrechter niet eenvoudig vast te stellen. Werknemer heeft de gehoudenheid tot afdracht van pensioenpremies gemotiveerd betwist. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever niet mag verrekenen. 03-02-2023
- Rechtbank Limburg In deze zaak gaat het om de vraag of werknemer met een vast dienstverband van ruim 17 jaar, recht heeft of had op een transitievergoeding. De werknemer is ziek. Naast de opzegbevoegdheid bij langdurige ziekte kan een werkgever de arbeidsovereenkomst opzeggen tegen de pensioengerechtigde leeftijd. De kantonrechter oordeelt dat goed werkgeverschap meebrengt dat de werkgever bij mogelijke samenloop van beide ontslaggronden de voor de werknemer gunstigste opzegging hanteert. Het feit dat de termijn van 104 weken door het UWV verlengd is, is niet van belang voor de gerechtigdheid op de transitievergoeding. Ook zonder die verlenging zou de ontslagdatum zijn ná de datum waarop de arbeidsovereenkomst wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd beëindigd kon worden. De kantonrechter wijst de vorderingen tot betaling van (ten hoogste) de transitievergoeding of een schadebedrag af. 01-02-2023
Centrale Raad van Beroep
- Centrale Raad van Beroep Het dienstverband van een ambtenaar is beëindigd met een vaststellingsovereenkomst en een finaal kwijtingsbeding. Onderdeel van de vaststellingsovereenkomst is een vergoeding tot aan de AOW-leeftijd. Door de wet temporisering AOW-leeftijd wordt de AOW-leeftijd van de ambtenaar verlaagd van 67 jaar naar 66 jaar en 4 maanden. Zijn pensioen gaat 8 maanden eerder in. De werkloosheidsuitkeringen (WW en bovenwettelijk) eindigen eerder. De ambtenaar wil compensatie voor inkomens- en pensioenschade van € 86.384,16. De Centrale Raad van Beroep oordeelt in navolging van de rechtbank dat de ambtenaar daarvoor niet gecompenseerd hoeft te worden. 23-02-2023
- Centrale Raad van Beroep Geschil over de vraag of de afwijzing van de staatssecretaris van het verzoek van appellant om hem een militair arbeidsongeschiktheidspensioen toe te kennen juist is. Gelet op de toen geldende AMP en het tegenwoordig geldende artikel 3 van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen geldt de eis dat voor toekenning van een arbeidsongeschiktheidspensioen sprake moet zijn van arbeidsongeschiktheid en recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Met de staatssecretaris is de Raad van oordeel dat appellant niet aan deze eis voldoet en daarom niet in aanmerking komt voor toekenning van een arbeidsongeschiktheidspensioen. Appellant is immers na medisch en arbeidskundig onderzoek (in 1997) niet arbeidsongeschikt geacht. Dat appellant blijvend ongeschikt is geacht voor het vervullen van de militaire dienst vanwege ziekte of een gebrek (dienstongeschiktheid), maakt dit niet anders. Dienstongeschiktheid is immers iets anders dan arbeidsongeschiktheid. Het begrip arbeidsongeschiktheid ziet niet alleen op het eigen werk als beroepsmilitair, maar ook op andere gangbare arbeid, waarbij verlies van verdiencapaciteit optreedt. 23-02-2023
- Centrale Raad van Beroep Politieagent heeft gehoorschade als beroepsziekte. Hij krijgt arbeidsongeschiktheidspensioen (WIA) en een arbeidsongeschiktheidspensioen van het ABP (AAOP). Het geschil gaat over de vraag of het arbeidsongeschiktheidspensioen moet worden betrokken bij de berekening van de hoogte van een aanvullende uitkering op grond van het Besluit bezoldiging politie (Bbp). Het hoger beroep van de korpschef is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat het AAOP niet moet worden betrokken bij de berekening van de hoogte van de aanvullende uitkering. De Raad volgt de rechtbank niet in haar oordeel dat uit de tekst van het eerste en het tweede lid van artikel 39b Bbp, zoals die golden op 1 oktober 2019, moet worden afgeleid dat de IVA-uitkering van de gewezen ambtenaar wordt aangevuld tot 95% van zijn laatste bezoldiging en dat het AAOP daarbij buiten beschouwing moet worden gelaten. Bij het bestreden besluit is voor de uitkering waarop de aanvulling plaatsvindt dan ook terecht uitgegaan van de WIA-uitkering inclusief vakantiegeld, vermeerderd met het AAOP. 23-02-2023
- Centrale Raad van Beroep Appellante is het niet eens met het feit dat het ABP haar pensioen niet heeft geïndexeerd sinds 2008. Dit is een civielrechtelijke kwestie waarin de kantonrechter vonnis heeft gewezen op 13 juli 2022. Het gerechtshof en niet de Raad is de bevoegde rechter om te oordelen over het hoger beroep. De CRvB verklaart zich onbevoegd. 01-02-2023