Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 5, editie 8. Daarin vindt u een overzicht van zeventien in augustus 2022 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Wet toekomst pensioenen uitgesteld naar 1 juli 2023
Deze week bevestigde minister Schouten dat het niet realistisch is dat de nieuwe Pensioenwet (Wet toekomst pensioenen) op 1 januari 2023 in werking treedt. Beoogd is om de wet te laten ingaan per 1 juli 2023.
Uitspraken van de maand
Wijziging pensioenreglement door pensioenfonds werkt door in pensioenovereenkomst (PR 2022-0164)
Deze maand oordeelde het hof Arnhem-Leeuwarden over de rechtsgeldigheid van een verlaging van de pensioenopbouw door het pensioenfonds en een verhoging van de werknemersbijdrage door de werkgever. Een werknemer maakte daar bezwaar tegen. Kern van het geschil is of de werknemer gebonden is aan de wijziging van het pensioenreglement. Het hof oordeelt dat er sprake is van dynamische incorporatie van het pensioenreglement in de pensioenovereenkomst. De wijziging van het pensioenreglement werkt door in de rechtsverhouding tussen werkgever en werknemer. De wijziging van de werknemerspremie volgt niet uit het pensioenreglement maar is vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst. Gesteld noch gebleken is dat de werknemer aan die uitvoeringsovereenkomst is gebonden, aldus het hof (ECLI:NL:GHARL:2022:6832).
De uitspraak kan uitgelegd worden als een bevestiging van de pensioenfondsroute en/of toepassing van een dynamisch incorporatiebeding. Daarbij verwijst de pensioenovereenkomst naar het toepasselijke pensioenreglement. Indien het pensioenreglement dan rechtsgeldig wordt gewijzigd door het daartoe bevoegde pensioenfondsbestuur, wijzigt daarmee tegelijkertijd de pensioenovereenkomst.
Bestuurder aansprakelijk jegens werknemers: wel inhouden werknemersbijdrage maar niet sluiten uitvoeringsovereenkomst (PR 2022-0167)
Het hof Den Bosch oordeelde dat een indirect bestuurder aansprakelijk was voor de pensioenschade van werknemers. De werkgever hield op het loon werknemerspremies in. Hij sloot geen uitvoeringsovereenkomst om het pensioen onder te brengen. Daardoor konden de werknemers geen overname premiebetaling bij het UWV aanvragen. Het handelen van de indirect bestuurder was ernstig verwijtbaar en maakte hem persoonlijk aansprakelijk (ECLI:NL:GHSHE:2022:2684).
Ontslag VO-lid beroepspensioenfonds rechtsgeldig, schorsing niet (PR 2022-0168)
De rechtbank oordeelde dat het ontslag van een VO-lid was toegestaan maar de schorsing niet. De rechtbank toetste het ontslagbesluit van de vereniging van Nederlandse oud-loodsen (VNOL) marginaal. Zij oordeelde dat VNOL in redelijkheid tot het ontslagbesluit kon komen, waarbij van doorslaggevend belang is dat VNOL bepaalt wat in haar belang is. Zij mag gerechtvaardigd menen dat eiser niet meer de geschikte persoon is voor de vertegenwoordiging van VNOL/de gepensioneerden in het VO. Dat is voldoende reden voor het ontslagbesluit. De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat het VO alleen op zwaarwegende gronden mag besluiten een VO-lid te schorsen. Naar het oordeel van de rechtbank is BPL – de rechtspersoon waaraan het in geschil zijnde handelen van het VO moet worden toegerekend – te lichtvaardig tot schorsing overgegaan. Er zijn geen aanwijzingen in notulen van het VO of anderszins dat eiser zijn taak niet goed zou uitvoeren als onafhankelijk lid van het VO namens de gepensioneerden (ECLI:NL:RBROT:2022:7367).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hof
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Na overlijden ontstaat er een geschil over de nalatenschap en de verdeling van diverse vermogensbestanddelen. Tot de nalatenschap behoren onder meer aandelen in het kapitaal van Mipaco. De rechtbank heeft Mipaco veroordeeld om aan appellante 1 te betalen het weduwenpensioen op grond van de Pensioenovereenkomst van 20 december 2013 van € 3112,45 per jaar. Daarbij is overwogen dat Mipaco al tot en met het jaar 2021 heeft voldaan. De rechtbank heeft zich bij de hoogte van het partnerpensioen gebaseerd op een berekening van [naam 2] van De Regt adviesgroep waarin een partnerpensioen van € 3.112,45 per jaar is berekend. Appellanten stellen dat dit een hoger bedrag moet zijn, te weten € 3.400 per maand. Daarbij baseren zij zich op een verklaring van [naam3] van UMP Horeca. Het hof oordeelt dat de grief faalt. Het advies van [naam 2] wordt vergezeld van een aantal pensioenberekeningen waaruit blijkt dat met elementen als de duur van het huwelijk van erflater met appellante 1, de leeftijd van erflater en de rechten van derden rekening gehouden is bij het opstellen van het advies. Het advies van [naam 3] kent een dergelijke onderbouwing niet en ontbeert naar het oordeel van het hof daardoor een deugdelijke berekening. De berekening die door Mipaco c.s. in het geding is gebracht is niet voldoende inhoudelijk betwist. 30-08-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil over gevolgen late uitbetaling wezenpensioen. Dochter woonde op ander adres en moest door nabetaling hogere inkomstenbelasting en belastingrente voldoen en zorgtoeslag terugbetalen. Zij vordert onder meer belastingschade, rente en kosten. De kantonrechter wees de vorderingen toe. Het hof oordeelt dat het er op basis van de gepresenteerde feiten voorlopig van uitgaat dat PFZW in de periode van 18 december 2007 tot en met 20 februari 2014 herhaaldelijk brieven aan geïntimeerde heeft verzonden, waarin haar werd meegedeeld dat zij recht had op wezenpensioen en waarin haar werd gevraagd om nadere gegevens te verstrekken en dat deze brieven ook op het woonadres van geïntimeerde zijn aangekomen. Geïntimeerde krijgt de mogelijkheid om tegenbewijs hiervan te leveren, zoals zij heeft aangeboden. Het hof oordeelt dat als die brieven daadwerkelijk zijn verzonden en zijn aangekomen, PFZW daarmee aan haar zorgplicht tegenover geïntimeerde heeft voldaan. 23-08-2022
- Gerechtshof Amsterdam Echtscheidingsgeschil. De rechtbank heeft geoordeeld over de verdeling van diverse vermogensbestanddelen, waaronder partneralimentatie, de woning, de speedboot en het pensioen in eigen beheer. Volgens de man is de rechtbank eraan voorbijgegaan dat pensioenverevening moet plaatsvinden over de duur van het huwelijk. De man heeft een berekening laten maken waaruit blijkt dat hij over de huwelijkse periode een bedrag van € 55.750 zou moeten afstorten. Na de mondelinge behandeling heeft de vrouw het hof bericht dat zij akkoord gaat met de gemaakte berekening. Het hof oordeelt dat de man ervoor moet zorgdragen dat hij ten behoeve van de vrouw een bedrag van € 55.750 afstort bij een externe pensioenverzekeraar naar keuze van de vrouw. Het hof vernietigt de beslissingen over de partneralimentatie. De overige beslissingen zullen worden aangehouden in afwachting van de berichten van partijen over de speedboot en de taxatie van de woning. 16-08-2022
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Geschil over uitleg vaststellingsovereenkomst. Daarin staat dat deze grammaticaal moet worden uitgelegd met uitsluiting Haviltex-norm. In de vaststellingsovereenkomst staat onder meer dat de partneralimentatie zal eindigen op de dag dat de vrouw de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, te weten op [datum] 2021. De rechtbank heeft bepaald dat de man gehouden is de partneralimentatie te voldoen tot de pensioengerechtigde leeftijd van [datum] 2022. Het hof oordeelt dat de alimentatieverplichting eindigt in 2021. De rechtbank is buiten de grammaticale uitleg getreden. Er is geen uitzonderlijke situatie die maakt dat de ongewijzigde handhaving van de (reeds verlengde) alimentatietermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de vrouw kan worden gevergd. 11-08-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Deze zaak gaat over de vraag of appellant recht heeft op vergoeding van het nadeel dat hij stelt te hebben geleden doordat NAM hem heeft gestimuleerd om vroegpensioen aan te vragen waarbij NAM hem onjuiste informatie heeft gegeven of hem informatie heeft onthouden. Daardoor is hij niet in aanmerking gekomen voor een gunstiger vertrekregeling. Volgens appellant had NAM, als goed werkgeefster, hem daarvoor moeten behoeden. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen. In hoger beroep worden zowel het verzoek om nadere stukken ex artikel 843a Rv als de vorderingen in hoofdzaak afgewezen. Niet is komen vast te staan dat NAM ten tijde van de aanvraag voor vroegpensioen wist dat er een voor appellant gunstiger vertrekregeling kwam waardoor zij als goed werkgeefster hem had moeten weerhouden van het aanvragen van zijn prepensioen. 09-08-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Deze zaak gaat over de vraag of appellant recht heeft op vergoeding van het nadeel dat hij stelt te hebben geleden doordat NAM hem heeft gestimuleerd om vroegpensioen aan te vragen waarbij NAM hem onjuiste informatie heeft gegeven of hem informatie heeft onthouden. Daardoor is hij niet in aanmerking gekomen voor een gunstiger vertrekregeling. Volgens appellant had NAM, als goed werkgeefster, hem daarvoor moeten behoeden. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen. In hoger beroep worden zowel het verzoek om nadere stukken ex artikel 843a Rv als de vorderingen in hoofdzaak afgewezen. Niet is komen vast te staan dat NAM ten tijde van de aanvraag voor vroegpensioen wist dat er een voor appellant gunstiger vertrekregeling kwam waardoor zij als goed werkgeefster hem had moeten weerhouden van het aanvragen van zijn prepensioen. 09-08-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Deze zaak gaat over de vraag of appellanten recht hebben op vergoeding van het nadeel dat zij stellen te hebben geleden doordat NAM hen (en in het geval van appellante 1: haar inmiddels overleden echtgenoot) heeft gestimuleerd om vroegpensioen aan te vragen waarbij NAM aan hen onjuiste informatie heeft gegeven of informatie aan hen heeft onthouden. Daardoor hebben zij volgens hen gedwaald. Als gevolg hiervan zijn zij niet in aanmerking gekomen voor een vertrekregeling. Volgens appellanten had NAM, als goed werkgeefster, de werknemers daarvoor moeten behoeden. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen. In hoger beroep worden zowel het verzoek om nadere stukken ex artikel 843a Rv als de vorderingen in hoofdzaak afgewezen. Niet is komen vast te staan dat NAM ten tijde van de aanvraag voor vroegpensioen wist dat er een voor appellanten gunstiger vertrekregeling kwam waardoor zij als goed werkgeefster hen had moeten weerhouden van het aanvragen van hun prepensioen. 09-08-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Werknemer maakt bezwaar tegen verlaging pensioenopbouw door pensioenfonds en verhoging werknemersbijdrage door werkgever. Kern van het geschil is of de werknemer gebonden is aan de wijziging van het pensioenreglement. Het hof oordeelt dat er sprake is van dynamische incorporatie van het pensioenreglement in de pensioenovereenkomst. De wijziging van het pensioenreglement werkt door in de rechtsverhouding tussen werkgever en werknemer. De wijziging van de werknemerspremie volgt niet uit het pensioenreglement maar is vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst. Gesteld noch gebleken is dat de werknemer aan die uitvoeringsovereenkomst is gebonden. 02-08-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Kern van het geschil is de vraag of Metabletica onder de werkingssfeer van PFZM valt. Uitgezonderd in de werkingssfeerbepaling is de ‘natuurlijke persoon of rechtspersoon die als zelfstandige eerste- of tweedelijns vrije beroepsbeoefenaar zorg verleent’. Het hof oordeelt dat uitleg plaats moet vinden met toepassing van de cao-methode en dat de betekenis in ‘het normale spraakgebruik’ is dat de persoon als (aan de rechtspersoon verbonden) zelfstandige moet werken. Nu de betrokken persoon in dienst was getreden van de rechtspersoon, was deze niet als zelfstandige verbonden. De uitzondering is niet van toepassing waardoor de onderneming onder de werkingssfeer valt. 02-08-2022
- Gerechtshof Den Haag Werkgeefster wordt verplicht premies te betalen aan pensioenfonds en andere fondsen. Uit overgelegde overzichten is gebleken dat werkgeefster voor werknemers geen premies en bijdragen heeft betaald. 02-08-2022
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Geschil over de vraag of een indirect bestuurder van de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk is en schadeplichtig jegens werknemers. De werkgever sluit geen uitvoeringsovereenkomst ter onderbrenging van hun pensioenovereenkomsten. Hij draagt geen pensioenpremies af, hoewel wel de werknemerspremie op het loon is ingehouden. Door geen uitvoering aan de pensioenregeling te geven heeft de werkgever werknemers de mogelijkheid ontnomen om bij het UWV het overnemen van betaling van de pensioenpremies aan te vragen. Dit acht het hof persoonlijke aansprakelijkheid opleverend ernstig verwijtbaar handelen van de indirect bestuurder. 02-08-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Het gaat in deze zaak om de vraag of appellant als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is voor door het inmiddels failliete Zzzoof aan het Pensioenfonds verschuldigde en openstaande premiebijdragen. Het Pensioenfonds heeft hem daarvoor aansprakelijk gesteld en een dwangbevel uitgevaardigd. Appellant vraagt in deze procedure het Pensioenfonds een verbod op te leggen om het dwangbevel ten uitvoer te leggen. Het hof kan geen tijdstip vóór het faillissement van Zzzoof vaststellen waarop de meldingsplicht een aanvang heeft genomen. Evenmin is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Het hof oordeelt dat appellant niet hoofdelijk aansprakelijk is voor de onbetaald gebleven pensioenpremies van Zzzoof. Het Pensioenfonds heeft de stellingen waarop deze aansprakelijkstelling is gebaseerd onvoldoende feitelijk onderbouwd. 02-08-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil tussen voormalig werknemer en Capgemini over nakoming pensioenovereenkomst. In hoger beroep vordert de voormalig werknemer inzage in een pensioenrapport dat in opdracht van Capgemini zou zijn geschreven. Capgemini stelt dat het rapport in opdracht van de OR is vervaardigd en dat de OR weigert dit te verstrekken. Het hof oordeelt dat werknemer zich bij akte hierover mag uitlaten. 02-08-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil tussen voormalig werknemer en Capgemini over nakoming pensioenovereenkomst. In hoger beroep vordert de voormalig werknemer inzage in een pensioenrapport dat in opdracht van Capgemini zou zijn geschreven. Capgemini stelt dat het rapport in opdracht van de OR is vervaardigd en dat de OR weigert dit te verstrekken. Het hof oordeelt dat werknemer zich bij akte hierover mag uitlaten. 02-08-2022
Rechtbank
- Rechtbank Rotterdam Geschil over schorsing en ontslag van een VO-lid. De rechtbank oordeelt dat het ontslag rechtsgeldig is. De rechtbank toetst het ontslagbesluit van VNOL dan ook marginaal en is van oordeel dat VNOL in redelijk tot het ontslagbesluit heeft kunnen komen. Daarbij is van doorslaggevend belang dat VNOL bepaalt wat in haar belang is. Zij mag naar het oordeel van de rechtbank dan ook gerechtvaardigd menen dat eiser niet meer de geschikte persoon is voor de vertegenwoordiging van VNOL/de gepensioneerden in het VO. Dat is voldoende reden voor het ontslagbesluit. De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat het VO alleen op zwaarwegende gronden mag besluiten een VO-lid te schorsen. Naar het oordeel van de rechtbank is BPL – de rechtspersoon aan wie het in geschil zijnde handelen van het VO moet worden toegerekend – te lichtvaardig tot schorsing overgegaan. Er zijn geen aanwijzingen in notulen van het VO of anderszins dat eiser zijn taak niet goed zou uitvoeren als onafhankelijk lid van het VO namens de gepensioneerden. 31-08-2022
- Rechtbank Overijssel Partijen zijn tot 3 augustus 2005 met elkaar gehuwd geweest. De vrouw vordert kort gezegd verevening van het tijdens het huwelijk door de man opgebouwde ouderdomspensioen (hierna: pensioen). De man vordert op zijn beurt de vrouw te veroordelen om de helft van het tijdens het huwelijk door haar opgebouwde pensioen aan de man te voldoen. De rechtbank wijst van beide partijen de vorderingen die zien op de pensioenverevening (voor zover de vrouw ook pensioen heeft opgebouwd tijdens het huwelijk) toe, met dien verstande dat de vordering tot betaling aan de vrouw van een gedeelte van het reeds vóór de dag van de dagvaarding aan de man uitgekeerde pensioen op grond van de maatstaven van redelijkheid en billijkheid wordt afgewezen, nu niet is gebleken dat de vrouw – anders dan door één kort telefoontje van een familielid van haar – eerder dan in de dagvaarding een beroep heeft gedaan op pensioenverevening en de man financieel gezien zwaar zou worden getroffen als hij tot een dergelijke (na)betaling zou moeten overgaan. 03-08-2022