Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 5, editie 7. Daarin vindt u een overzicht van dertien in juli 2022 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Hoge Raad casseert uitspraak pensioenverevening na echtscheiding DGA met pensioen in eigen beheer ten aanzien van externe afstortingsplicht (PR 2022-0149)
Deze maand casseerde de Hoge Raad een uitspraak over de pensioenverevening na echtscheiding van een DGA met pensioen in eigen beheer. Het hof had overwogen dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er onvoldoende kapitaal in de bv aanwezig is en er ook geen middelen kunnen worden vrijgemaakt of elders verkregen, waardoor ervan uitgegaan dient te worden dat de vrouw aanspraak heeft op volledige afstorting. De Hoge Raad oordeelt onder meer dat de vrouw niet had betwist dat er in de bv onvoldoende kapitaal aanwezig was om zowel de commerciële waarde van haar pensioenaanspraak af te storten, als voldoende kapitaal achter te laten om de commerciële waarde van de pensioenaanspraak van de man te dekken. Daarnaast werd terecht geklaagd over het oordeel van het hof dat de man een zo veel mogelijk vergelijkbaar verzekeringsproduct diende aan te schaffen. De man had aangevoerd dat aan het aanschaffen van een dergelijk product groot fiscaal nadeel is verbonden. Tevens was onvoldoende duidelijk wat het hof met een ‘vergelijkbaar verzekeringsproduct’ heeft bedoeld, aldus de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:1080).
In een andere aan de Hoge Raad voorgelegde kwestie over de uitleg van de indexatieafspraak tussen werknemers en Jabil werd de zaak afgedaan op grond van artikel 81 Wet RO. Het oordeel van het hof bleef daarmee in stand (ECLI:NL:HR:2022:985, PR 2022-0154).
Intrekking vrijstelling door Bpf ism vertrouwens- en evenredigheidsbeginsel (PR 2022-0144)
Met enige regelmaat speelt de vraag of een werkgever nog voldoet aan de voorwaarden van de vrijstelling. Deze maand oordeelde het CBb dat Bpf Hibin de vrijstelling van de werkgever niet had mogen intrekken. Het argument dat de werkgever niet meer voldeed aan de groepsvoorwaarde, sneuvelde op grond van het vertrouwensbeginsel. De intrekking van de vrijstelling wegens het niet meer voldoen aan de eis van financiële gelijkwaardigheid was in strijd met artikel 3:4 Awb. Intrekking van een vrijstelling is een belastend besluit voor de werkgever. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, ziet het College niet in dat Bpf HiBiN in redelijkheid het belang van solidariteit en collectiviteit bij intrekking van een onverplicht verleende vrijstelling in het algemeen zwaarder kan laten wegen dan het belang van RRM en haar werknemers om te blijven deelnemen in een eigen pensioenregeling (ECLI:NL:CBB:2022:458).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hoge Raad
- Hoge Raad Deze zaak gaat over de pensioenverevening na echtscheiding van een DGA. De vrouw stelt zich op het standpunt dat de man verplicht is tot afstorting van de na verevening aan de vrouw toekomende pensioenaanspraak. De afstorting zou moeten plaatsvinden uit de pensioenvoorziening in de bv van de man. De man stelt dat bij afstorting zijn eigen pensioenvoorziening volledig wordt uitgehold en de continuïteit van de onderneming in gevaar komt. De rechtbank heeft geoordeeld dat de man niet tot afstorting kan worden verplicht. Het hof overwoog dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er onvoldoende kapitaal in de bv aanwezig is en er ook geen middelen kunnen worden vrijgemaakt of elders verkregen, waardoor er van uitgegaan dient te worden dat de vrouw aanspraak heeft op volledige afstorting. De Hoge Raad casseert die uitspraak en verwijst de zaak terug. Hij oordeelt onder meer dat de vrouw niet heeft betwist dat er in de bv onvoldoende kapitaal aanwezig was om zowel de commerciële waarde van haar pensioenaanspraak af te storten, als voldoende kapitaal achter te laten om de commerciële waarde van de pensioenaanspraak van de man te dekken. Daarnaast is terecht geklaagd over het oordeel van het hof dat de man een zo veel mogelijk vergelijkbaar verzekeringsproduct dient aan te schaffen. Dat is onvoldoende gemotiveerd in het licht van de stellingen van de man dat aan het aanschaffen van een dergelijk product groot fiscaal nadeel is verbonden. Tevens is onvoldoende duidelijk wat het hof met een ‘vergelijkbaar verzekeringsproduct’ heeft bedoeld, aldus de Hoge Raad. 15-07-2022
- Hoge Raad Deze zaak gaat over de uitleg van de indexatiebepaling in de pensioenovereenkomst. In geschil is de indexatieregeling na uitdiensttreding. Volgens de clausule in de arbeidsovereenkomsten van werknemers dient de pensioenregeling van werknemers in alle materiële opzichten gelijk te zijn aan een eerdere pensioenregeling bij voormalige werkgever Philips. Meer specifiek is de vraag of Jabil, de (voormalig) werkgever van verweerster 1 en verweerder 2, gehouden is tot financiering van voorwaardelijke indexaties. Jabil is daar vanaf 2013 mee gestopt. Óf geïndexeerd moet worden hangt volgens het hof ervan af of het pensioenfonds van de vroegere werkgever van verweerster 1 en verweerder 2 (Philips) in het betrokken jaar indexatie toepast. Jabil betoogt dat zij vanaf 2013 niet tot financiering van de indexatieregeling gehouden is omdat (a) zij daartoe op grond van de Pensioenwet en de pensioenovereenkomst tussen partijen niet verplicht is, en (b) zij ervoor heeft gezorgd dat de waarde van het pensioen van verweerster 1 en verweerder 2 hoger is dan het zou zijn geweest als zij tot hun uitdiensttreding bij Philips in dienst waren gebleven. Het hof heeft Jabil niet in dit betoog gevolgd maar geoordeeld dat de indexatie die bij Philips gold moet worden gevolgd. De Hoge Raad verwerpt het daartegen gerichte cassatieberoep op grond van artikel 81 Wet RO. 01-07-2022
Hof
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Slapend dienstverband arbeidsongeschikte, bijna gepensioneerde werknemer bij Drenthe College wordt per 13 september 2018 voor een korte periode (tot pensioendatum op 1 juni 2019) voortgezet na einde wachttijd. Werkgever blijft pensioenpremie betalen. Werknemer is vrijgesteld van werk en re-integratie. Salaris wordt niet meer betaald. Dat is feitelijk een inhoudsloos dienstverband in de zin van de Xella-beschikking van de Hoge Raad. Werkgever weigert (paar maanden vóór pensioendatum) in te stemmen met alsnog gedaan verzoek van werknemer tot beëindiging dienstverband en betaling transitievergoeding (€ 51.502 bruto). Dat is in strijd met goed werkgeverschap (art. 7:611 BW). Werkgever is schadeplichtig. De schade is het netto-equivalent van een transitievergoeding van € 51.502 bruto. Onaanvaardbaar is dat de pensioenpremie voor rekening van de werkgever blijft (art. 6:109 BW). Daarom matiging met het bedrag van de door de werkgever betaalde pensioenpremies (€ 4.455,86). Wettelijke rente gaat in op de dag van verzuim, zijnde de dag van afwijzing van het verzoek van de werknemer. 26-07-2022
- Gerechtshof Den Haag Deze zaak gaat over de vraag of werkgever zijn zorgplicht als werkgever en als assurantietussenpersoon heeft geschonden door zijn werknemer en diens partner niet te waarschuwen dat de partner geen aanspraak zou kunnen maken op een nabestaandenpensioen als de werknemer niet voor zijn 40ste verjaardag met haar in het huwelijk zou treden. Het hof oordeelt dat de werkgever, tevens assurantietussenpersoon, niet onrechtmatig handelt jegens de echtgenote van werknemer die dacht dat voor haar een nabestaandenpensioen was verzekerd. Het lag op de weg van werknemer om op basis van de verstrekte informatie zich ervan te vergewissen of, en zo ja, in hoeverre de ten behoeve van hem gesloten pensioenaanspraak recht zou geven op nabestaandenpensioen. Werkgever heeft juiste en toereikende informatie verstrekt over voorwaarden waaronder aanspraak was op pensioen. 26-07-2022
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Ontslagzaak. Het hof oordeelt dat de school ernstig verwijtbaar handelt door werkneemster uit haar rol als directeur van de basisschool te plaatsen, hierover niet het advies van de medezeggenschapsraad in te winnen, alsmede door werkneemster na veroordeling tot wedertewerkstelling vrijwel direct weer te schorsen. Het hof kent een billijke vergoeding toe van € 100.000. Daarin begrepen is pensioenschade. 21-07-2022
- Gerechtshof Amsterdam Geschil na echtscheiding. Het hof stelt na jusvergelijking, behoefte en draagkracht de partneralimentatie vast op 756 per maand. Tevens legt het de pensioenafspraken uit die in de huwelijkse voorwaarden staan. Het ouderdomspensioen wordt verevend, niet alleen over de huwelijkse periode maar eveneens over (een deel van) de voorhuwelijkse periode. De conversie ziet op grond van de huwelijkse voorwaarden niet alleen op het ouderdomspensioen, maar ook op het nabestaandenpensioen. 12-07-2022
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Het gaat in deze zaak om de vraag of DSV zonder instemming van de werknemers de pensioenovereenkomst mocht wijzigen van een eindloonregeling in een beschikbare premieregeling. Het hof oordeelt dat DSV op zich wel een goede reden had om tot wijziging van de pensioenovereenkomsten met de werknemers over te gaan, maar dat zij dat niet mocht doen op de manier zoals zij dat heeft gedaan. DSV had eerst een minder vergaand alternatief moeten onderzoeken en dat moeten aanbieden in combinatie met een compensatie, of de huidige beschikbare premieregeling regeling aanbieden vergezeld van een compensatie. Aangezien zij dat niet heeft gedaan, is van een zwaarwichtig belang in de zin van artikel 7:613 BW geen sprake. 12-07-2022
Rechtbank
- Rechtbank Amsterdam Echtscheidingszaak. De rechtbank verdeelt de gemeenschap. De rechtbank stelt de partneralimentatie vast, alsmede de wijze waarop de koopwoning wordt verdeeld en de overige bestanddelen. De rechtbank verklaart voor recht dat het door de man vanaf 2008 opgebouwde pensioen in Nederland onder de werking van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding valt. Als bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de man blijkt dat hij in de periode vanaf 19 november 2004 tot 2008 pensioen heeft opgebouwd in Florida, behoort dit pensioen tot het te verdelen huwelijksvermogen van partijen en dient dat tussen partijen te worden verdeeld conform de wettelijke regels van het recht van de staat Florida. 27-07-2022
- Rechtbank Amsterdam Bestuurder is hoofdelijk aansprakelijk voor tijdig verstrekken van informatie die Bpf nodig heeft voor (bijvoorbeeld) het vaststellen van pensioenpremies. Een Bpf mag een aansprakelijke bestuurder via dwangbevel hiertoe overhalen. Het opleggen van dwangsommen komt echter niet toe aan het Bpf. Dat is voorbehouden aan de rechter. Die kan in een met waarborgen omklede procedure toetsen of een dwangsom kan worden opgelegd. De voorzieningenrechter verbiedt de op 3 mei 2022 aangevangen executie van het dwangbevel van 23 maart 2021 dat op 30 maart 2021 door de deurwaarder aan eiser is betekend. 21-07-2022
- Rechtbank Rotterdam Verevening pensioenrechten na einde huwelijk. Gedaagde heeft het door eiseres berekende bedrag onvoldoende gemotiveerd betwist, door bijvoorbeeld een eigen berekening over te leggen. De rechtbank wijst het door eiseres berekende bedrag toe. De opgebouwde pensioenrechten vallen onder de werking van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. 20-07-2022
- Rechtbank Rotterdam Het gaat er in deze zaak om of (de rechtsvoorganger van) HDI Global de pensioenaanspraken van werknemer (eiser) voldoende heeft gefinancierd. Werknemer denkt dat HDI Global dit onvoldoende heeft gedaan, doordat HDI Global te lage pensioengevende salarisbedragen aan Aegon heeft doorgegeven. Volgens werknemer heeft hij met HDI Global afspraken gemaakt over zijn pensioengevend salaris en heeft HDI Global die afspraken niet of niet goed doorgegeven aan Aegon. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van verjaring of schending van de klachtplicht. Zij oordeelt dat werknemer en werkgever over de periode tot 2014 zijn overeengekomen dat het in het pensioenreglement opgenomen maximale pensioengevend salaris niet op hem van toepassing is, zodat zijn volledige salaris, inclusief jaarlijkse bonussen, pensioengevend is. Voor de periode vanaf 1 januari 2014 hebben partijen afspraken gemaakt en is finale kwijting verleend. 15-07-2022
- Rechtbank Den Haag Tussen partijen is in geschil of eiser pensioenschade heeft geleden door de wijziging van zijn pensioenregeling per 1 juni 2001 van eindloon naar beschikbare premieregeling. De rechtbank oordeelt dat zijn vorderingen zijn verjaard. Eiser heeft medio 2010 voldoende zekerheid gekregen over de thans door hem gestelde schade en de volgens hem hiervoor aansprakelijke persoon, door middel van UPO’s. Het doel van de verstrekking van het UPO is immers deelnemers tijdig meer informatie te verschaffen over de hoogte van het al dan niet opgebouwde en op te bouwen pensioen en de deelnemer daarmee daadwerkelijke bekendheid te bieden van de (negatieve) resultaten, teneinde eventueel actie te ondernemen. Het jarenlang (on)bewust negeren van de van overheidswege verplichte overzichten kan niet meebrengen dat de verjaringstermijn daarom niet gaat lopen. 12-07-2022