Naar boven ↑

Update

Nummer 7, 2022
Uitspraken van 12-08-2022 tot 31-08-2022
Redactie: Prof. mr. drs. M. Heemskerk.

Beste lezers,

Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 5, editie 7. Daarin vindt u een overzicht van dertien in juli 2022 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.

Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.

Uitspraken van de maand

Hoge Raad casseert uitspraak pensioenverevening na echtscheiding DGA met pensioen in eigen beheer ten aanzien van externe afstortingsplicht (PR 2022-0149)
Deze maand casseerde de Hoge Raad een uitspraak over de pensioenverevening na echtscheiding van een DGA met pensioen in eigen beheer. Het hof had overwogen dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er onvoldoende kapitaal in de bv aanwezig is en er ook geen middelen kunnen worden vrijgemaakt of elders verkregen, waardoor ervan uitgegaan dient te worden dat de vrouw aanspraak heeft op volledige afstorting. De Hoge Raad oordeelt onder meer dat de vrouw niet had betwist dat er in de bv onvoldoende kapitaal aanwezig was om zowel de commerciële waarde van haar pensioenaanspraak af te storten, als voldoende kapitaal achter te laten om de commerciële waarde van de pensioenaanspraak van de man te dekken. Daarnaast werd terecht geklaagd over het oordeel van het hof dat de man een zo veel mogelijk vergelijkbaar verzekeringsproduct diende aan te schaffen. De man had aangevoerd dat aan het aanschaffen van een dergelijk product groot fiscaal nadeel is verbonden. Tevens was onvoldoende duidelijk wat het hof met een ‘vergelijkbaar verzekeringsproduct’ heeft bedoeld, aldus de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:1080).

In een andere aan de Hoge Raad voorgelegde kwestie over de uitleg van de indexatieafspraak tussen werknemers en Jabil werd de zaak afgedaan op grond van artikel 81 Wet RO. Het oordeel van het hof bleef daarmee in stand (ECLI:NL:HR:2022:985, PR 2022-0154).

Intrekking vrijstelling door Bpf ism vertrouwens- en evenredigheidsbeginsel (PR 2022-0144)
Met enige regelmaat speelt de vraag of een werkgever nog voldoet aan de voorwaarden van de vrijstelling. Deze maand oordeelde het CBb dat Bpf Hibin de vrijstelling van de werkgever niet had mogen intrekken. Het argument dat de werkgever niet meer voldeed aan de groepsvoorwaarde, sneuvelde op grond van het vertrouwensbeginsel. De intrekking van de vrijstelling wegens het niet meer voldoen aan de eis van financiële gelijkwaardigheid was in strijd met artikel 3:4 Awb. Intrekking van een vrijstelling is een belastend besluit voor de werkgever. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, ziet het College niet in dat Bpf HiBiN in redelijkheid het belang van solidariteit en collectiviteit bij intrekking van een onverplicht verleende vrijstelling in het algemeen zwaarder kan laten wegen dan het belang van RRM en haar werknemers om te blijven deelnemen in een eigen pensioenregeling (ECLI:NL:CBB:2022:458).

Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.

Tot de volgende update.

Mark Heemskerk

Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch

e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl

Hoge Raad

Hof

Rechtbank

College van Beroep voor het bedrijfsleven