Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 5, editie 5. Daarin vindt u een overzicht van 28 in mei 2022 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Niet informeren pensioengevolgen hoger salaris: geen schending zorgplicht (PR 2022-0111)
Deze maand oordeelde de CRvB over een zaak waarin een beroepsmilitair er niet door zijn werkgever op was gewezen bij zijn bevordering dat zijn hogere salaris kon leiden tot een lager pensioen. De Raad oordeelde dat er geen algemene verplichting is voor een werkgever om te waarschuwen voor het optreden van een pensioenknip bij een salarissprong. Het lag op de weg van de beroepsmilitair om zichzelf te laten informeren over de gevolgen die de bevordering voor zijn pensioen zou hebben. Hij had een eigen verantwoordelijkheid om bij wijzigingen van zijn rechtspositie bij de pensioenuitvoerder te informeren naar de gevolgen voor zijn pensioen, aldus de Raad (ECLI:NL:CRVB:2022:1109).
Ontwikkelaar shoarmarobot valt onder werkingssfeer metaal en techniek (PR 2022-0118)
Ook deze maand waren er weer werkingssfeerkwesties. Solufo, een werkgever die een robot ontwikkelde om shoarmavlees te snijden, werd aangesproken door PMT. In de werkingssfeerbepaling staat dat het ontwerpen en ontwikkelen van dergelijke apparaten eronder vallen, zo oordeelde de kantonrechter. Uit de verslagen en de e-mail van Solufo is voldoende gebleken dat de werknemers van Solufo zich bezighouden met (in ieder geval) het ontwikkelen van apparaten, namelijk de snijmachine in de vorm van een robot, en dat zij daarmee onder de reikwijdte van voormeld artikel vallen. Dat deze robot nog steeds in de ontwikkelingsfase verkeert, dat het apparaat nog niet (goed) werkt, dat nog slechts sprake is van een prototype en dat deze (nog) niet in serie wordt gemaakt, zoals door Solufo is aangevoerd, doet niet af aan dit oordeel (ECLI:NL:RBROT:2022:4139, zie ook Pensioen Pro 23 juni 2022, Ontwikkelaar shoarmarobot moet zich aansluiten bij PMT).
NB Na het Adimec-arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2014:215, PR 2018-0149) is de werkingssfeerbepaling in de metaalsector aangepast voor ontwikkelen en ontwerpen.
Pensioenfonds PFZW mag aantal bestuurszetels statutair verkleinen en voordrachtsrecht vakorganisatie beperken (PR 2022-0127)
De voorzieningenrechter wees een vordering af van een vakorganisatie bij PFZW die na een statutenwijziging geen bestuurszetel (althans voordrachtsrecht) meer had en daartegen protesteerde. Volgens de voorzieningenrechter ging het erom of het pensioenfonds op zo evenwichtig mogelijke wijze had gehandeld conform Pensioenwet en statuten en om strijd met de redelijkheid en billijkheid. Daarvan was, voorshands en marginaal toetsend geen sprake. PFZW heeft in redelijkheid tot de statutenwijziging kunnen besluiten. Zij heeft alle relevante belangen, waaronder die van FBZ, meegewogen en is daarbij zorgvuldig geweest. Ook voldoet de nieuwe situatie aan de eis dat de werknemersverenigingen op een zo evenwichtig mogelijke wijze in het bestuur van PFZW zijn vertegenwoordigd, aldus de voorzieningenrechter (ECLI:NL:RBMNE:2022:2299).
Niet expliciet uitsluiten polissen van verevening in echtscheidingsconvenant leidt tot verevening (PR 2022-0113)
In het echtscheidingconvenant stond dat het pensioen van de man zou worden verevend, waarbij uitsluitend de polissen bij Bouwpensioenfonds Metaalnijverheid en Nationale Nederlanden waren genoemd. Tussen partijen is in geschil of zij alle pensioenpolissen hebben willen verevenen of, zoals de man stelt, alleen die twee. Daarnaast was in geschil of het opgebouwde bijzonder nabestaandenpensioen premievrij gereserveerd zou blijven voor de vrouw. De rechtbank oordeelt dat op basis van artikel 2 WVPS de vrouw recht heeft op verevening van de door de man opgebouwde pensioenaanspraken, tenzij partijen toepasselijkheid van deze wet hebben uitgesloten bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de scheiding. Dit hebben partijen niet gedaan. Partijen hebben juist de WVPS van toepassing verklaard in het echtscheidingsconvenant, met dien verstande dat alleen de polisnummers 2093810 en 9210709 zijn genoemd. Naar het oordeel van de rechtbank brengt dit niet met zich dat partijen daarmee polisnummers 9258065 en 9159575 hebben uitgesloten van pensioenverevening. De vereiste schriftelijke uitsluiting ontbreekt, dat geldt ook voor het bijzonder partnerpensioen (ECLI:NL:RBNNE:2022:1700).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hof
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Advocaat heeft erflater bijgestaan bij echtscheiding en afwikkeling daarvan. Na overlijden van de erflater ontstaat een geschil met de zoon over onder meer veronderstelde beroepsaansprakelijkheid van de advocaat. In geschil is onder meer of verjaringstermijnen van alimentatie- en pensioenaanspraken door een fout van de advocaat zijn verstreken. Het hof is evenals de rechtbank van oordeel dat de advocaat (appellant) jegens de erflater onzorgvuldig heeft gehandeld door onder de gegeven omstandigheden geen maatregelen te treffen om verjaring van de aan haar toegekende pensioenaanspraken te voorkomen. Dat had temeer voor de hand gelegen nu appellant wist dat als gevolg van het beslag uit hoofde van de overbedelingsvordering haar pensioendeel sinds december 2006 niet werd voldaan, zodat er een reëel risico ontstond dat deze periodieke aanspraken bij niet tijdige voldoening zouden verjaren. Van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mocht onder die omstandigheden worden verwacht dat hij maatregelen had getroffen om het verlies van aanspraken te voorkomen door zijn cliënt op het risico van verjaring van die aanspraken te wijzen en/of te informeren over de wijze waarop de verjaring van deze aanspraken kon worden voorkomen en/of door zelf zorg te dragen voor stuiting van de verjaring van die aanspraken. Vast staat dat appellant dit heeft nagelaten. 17-05-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Na scheiding heeft de rechtbank de man veroordeeld tot betaling aan haar van een deel van zijn pensioen. De rechtbank heeft dat vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het hof wijst de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de rechtbank af. 17-05-2022
- Gerechtshof Amsterdam Kern van de zaak is de vraag welk bedrag appellant maandelijks aan geïntimeerde moet betalen op grond van een afspraak met betrekking tot de verrekening van door appellant opgebouwde pensioenrechten, welke afspraak partijen hebben opgenomen in een echtscheidingsconvenant dat zij op 10 mei 1993 zijn aangegaan. Appellant heeft ter uitvoering van het beding in het echtscheidingsconvenant € 310 per maand betaald. De rechtbank heeft appellant veroordeeld tot betaling van € 371,88 per maand. Op vordering van appellant in reconventie heeft de rechtbank beslist dat appellant een door het pensioenfonds ABP doorgevoerde korting op zijn pensioenaanspraken, naar rato mag toepassen op het door hem aan geïntimeerde te betalen deel van zijn ouderdomspensioen. Deze beslissing en hetgeen de rechtbank daaraan ten grondslag heeft gelegd, valt buiten het bestek van het hoger beroep, aangezien dit uitsluitend betrekking heeft op het vonnis in conventie. Geïntimeerde is niet verschenen in het hoger beroep. De eiswijziging bij memorie van grieven is niet tijdig bij exploot aan geïntimeerde kenbaar gemaakt en daarom uitgesloten. Bij memorie van grieven aangedragen gronden strekken tot toewijzing van de niet toelaatbaar geoordeelde gewijzigde eis en zijn daarmee zodanig verknoopt, dat niet behoorlijk naar voren is gebracht waarom het bestreden vonnis zou moeten worden vernietigd anders dan in verband met en omwille van de toewijzing van die gewijzigde eis. Gronden voor vernietiging van het bestreden vonnis zijn zonder eigenmachtige destillatie door het hof niet voldoende kenbaar. 10-05-2022
- Gerechtshof Den Haag Geschil tussen werkgever en Aegon over de bestemming van de middelen uit het toeslagendepot na beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst. In geschil is of de middelen uit het depot alleen voor ingegane pensioenen en premievrije aanspraken mogen worden besteed (standpunt Aegon op basis van bestaande uitvoeringsovereenkomst) of ook voor actieve werknemers. Volgens werkgever hebben partijen over aanwending ook voor actieven een overeenkomst gesloten. Aegon betwist dat. Het hof oordeelt dat nu Aegon de woorden ‘voorstel’ en ‘akkoordverklaring’ gebruikte, er een aanbod was dat door aanvaarding een overeenkomst is geworden. Het hof legt de overeenkomst zo uit dat de inhoud van de overeenkomst alleen ziet op toeslagverlening uit het depot in de jaren 2016 en 2017. Dat Aegon mogelijk de zorgplicht heeft geschonden jegens derden door toeslagverlening uit het depot ook voor actieven te laten gelden, kan Aegon de werkgever niet tegenwerpen. 03-05-2022
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch De werkgever komt de pensioenovereenkomst met de werknemer niet na. Hij heeft geen uitvoeringsovereenkomst gesloten en geen premies betaald. Werknemer heeft twee jaar lang geen pensioen opgebouwd. Het hof wijst de vordering van de werknemer tot betaling van vervangende schadevergoeding bestaande uit niet afgedragen werkgeverspremies toe. Geen voordeeltoerekening aan werknemer wegens niet ingehouden werknemerspremies. Het hof verwerpt het verjaringsverweer wegens tijdige stuiting, de gestelde rechtsverwerking (enkel stilzitten is geen rechtsverwerking) en het beroep op de klachtplicht omdat de werkgever in het geheel niet is nagekomen. 03-05-2022
- Gerechtshof Amsterdam Bij opheffing van een sociale stichting worden de resterende middelen overgedragen aan PGB als koopsom ten behoeve van pensioenverhoging voor bepaalde groepen werknemers. De procederende ex-werknemers zijn niet in aanmerking gebracht voor die pensioenverhoging. Zij dienen een verzoek in tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Daarmee willen zij onder meer bestuurdersaansprakelijkheid aantonen omdat zij niet in aanmerking kwamen voor compensatie. Het hof oordeelt dat het besluit van de stichting afdoende is onderbouwd en er geen aanknopingspunt is voor bestuurdersaansprakelijkheid. Het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor is een fishing expedition en is wegens gebrek aan belang terecht afgewezen. 26-04-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Vrouw verzoekt om echtscheiding. De man staat onder curatele wegens lichamelijke of geestelijke toestand en gewoonte van drankmisbruik. Het hof wijst in navolging van de rechtbank het echtscheidingsverzoek toe wegens duurzame ontwrichting. De man voert onder meer pensioenverweer. De curator heeft daarvoor geen toestemming gegeven. De rechtbank heeft naar het oordeel van het hof terecht geoordeeld dat het pensioenverweer van de man een vermogensrechtelijk karakter heeft en dat de ondercuratelestelling er gelet op het bepaalde in artikel 1:381 lid 2 BW aan in de weg staat dat de man dat verweer zelf voert. 26-04-2022
- Gerechtshof Amsterdam In de echtscheidingsbeschikking wordt verwezen naar een deelconvenant. Daarin staat dat partijen geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over de verdeling van de stamrechtverzekering van de man. De rechtbank heeft geoordeeld dat de polis van die ‘gouden handdruk’ wegens een ontslagvergoeding van € 83.443 wordt toegedeeld aan de man, maar met de verplichting om uit hoofde van overbedeling € 12.522,95 aan de vrouw te voldoen. In hoger beroep gaat het om de vraag of de aanspraak uit de polis in de huwelijksgemeenschap valt of aan hem is verknocht omdat het strekt tot een oudedagsvoorziening. Het hof oordeelt dat de aanspraak ziet op gederfde inkomsten en bekrachtigt de beschikking. 26-04-2022
- Gerechtshof Amsterdam Kern van het geschil is wat de juiste hoogte is van het arbeidsongeschiktheidspensioen. Die hoogte is mede afhankelijk van de vraag welk loonbegrip geldt als basis voor het arbeidsongeschiktheidheidspensioen: het loon exclusief of inclusief emolumenten. De werknemer claimt het laatste, de werkgever het eerste. Het hof oordeelt dat de werknemer een derde partij is bij de verzekeringsovereenkomst. Hij mocht de verklaringen en gedragingen van de verzekeraar opvatten als een tot hem gerichte verklaring dat de verzekeraar bij de uitkeringen op grond van de met de werkgever gesloten (aanvullende) arbeidsongeschiktheidsuitkering zou uitgaan van het uniform loonbegrip. Daarom moet de verzekeraar in zijn relatie tot deze derde dat loonbegrip hanteren. 21-12-2021
Rechtbank
- Rechtbank Midden-Nederland Geschil tussen arbeidsongeschikte werkneemster en werkgever over onder meer de hoogte van het pensioengevend salaris. Vanaf begin september 2018 heeft PFZW een pensioenuitkering aan werkneemster toegekend. Volgens werkneemster is haar pensioenuitkering op een te laag bedrag vastgesteld, omdat werkgeefster slechts het WAO-deel en niet ook het salarisdeel voor het pensioengevend salaris had doorgegeven aan PFZW. De kantonrechter oordeelt dat de vaststelling van het pensioengevend salaris buiten de invloedssfeer van werkgeefster valt. Werkneemster dient zich bij vermeende onjuiste vaststelling van pensioengevend salaris te wenden tot het pensioenfonds. Het is uiteindelijk aan PFZW om het pensioengevend salaris vast te stellen en te beoordelen of de uitleg van werkgeefster dan wel die van werkneemster (dan wel een andere uitleg) moet worden gevolgd. PFZW heeft (kennelijk) nog geen nadere beslissing genomen op basis van de nieuwe gegevens. Er kan dus niet worden vastgesteld dat sprake is van een onjuiste uitvoering van de pensioenovereenkomst. De vorderingen zijn niet toewijsbaar, omdat de vaststelling van het pensioen voorbehouden is aan PFZW en niet – in een procedure tegen de voormalig werkgeefster – aan de kantonrechter. 18-05-2022
- Rechtbank Noord-Nederland Partijen hebben de vermogensrechtelijke afwikkeling van hun huwelijk geregeld in een echtscheidingconvenant. Tussen partijen is in geschil of zij alle pensioenpolissen hebben willen verevenen of, zoals de man stelt, uitsluitend de daarin genoemde polissen bij Bouwpensioenfonds Metaalnijverheid en Nationale Nederlanden. Daarnaast is tussen partijen in geschil of het opgebouwde bijzonder nabestaandenpensioen premievrij gereserveerd zou blijven voor de vrouw. Op basis van artikel 2 WVPS heeft de vrouw recht op verevening van de door de man opgebouwde pensioenaanspraken, tenzij partijen toepasselijkheid van deze wet hebben uitgesloten bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de scheiding. Dit hebben partijen niet gedaan. Partijen hebben juist de WVPS van toepassing verklaard in artikel 6 van het echtscheidingsconvenant, met dien verstande dat alleen de polisnummers 2093810 en 9210709 zijn genoemd. Naar het oordeel van de rechtbank brengt dit niet met zich dat partijen daarmee polisnummers 9258065 en 9159575 hebben uitgesloten van pensioenverevening. De vereiste schriftelijke uitsluiting ontbreekt, dat geldt ook voor het bijzonder partnerpensioen. 18-05-2022
- Rechtbank Oost-Brabant Bij een transactie treden ongeveer 1200 werknemers uit dienst van XPO I en II en in dienst van XPO III via een overgang van onderneming. Ongeveer 800 werknemers bouwden pensioen op bij het bedrijfstakpensioenfonds vervoer. Na indiensttreding bij XPO III zijn zij niet langer deelnemer aan BPF vervoer maar is de pensioenregeling van ASR van toepassing verklaard. In deze procedure oordeelt de rechtbank dat de vakbonden samen via een collectieve actie deelname aan BPF vervoer als exclusieve belangenbehartiger zijn aangewezen en dat zij ontvankelijk zijn in hun vordering over voortzetting van deelname bij BPF vervoer. 18-05-2022
- Rechtbank Oost-Brabant Werknemer wordt in 2001 gedurende vijf jaar uitgezonden naar Curaçao. Daarbij is overeengekomen dat werkgever gedurende de uitzending de Nederlandse AOW-pensioenvoorziening voor hem zou voortzetten. Werkgever heeft deze voorziening niet bij SVB ondergebracht maar bij verzekeraar Zwitserleven. Werknemer vordert een pensioenvoorziening tot de hoogte van de AOW-uitkering en pensioenschade. De rechtbank oordeelt dat de vordering niet is verjaard. De werknemer heeft recht op de waarde van de AOW-voorziening. De schade is nog niet bekend omdat de werknemer de AOW-datum nog niet heeft bereikt en kan in een schadestaatprocedure worden bepaald. 12-05-2022
- Rechtbank Rotterdam Partijen twisten over de vraag of Solufo als werkgever valt onder de werkingssfeer van de fondsen en of Solufo gehouden is om aan de fondsen premiebedragen te voldoen. In de Verplichtstellingsbeschikking voor het bedrijfstakpensioenfonds voor de Metaal en Techniek is (kort gezegd) bepaald dat werknemers die werkzaam zijn in ondernemingen die uitsluitend of in hoofdzaak werkzaamheden uitvoeren bestaande uit het ontwerpen, ontwikkelen en/of vervaardigen van apparaten, ongeacht de aard van het materiaal, verplicht deelnemen in PMT. Uit de verslagen en de e-mail van Solufo is voldoende gebleken dat de werknemers van Solufo zich bezighouden met (in ieder geval) het ontwikkelen van apparaten, namelijk de snijmachine in de vorm van een robot, en dat zij daarmee onder de reikwijdte van voormeld artikel vallen. Dat deze robot nog steeds in de ontwikkelingsfase verkeert, dat het apparaat nog niet (goed) werkt, dat nog slechts sprake is van een prototype en dat deze (nog) niet in serie wordt gemaakt, zoals door Solufo is aangevoerd, doet niet af aan dit oordeel. De conclusie is dat Solufo ten onrechte de premiebijdragen onbetaald heeft gelaten. 06-05-2022
- Rechtbank Limburg Moppie Schoon en Gezellig B.V. valt onder de werkingssfeer van de Collectieve Arbeidsovereenkomst in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf van de Stichting Raad voor Arbeidsverhoudingen schoonmaak- en Glazenwassersbranche (hierna: RAS) en van het verplichte bedrijfstakpensioenfonds van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (Bpf Schoonmaak). De werkgever is verplicht om cao- en pensioenpremies af te dragen. 04-05-2022
- Rechtbank Den Haag Beroepsmilitair uitgezonden naar Bosnië verzoekt na PTSS-klachten om militair invaliditeitspensioen. Dat verzoek is afgewezen. De rechtbank oordeelt dat vaststaat dat er geen sprake is van invaliditeit met dienstverband omdat de PTSS moet worden verklaard door traumatische ervaringen in de privésfeer. De rechtbank komt niet toe aan de vraag of de door eiser genoemde pesterijen onder de uitoefening van de militaire dienst als bedoeld in het Besluit vallen. Het beroep is gegrond met instandlating van de rechtsgevolgen. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder de proceskosten van eiser vergoeden. 29-04-2022
- Rechtbank Den Haag Beroepsmilitair vraagt militair arbeidsongeschiktheidspensioen aan. De aanvraag wordt afgewezen omdat hij niet arbeidsongeschikt zou zijn. Eiser heeft geen bezwaar gemaakt tegen het besluit van augustus 1998 waarbij hij niet arbeidsongeschikt is verklaard. In juli 2020 dient hij (opnieuw) een verzoek in voor militair arbeidsongeschiktheidspensioen. Dat verzoek wordt afgewezen onder verwijzing naar het besluit uit 1998. De rechtbank oordeelt dat zij mocht uitgaan van de rechtmatigheid van dat besluit. Eiser moet redelijkerwijs geacht worden met dit besluit bekend te zijn. Voor zover de aanvraag aangemerkt moet worden als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit, geldt dat eiser geen nieuwe of feiten of omstandigheden1 heeft aangevoerd. Het beroep is ongegrond. 29-04-2022
- Rechtbank Rotterdam De kantonrechter oordeelt dat het rijschool B niet was toegestaan de opleidingskosten met het aan A uit te betalen loon te verrekenen. Verrekening is slechts mogelijk in situaties die uitputtend zijn genoemd in artikel 7:632 lid 1 BW. Opleidingskosten vallen niet onder dit artikel. Bovendien heeft rijschool B onvoldoende gespecificeerd waar de door haar bij persoon A in rekening gebrachte opleidingskosten uit bestaan. 18-03-2022
- Rechtbank Midden-Nederland Kort geding over de gevolgen van verkleining van het bestuur van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn en de gevolgen daarvan voor het recht van de procederende werknemersorganisatie om bestuursleden voor benoeming voor te dragen. Door verkleining van het bestuur verliest de werknemersorganisatie dat zelfstandig recht. Daartegen protesteert vakorganisatie FBZ in kort geding vergeefs. De voorzieningenrechter oordeelt: als wordt teruggekeken naar de gronden voor nietigheid of vernietigbaarheid van een besluit, kan het in deze zaak alleen gaan om strijd met het begrip ‘op een zo evenwichtig mogelijke wijze’ uit de Pensioenwet en de statuten van PFZW of om strijd met de beginselen van redelijkheid en billijkheid (zie 3.5 en 3.6). Daarvan is, voorshands en marginaal toetsend, geen sprake. PFZW heeft in redelijkheid tot de statutenwijziging kunnen besluiten. Zij heeft alle relevante belangen, waaronder die van FBZ, meegewogen en is daarbij zorgvuldig geweest. Ook voldoet de nieuwe situatie aan de eis dat de werknemersverenigingen op een zo evenwichtig mogelijke wijze in het bestuur van PFZW zijn vertegenwoordigd. 10-03-2022
- Rechtbank Den Haag Geschil over (hoogte) militair arbeidsongeschiktheidspensioen beroepsmilitair die in Afghanistan heeft gediend en slachtoffer is geworden van een aanslag met een bermbom. Na toekenning van een militair arbeidsongeschiktheidspensioen claimt hij een hogere uitkering wegens toegenomen klachten. De rechtbank komt tot de slotsom dat verweerder de mate van invaliditeit met dienstverband op de peildatum met een percentage van in totaal 25,42% niet heeft onderschat. De rechtbank merkt ter informatie van eiser op dat hij, indien de dienstverbandaandoeningen na de onderhavige peildatum zijn verergerd, een nieuw verzoek kan indienen bij verweerder. Zoals hiervoor is overwogen is weliswaar een eindtoestand vastgesteld, maar dit heeft te gelden als ondergrens. Bij een verergering kan de mate van invaliditeit dus worden aangepast. 22-03-2021
Centrale Raad van Beroep
Antillen
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao Werkgever heeft werknemer geconfronteerd met veronderstelde diefstal van twee flessen alcohol bij klant. Daarna heeft werkgever volgens werknemer aangedrongen op een beëindigingsovereenkomst, die werknemer uiteindelijk heeft ondertekend. In deze procedure vordert werknemer vernietiging van de beëindigingsovereenkomst en wedertewerkstelling. Het Gerecht oordeelt dat werkgever misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke positie van werknemer en vernietigt de beëindigingsovereenkomst. De gevorderde wedertewerkstelling wordt toegewezen. Werkgever erkent dat hij een bedrag van NAf 29.722,44 aan ingehouden, maar niet afgedragen pensioengelden over de periode december 2011 tot en met juni 2021 aan werknemer verschuldigd is. Dit bedrag is toewijsbaar. 05-05-2022
- Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht een door appellant gemaakt bezwaar tegen de – door appellant gestelde – weigering van de Stichting APFA om, ter uitvoering van een jegens appellant genomen benoemingsbesluit van 23 mei 2001 (Landsbesluit 1) en een benoemingsbesluit van 20 november 2003 (Landsbesluit 2), appellant te registreren als ambtenaar in vaste pensioengerechtigde dienst met ingang van 1 oktober 2000, niet-ontvankelijk verklaard. De Raad van beroep in ambtenarenzaken oordeelt dat het niet-ontvankelijk verklaard verzoek om registratie als ambtenaar in vaste pensioengerechtigde dienst terecht is. Vast staat dat appellant niet beschikte over de vereiste schriftelijke aanstelling. Bovendien is het pensioenfonds – de Stichting APFA – een bij de Landsverordening privatisering in het leven geroepen privaatrechtelijk lichaam. Dat is in het algemeen niet aan te merken als administratief orgaan. De artikelen 6 en 7 van die landsverordening leiden er evenmin toe dat de Stichting APFA voor het onderhavige geding – bij uitzondering – moet worden aangemerkt als administratief orgaan. De afwijzing door het pensioenfonds (de Stichting APFA) voldoet niet aan de vereisten van artikel 35 van de La. 04-05-2022
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba De kern van het geschil tussen partijen is of eiseres aanspraak heeft op een deel van het ouderdomspensioen dat gedaagde (zowel voor als tijdelijk het huwelijk) van partijen heeft opgebouwd bij Apfa. In het Boon/Van Loon-arrest van 27 november 1981 (NJ 1982/503) heeft de Hoge Raad bepaald dat pensioenrechten in het algemeen voor het gedeelte dat op het tijdstip van de ontbinding van de gemeenschap door echtscheiding of scheiding van tafel en bed reeds was opgebouwd, bij de verdeling van deze gemeenschap door middel van verrekening in aanmerking moeten worden genomen. Sindsdien moeten pensioenrechten dus bij de verdeling van een huwelijksgoederengemeenschap worden verdeeld. Uit het arrest volgt dat in het geval sprake is van huwelijkse voorwaarden in beginsel geen plaats is voor pensioenverrekening. Dit zogenoemde Boon/Van Loon-criterium geldt voor Aruba onverkort. Gedaagde heeft dan ook terecht aangevoerd dat, nu partijen onder huwelijkse voorwaarden gehuwd zijn geweest waarbij iedere gemeenschap van goederen is uitgesloten, verdeling van pensioenrechten niet aan de orde is en eiseres geen aanspraak heeft op een deel van het door hem opgebouwde ouderdomspensioen. 20-04-2022
- Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Voormalig leerkracht verzoekt algemeen pensioenfonds Curaçao vergeefs om arbeidsongeschiktheidspensioen op grond van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (Plvo). Het Gerecht heeft met juistheid overwogen dat artikel 90 Plvo het bestuur niet verplicht tot het houden van een hoorzitting. Die beroepsgrond slaagt daarom niet. De Raad van Beroep oordeelt dat het bestuur de aanvraag van appellante om invaliditeitspensioen ten onrechte heeft afgewezen op de grond dat het ontslag niet wegens ongeschiktheid is verleend. Het Gerecht heeft dit niet onderkend, zodat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat het Gerecht zou behoren te doen, zal de Raad het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. Het bestuur zal worden opgedragen binnen twee maanden na de uitspraak een nieuw besluit op het bezwaar van appellante te nemen met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen. 16-03-2022