Naar boven ↑

Update

Nummer 3, 2022
Uitspraken van 26-03-2022 tot 05-05-2022
Redactie: Prof. mr. drs. M. Heemskerk.

Beste lezers,

Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 5, editie 3. Daarin vindt u een overzicht van 22 in maart 2022 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.

Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen. 

Uitspraken van de maand 

HR: achterstallige premie Bpf blijft buiten onderhands faillissementsakkoord (PR 2022-0065)
Deze uitspraak gaat over de vraag of vorderingen van een bedrijfstakpensioenfonds voor achterstallige pensioenpremies vallen binnen de reikwijdte van artikel 369 lid 4 Fw. Daarin is bepaald dat de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) niet van toepassing is op rechten van werknemers in dienst van de schuldenaar die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten In de WHOA-procedure van een hotelbedrijf heeft de Stichting Pensioenfonds Horeca & Catering (het Pensioenfonds) zich verzet tegen de homologatie van het akkoord. Ten behoeve van het WHOA-akkoord is het Pensioenfonds door de schuldenaar in de klasse van concurrente schuldeisers ingedeeld. De Hoge Raad oordeelt dat de rechten en verplichtingen van de werknemer en de werkgever die over en weer voortvloeien uit de verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds op grond van de Wet Bpf 2000, moeten worden aangemerkt als rechten en verplichtingen die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst. Wanneer de vordering voor achterstallige premies van een bedrijfstakpensioenfonds zou kunnen worden betrokken in een WHOA-akkoord, zou afbreuk worden gedaan aan het met die vordering corresponderende recht van de werknemer jegens de werkgever op premiebetaling aan het bedrijfstakpensioenfonds. Een vordering voor achterstallige premies van een bedrijfstakpensioenfonds kan niet worden betrokken in een WHOA-akkoord (ECLI:NL:HR:2022:328).

Polishouders zijn belanghebbende bij DNB besluit over portefeuilleoverdracht (PR 2022-0066)
DNB heeft ingestemd met de juridische fusie tussen Optas en Aegon waarbij de pensioenportefeuille is overgedragen conform artikel 3:112 Wft. DNB had het bezwaar van verschillende polishouders niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbenden zouden zijn. In navolging van de rechtbank oordeelt het CBb dat de polishouders wel belanghebbenden zijn. De derde moet toegang hebben tot de bestuursrechter en dus als belanghebbende worden aangemerkt als hij door het besluit wordt geraakt in een recht of een rechtens beschermd belang. Het afgeleid belang kan verweerders hier niet worden tegengeworpen, omdat de in het geding zijnde belangen een zelfstandige aanspraak op rechtsbescherming rechtvaardigen. Het instemmingsbesluit houdt rekening met de belangen van verweerders als polishouders en ontneemt hun het instemmingsrecht van artikel 6:155 BW. In die situatie moeten verweerders hun belangen in deze bestuursrechtelijke procedure kunnen verdedigen. Anders dan DNB aanvoert, sluit de verzetprocedure die bestuursrechtelijke procedure niet uit (ECLI:NL:CBB:2021:1063). Voor de praktijk relevant is of dit betekent dat deelnemers belanghebbende zijn bij besluiten van DNB over de collectieve waardeoverdracht bij liquidatie en/of bij het zogenoemde invaren. 

Niet adviseren over conversie in huwelijkse voorwaarden: beroepsfout advocaat (PR 2022-0083)
Een ontevreden cliënt stelt na de echtscheidingsprocedure zijn advocaat aansprakelijk. Hij verwijt haar onder meer de procedure over partneralimentatie niet goed te hebben gevoerd, geen procedure te zijn gestart over de verrekening van huishoudelijke kosten en hem niet te hebben gewezen op het conversierecht van het pensioen. Het hof oordeelt dat de advocaat geen beroepsfout heeft gemaakt ten aanzien van de partneralimentatie en de verrekening van huishoudelijke kosten. Ten aanzien van de conversie is het hof van oordeel dat de advocaat hem had moeten wijzen op de conversie. Zij heeft niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mocht worden verwacht door niet op deugdelijke wijze te adviseren over artikel 15 lid 2 huwelijkse voorwaarden, waarin het conversierecht was vastgelegd. Het hof veroordeelt de advocaat om aan cliënt de door hem geleden en nog te lijden schade te betalen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet (ECLI:NL:GHARL:2022:2382). 

Vordering tot bijstorting in toeslagdepot voor indexatie afgewezen (PR 2022-0068)
Een ex-werkgever had aan zijn inspanningsverplichting tot indexatie voldaan na beëindiging van de toeslagregeling. De indexatie was niet onvoorwaardelijk en er was geen verplichting om aanvullende stortingen te doen. De rechtbank oordeelde dat de werkgever rekening mocht houden met de regeling dat het resterend saldo naar de Staat moest terugvloeien.Daarom lag het voor de hand dat het bestuur contact had opgenomen met de Staat om na te gaan of de Staat enige oplossing in de sfeer van het indexatieperspectief zou kunnen ondersteunen. Na de mondelinge behandeling is gebleken dat de Staat daarmee niet heeft ingestemd. Dat is niet onredelijk. De rechtbank overweegt dat  de voormalige werknemers ten opzichte van de meeste andere Nederlandse werknemers al in een zeer gunstige positie verkeren, onder meer doordat op hen een eindloonregeling van toepassing is in plaats van een middelloonregeling, zij na de beëindiging van hun dienstverband nog pensioen hebben opgebouwd en zij door die voortgezette pensioenopbouw vanaf het einde van hun dienstverband tot hun pensionering als gevolg van het zogenoemde backservice-element in de eindloonregeling de facto indexaties hebben gehad. Hun pensioenen zijn hierdoor vanaf 2009 steeds verhoogd, terwijl de gemiddelde Nederlander zijn pensioen vanaf 2009 alleen maar in relatieve waarde zag dalen. De vordering tot afstorting, althans schadevergoeding, wordt afgewezen (ECLI:NL:RBMNE:2022:835).

Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.

Tot de volgende update.

Mark Heemskerk

Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch

e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl

Hoge Raad

Hof

Rechtbank

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Antillen