Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 5, editie 3. Daarin vindt u een overzicht van 22 in maart 2022 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
HR: achterstallige premie Bpf blijft buiten onderhands faillissementsakkoord (PR 2022-0065)
Deze uitspraak gaat over de vraag of vorderingen van een bedrijfstakpensioenfonds voor achterstallige pensioenpremies vallen binnen de reikwijdte van artikel 369 lid 4 Fw. Daarin is bepaald dat de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) niet van toepassing is op rechten van werknemers in dienst van de schuldenaar die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten In de WHOA-procedure van een hotelbedrijf heeft de Stichting Pensioenfonds Horeca & Catering (het Pensioenfonds) zich verzet tegen de homologatie van het akkoord. Ten behoeve van het WHOA-akkoord is het Pensioenfonds door de schuldenaar in de klasse van concurrente schuldeisers ingedeeld. De Hoge Raad oordeelt dat de rechten en verplichtingen van de werknemer en de werkgever die over en weer voortvloeien uit de verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds op grond van de Wet Bpf 2000, moeten worden aangemerkt als rechten en verplichtingen die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst. Wanneer de vordering voor achterstallige premies van een bedrijfstakpensioenfonds zou kunnen worden betrokken in een WHOA-akkoord, zou afbreuk worden gedaan aan het met die vordering corresponderende recht van de werknemer jegens de werkgever op premiebetaling aan het bedrijfstakpensioenfonds. Een vordering voor achterstallige premies van een bedrijfstakpensioenfonds kan niet worden betrokken in een WHOA-akkoord (ECLI:NL:HR:2022:328).
Polishouders zijn belanghebbende bij DNB besluit over portefeuilleoverdracht (PR 2022-0066)
DNB heeft ingestemd met de juridische fusie tussen Optas en Aegon waarbij de pensioenportefeuille is overgedragen conform artikel 3:112 Wft. DNB had het bezwaar van verschillende polishouders niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbenden zouden zijn. In navolging van de rechtbank oordeelt het CBb dat de polishouders wel belanghebbenden zijn. De derde moet toegang hebben tot de bestuursrechter en dus als belanghebbende worden aangemerkt als hij door het besluit wordt geraakt in een recht of een rechtens beschermd belang. Het afgeleid belang kan verweerders hier niet worden tegengeworpen, omdat de in het geding zijnde belangen een zelfstandige aanspraak op rechtsbescherming rechtvaardigen. Het instemmingsbesluit houdt rekening met de belangen van verweerders als polishouders en ontneemt hun het instemmingsrecht van artikel 6:155 BW. In die situatie moeten verweerders hun belangen in deze bestuursrechtelijke procedure kunnen verdedigen. Anders dan DNB aanvoert, sluit de verzetprocedure die bestuursrechtelijke procedure niet uit (ECLI:NL:CBB:2021:1063). Voor de praktijk relevant is of dit betekent dat deelnemers belanghebbende zijn bij besluiten van DNB over de collectieve waardeoverdracht bij liquidatie en/of bij het zogenoemde invaren.
Niet adviseren over conversie in huwelijkse voorwaarden: beroepsfout advocaat (PR 2022-0083)
Een ontevreden cliënt stelt na de echtscheidingsprocedure zijn advocaat aansprakelijk. Hij verwijt haar onder meer de procedure over partneralimentatie niet goed te hebben gevoerd, geen procedure te zijn gestart over de verrekening van huishoudelijke kosten en hem niet te hebben gewezen op het conversierecht van het pensioen. Het hof oordeelt dat de advocaat geen beroepsfout heeft gemaakt ten aanzien van de partneralimentatie en de verrekening van huishoudelijke kosten. Ten aanzien van de conversie is het hof van oordeel dat de advocaat hem had moeten wijzen op de conversie. Zij heeft niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mocht worden verwacht door niet op deugdelijke wijze te adviseren over artikel 15 lid 2 huwelijkse voorwaarden, waarin het conversierecht was vastgelegd. Het hof veroordeelt de advocaat om aan cliënt de door hem geleden en nog te lijden schade te betalen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet (ECLI:NL:GHARL:2022:2382).
Vordering tot bijstorting in toeslagdepot voor indexatie afgewezen (PR 2022-0068)
Een ex-werkgever had aan zijn inspanningsverplichting tot indexatie voldaan na beëindiging van de toeslagregeling. De indexatie was niet onvoorwaardelijk en er was geen verplichting om aanvullende stortingen te doen. De rechtbank oordeelde dat de werkgever rekening mocht houden met de regeling dat het resterend saldo naar de Staat moest terugvloeien.Daarom lag het voor de hand dat het bestuur contact had opgenomen met de Staat om na te gaan of de Staat enige oplossing in de sfeer van het indexatieperspectief zou kunnen ondersteunen. Na de mondelinge behandeling is gebleken dat de Staat daarmee niet heeft ingestemd. Dat is niet onredelijk. De rechtbank overweegt dat de voormalige werknemers ten opzichte van de meeste andere Nederlandse werknemers al in een zeer gunstige positie verkeren, onder meer doordat op hen een eindloonregeling van toepassing is in plaats van een middelloonregeling, zij na de beëindiging van hun dienstverband nog pensioen hebben opgebouwd en zij door die voortgezette pensioenopbouw vanaf het einde van hun dienstverband tot hun pensionering als gevolg van het zogenoemde backservice-element in de eindloonregeling de facto indexaties hebben gehad. Hun pensioenen zijn hierdoor vanaf 2009 steeds verhoogd, terwijl de gemiddelde Nederlander zijn pensioen vanaf 2009 alleen maar in relatieve waarde zag dalen. De vordering tot afstorting, althans schadevergoeding, wordt afgewezen (ECLI:NL:RBMNE:2022:835).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hoge Raad
Hof
- Gerechtshof Amsterdam Geschil over hoogte kinderalimentatie minderjarige en jongmeerderjarige. Bij de draagkrachtberekening houdt het hof rekening met de dotatie aan de fiscale oudedagsreserve (FOR) en de fiscale aftrekbaarheid daarvan. Met inachtneming van behoefte en draagkracht stelt het hof de kinderalimentatie vast. 29-03-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Ontevreden cliënt stelt na echtscheidingsprocedure zijn advocaat aansprakelijk. Hij verwijt haar onder meer de procedure over partneralimentatie niet goed te hebben gevoerd, geen procedure te zijn gestart over de verrekening van huishoudelijke kosten en hem niet te hebben gewezen op het conversierecht van het pensioen. Het hof oordeelt dat advocaat geen beroepsfout heeft gemaakt ten aanzien van de partneralimentatie en de verrekening van huishoudelijke kosten. Ten aanzien van de conversie is het hof van oordeel dat de advocaat cliënt had moeten wijzen op de conversie. Zij heeft niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mocht worden verwacht door niet op deugdelijke wijze te adviseren over artikel 15 lid 2 huwelijkse voorwaarden, waarin het conversierecht was vastgelegd. Het hof veroordeelt de advocaat om aan appellant de door hem geleden en nog te lijden schade te betalen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. 29-03-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil na echtscheiding over onder meer hoogte partneralimentatie. In de huwelijkse voorwaarden is de gemeenschap van goederen uitgesloten. Kosten van huishouding worden voldaan uit netto-inkomsten uit arbeid van echtgenoten. De rechtbank heeft partneralimentatie vastgesteld en geoordeeld dat de vrouw in het kader van de huwelijkse voorwaarden bedragen aan de man moet betalen, onder meer vanwege aflossing van een schuld aan het pensioenfonds voor de vrouw vanuit privé. Het hof stelt een lagere partneralimentatie vast. Ten aanzien van de aflossing van de pensioenschuld oordeelt het hof dat de voldoening van de pensioenpremie niet kan worden aangemerkt als kosten van de huishouding. 29-03-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden In 2012 is in het echtscheidingsconvenant overeengekomen dat de man de vrouw € 1500 per maand betaalt aan partneralimentatie. De man heeft een wijzigingsverzoek gedaan tot verlaging van zijn partneralimentatie. Met ingang van 1 maart 2015 moet de man € 1.000 bruto per maand betalen op grond van een tussen hen gemaakt afspraak. De man verzoekt om vaststelling van een lagere partneralimentatie, onder meer wegens lagere inkomsten vanwege de coronapandemie. Het hof stelt vast dat de partneralimentatie opnieuw kan worden beoordeeld omdat er niet gegriefd is tegen het oordeel dat sprake is van een wijziging van omstandigheden. Het hof oordeelt dat de vrouw nog steeds behoeftig is, omdat zij meer dan 20 jaar ziek is. Verder oordeelt het hof dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet meer in staat is om de partneralimentatie te betalen. Dat de man per 1 november 2020 een pensioenvoorziening heeft afgesloten waarvoor hij € 690 per maand afdraagt, laat het hof buiten beschouwing. 15-03-2022
- Gerechtshof Amsterdam Geschil over verrekening ouderdomspensioen van de man na scheiding. Man is in 2011 gepensioneerd. Vrouw heeft bijzonder partnerpensioen maar claimt in 2018 ook verrekening van het ouderdomspensioen. De pensioenuitvoerder beschikt niet meer over informatie over ouderdomspensioen tijdens huwelijkse periode. Het hof oordeelt dat voldoende aannemelijk is dat er tijdens huwelijkse periode ouderdomspensioen is opgebouwd. Man heeft aan inspanningsverplichting voldaan om bij pensioenuitvoerder informatie op te vragen. Toch oordeelt het hof dat er waarde verrekend moet worden. Het hof schat dat op basis van de bestaande informatie en verrekent niet eerder dan vanaf 2018. 15-03-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Dit geschil gaat over de verdeling van de wettelijke gemeenschap van goederen waarin partijen gehuwd zijn geweest en over de door partijen opgebouwde pensioenaanspraken. De vordering van de vrouw om voor recht te verklaren dat zij tijdig de buitengerechtelijke vernietiging van de overeenkomst tot verdeling van de wettelijke gemeenschap van goederen heeft ingeroepen, is afgewezen. De rechtsvordering tot vernietiging van de overeenkomst tot verdeling is niet binnen de vervaltermijn van artikel 3:200 BW gedaan. Er is niet aangetoond dat er overgeslagen goederen zijn. De vrouw heeft niet gedwaald ten aanzien van de in de overeenkomst opgenomen afspraken over de pensioenaanspraken van partijen. 01-03-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil over ontslag wiskundedocent wegens kritische e-mails aan afdeling over collega’s en schoolleiding. Het hof oordeelt anders dan de kantonrechter dat geen sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding of verwijtbaar handelen. Het hof herstelt de arbeidsovereenkomst per 1 december 2021. De werkgever moet loon betalen en afdracht doen aan het ABP. De werknemer moet de transitievergoeding en de billijke vergoeding terugbetalen. 28-02-2022
- Gerechtshof Amsterdam Geschil tussen inmiddels gepensioneerde deelnemer en KLM pensioenfonds. Gepensioneerde verwijt het pensioenfonds dat hij onvoldoende concreet is geïnformeerd dat het laten ingaan van zijn ouderdomspensioen tot een aanzienlijk hoger pensioen zou hebben geleid dan ingang na die datum in verband met gewijzigde omrekenfactoren. Het hof oordeelt dat geen sprake is van schending van de op het pensioenfonds rustende informatieplicht bij het wijzigen van omrekenfactoren. Het pensioenfonds heeft de wijziging van omrekenfactoren en de gevolgen daarvan tijdig en duidelijk aangekondigd. De deelnemer kon zelf via de rekentool nagaan wat zijn individuele financiële gevolgen zouden zijn. 15-02-2022
Rechtbank
- Rechtbank Oost-Brabant Man heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Hij heeft daarnaast een arbeidsinkomen. De man stelt dat het arbeidsinkomen niet mag worden meegenomen bij de beoordeling van zijn draagkracht, omdat hij niet meer verplicht is om te werken. De rechtbank neemt het arbeidsinkomen mee bij de beoordeling van de draagkracht. Het is een keuze van de man om te blijven werken. Hij kan niet de keuze maken om het inkomen vrij te bestemmen gelet op zijn alimentatieverplichting. 22-03-2022
- Rechtbank Den Haag Militair met PTSS claimt militair arbeidsongeschiktheidspensioen. Defensie heeft na eerdere afwijzing van het verzoek de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 18,33%. Als gevolg van nader standpunt van de militair over de mate van arbeidsongeschiktheid wordt het arbeidsongeschiktheidspercentage door de rechtbank bepaald op 30%. 17-03-2022
- Rechtbank Limburg Gedaagde is in het verleden als timmerman arbeidsongeschikt geraakt. Hij heeft toen een WAO-uitkering gekregen. Bpf bouw heeft hem toen aan die WAO-uitkering gerelateerde uitkeringen verstrekt. Eind 2015/begin 2016 bleek dat de WAO-uitkering aan gedaagde al op 14 augustus 2000 was geëindigd. Kern van het geschil is of het pensioenfonds bevoegd is tot terugvordering wegens onverschuldigde betaling van invaliditeitspensioen, aanvullend invaliditeitspensioen, vakantietoeslag en eindejaarsuitkeringen over de periode augustus 2000 tot en met december 2015. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van verjaring of rechtsverwerking. De terugvordering is niet in strijd met redelijkheid en billijkheid. 02-03-2022
- Rechtbank Midden-Nederland Kern van het geschil is of de ex-werkgever aan zijn inspanningsverplichting tot indexatie heeft voldaan na beëindiging van de toeslagregeling. Partijen zijn het erover eens dat eiser sub 1 c.s. aan de Wachtgeldregeling, de Toeslagregeling en het Pensioenreglement geen onvoorwaardelijk recht kan ontlenen op indexatie van zijn pensioen en dat deze regelingen gedaagde ook niet de verplichting opleggen om aanvullende stortingen te doen in het uitkeringsdepot om indexatie van de pensioenen mogelijk te maken. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of op gedaagde uit hoofde van goed werkgeverschap desalniettemin een inspanningsverplichting rust om indexatie mogelijk te maken en of gedaagde zich voldoende van deze inspanningsverplichting heeft gekweten. De rechtbank oordeelt dat kan worden toegegeven dat de werkgever rekening heeft te houden met de bestaande regeling in de I&A Zvw die erop neerkomt dat na afwikkeling van de Wachtgeldregeling het resterend saldo naar de Staat terug moet vloeien. Daarom lag het voor de hand dat het bestuur van gedaagde contact had opgenomen met de Staat om na te gaan of de Staat enige oplossing in de sfeer van het indexatieperspectief zou kunnen ondersteunen. Gedaagde heeft dit na de mondelinge behandeling alsnog gedaan. De Staat heeft daarmee niet ingestemd. Dat is niet onredelijk. De rechtbank overweegt dat de voormalige werknemers van gedaagde - waaronder eiser sub 1 c.s. - ten opzichte van de meeste andere Nederlandse werknemers al in een zeer gunstige positie verkeren, onder meer doordat op hen een eindloonregeling van toepassing is in plaats van een middelloonregeling, zij na de beëindiging van hun dienstverband nog pensioen hebben opgebouwd en zij door die voortgezette pensioenopbouw vanaf het einde van hun dienstverband tot hun pensionering als gevolg van het zogenoemde backservice element in de eindloonregeling de facto indexaties hebben gehad. Hun pensioenen zijn hierdoor vanaf 2009 steeds verhoogd, terwijl de gemiddelde Nederlander zijn pensioen vanaf 2009 alleen maar in relatieve waarde zag dalen. De vordering tot afstorting, althans schadevergoeding wordt afgewezen. 02-03-2022
- Rechtbank Midden-Nederland Eenmanszaak opgericht per 1 april 2019 verricht koeriersdiensten en schoonmaakwerkzaamheden. Cao-partijen en Bpf Schoonmaak vorderen betaling van premies. De kantonrechter oordeelt dat werkgever onder de werkingssfeer van de cao valt. Werkgever had zich moeten melden bij RAS en Bpf Schoonmaak en hen informatie moeten verstrekken. Werkgever is premies verschuldigd, inclusief rente en kosten. 23-02-2022
- Rechtbank Midden-Nederland Man verzoekt om wijziging partneralimentatie. Eerdere pensioendatum van de man op grond van Pensioenakkoord is een wijziging van omstandigheden ook al zijn partijen in het echtscheidingsconvenant een andere pensioendatum overeengekomen. De rechtbank bepaalt de behoefte van de vrouw. De draagkracht van de man bepaalt hij op basis van de door de man gekozen pensioenuitkeringen. De rechtbank beslist dat de man voor de periode [2021] tot en met 31 juli 2022 een bedrag van € 1.635 per maand aan partneralimentatie aan de vrouw moet betalen en vanaf 1 augustus 2022 € 1.500 per maand. 22-11-2021
- Rechtbank Amsterdam Geschil tussen inmiddels gepensioneerde deelnemer en KLM pensioenfonds. Gepensioneerde verwijt het pensioenfonds dat hij onvoldoende concreet is geïnformeerd dat het laten ingaan van zijn ouderdomspensioen tot een aanzienlijk hoger pensioen zou hebben geleid dan ingang na die datum in verband met gewijzigde omrekenfactoren. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van schending van de op het pensioenfonds rustende informatieplicht bij het wijzigen van omrekenfactoren. 08-11-2019
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Antillen
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao Deze zaak gaat om de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap na ontbinding van het huwelijk wegens overlijden. Dit is het eindvonnis na een eerder tussenvonnis. Het Gerecht oordeelt ten aanzien van het pensioen dat dit verrekend dient te worden conform Boon/Van Loon. Het huwelijk is ontbonden door overlijden van de rechthebbende (de erflater). De zorgplicht voor de andere echtgenoot en diens band met de pensioenaanspraken is daarom niet vervallen. Er is geen reden voor afwijking van de hoofdregel dat het door (ex-)echtgenoot tijdens het huwelijk opgebouwd pensioen in de huwelijksgemeenschap valt. De waarde van het opgebouwd pensioen moet worden verrekend. Hetgeen na verdeling resteert, valt in de nalatenschap van erflater. 28-03-2022
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao Geschil over verdeling nog niet ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. Het Gerecht stelt de verdeling vast aan de hand van de boedelbestanddelen. Daarnaast wordt een bedrag voor overbedeling toegekend. Daarin begrepen is de afkoop van het pensioen. 14-02-2022
- Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Afwijzing verzoek van gewezen ambtenaar om een uitkering bij wijze van pensioen. De Beslissing betreft een (herhaalde) weigering om terug te komen van een in rechte onaantastbaar geworden beslissing. De rechter dient de oorspronkelijke beslissing daarom tot uitgangspunt te nemen en zich in beginsel te beperken tot de vraag of sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden en, zo ja, of het administratief orgaan daarin aanleiding had behoren te vinden om het oorspronkelijke besluit te herzien. Het bezwaar tegen de beslissing slaagt niet nu zodanige nova niet naar voren zijn gekomen. 05-01-2022
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Na echtscheiding dient de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap nog te worden verdeeld. Het Gerecht oordeelt dat het aanvullend pensioen moet worden toebedeeld aan de partij die het heeft opgebouwd, met dien verstande dat uit hoofde van overbedeling vanaf de pensioenleeftijd telkens de helft van het uitgekeerde pensioengeld moet worden betaald aan de ex-echtgenoot. Partijen moeten zich bij akte uitlaten over het onroerend goed. 29-12-2021
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao Geschil tussen erfgenamen en weduwe over nalatenschap van de erflater. De erfgenamen vorderen onder meer verdeling van de nalatenschap conform boedelbeschrijving en toedeling van de pensioenpolis aan de erfgenamen. De weduwe stelt onder meer dat het pensioen tijdens huwelijk is opgebouwd en daarom verrekend moet worden. Het gerecht oordeelt voorlopig over diverse posten en bepaalt dat partijen zich bij akte mogen uitlaten. 10-05-2021