Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 5, editie 12. Daarin vindt u een overzicht van dertien in december 2022 gepubliceerde uitspraken over pensioen.
U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
HR over beroepsaansprakelijkheid pensioenadviseurs: zorgplicht bij waardeoverdracht naar beleggingsverzekering (PR 2023-0001)
Medio december oordeelde de Hoge Raad over een zaak waarin pensioenadviseur Aon aansprakelijk was gesteld voor een advies aan een cliënt om collectief pensioen om te zetten in een beleggingsverzekering (C-polis). De omvang van de zorgplicht is in het geding. Relevant was dat het kapitaal op de pensioendatum was aangewend voor de aankoop van een (in beginsel) vast ouderdomspensioen van € 14.959 bruto per jaar. Dit was lager dan het oorspronkelijk gegarandeerde pensioen van nominaal € 32.890 bruto per jaar. Anders dan de rechtbank had het hof de vorderingen afgewezen. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof over het beleggingsrisico niet onbegrijpelijk is. Een pensioenadviseur moet duidelijk waarschuwen (zoals het hof aannam) voor het risico van een dalende rente voor de hoogte van de aan te kopen pensioenuitkering. Relevant is eveneens het combinatierisico van lagere beleggingsresultaten (beleggingsrisico) én een lage rente (rekenrenterisico). Dat rekenrenterisico was anders dan het beleggingsrisico niet door een garantie beperkt. Een en ander had het hof niet kenbaar betrokken in zijn oordeel. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Den Haag van 6 april 2021 en verwijst het geding naar het gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing. De zaak wordt dus vervolgd (ECLI:NL:HR:2022:1872).
Werkgever valt onder werkingssfeer houtindustrie: aansluiting met terugwerkende kracht is deels verjaard (PR 2023-0002)
Ook deze maand weer een werkingssfeerzaak. Het hof oordeelde dat de werkgever onder de werkingssfeer viel van het bedrijfstakpensioenfonds voor de houtverwerkende industrie. Het hof oordeelde echter dat de aansluiting met terugwerkende kracht deels was verjaard. Het pensioenfonds was ermee bekend dat de onderneming mogelijk verplicht moest deelnemen en had lange tijd geen actie ondernomen. Het hof verbood de executie van het dwangbevel wegens daarin voorkomende gebreken (ECLI:NL:GHARL:2022:10647).
Eenzijdige wijzing ML naar premieovereenkomst rechtsgeldig, geen pensioenovereenkomst voor bepaalde tijd (PR 2023-0010)
De lat voor eenzijdige wijziging van pensioenovereenkomsten lijkt hoog te liggen, zeker bij werknemerspremies (vgl. ECLI:NL:HR:2019:1869 en ECLI:NL:HR:2020:72, Fair Play). Dit is een voorbeeld van een zaak waarin de werkgever met succes een beroep deed op de eenzijdige wijzigingsbevoegdheid.
Werkgever Aon wijzigde per 1 januari 2021 voor eerder overgenomen werknemers van Meeus de pensioenovereenkomst van middelloon naar premieovereenkomst. (Ex-)werknemers verzetten zich daartegen. Het betoog van Aon dat sprake was van een pensioenovereenkomst voor bepaalde tijd slaagt niet. Datzelfde geldt voor de stelling dat de werknemers de instemmingsbevoegdheid hadden overgedragen aan de OR. De kantonrechter oordeelt dat Aon een voldoende financieel en organisatorisch zwaarwichtig belang heeft voor eenzijdige wijziging waarvoor het belang van de werknemers moet wijken. Hij acht van belang dat de OR heeft ingestemd en dat de compensatieregeling na overleg met de ondernemingsraad is aangepast door bij de berekening van het nadeel uit te gaan van tegenvallende economische ontwikkelingen (het zogenoemde ‘slecht weer’-scenario). Dit heeft tot gevolg gehad dat in plaats van vijf uiteindelijk 64 personen in aanmerking zijn gekomen voor compensatie, aldus de kantonrechter (ECLI:NL:RBROT:2022:10864).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hoge Raad
Hof
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Dit geschil gaat over de vraag of werkgever onder de werkingssfeer van Bpf Houtverwerkende industrie valt. Het hof oordeelt dat de werkgever onder de werkingssfeer valt. De werkgever wordt aangesloten met terugwerkende kracht. Er is geen sprake van een overeenkomst dat geen premie hoefde te worden bepaald. De vordering van het pensioenfonds is deels verjaard. Het pensioenfonds was ermee bekend dat de onderneming mogelijk verplicht moest deelnemen. Het hof verbiedt de executie van het dwangbevel wegens daarin voorkomende gebreken. 13-12-2022
- Gerechtshof Den Haag Deze zaak gaat over de vraag of een ex-militair die op basis van de voor hem geldende wachtgeldregeling voor militairen voor 50% pensioen blijft opbouwen, deze pensioenopbouw (gedeeltelijk) verliest als hij opnieuw in dienst treedt bij de overheid. Volgens de ex-militair volgt uit het toepasselijke ABP Pensioenreglement dat dat niet het geval is, terwijl de Staat de tegenovergestelde mening is toegedaan. Verder is de ex-militair van mening dat als de lezing van de Staat juist zou zijn, er sprake is van ongelijke behandeling ten opzichte van militairen die met vervroegd pensioen zijn gegaan. Het hof acht het onaannemelijk dat door de sociale partners is beoogd in het kader van het tweede lid van artikel 17.1.6 ABP Pensioenreglement een onderscheid te maken tussen deelnemers met een deeltijddienstverhouding en deelnemers met een voltijddienstverhouding. Immers, zonder nadere toelichting waarom een dergelijk onderscheid in dit geval gerechtvaardigd is, zou zeer waarschijnlijk sprake zijn van een verboden onderscheid tussen voltijders en deeltijders. De conclusie is dat het hof van oordeel is dat artikel 17.1.6 lid 2 ook moet worden toegepast op voltijders, zoals verweerder. Het beroep op schending van het gelijkheidsbeginsel faalt. Bij militairen met een UGM-uitkering is het uitgangspunt dat zij geen nieuwe functie (met pensioenopbouw) zullen gaan vervullen, terwijl het uitgangspunt bij militairen met een wachtgeldregeling is dat dit wel het geval is. Dit alles betekent dat (ook) in het kader van de pensioenopbouw na wederindiensttreding sprake is van twee objectief te onderscheiden groepen. Het hof acht het dan ook gerechtvaardigd dat de Staat in het kader van de uitvoeringspraktijk van artikel 17.1.6 ABP Pensioenreglement onderscheid heeft gemaakt tussen beide groepen. Dit onderscheid is overigens inmiddels ook geformaliseerd in het ABP Pensioenreglement van 2020. 13-12-2022
- Gerechtshof Amsterdam Op 1 november 2017 zijn Contango en Mome door het bedrijfstakpensioenfonds Rijn- en Binnenvaart (BPRB) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de achterstallige pensioenpremienota’s over de jaren 2013 t/m 2015 (totaal € 149.841,88). Rode draad in deze zaak is de vraag of geïntimeerde sub 1 c.s. in de periode waarin zij bestuurders waren van Argos Logistics (Contango was bestuurder en geïntimeerde sub 1 via Contango indirect bestuurder) redelijkerwijs hadden behoren te weten dat er sprake was van achterstallige premies en maatregelen hadden moeten treffen om ervoor te zorgen dat Argos Logistics alsnog op juiste wijze aan haar premieplicht kon voldoen. Het hof is, met de kantonrechter, van oordeel dat op geïntimeerde sub 1 c.s. in de gegeven omstandigheden geen dermate verstrekkende onderzoeksplicht rustte als BPRB voorstaat. Die onderzoeksplicht komt erop neer dat geïntimeerde sub 1 c.s. zich er voorafgaand aan de dividenduitkering persoonlijk van hadden moeten vergewissen dat de vóór hun bestuursperiode aan BPRB verstrekte loongegevens juist en volledig waren verstrekt, ook al was dit uitbesteed aan een extern, professioneel bureau en waren er geen indicaties dat er onjuiste opgaven waren gedaan en herziene premienota’s te verwachten waren. Het onbetaald gebleven zijn van de herziene premienota’s is niet te wijten aan kennelijk onbehoorlijk bestuur van geïntimeerde sub 1 c.s. (waarvoor als criterium geldt dat geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden aldus zou hebben gehandeld). Derhalve kan evenmin worden geoordeeld dat hun handelen onrechtmatig is geweest. Van het onbetaald gebleven zijn van de herziene premienota’s kan hun niet persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt. 13-12-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil over de hoogte van het arbeidsongeschiktheidspensioen. Het arbeidsongeschiktheidspercentage bleek in werkelijkheid lager dan ASR had berekend. Het hof oordeelt dat de pensioenverzekeraar de uitkering mag verlagen. Volledige terugvordering van de uitkering is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. 06-12-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Het gaat in deze procedure om de vraag welke rechten Oude Reimer B.V. en haar werknemers kunnen ontlenen aan de collectieve pensioenverzekering die Oude Reimer B.V. vanaf 1996 bij Centraal Beheer, de rechtsvoorgangster van Achmea, heeft afgesloten. Het hof heeft in het laatste tussenarrest een groot aantal beslissingen gegeven over de primaire vorderingen die Oude Reimer c.s. heeft ingesteld en partijen de gelegenheid gegeven zich uit te laten over hun belangen bij de vorderingen (inclusief die in het incidenteel hoger beroep) na die beslissingen. Het hof heeft in het tussenarrest van 14 september 2021 de door Oude Reimer c.s. bepleite uitleg van de overrentedelingsregeling verworpen. Het hof heeft in het tussenarrest ten aanzien van de subsidiaire vordering tot schadevergoeding beslist dat Achmea haar informatieplicht heeft geschonden en partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de aannemelijkheid en hoogte van de daardoor door Oude Reimer c.s. geleden schade. Het hof zal ten aanzien van enkele door Oude Reimer c.s. opgeworpen punten het tussenarrest aanvullen en verbeteren (onder I). Dit leidt er echter niet toe dat het hof terugkomt op eerder genomen beslissingen. Het hof beslist dat de vorderingen van Oude Reimer c.s. worden afgewezen. Het hof oordeelt onder meer dat de grondslagen voor vernietiging en schadevergoeding zijn verjaard. 06-12-2022
- Gerechtshof Den Haag Bij tussenarrest van 8 maart 2022 zijn eerst Aegon, dan appellant en vervolgens geïntimeerde 2 in de gelegenheid gesteld om te reageren (a) op het voorlopig oordeel van het hof over de uitleg van artikel 15.3 van Pensioenreglement B en (b) op de door appellant gekozen pensioendatum. Het bijzonder partnerpensioen waarop deze bepaling ziet, heeft alleen betrekking op de risicoverzekering voor een partnerpensioen die geldt tot aan de gekozen pensioendatum. Appellant heeft de gekozen pensioendatum inmiddels bereikt. Dit betekent dat geïntimeerde 2 aan de haar door Aegon toegekende aanspraak op bijzonder partnerpensioen geen rechten kan ontlenen. Voor zover er op enig moment vóór of na 1 januari 1998 een afsplitsing van pensioenkapitaal heeft plaatsgevonden is dat niet terecht. In dat geval dient dit door Aegon ongedaan te worden gemaakt. Zonder een zodanige afsplitsing is niet aannemelijk dat appellant door de onjuiste voorlichting door Aegon aan geïntimeerde 2 pensioenschade heeft geleden. 06-12-2022
Rechtbank
- Rechtbank Rotterdam Geschil tussen partijen over verdeling pensioen volgens echtscheidingsconvenant van bedrag op 60-jarige leeftijd, inhoudende toekenning van f 135.000 aan de vrouw met uitsluiting van de WVPS. Volgens het convenant mocht de vrouw blijven wonen in de echtelijke woning met de kinderen. Na 13 jaar heeft zij de woning verkocht. De vrouw vordert nakoming van het convenant. De rechtbank oordeelt dat het beroep van de man op verjaring faalt. Dat is niet onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Evenmin is er rechtsverwerking. De vordering van de vrouw wordt toegewezen. De man maakt in reconventie aanspraak op betaling van aan hem gecedeerde vorderingen op de vrouw van in totaal € 20.000. Volgens de man heeft de vrouw toegezegd aan iedere zoon een bedrag van € 10.000 te betalen uit de verkoopopbrengst van de woning wegens geleden schade als gevolg van de opzegging van de huur van de woning aan [naam01] en zijn gezin waardoor [naam01] is terugverhuisd naar zijn eigen appartement en [naam03] dit appartement dus moest verlaten. De man heeft ter zitting erkend dat de gestelde vorderingen zijn verjaard. Hij heeft aangevoerd zijn vordering te mogen verrekenen. De rechtbank laat hem toe tot bewijslevering van zijn vordering. 28-12-2022
- Rechtbank Rotterdam Na overname van activiteiten door Aon van Meeus heeft Aon de pensioenovereenkomst per 1 januari 2021 gewijzigd van middelloon naar beschikbare premie. Werknemers verzetten zich tegen die wijziging. De kantonrechter oordeelt dat het betoog van Aon dat een pensioenovereenkomst voor bepaalde tijd was overeengekomen niet slaagt. De instemmingsbevoegdheid van de werknemers is niet overgedragen aan de OR. De kantonrechter oordeelt dat Aon een voldoende financieel en organisatorisch zwaarwichtig belang heeft voor eenzijdige wijziging waarvoor het belang van de werknemers moet wijken. Hij acht van belang dat de OR heeft ingestemd en dat de compensatieregeling na overleg met de ondernemingsraad is aangepast door bij de berekening van het nadeel uit te gaan van tegenvallende economische ontwikkelingen (het zogenoemde ‘slecht weer’-scenario). Dit heeft tot gevolg gehad dat in plaats van vijf uiteindelijk 64 personen in aanmerking zijn gekomen voor compensatie. 09-12-2022
- Rechtbank Amsterdam Eisers stellen dat de collectieve waardeoverdracht door Reiswerk aan PGB, waarvoor DNB toestemming heeft gegeven, in strijd is met artikel 17 van het EU Handvest. De waardeoverdracht maakt immers inbreuk op hun pensioen dat als vermogens- of eigendomsrecht moet worden aangemerkt. Eisers hebben in hun dagvaarding benadrukt dat zij niet vorderen dat de waardeoverdracht naar PGB ‘van tafel gaat’ en dat zij evenmin een schadevergoeding van gedaagden vorderen. Het gaat hen in deze procedure om ‘de principiële vraag of een korting van pensioen van (bijna) 20% in het kader van een collectieve waardeoverdracht zich verdraagt met EU-wetgeving’. Reiswerk en PGB stellen dat de zaak in verband met het bepaalde in artikel 93 sub c althans d Rv in verbinding met artikel 216 Pw moet worden verwezen naar de kamer van kantonzaken van deze rechtbank nu sprake is van een pensioenrechtelijk geschil. De zinsnede in artikel 216 Pw ‘vorderingen uit hoofde van’ wordt naar vaste rechtspraak, veelal met een verwijzing naar de memorie van toelichting behorende bij artikel 216 Pw, ruim uitgelegd. Daarmee vallen niet alleen vorderingen tot nakoming van pensioenovereenkomsten of -reglementen onder het artikel, maar ook bijvoorbeeld een vordering tot vergoeding van schade wegens onrechtmatige daad bestaande uit schending van de overeenkomsten of reglementen, en vorderingen tot terugvordering van onverschuldigd betaalde premie. Eisers leggen aan hun vordering ten grondslag dat PGB c.s. inbreuk hebben gemaakt op hun pensioenrechten en -aanspraken die voortvloeien uit de desbetreffende pensioenreglementen. Aldus valt de vordering onder het bereik van artikel 216 Pw. Dat eisers hun vordering hebben gegrond op het EU Handvest – en niet bijvoorbeeld op onrechtmatige daad of een tekortkoming – maakt dat niet anders aangezien de vordering is gericht op bescherming althans het vaststellen van aanspraken en rechten uit een pensioenreglement. Dat geldt niet alleen voor de vordering tegen Reiswerk en PGB, maar ook voor die tegen DNB. 07-12-2022
- Rechtbank Rotterdam Geschil over karakter arbeidsovereenkomst. Werknemer stelt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd van een chauffeur. De kantonrechter oordeelt dat niet het geval is. Wel wijst de kantonrechter enkele vorderingen van de werknemer toe. Zo veroordeelt hij de werkgever om de werknemer conform de cao aan te melden bij het pensioenfonds Vervoer en pensioenpremies te betalen. Tevens is de hoogte van het loon te laag vastgesteld en dient de werkgever te betalen conform het juiste uurloon. Hij moet een hogere aanzegvergoeding en transitievergoeding betalen, naast wettelijke verhoging (gematigd tot 10%) en wettelijke rente. 01-12-2022