Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 5, editie 11. Daarin vindt u een overzicht van elf in november 2022 gepubliceerde uitspraken over pensioen.
U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Pensioenovereenkomst collectief wijzigbaar wegens goed werknemerschap (PR 2022-0199)
Een belangrijk arrest van de Hoge Raad over collectieve wijzigingen door werkgevers van pensioen indien er geen eenzijdig wijzigingsbeding is. De Hoge Raad oordeelt dat een pensioenovereenkomst zowel individueel als collectief wijzigbaar is op grond van goed werknemerschap ex artikel 7:611 BW. Ook oordeelde de Hoge Raad dat de maatstaf niet is dat een weigering door werknemers onaanvaardbaar moet zijn. Het geschil ging over de introductie van een werknemersbijdrage voor de pensioenregeling van een groep werknemers. Het hof oordeelde bij gebrek aan een eenzijdig wijzigingsbeding dat de inkomensachteruitgang van werknemers zodanig was dat hun weigering om dat te aanvaarden niet onaanvaardbaar was. In zijn arrest Stoof/Mammoet oordeelde de Hoge Raad dat geen grond bestaat aan te nemen dat de werknemer slechts dan in strijd handelt met de verplichting zich in de arbeidsverhouding als goed werknemer redelijk op te stellen tegenover een, met gewijzigde omstandigheden op het werk verband houdend redelijk voorstel van de werkgever, indien afwijzing van het – redelijke – voorstel van de werkgever door de werknemer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Waar het hof heeft beoordeeld of de verwerping door werknemers van de nieuwe pensioenregeling onaanvaardbaar is, heeft het dus niet de juiste maatstaf aangelegd. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst het geding (ECLI:NL:HR:2022:1759).
Pizza’s zijn waren: franchisenemers Domino’s Pizza vallen onder werkingssfeer bedrijfstakpensioenfonds Detailhandel (PR 2022-0200)
Kern van het geschil is of de franchisenemers van Domino’s Pizza onder de werkingssfeer van het bedrijfstakpensioenfonds Detailhandel vallen. Zowel de rechtbank als het hof oordeelde dat dit het geval was omdat zij hun bedrijf maken van het kopen en aan particulieren verkopen van waren zoals bedoeld in de werkingssfeerbepaling. Uitzonderingen uit die werkingssfeerbepaling waren niet van toepassing. De Hoge Raad laat het oordeel in stand en doet de zaak af met verwijzing naar artikel 81 RO (ECLI:NL:HR:2022:1732).
Geen nabestaandenpensioen ondanks verkeerde toetsing commissie van beroep hardheidsclausule (PR 2022-0207)
Met enige regelmaat wordt er geprotesteerd en geprocedeerd over tragische situaties waarin na overlijden blijkt dat er geen partnerpensioen is. Dat kan bijvoorbeeld omdat de partner niet (tijdig) is aangemeld of omdat er geen notariële samenlevingsovereenkomst is. Vaak wordt dan een beroep gedaan op een hardheidsclausule. In dit geschil tussen een nabestaande en pensioenfonds PFZW over partnerpensioen waren de concrete trouwplannen niet uitgevoerd wegens een ernstige en fatale ziekte. Er was wel een affectieve relatie maar geen notariële samenlevingsovereenkomst. De commissie van beroep wees het beroep op de hardheidsclausule af omdat niet voldaan was aan de onaanvaardbaarheidsmaatstaf en/of onbillijkheid van overwegende aard. Dezelfde uitkomst kwam er na herbeoordeling door het pensioenfonds nadat nabestaande met SVB in een vaststellingsovereenkomst was overeengekomen dat hij partner voor de Anw was. De kantonrechter achtte het oordeel van de commissie van beroep vernietigbaar en oordeelde dat de verkeerde maatstaf was aangelegd. De rechter toetste de hardheidsclausule niet marginaal maar vol. Toch schoot de nabestaande daar weinig mee op. Het pensioenfonds mocht – onder meer op grond van een sterfbedpaling – besluiten om geen toepassing te geven aan de hardheidsclausule (ECLI:NL:RBMNE:2022:4936).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam
Hoge Raad
- Hoge Raad Geschil over introductie van een werknemersbijdrage voor de pensioenregeling van een groep werknemers. Het hof oordeelde bij gebrek aan een eenzijdig wijzigingsbeding dat de inkomensachteruitgang van werknemers zodanig was dat hun weigering om dat te aanvaarden niet onaanvaardbaar was. De Hoge Raad oordeelt dat een collectieve wijziging van de pensioenpremie getoetst kan worden aan de criteria van Stoof/Mammoet voor goed werknemerschap (art. 7:611 BW). Deze beoordelingsmaatstaf geldt voor alle voorstellen tot wijziging van arbeidsvoorwaarden, ongeacht of deze (overwegend) individueel of collectief van aard zijn. In zijn arrest Stoof/Mammoet heeft de Hoge Raad geoordeeld dat geen grond bestaat aan te nemen dat de werknemer slechts dan in strijd handelt met de verplichting zich in de arbeidsverhouding als goed werknemer redelijk op te stellen tegenover een, met gewijzigde omstandigheden op het werk verband houdend redelijk voorstel van de werkgever, indien afwijzing van het – redelijke – voorstel van de werkgever door de werknemer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Waar het hof heeft beoordeeld of de verwerping door werknemers van de nieuwe pensioenregeling onaanvaardbaar is, heeft het dus niet de juiste maatstaf aangelegd. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst het geding. 25-11-2022
- Hoge Raad Kern van het geschil is of de franchisenemers van Domino’s Pizza onder de werkingssfeer van het bedrijfstakpensioenfonds Detailhandel vallen. Zowel de rechtbank als het hof oordeelde dat dit het geval was omdat zij hun bedrijf maken van het kopen en aan particulieren verkopen van waren zoals bedoeld in de werkingssfeerbepaling. Uitzonderingen uit die werkingssfeerbepaling waren niet van toepassing. De Hoge Raad laat het oordeel in stand en doet de zaak af met verwijzing naar artikel 81 RO. 25-11-2022
Hof
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Na echtscheiding is er geschil over onder meer de verevening van het buitenlands pensioen. Het hof oordeelt dat Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van partijen. Dat brengt met zich dat het door de man opgebouwde ouderdomspensioen op grond van artikel 10:51 BW in beginsel verevend moet worden. Bij de beoordeling van de vraag of de buitenlandse regeling voorziet in een pensioen waarop de WVPS van toepassing is (een ouderdomspensioen in de zin van art. 1 lid 1 onder d WVPS), dienen dezelfde (materiële) criteria te worden gehanteerd als voor een ouderdomspensioen ingevolge een Nederlandse pensioenregeling. Beslissend in dit verband is of de buitenlandse pensioenregeling in de context van het maatschappelijke leven in het desbetreffende land een functie vervult die in voldoende mate overeenstemt met de functie van de Nederlandse pensioenregelingen waarop de WVPS van toepassing is, te weten: oudedagsvoorziening. Naar het oordeel van hof is dat genoegzaam gebleken. De vrouw heeft onweersproken gesteld dat er sprake is van stortingen door de werkgever, dat die stortingen gekoppeld zijn aan de arbeidsverhouding en bedoeld zijn voor de opbouw van pensioenrechten. Verevening van een buitenlands ouderdomspensioen vindt niet plaats in de vorm van een rechtstreekse aanspraak van de echtgenoot op het uitvoeringsorgaan maar in de vorm van een aanspraak op de andere echtgenoot. 22-11-2022
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Appellant is bij geïntimeerde in dienst geweest. Volgens appellant had hij bij indiensttreding moeten worden aangemeld bij ASR in verband met een pensioenregeling die geïntimeerde bij ASR heeft voor haar werknemers. Het gaat in deze zaak om de vraag of dat had gemoeten en of het aannemelijk is dat appellant schade lijdt doordat dit niet is gebeurd. Het hof oordeelt dat er een pensioenovereenkomst was en dat de werkgever ten onrechte de werknemer niet heeft aangemeld. Appellant had pensioenaanspraken kunnen verwerven. Op grond van het door geïntimeerde in deze procedure in het geding gebrachte pensioenreglement van 1 december 2012 heeft appellant geen recht op premievrije voortzetting omdat zijn arbeidsovereenkomst is geëindigd voordat hij een IVA-uitkering ontving, maar wanneer het pensioenreglement op dit onderdeel is aangepast en die aangepaste versie geldt, dan heeft appellant wel recht op premievrije voortzetting. Het hof is van oordeel dat partijen hierover nadere informatie moeten inwinnen bij ASR en het hof hierover moeten informeren. Het hof acht voldoende aannemelijk dat appellant schade heeft geleden en dat de schade in causaal verband staat met de tekortkoming van geïntimeerde (het niet aanmelden van appellant bij ASR). Of appellant nog steeds schade lijdt, is afhankelijk van de vraag of hij recht had op premievrije deelneming. 01-11-2022
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Geschil over wijziging van de pensioenovereenkomst tussen werkgever en werknemers van eindloon naar premieovereenkomst. Bij tussenarrest heeft het hof de werknemers toegelaten te ontzenuwen de voorshands bewezen geachte stelling dat er geen (betrouwbare) uitvoerders meer zijn die een eindloonregeling uitvoeren. De werknemers hebben laten weten dat zij afzien van het leveren van tegenbewijs. Het hof oordeelt dat de feitelijke onmogelijkheid om de eindloonregeling nog te laten uitvoeren een zodanig zwaarwichtig belang is dat DSV daarin voldoende reden en aanleiding had om een wijziging na te streven van de pensioenovereenkomst. DSV heeft onvoldoende gedaan door van de werknemers te verlangen dat zij akkoord gingen met een van de twee door haar ingevoerde regelingen, zonder eerst te onderzoeken of het mogelijk was de eindloonregeling te wijzigen in een pensioenregeling die meer aansluit bij het karakter van de eindloonregeling. Het hof moet oordelen over de subsidiaire vordering dat DSV een middelloonregeling voor hen tot stand moet brengen die zo veel mogelijk gelijk is aan de eindloonregeling. DSV heeft terecht aangevoerd dat toewijzing van de vordering zal leiden tot executieproblemen omdat de vordering te vaag is. Het hof kan niet zelf beoordelen of en onder welke voorwaarden een dergelijke middelloonregeling mogelijk is. Het hof zal daarom een deskundige gaan benoemen om dat te onderzoeken en stelt daaraan vragen. Partijen mogen zich daarover bij akte uitlaten. 01-11-2022
Rechtbank
- Rechtbank Midden-Nederland Geschil tussen diverse werkgevers en bedrijfstakpensioenfonds StiPP over betaalde pensioenpremies over onregelmatigheidstoeslagen (ORT) en de hoogte daarvan. Volgens de werkgevers zijn de premies onverschuldigd betaald. De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 1 december 2021 geoordeeld dat StiPP de premie over de ORT die eiser c.s. over de jaren 2012 t/m 2018 onverschuldigd aan StiPP heeft afgedragen moet terugbetalen. De kantonrechter stelt vast dat tussen partijen, uitgaande van hetgeen in de eerdere tussenvonnissen is bepaald, overeenstemming bestaat over de hoogte van de premie over de ORT die eiser c.s. over de jaren 2012 t/m 2018 onverschuldigd aan StiPP heeft afgedragen. De vordering tot terugbetaling van dit bedrag wordt toegewezen. 23-11-2022
- Rechtbank Den Haag Geschil na echtscheiding dga over pensioenverevening van pensioen opgebouwd in eigen beheer. De holding van de ex-echtgenoot wordt veroordeeld tot afstorten pensioen bij door eiseres op te geven pensioenverzekeraar. De ex-echtgenoot/dga is niet persoonlijk aansprakelijk. Er is geen sprake van bovenmatige opnames. 09-11-2022
- Rechtbank Gelderland Het gaat in deze zaak om de vraag of het gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is of niet, en of werkgever gehouden is tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding. Werknemer heeft zich na een gesprek met zijn leidinggevende over onvrede over de ontstane werksituatie ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft zowel arbeidsongeschiktheid door ziekte als verstoorde arbeidsrelatie geconstateerd en mediation voorgesteld. De werknemer is op vakantie gegaan om te herstellen en heeft dat niet gemeld bij zijn leidinggevende (die zelf op vakantie was) maar bij een collega. Werkgever roept hem op tijdens vakantie en verwijt hem onder meer ongeoorloofde vakantie en niet reageren op mails en voicemails. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet terecht is gegeven. Hij kent een gefixeerde vergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding toe, inclusief pensioenschade. Bij de billijke vergoeding wordt de transitievergoeding niet afgetrokken en de gefixeerde schadevergoeding wel. 04-11-2022
- Rechtbank Midden-Nederland Geschil tussen nabestaande en pensioenfonds PFZW over partnerpensioen. Nabestaande had affectieve relatie maar geen notariële samenlevingsovereenkomst. Concrete trouwplannen werden niet uitgevoerd wegens ernstige ziekte. Commissie van beroep wees beroep op hardheidsclausule af omdat niet voldaan was aan onaanvaardbaarheidsmaatstaf en/of onbillijkheid van overwegende aard. Zelfde uitkomst bij herbeoordeling door pensioenfonds nadat nabestaande met SVB in vaststellingsovereenkomst was overeengekomen dat hij partner voor de Anw was. De kantonrechter oordeelt dat de commissie van beroep de verkeerde maatstaf heeft aangelegd en toetst de hardheidsclausule vol. Het pensioenfonds heeft – onder meer op grond van sterfbedbepaling – mogen besluiten om geen toepassing te geven aan de hardheidsclausule. 02-11-2022