Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 5, editie 10. Daarin vindt u een overzicht van dertien in oktober 2022 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
HR laat uitspraak dat streefregeling geen eindloonregeling is in stand (PR 2022-0186)
Deze maand liet de Hoge Raad het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden over een streefregeling in stand. Samengevat had het hof geoordeeld dat de streefregeling geen eindloonregeling was (ECLI:NL:GHARL:2021:1686, PR Updates 2021-0034). Het hof had geoordeeld dat vrijwel alle vorderingen waren gebaseerd op het standpunt dat aan de werknemer een pensioen op basis van een eindloonregeling was toegekend. Het hof volgde dat standpunt niet. De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest en doet de zaak af onder verwijzing naar artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er volgt daarom geen inhoudelijke bespreking (ECLI:NL:HR:2022:1435).
Pensioenuitvoerder aansprakelijk voor onjuist indexatieadvies; geen schade gebleken (PR 2022-0187)
In deze pensioenzaak stelde de werkgever dat pensioenuitvoerder CBA een fout had gemaakt bij haar pensioenadvisering over (financiering van) de voorwaardelijke indexatie. Hij stelt daardoor (mogelijk) schade te lijden die CBA moet vergoeden, althans hem daarvoor moet vrijwaren. De kantonrechter wees die vorderingen toe. Het hof oordeelt dat CBA een fout heeft gemaakt en dat de verklaring voor recht in zoverre terecht is gegeven. Van een redelijk handelend en redelijk bekwaam pensioenuitvoerder mag worden verwacht dat deze zich ervan vergewist dat het pensioenreglement spoort met de pensioenovereenkomsten tussen werkgever en werknemers. De pensioenuitvoerder heeft nagelaten voldoende specifiek erop te wijzen dat de voorgestelde wijziging van het pensioenreglement kon meebrengen dat voor de financiering van toe te kennen toeslagen mogelijk extra middelen (uitgaande boven een beschikbaar depot) beschikbaar zouden moeten komen. Van veroorzaakte schade is echter niet gebleken. Onvoldoende onderbouwd was dat als gevolg van deze fout tussen de werkgever en zijn werknemers een pensioenovereenkomst is gaan gelden die jegens de werkgever aanspraak geeft op betaling van toeslagen ook als daarvoor dergelijke extra middelen zouden moeten worden ingezet. Het daarop betrekking hebbende deel van de vordering wees het hof af (ECLI:NL:GHARL:2022:8467).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hoge Raad
Hof
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Partijen zijn (buiten gemeenschap van goederen) gehuwd geweest. De echtscheidingsbeschikking is op 28 oktober 2004 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Geïntimeerde is DGA van X Tandarts B.V. (de bv). Daarin is een pensioen in eigen beheer opgebouwd. Bij beschikking van 27 oktober 2009 heeft het hof bepaald dat geïntimeerde na verkoop en levering van de echtelijke woning onverwijld moet zorgen voor afstorting van in de beschikking omschreven pensioenaanspraken van appellante bij een verzekeraar. Appellante heeft tot 2018 pensioenuitkeringen ontvangen van de bv, daarna niet meer omdat de bv die niet meer kon betalen. Appellante maakt in deze procedure aanspraak op vergoeding van de schade die zij lijdt doordat haar pensioenaanspraken niet zijn afgestort conform de beschikking. Zij heeft bij de rechtbank gevorderd dat geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 283.972. De rechtbank heeft haar vorderingen afgewezen. Het hof wijst de vordering tot betaling van de schadevergoeding toe. Het hof stelt vast dat geïntimeerde voor het overige de stelling van appellante, dat geïntimeerde niet datgene heeft gedaan wat nodig was om tot pensioenafstorting over te gaan terwijl dat wel had gekund, onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Daarmee staat vast dat geïntimeerde zijn verplichting ten opzichte van haar niet is nagekomen en onrechtmatig heeft gehandeld. Dit handelen kan geïntimeerde worden toegerekend, omdat het als enig bestuurder en enig aandeelhouder in zijn macht lag om de juiste keuzes te maken waardoor wel aan de afstortingsverplichting voldaan had kunnen worden. Als geïntimeerde ervoor had gezorgd dat er voldoende liquiditeiten voorhanden waren en hij de middelen die hij in rekening-courant uit de bv in privé had opgenomen had aangewend om te voldoen aan de afstortingsverplichting, had appellante het pensioen kunnen krijgen waarop zij op grond van de beschikking recht had. 25-10-2022
- Gerechtshof Amsterdam De notaris heeft in december 2017 een testament gepasseerd van de overleden zwager van klagers (hierna: erflater). Erflater was enig aandeelhouder van een besloten vennootschap. Deze vennootschap had een pensioenregeling in eigen beheer. Een half jaar voor het passeren is de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen (hierna: de Wup) in werking getreden. De notaris heeft volgens klagers in strijd met zijn zorgplicht gehandeld doordat hij niet met de fiscaal nadelige gevolgen van deze wet rekening heeft gehouden. De notaris heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet op de hoogte was van het feit dat de bv een pensioenregeling in eigen beheer had die omgezet was naar een oudedagsverplichting. Er is niet gebleken van omstandigheden die zouden leiden tot de conclusie dat de notaris het bestaan van de pensioenregeling ergens uit heeft moeten afleiden; de eerdere testamenten gaven hiertoe ook geen aanleiding. Om dezelfde redenen was er voor de notaris dus ook geen aanleiding om bij erflater aan te dringen op voorafgaand advies van een fiscaal adviseur. De notaris heeft aan zijn onderzoeksplicht voldaan. De notaris heeft gevraagd naar de omvang en samenstelling van het vermogen van erflater, maar erflater heeft duidelijk te kennen gegeven dat hij daarin geen inzicht wilde verschaffen. 18-10-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil tussen ex-werknemer en werkgever MB Parts na ontslag. Relevant is dat werknemer ziek is geweest en dat de werkgever een loonsanctie heeft gehad voor het derde ziektejaar. Daarin betaalde hij 90% van het laatstverdiende loon door. Volgens geïntimeerde is aan hem te weinig loon betaald en is er te weinig pensioenpremie afgedragen. MB Parts meent dat het loon volledig en correct is uitgekeerd, net als de pensioenpremie. De kantonrechter heeft de vorderingen van de ex-werknemer grotendeels toegewezen. MB Parts is kort gezegd veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon over de periode 1 november 2016 tot en met 31 december 2019, vermeerderd met een wettelijke verhoging van 25% en wettelijke rente over beide bedragen. Ook is MB Parts veroordeeld tot betaling/afdracht van (het werknemersdeel van) de pensioenpremie over deze periode. Het hof beslist dat geïntimeerde de meeste toegewezen bedragen niet aan MB Parts hoeft terug te betalen, behalve een deel van het loon over het eerste tijdvak (23 april 2018 tot 23 april 2019). Ook moet hij een deel van de toegewezen wettelijke verhoging en een deel van het toegewezen werknemersdeel van de pensioenpremie aan MB Parts terugbetalen. 11-10-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden In geschil is of de werkgever de reiskostenregeling van een werknemer eenzijdig mag wijzigen. Werkgever MFN stelt op grond van besluitvorming van de bedrijfstakpensioenfondsen VLEP en Slagers en een vonnis van de kantonrechter in Utrecht van 5 december 2018, verplicht te zijn om niet langer de cao Vlees, maar de (destijds algemeen verbindend verklaarde) cao Slagers binnen haar onderneming toe te passen. De harmonisatie treft alle werknemers binnen de onderneming en is het resultaat van een zorgvuldig met de Gemeenschappelijke Ondernemingsraad (GOR) doorlopen proces. Het belang van verweerder bij voortzetting van de reiskostenregeling uit zijn arbeidsovereenkomst is financieel van aard. Hij mist maandelijks een bedrag van € 103,52 netto per maand aan reiskostenvergoeding en dit betreft een wezenlijk deel van zijn inkomen. Naar het oordeel van het hof hoeft dat belang van verweerder naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet te wijken voor de door MFN gestelde belangen. De door MFN gevoelde noodzaak tot harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden en het aanbieden van eenduidige arbeidsvoorwaarden uit hoofde van goed werkgeverschap zijn niet aan te merken als een zodanig zwaarwichtig belang dat MFN daarin voldoende reden en aanleiding had om ten nadele van verweerder een wijziging na te streven van de individueel met hem overeengekomen reiskostenvergoeding. Die wijziging is niet ingegeven door zwaarwichtige bedrijfseconomische of organisatorische omstandigheden of financiële moeilijkheden bij MFN. De kantonrechter heeft terecht overwogen dat de cao Slagers een minimum-cao is, waarvan in het voordeel van een werknemer mag worden afgeweken. Voor de opvatting van MFN dat dit niet geldt voor gunstiger afspraken die zijn gemaakt voordat toepasselijkheid van de cao Slagers in beeld kwam, ziet het hof geen toereikende grondslag. 11-10-2022
- Gerechtshof Den Haag Het hof ziet aanleiding de arbeidsovereenkomst van een metrobestuurder met GVB te (doen) herstellen per 1 november 2018. De arbeidsovereenkomst is per die datum ten onrechte ontbonden. De praktische bezwaren van GVB tegen deze hersteldatum wegen niet op tegen het redelijke belang van werknemer (verzoeker) om financieel gezien zo veel als redelijkerwijs mogelijk in een positie te komen alsof de ontbinding niet heeft plaatsgevonden. Verzoeker heeft recht op betaling van loon, met de daarover van toepassing zijnde cao- verhogingen en emolumenten, en op de afdracht van pensioenpremies, een en ander te berekenen vanaf 1 november 2018. Het hof zal met het loon dat verzoeker van Securitas heeft genoten wel rekening houden door te bepalen dat dit loon in mindering strekt op wat GVB aan hem dient te betalen. Over dit loon c.a. is geen wettelijke rente en wettelijke verhoging verschuldigd, omdat de betalingsverplichting van GVB pas na herstel van de arbeidsovereenkomst ontstaat. Er is dus nog geen sprake van een vertraging in de betaling van loon in de zin van artikel 7:625 lid 1 BW en ook nog geen verzuim in de zin van artikel 6:119 BW. Verzoeker wordt zo veel als redelijkerwijs mogelijk qua inkomen in de positie gebracht alsof hij nooit uit dienst is geweest. Passend is dat verzoeker de aan hem uitgekeerde transitievergoeding moet terugbetalen, in die zin dat die vergoeding bruto in mindering wordt gebracht op wat verzoeker nog bruto van GVB dient te ontvangen. Het verzoek tot werkhervatting wordt toegewezen. 11-10-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Werkgever (geïntimeerde) stelt dat pensioenuitvoerder CBA een fout heeft gemaakt bij haar pensioenadvisering over (financiering van) de voorwaardelijke indexatie. Hij stelt daardoor (mogelijk) schade te lijden die CBA moet vergoeden, althans hem daarvoor moet vrijwaren. De kantonrechter heeft die vorderingen toegewezen. Het hof komt tot het oordeel dat CBA een fout heeft gemaakt en dat de verklaring voor recht in zoverre terecht is gegeven. Van een redelijk handelend en redelijk bekwaam pensioenuitvoerder mag worden verwacht dat deze zich ervan vergewist dat het pensioenreglement spoort met de pensioenovereenkomsten tussen werkgever en werknemers. In dit geval heeft de pensioenuitvoerder nagelaten voldoende specifiek erop te wijzen dat de voorgestelde wijziging van het pensioenreglement kon meebrengen dat voor de financiering van toe te kennen toeslagen mogelijk extra middelen (uitgaande boven een beschikbaar depot) beschikbaar zouden moeten komen. Van veroorzaakte schade is echter niet gebleken. Onvoldoende onderbouwd is echter de stelling van de werkgever dat als gevolg van deze fout tussen de werkgever en zijn werknemers een pensioenovereenkomst is gaan gelden die jegens de werkgever aanspraak geeft op betaling van toeslagen ook als daarvoor dergelijke extra middelen zouden moeten worden ingezet. Het daarop betrekking hebbende deel van de vordering wordt daarom alsnog afgewezen. 04-10-2022
- Gerechtshof Amsterdam Geschil over afwikkeling vermogensbestanddelen na echtscheiding. Het primaire verzoek van de man in het principaal hoger beroep, dat is gebaseerd op een tussen partijen gesloten overeenkomst, zal worden afgewezen. Voor zover de man namens X BV een verzoek heeft ingediend zal hij daarin niet-ontvankelijk worden verklaard. De aanspraak van de vrouw uit hoofde van haar aandeel in de stamrechtuitkering dient te worden verminderd met daarover te heffen belasting en de vrouw dient aan de man een bedrag van € 10.703,50 te voldoen. Nu partijen ervan uitgaan dat de uitkering aan de vrouw kan worden verrekend met het aandeel van de vrouw in de schuld van de gemeenschap aan X BV, zal het hof daarbij aansluiten met dien verstande dat de man dan jegens de vrouw is gehouden de schuld van de gemeenschap aan X BV over te nemen en geheel voor zijn rekening te nemen zonder regres. Het door de vrouw in Engeland opgebouwde pensioen valt onder de werking van de Wvps en is opgebouwd voorafgaande aan het huwelijk. Dat pensioen valt niet in de gemeenschap en komt niet voor verevening in aanmerking. Hetzelfde geldt dan voor het daar op behaalde rendement tijdens het huwelijk. Het verzoek van de vrouw betreffende de Opbouwspaarrekening is met een wijze van afwikkeling die beide partijen zullen volgen opgelost. De verdeling van de Aegon polis zal worden toegewezen als verzocht. 04-10-2022
Rechtbank
- Rechtbank Rotterdam Na de echtscheiding in 2010 is de man blijven wonen in de echtelijke woning met hypotheek. In het echtscheidingsconvenant zijn afspraken gemaakt over de boedelverdeling, de pensioenverevening en de woning. In 2022 is door hun advocaten gecommuniceerd over de verplichtingen over en weer. De man wenst medewerking van de vrouw voor levering van de woning onder ontslag van hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek en aanlevering van gegevens voor pensioenverevening. De voorzieningenrechter oordeelt dat beide partijen zich ernaar hebben gedragen dat voor de toedeling van de woning werd gewacht totdat de schulden afgelost waren en de man de financiële ruimte had om de woning over te nemen, zoals afgesproken in het convenant. Uit de e-mail van 28 februari 2022 van de advocaat van de vrouw volgt dat de vrouw toen nog bereid was om mee te werken aan overname van de woning door de man. Conclusie is dat de vrouw dient mee te werken aan de overdracht van haar aandeel in de woning aan de man en in dat kader haar medewerking dient te verlenen aan het opstellen en verlijden van de akte van verdeling. De vrouw heeft ter zitting toegezegd de benodigde formulieren in te vullen en in te dienen, zodat het pensioen van de vrouw alsnog met de man wordt verevend. De vrouw wordt daartoe veroordeeld. 07-10-2022
- Rechtbank Rotterdam Spero drijft een onderneming waarvan de activiteiten tot 1 januari 2020 voornamelijk bestonden uit het uitzenden en detacheren van personeel. Op 11 maart 2020 heeft Spero een e-mail gestuurd aan het administratiekantoor van eisers. Daarin staat onder meer dat Spero naast uitzenden ook elektrische installaties verzorgt en de installatie van kabelgoten en het trekken van kabels. Eveneens staat er dat volgens hun adviseur de werknemers verplicht moeten worden aangesloten bij PME, met het verzoek die aansluiting te realiseren. De fondsen in de metaalsector vorderen afdracht van pensioen en diverse bijdragen. Spero heeft niet betwist dat zij een werkgever in de metaal en techniek is, omdat zij een uitzendonderneming is en daarbij weer moet worden aangesloten. Nu de kantonrechter van oordeel is dat Spero een werkgever in de metaal en techniek is, staat daarmee de verschuldigdheid van de gevorderde premies en bijdragen vast. De gevorderde hoofdsommen zijn daarom toewijsbaar. Er is geen reden om te wachten met het toewijzen van deze bedragen totdat duidelijk is of Spero per 1 januari 2021 (kennelijk met terugwerkende kracht) weer is aangesloten bij Stipp. Spero zal zo nodig zelf voor een verrekening moeten zorgen als deze aansluiting wordt gerealiseerd. De kantonrechter wijst de vorderingen grotendeels toe. 07-10-2022
- Rechtbank Den Haag Verzoekers bevinden zich in een problematische schuldensituatie. Zij hebben een voorstel gedaan aan hun schuldeisers, waarbij een deel van de vordering(en) wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeisers wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, hebben de heer en mevrouw [verzoekers01] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. Het voorstel dat de heer en mevrouw [verzoekers01] aan hun schuldeisers hebben gedaan, is in de gegeven omstandigheden het maximaal haalbare. Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers tot een gunstiger resultaat leidt dan de WSNP. Bij de vraag of een aangeboden akkoord dwingend kan worden opgelegd, dient de rechtbank een belangenafweging te maken tussen de belangen van de weigerende schuldeiser(s) en de belangen van zowel verzoeker(s) zelf als die van de overige schuldeiser(s). De rechtbank kan het dwangakkoord ook toewijzen wanneer de weigerende schuldeisers het grootste deel van de schuldenlast vertegenwoordigen. In dit geval is ook van belang dat de schuldeisers met een meerderheid van het aantal schulden (namelijk negen van de zestien schulden), die samen (ruim) 36,67% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, wél met de aangeboden regeling hebben ingestemd. De goedetrouwtoets zoals deze bij toelating tot de schuldsanering wordt toegepast, is in dit verband niet aan de orde. 06-10-2022
- Rechtbank Rotterdam Partijen zijn gehuwd in 2003 en gescheiden in 2015. In 2019 is de man met pensioen gegaan op 71-jarige leeftijd. Zijn ex-vrouw maakt aanspraak op verevening. De man stelt dat hij tijdens de huwelijkse periode geen ouderdomspensioen heeft opgebouwd. De rechtbank oordeelt dat de vrouw er niet in is geslaagd om te onderbouwen dat de man tijdens het huwelijk ouderdomspensioen heeft opgebouwd, terwijl dat wel op haar weg had gelegen. 05-10-2022
- Rechtbank Amsterdam Werknemers zijn in de periode van 2015 tot 2019, voor kortere of langere tijd, op basis van een of meer min-max-arbeidsovereenkomsten als koeriers in dienst geweest van Deliveroo. Het hof Amsterdam heeft bij arrest van 21 december 2021 geoordeeld dat Deliveroo onder de werkingssfeer van de Cao beroepsgoederenvervoer over de weg valt. Deliveroo heeft cassatie ingesteld. In dit tussenvonnis is geoordeeld over een aantal geschilpunten die van belang zijn voor de berekening en hoogte van de vorderingen van werknemers, zoals functiewaardering, nawerking avv-cao, verblijfskosten en vakantietoeslag en verrekening met de bonus. Overige beslissingen worden aangehouden tot de Hoge Raad over de toepasselijkheid van de cao heeft geoordeeld. Deliveroo heeft voor de tussenliggende periode een bedrag ter zekerheidsstelling overgemaakt op de derdengeldrekening van FNV, de gemachtigde van werknemers. De zaak wordt aangehouden tot de Hoge Raad heeft beslist op het cassatieberoep van Deliveroo. 03-10-2022