Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 5, editie 1. Daarin vindt u een overzicht van achttien in januari 2022 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Bestuurder kan ondanks overgang onderneming persoonlijk aansprakelijk zijn
In 2022 gaat de rechtspraak door waar zij in 2021 was geëindigd: een arrest van de Hoge Raad over de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders voor premieachterstanden aan een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds. Het kerstarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 ging over de criteria die gelden voor het ontlopen van die aansprakelijkheid door een tijdige melding van betalingsonmacht. Is het bedrijfstakpensioenfonds in staat om zich op basis daarvan een redelijk oordeel te vormen over de oorzaken van de betalingsonmacht en zich te beraden op de opstelling die het ten aanzien van de rechtspersoon zal innemen? (ECLI:NL:HR:2021:1976, PR 2022-0001).
In januari 2022 oordeelt de Hoge Raad dat bestuurders na een overgang van onderneming aansprakelijk blijven, ook al is de aansprakelijkheid van de vennootschap na een jaar vervallen (art. 7:663 BW). De bestuurder kan de persoonlijke aansprakelijkheid dus niet ontlopen door een jaar te laten verstrijken na een overgang van onderneming. Overigens was de bestuurder in deze zaak niet aansprakelijk omdat een tijdige melding betalingsonmacht was gedaan (ECLI:NL:HR:2022:136, PR 2022-0028).
In januari verscheen ook een uitspraak waarin een feitelijk medebeleidsbepaler persoonlijk aansprakelijk werd gesteld. Hij is toegelaten tot bewijs om dat voorshands oordeel over medeaansprakelijkheid van het hof te ontzenuwen (ECLI:NL:GHDHA:2021:2590, PR 2022-0039).
Bedrijfstakpensioenfonds mocht fout vastgesteld ouderdomspensioen herstellen
Deze maand ook een uitspraak over een klassiek pensioengeschil: mag een deelnemer gerechtvaardigd vertrouwen op informatie over zijn pensioen die later onjuist blijkt te zijn? De zaak ging om een brief van Bpf Bouw met een ouderdomspensioen van € 1.222,37 bruto per maand. Nadien heeft Bpf Bouw vastgesteld dat de reglementaire hoogte lager was en heeft deze fout hersteld. De rechtbank oordeelt dat het bedrijfstakpensioenfonds het foutief vastgestelde ouderdomspensioen mocht herstellen. Uitgangspunt is dat het pensioenreglement bepalend is voor de omvang van de pensioenaanspraken. Het staat een pensioenfonds vrij om een aanvankelijk te hoog vastgestelde pensioenuitkering te corrigeren, tenzij dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. De beslissing van eiser om met pensioen te gaan was niet gebaseerd op foutieve informatie. Op basis daarvan zijn evenmin andere ingrijpende beslissingen genomen. Daarom wees de rechtbank eisers vordering af (ECLI:NL:RBAMS:2021:7573, PR 2022-0033).
Vordering pensioentoeslag viel niet onder uitzondering finale kwijting vso
Finale kwijting is een regulier onderdeel van de vaststellingsovereenkomst. Wie een (pensioen)vordering wil behouden, moet een uitzondering op die finale kwijting opnemen. In deze uitspraak ging het om de reikwijdte van die uitzondering. Na de vaststellingsovereenkomst stelde werknemer een vordering in over een pensioentoeslag. Volgens hem viel dat onder de uitzondering in het finaal kwijtingsbeding. Werkgever vond van niet. Het hof oordeelde hier dat werknemer er niet redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat de uitzondering op de finale kwijting ook zag op de pensioentoeslag (ECLI:NL:GHAMS:2021:4051, PR 2022-0035).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hoge Raad
Hof
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Geschil tussen werknemer en werkgever Alphabet over de hoogte van de pensioenuitkering die is toegezegd door de werkgever. De werknemer stelt dat was afgesproken dat hij een pensioenuitkering zou ontvangen van 70% van het geprognosticeerde laatst salaris. De aanvullingsregeling is (onderdeel van de) pensioenovereenkomst. Het door de werkgever opgestelde memo is een uitvoering daarvan. Het hof legt de pensioenovereenkomst uit en stelt vast dat de werknemer geen recht heeft op een hogere pensioenuitkering. Het hof is van oordeel dat werknemer er met zijn standpunt dat hij heeft begrepen 70% van het geprognosticeerde laatste salaris te ontvangen, aan voorbijziet dat wordt vermeld ‘maximaal’. Gelet op de inhoud van het memo kan het verder niet anders dan dat met ‘de uitgangspunten’ wordt gedoeld op hetgeen in de sheets over de aanvullingsregeling is vermeld. 27-01-2022
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden De kern van het geschil is de vraag of werkgeefster onder de werkingssfeer valt van Metaal en Techniek (PMT en sociale fondsen). Het hof oordeelt dat dit het geval is. Dat het gaat om tijdelijke tewerkstelling van (gedetacheerde) personeelsleden maakt dat oordeel niet anders. 25-01-2022
- Gerechtshof Amsterdam Geschil over de uitleg van de uitzondering op het finaal kwijtingsbeding uit een vaststellingsovereenkomst van een werknemer van VIVAT. De werknemer maakt aanspraak op een pensioentoeslag. Zijn vordering valt volgens hem onder de uitzondering in het finaal kwijtingsbeding. Het hof oordeelt dat de werknemer er niet redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat de uitzondering op de finale kwijting ook zag op de pensioentoeslag 2006. 21-12-2021
- Gerechtshof Amsterdam Het bedrijf van appellant directeur-grootaandeelhouder heeft niet meegewerkt aan een onderzoek van de stichting naar de naleving van de cao Bouw & Infra en de cao Bedrijfseigen Regelingen Bouw & Infra. Het bedrijf en appellant zijn in verband daarmee door de kantonrechter (onder meer) hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een forfaitaire schadevergoeding van € 5.000 aan de stichting. Het bedrijf is inmiddels failliet en appelleert niet. In hoger beroep betwist appellant met succes dat hij (persoonlijk) tot naleving van de cao’s is gehouden en dat hij als bestuurder van zijn bedrijf voor de door de stichting gevorderde schade aansprakelijk is. Gesteld noch gebleken is dat hij als werkgever in de zin van de cao’s en het reglement naleving moet worden aangemerkt. De hoofdelijke verplichting van hem tot betaling van forfaitaire schadevergoeding kan niet op de regeling naleving en/of de cao’s worden gebaseerd. 21-12-2021
- Gerechtshof Den Haag Een schoonmaakbedrijf had een aanzienlijke achterstand in de premiebetaling aan het bedrijfstakpensioenfonds. Er zijn achterstallige pensioenpremies, waarvoor de bestuurder en zijn broer als feitelijk medebeleidsbepaler hoofdelijk aansprakelijk is gesteld. De vraag is of appellant feitelijke (mede)beleidsbepaler van de onderneming was. Als dat het geval is, is de vraag of appellant hoofdelijk aansprakelijk is voor deze premieachterstand, omdat de betalingsonmacht van de onderneming niet aan het Pensioenfonds is gemeld. Verder is de omvang van de premieachterstand in geschil. Het hof oordeelt dat er geen tijdige melding betalingsachterstand is gedaan. Daarnaast is het hof voorshands van oordeel dat is bewezen dat appellant in de periode waarin de achterstand is ontstaan het beleid van het Schoonmaakbedrijf (mede) heeft bepaald als ware hij bestuurder, in de zin van artikel 23 lid 6 onder b Wet Bpf 2000. Het hof laat hem toe dat via bewijs te ontzenuwen. 27-07-2021
Rechtbank
- Rechtbank Rotterdam Het UWV heeft ten onrechte geen loondoorbetalingsverplichting opgelegd aan werkgever. Daarop verzoekt werkneemster schadevergoeding van het UWV. De rechtbank wijst de loonschade en pensioenschade toe. De gevorderde schade voor gemiste vakantiedagen wordt afgewezen. 20-01-2022
- Rechtbank Den Haag Voormalig militair verzoekt om schadevergoeding wegens blootstelling aan PX-10. Defensie weigert aansprakelijkheid te erkennen. Volgens Defensie is er geen causaal verband tussen gezondheidsklachten eiser en werken met PX-10 op grond van een rapport van het RIVM. De rechtbank stelt voorop dat de schadevergoeding die eiser heeft aangevraagd, is bedoeld voor voormalig militairen met een militair invaliditeitspensioen. Voormalig militairen die schade hebben geleden die niet volledig door het militair invaliditeitspensioen wordt gedekt, kunnen bij verweerder een aanvraag voor aanvullende schadevergoeding indienen. Aangezien eiser niet beschikt over een militair invaliditeitspensioen, komt hij ook niet in aanmerking voor aanvullende schadevergoeding. De rechtbank ziet geen aanleiding causaal verband aan te nemen tussen het werken met PX-10 en de gezondheidsklachten van eiser. 11-01-2022
- Rechtbank Rotterdam Niet in geschil is dat de werkgever valt onder de werkingssfeer van PMT en de sociale fondsen. De werkgever betwist de hoogte van de premiebedragen, incasso- en overige kosten en rente. Hij wenst uitstel van betaling. De rechtbank oordeelt dat de door PMT en de fondsen gestelde bedragen toewijsbaar zijn. Er is voldoende rekening gehouden met de gevolgen van COVID-19. Betalingsuitstel is slechts mogelijk met instemming. 31-12-2021
- Rechtbank Limburg Ex-echtgenote stelt na overlijden van haar ex-man zijn nieuwe partner aansprakelijk omdat haar ex als bestuurder van de pensioen-bv in eigen beheer onrechtmatig heeft gehandeld. Volgens haar zijn gelden onrechtmatig onttrokken aan de pensioen-bv. Aan de holding zijn liquide middelen onttrokken die niet zijn bestemd voor de voldoening van pensioenverplichtingen. De rechtbank oordeelt dat de inmiddels overleden ex-man onrechtmatig heeft gehandeld. De nieuwe partner is daarvoor aansprakelijk. 29-12-2021
- Rechtbank Amsterdam Geschil over de vraag of eiser gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een brief van Bpf Bouw met een ouderdomspensioen van € 1.222,37 bruto per maand. Nadien heeft Bpf Bouw vastgesteld dat de reglementaire hoogte lager was en heeft dit hersteld. De rechtbank oordeelt dat het bedrijfstakpensioenfonds het foutief vastgesteld ouderdomspensioen mocht herstellen. Uitgangspunt is dat het pensioenreglement bepalend is voor de omvang van de pensioenaanspraken. Het staat een pensioenfonds vrij om een aanvankelijk te hoog vastgestelde pensioenuitkering te corrigeren, tenzij dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. De beslissing om met pensioen te gaan was niet gebaseerd op foutieve informatie. Op basis daarvan zijn evenmin andere ingrijpende beslissingen genomen. De vordering van eiser wordt afgewezen. 28-12-2021
- Rechtbank Den Haag Bij besluit van 19 maart 2020 heeft verweerder aan eiser met ingang van 1 april 2020 een militair invaliditeitspensioen toegekend, dat berekend wordt naar een mate van invaliditeit van 14%. Het militair invaliditeitspensioen is toegekend voor twee van vijf aandoeningen van eiser (PTSS en chronische achillespeesklachten). Eiser stelt dat de hoogte van de uitkering te laag is. De rechtbank oordeelt dat hij er niet in is geslaagd om twijfel te zaaien ten aanzien van de bevindingen van Defensie dat voor de andere drie aandoeningen (nekklachten, lagerugklachten en clusterhoofdpijn) een oorzakelijk dienstverband niet aannemelijk is. Zijn beroep slaagt niet. 28-12-2021
- Rechtbank Den Haag Eiser, gewezen beroepsmilitair, heeft in 2015 een aanvraag voor militair arbeidsongeschiktheidspensioen ingediend voor zijn psychische klachten, die hij toeschrijft aan zijn uitzending naar voormalig Joegoslavië (Bosnië) in 1994-1995. Defensie heeft de aanvraag afgewezen. Nadat de hoogste bestuursrechter deze afwijzing in stand heeft gelaten, heeft eiser op 3 september 2018 opnieuw een aanvraag ingediend. Defensie baseert de hernieuwde afwijzing op het rapport van 20 juni 2019 van een op 5 juni 2019 verricht verzekeringsgeneeskundig onderzoek, waarin is geconcludeerd dat er geen aanleiding is om anders te oordelen dan in de eerdere mip-procedure van eiser. De rechtbank concludeert dat eiser in deze beroepsprocedure er niet in is geslaagd om het standpunt van verweerder, dat op peildatum 3 september 2018 geen sprake van een psychische aandoening met dienstverband is, te weerleggen. 28-12-2021
- Rechtbank Den Haag Gewezen militair die in Bosnië heeft gewerkt vraagt militair arbeidsongeschiktheidspensioen aan. Hij vindt dat Defensie onzorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de oorzaak van zijn aandoening, een greppel- of loopgraafvoet. De rechtbank oordeelt dat de militair de conclusies in het expertiserapport van de orthopeed en de reactie van de verzekeringsarts op het rapport van de dermatoloog, niet met enig bewijsstuk heeft weerlegd. Daarom is er geen grond voor het oordeel dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat ten aanzien van de voornoemde lichamelijke klachten geen ziekte of gebrek kan worden geobjectiveerd. Deze klachten zijn daarom terecht niet in beschouwing genomen in de beoordeling van de aanvraag. 01-12-2021
- Rechtbank Noord-Holland In deze procedure vordert de vrouw van haar ex-man betaling van pensioenaanspraken. De rechtbank oordeelt dat de man terecht een beroep doet op verrekening wegens in het verleden te veel betaalde alimentatie. De reeds betaalde pensioenaanspraken aan de vrouw zijn niet onverschuldigd. De rechtbank verklaart voor recht dat de man een vordering heeft op de vrouw van € 9.804.97, te vermeerderen met de wettelijke rente van 26 november 1998 tot 17 september 2003, en dat deze vordering aan de vrouw kan worden tegengeworpen uit hoofde van verrekening. 15-09-2021
Centrale Raad van Beroep
- Centrale Raad van Beroep Geschil over de hoogte van het militair invaliditeitspensioen van een ex-militair die in Irak heeft gediend. Het arbeidsongeschiktheidspensioen is (her)berekend naar een invaliditeitspercentage van (afgerond) 11%. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit voldoende zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig is vastgesteld op grond van een voldoende medische grondslag. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de minister in dit geval terecht heeft aangenomen dat het bestaan van een T2-PTSS niet kan worden vastgesteld en dat van een verergerend dienstverband moet worden uitgegaan. Het beroep is afgewezen. 07-01-2022
- Centrale Raad van Beroep CRvB heeft geoordeeld dat beëindiging bovenwettelijke werkloosheidsregeling met toekenning compensatie verboden leeftijdsonderscheid vormde. Het college heeft ter compensatie van de pensioenschade een brutobedrag toegekend. Tussen partijen is alleen nog in geschil of met de toegekende – en inmiddels uitbetaalde – compensatie van € 8.810 bruto is voldaan aan de gerechtvaardigde aanspraak van appellant voor wat betreft het pensioendeel, dat is de schade die betrekking heeft op de periode die aanvangt na de AOW-leeftijd van 66 jaar en vier maanden en eindigt op de sterfteleeftijd (dat is de verwachte sterfteleeftijd van mannen op basis van CBS-gegevens). De schade tussen 65 jaar en de verhoogde AOW-leeftijd (het AOW-deel) is niet in geschil. De Raad oordeelt dat waar partijen het eens zijn over de nettoaanspraak, het daarmee gemoeide bedrag van € 12.508,80 gewoon gebruteerd moet worden op de wijze zoals dat met nettosalaris en uitkeringen gebeurt. Het bestreden besluit is op dit onderdeel onzorgvuldig voorbereid. 06-01-2022