Naar boven ↑

Update

Nummer 7, 2021
Uitspraken van 25-07-2021 tot 25-08-2021
Redactie: Prof. mr. drs. M. Heemskerk.

Beste lezers,

Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 4, editie 7. Daarin vindt u een overzicht van 27 in juli 2021 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.

Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.

Uitspraken van de maand  

Verplichtstelling Nederlands pensioenfonds niet in strijd met vrij dienstenverkeer (PR 2021-0135)
In de literatuur is gesteld dat de Nederlandse verplichtstelling in strijd zou zijn met het vrij verkeer van diensten. Deze maand werd daar voor het eerst over geoordeeld. Een notaris was het niet eens met meerdere wijzigingen van de pensioenregeling van het verplichtgestelde beroepspensioenfonds notariaat. Hij vond dat compensatie nodig was geweest. Verder stelde hij dat het verplichtstellingbesluit nietig was, want strijdig met Europees recht. Was de verplichte deelname aan het Nederlandse pensioenfonds geen discriminatie naar nationaliteit en moesten daar geen prejudiciële vragen over worden gesteld aan het Hof van Justitie EU? De rechtbank wees de vorderingen af. Volgens de rechtbank was er weliswaar exclusiviteit maar geen rechtstreeks onderscheid naar nationaliteit. Verder besliste de rechtbank dat de Albany-rechtspraak van het Hof van Justitie EU meebracht dat er geen strijd was met het Europees mededingingsrecht. Uit die rechtspraak – Pavlov voor beroepspensioenfondsen – volgde ook dat de verplichtstelling verenigbaar is met het vrij verkeer van diensten, aldus de rechtbank (ECLI:NL:RBDHA:2021:7064).   

Werkgever hoeft geen hogere premies te betalen bij streefregeling (PR 2021-0145)
Deze maand waren er twee uitspraken over de uitleg van streefregelingen waarbij een beoogd pensioen is toegezegd. Dat is weerbarstige materie waarin de afspraken uitgelegd moeten worden en de welbekende feiten en omstandigheden bepalend kunnen zijn. Het hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat een werkgever de afspraken uit de pensioenbrief was nagekomen. In de pensioenbrief stond geen verplichting voor de werkgever om bij een veranderde prognose van de koopsomtarieven (als gevolg van dalende rente en stijgende levensverwachting) zijn pensioenaanspraken af te financieren door het voldoen van aanvullende premie. Aanpassing van de pensioenregeling was volgens de pensioenbrief pas vereist indien dit naar het oordeel van de verzekeraar nodig is. De pensioenbrief noch goed werkgeverschap verplichtte de werkgever om tijdens de looptijd van de pensioenregeling (periodiek) te (laten) controleren of de verzekeraar wel van toereikende rekenrentes en/of prognoses uitging. De werkgever was geen partij bij de pensioenverzekering en zijn verplichtingen tegenover werknemer waren in de pensioenbrief opgenomen (ECLI:NL:GHARL:2021:7214). In de andere deze maand gepubliceerde zaak over een streefregeling van een advocaat van DLA met een rekenrente van 5% moet nog een aktewisseling plaatsvinden (ECLI:NL:RBAMS:2021:3266, PR 2021-0132).

Verevening pensioen over voorhuwelijkse periode in echtscheidingsconvenant (PR 2021-0143)
Deze maand waren er acht uitspraken waarin het ging om pensioen en scheiding. Noemenswaardig is die waarin partijen in de huwelijkse voorwaarden afwijking van de WVPS waren overeengekomen. Dat is op zichzelf toegestaan. De man was al twee maal eerder gehuwd, de eerste maal tot 29 september 1998 en de tweede maal tot 6 augustus 2008. De tweede vrouw heeft afstand gedaan van haar pensioenrechten. In de huwelijkse voorwaarden met de derde vrouw stond dat de periode waarover zal worden verevend niet de huwelijkse periode is maar de periode vanaf 1 januari 1997 en afspraken over conversie. De vrouw verzoekt om echtscheiding en verevening vanaf 1 januari 1997. De rechtbank oordeelde dat voldoende duidelijk was dat het de bedoeling was om de vereveningsperiode uit te breiden. Nu verevening van het ouderdomspensioen met de vrouw over de periode van het eerste huwelijk niet mogelijk is, kan het verzoek ten aanzien van verevening van het ouderdomspensioen pas vanaf 29 september 1998 worden toegewezen (ECLI:NL:RBAMS:2021:3207).
Vorige maand was er nog een uitspraak waarbij de standaardverevening van toepassing was hoewel in de uiteindelijke versie van de huwelijkse voorwaarden de voorhuwelijkse periode was meegenomen (ECLI:NL:RBROT:2021:5662, PR 2021-0111). Het blijft Haviltexen waarbij de uitleg van partijbedoeling wordt getoetst.

Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.

Tot de volgende update.

Mark Heemskerk

Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch

e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl

Hof

Rechtbank

Centrale Raad van Beroep

Antillen