Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 4, editie 3. Daarin vindt u een overzicht van 24 in maart 2021 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Pizza’s zijn (etens)waren: pizzaketen valt onder Bpf detailhandel
Wat is het verband tussen pizza’s, pannenkoeken en pensioen? Een bedrijf dat zich bezighoudt met het kopen en aan particulieren verkopen van waren valt onder de werkingssfeer van het Verplichtstellingsbesluit van Bpf Detailhandel. Pizza’s zijn etenswaren. De franchisenemers van pizzaketen Domino’s houden zich bezig met het verkopen van pizza’s aan particulieren. Hun activiteiten zijn gericht op verkoop van etenswaren en voldoen daarmee aan de werkingssfeerbepaling, aldus het Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2021:2263, PR 2021-0058).
NB: Volgende maand volgt bespreking van de ‘pannenkoek’-zaak. Daarin oordeelt het Hof Den Haag dat pannenkoeken geen koeken zijn. Dat is relevant omdat de werkgever niet verplicht is deel te nemen aan het bedrijfstakpensioenfonds Zoetwaren – in de wandelgangen aangeduid als pensioenfonds koek en snoep.
Drie keer pensioenontslagbeding: AOW-leeftijd als einddatum?
Deze maand drie uitspraken over een pensioenontslagbeding. Smeuïg is de zaak van een advocatenkantoor dat zich schuldig maakte aan leeftijdsdiscriminatie door een secretaresse te ontslaan met een beroep op een nietig pensioenontslagbeding bij 65 jaar. Toen de secretaresse protesteerde zei het kantoor ‘de rit wel uit te zitten’. De kantonrechter veroordeelt het kantoor tot de transitievergoeding en een billijke vergoeding in de vorm van salaris tot AOW-leeftijd (ECLI:NL:RBDHA:2021:1814, PR 2021-0062).
Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde over een pensioenontslagbeding bij de Gelderse Orde van Advocaten dat aansloot bij ‘de pensioengerechtigde leeftijd’. Daarmee werd in dit geval de AOW-gerechtigde leeftijd bedoeld. Dat was eerder dan de hogere leeftijd uit het pensioenreglement die werkneemster voorstond (ECLI:NL:GHARL:2021:2498, PR 2021-0075).
Tot slot was een arbeidsongeschikte ambtenaar juist blij met een in de vaststellingsovereenkomst opgenomen AOW-leeftijd. Toen de AOW-leeftijd door wetswijziging eerder kwam, claimde de (overheids)werkgever dat daarmee niet de ‘oude’ AOW-leeftijd van 3 mei 2020 werd bedoeld maar 3 januari 2020. Dat zag de kantonrechter anders, gelet op de rechtszekerheid voor de werknemer (ECLI:NL:RBOBR:2021:1079, PR 2021-0070) .
Werkgever heeft voldoende zwaarwichtig belang voor versobering middelloon
De rechtbank Noord Nederland oordeelde dat een werkgever een voldoende zwaarwichtig belang had om de pensioenovereenkomst van een werknemer eenzijdig te wijzigen. Een verzekeraar zegde de uitvoeringsovereenkomst van de werkgever met een middelloonregeling op. Het verlengingsvoorstel leidde tot een significante kostenstijging (€ 550.000). De werkgever besloot 50% van de kostenverhoging te betalen en voor het overige de pensioenopbouw te verlagen. De OR stemde daarmee in. De kantonrechter oordeelt op basis van de financiële stukken dat de werkgever gelet op de belangenafweging een voldoende zwaarwichtig belang had voor de wijziging (ECLI:NL:RBNNE:2021:806, PR 2021-0054).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hof
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Na echtscheiding moet in eigen beheer opgebouwd pensioen DGA worden verevend. Geschil is of de pensioenregeling een uitkeringsovereenkomst is of een beschikbare-premieregeling. Het hof oordeelt op basis van de feiten dat de streefregeling moet worden uitgelegd als een beschikbare premieregeling. Verevening vindt plaats op die basis. 23-03-2021
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Appellant is vanaf 1 mei 1980 in dienst geweest bij het Pensioenfonds voor de gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen (PGGM). Tot zijn arbeidsvoorwaarden behoorde deelname in de pensioenregeling. Hij is met terugwerkende kracht op 14 juli 1980 in dienst getreden bij een in de VS gevestigde dochteronderneming DII. In de brief staat dat zijn arbeidsvoorwaarden gelijk blijven. In de VS heeft hij deelgenomen aan Amerikaanse pensioenregelingen. Appellant spreekt zijn voormalig werkgever aan op grond van een pensioentoezegging. Appellant meent dat zijn ex-werkgever toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de afspraken over zijn pensioen en dat de aansprakelijkheid voor de gevolgen van die tekortkoming ten onrechte is afgewezen. Daarom vordert hij in deze procedure dat hem alsnog een levenslang ouderdoms- en nabestaandenpensioen wordt uitgekeerd, althans dat hem een schadevergoeding, op te maken bij staat, wordt toegekend. Het hof wijst beide vorderingen af. Zowel de nakomingsvordering als de vordering tot schadevergoeding is verjaard. De nakomingsvordering was vanaf 1 oktober 1990 opeisbaar. Appellant was vanaf pensioendatum van 12 oktober 2009 bekend met schade, zodat die vordering op 13 oktober 2014 is verjaard. 23-03-2021
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden De vraag is of de franchisenemers, die een vestiging van Domino’s exploiteren, verplicht zijn om de pensioenvoorziening van hun werknemers onder te brengen bij Bpf Detailhandel. Pizza’s zijn waren en de kernactiviteit van de franchisenemers is het verkopen van die waren. Het begrip ‘waren’ onder c.1 omvat naar objectieve maatstaven ook etenswaren. De werkingssfeerbepaling onder c.1 is ruim geformuleerd en heeft daarmee een groot toepassingsbereik: een bedrijf dat zich bezighoudt met het kopen en aan particulieren verkopen van waren valt onder de werkingssfeer van het Verplichtstellingsbesluit. De franchisenemers houden zich bezig met het verkopen van pizza’s aan particulieren en voldoen dus aan deze omschrijving. De conclusie luidt dat uit de bewoordingen van de bepaling c.1 naar objectieve maatstaven volgt dat de bedrijfsactiviteiten van de franchisenemers onder de werkingssfeer van het Verplichtstellingsbesluit vallen. 09-03-2021
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil over verrekening/verevening van in eigen beheer opgebouwd pensioen. In 2017 is overeengekomen dat het pensioen van beiden zou worden afgekocht (237.195,05 voor man, 50.382,77 voor vrouw). In 2019 is de echtscheiding uitgesproken en ingeschreven. De vrouw heeft als nevenvoorziening verzocht te bepalen dat partijen gehouden zijn de door hen ontvangen afkoopbedragen ter zake van het gezamenlijk opgebouwd pensioen in eigen beheer (ad € 287.578) met elkaar te verrekenen. Het hof oordeelt anders dan de rechtbank dat de afkoopbedragen ter zake van het opgebouwde pensioen in eigen beheer niet verrekend moeten worden Op grond van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen hebben beide partijen hun in eigen beheer opgebouwde pensioen afgekocht en hebben zij elk als partner ingestemd met de afkoop door de ander. Het gevolg hiervan is dat er op het moment van ontbinding van het huwelijk geen pensioen (meer) aanwezig was in de zin van de Wvps. Er kan dan ook geen sprake zijn van verrekening van pensioen op grond van de Wvps. 09-03-2021
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil over de uitleg van pensioengerechtigde leeftijd in pensioenontslagbeding. Daarin staat dat de arbeidsovereenkomst eindigt bij de pensioengerechtigde leeftijd. Het hof overweegt dat in de periode na de wetswijzigingen (AOW-leeftijd/fiscale pensioenrichtleeftijd) tussen partijen duidelijk is geworden dat zij de AOW-leeftijd voor werkneemster (inmiddels verschoven naar 6 november 2019) aanmerkten als de einddatum van de arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat de term “pensioengerechtigde leeftijd” in het pensioenontslagbeding op basis van de door partijen (nader) daaraan gegeven invulling in hun rechtsverhouding betekent: de AOW-leeftijd. De Orde mocht er derhalve van uitgaan dat werkneemster op 6 november 2019 afscheid zou nemen. 01-03-2021
- Gerechtshof Den Haag Geschil over verevening pensioen na internationale scheiding. Het huwelijk is gesloten in Nederland, de scheiding is uitgesproken in Spanje, waar betrokkenen wonen. In de huwelijkse voorwaarden staat dat geschillen over de uitleg van de huwelijkse voorwaarden aan de Nederlandse rechter worden voorgelegd. Deze forumkeuze heeft geen betrekking op pensioengeschillen over toepassing van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, die toentertijd nog niet in werking was getreden. Op die afspraak is bevoegdheid van de Nederlandse rechter niet te baseren. Er is evenmin bevoegdheid door aanvaarding van de bevoegdheid of op grond van de noodbevoegdheid, want geen betrokkenheid Nederlandse rechtssfeer. Het is niet onaanvaardbaar om het pensioengeschil voor te leggen aan een Spaanse rechter met toepassing van Nederlands recht. 23-02-2021
- Gerechtshof Den Haag Deze zaak is het vervolg van de Hoge Raad-beschikking van HR 24 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:114. Kernvraag is of de aftopping in het sociaal plan van ABN-AMRO verboden leeftijdsonderscheid vormt. Zonder een nieuwe baan binnen een jaar wordt een vergoeding aangeboden ter grootte van 75% van de zogenoemde ‘stimuleringspremie’. Deze stimuleringspremie kan worden ‘afgetopt’. Deze aftoppingsregeling houdt kort gezegd in dat de brutostimuleringspremie niet hoger is dan het brutosalaris tot de ‘individuele pensioenleeftijd’ van de werknemer. Het hof oordeelt dat er geen verboden leeftijdsonderscheid is maar dat sprake is van een objectieve rechtvaardiging. Er is een legitiem doel: het beperken van de financiële gevolgen van de reorganisatie voor ABN AMRO en achterblijvend personeel, het eerlijk verdelen van de beschikbare middelen en het beperken van economisch nadeel van werknemers die hun baan verliezen. Het leeftijdsonderscheid is passend en noodzakelijk. De werknemer heeft weliswaar geen afvloeiingsvergoeding ontvangen maar wel voorzieningen ter waarde van € 110.000. Werknemer heeft niet inzichtelijk gemaakt dat werknemers uit andere leeftijdsgroepen zoveel beter worden beloond dan zijn groep dat dit apert onredelijk is. 23-02-2021
- Gerechtshof Amsterdam Ex-werknemer deurwaarderskantoor heeft deelgenomen aan de collectieve pensioenregeling die is ondergebracht bij Zwitserleven. Hij vordert terugbetaling van bedragen die op de premie in mindering zijn gebracht. Het hof oordeelt dat hij via een derdenbeding partij is geworden bij de afspraken daarover in de uitvoeringsovereenkomst en de verzekeringsvoorwaarden. Inhouding van kosten is feit van algemene bekendheid. Zwitserleven is geen charitatieve instelling. Het hof wijst de vorderingen af. 16-02-2021
- Gerechtshof Amsterdam Weduwe [appellante] vordert afstorting van haar bij Beheer B.V. ondergebracht pensioen bij externe verzekeraar. Hof wijst de vordering af, mede op grond van uitleg van de pensioenbrief. In artikel 6 van de pensioenbrief, die geldt als een overeenkomst tussen partijen, is bepaald dat de uitvoering van de pensioenregeling aan [X] Beheer is. Blijkens artikel 9 van de pensioenbrief is er rekening mee gehouden dat op enig moment de middelen van [X] Beheer ontoereikend zouden kunnen zijn voor onverkorte uitkering van de pensioenen. Overeengekomen is dat in dat geval de pensioenen in overleg met de pensioengerechtigden konden worden verlaagd in overeenstemming met de stand der middelen van [X] Beheer. Per e-mail van 26 januari 2018 heeft [X] Beheer aan appellante bericht dat zij niet langer beschikte over financiële middelen en dat het pensioen verlaagd moest worden tot nihil. Veronderstellenderwijs aangenomen dat die situatie zich thans inderdaad voordoet, en daargelaten of thans enig pensioenvermogen resteert, vormt die door partijen destijds uitdrukkelijk voorziene situatie derhalve thans evenmin grond voor afwijking van wat destijds in de pensioenbrief is overeengekomen. 16-02-2021
- Gerechtshof Amsterdam Geschil over de vraag of Hoovos Brandbeveiliging onder de werkingssfeer van de bouwfondsen (algemeen verbindend verklaarde cao-fonds en verplicht bedrijfstakpensioenfonds) valt. Het hof oordeelt dat HooVos niet onder de isolatie-uitzondering valt. Of HooVos een onderneming is waarvan het bedrijf in overwegende mate is gericht op productie of dienstverlening voor of aan derden op het gebied van overige werken die naar hun aard niet tot het bouwbedrijf moeten worden gerekend, moet worden bepaald door een vergelijking van de verloonde bedragen. Het hof oordeelt dat een deskundige moet worden ingeschakeld. 19-01-2021
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Na echtscheiding moet het in eigen beheer opgebouwd pensioen van de DGA worden verevend. In geschil is of de pensioenregeling een uitkeringsovereenkomst is of een beschikbare-premieregeling. Het hof kan aan de hand van de overgelegde stukken niet vaststellen wat de aard van de pensioenregeling is. Het hof geeft de man drie weken om nadere stukken in te dienen. 01-12-2020
Rechtbank
- Rechtbank Noord-Nederland Verzekeraar zegt uitvoeringsovereenkomst van werkgever met middelloonregeling op. Verlenging middelloonregeling leidt tot kostenstijging. Werkgever betaalt 50% van de kostenverhoging van (€550.000) en verlaagt opbouwpercentage voor de rest. De OR stemt in met de wijziging. Kantonrechter oordeelt dat de werkgever gelet op de belangenafweging en de financiële stukken voldoende zwaarwichtig belang heeft voor de eenzijdige wijziging van de pensioenovereenkomst met de werknemer. 16-03-2021
- Rechtbank Oost-Brabant Senzer heeft eiser ontslag verleend vanwege het bereiken van de AOW-leeftijd. Eiser is 9 juni 2018 (volledig) arbeidsongeschikt geraakt. Herstel werd niet op korte termijn verwacht, terwijl hij binnen twee jaar zijn AOW- leeftijd zou bereiken. Eiser en zijn werkgever hebben daarom afspraken gemaakt over de beëindiging van zijn dienstverband. In overeenstemming met de toen geldende AOW-leeftijd is als ontslagdatum 3 mei 2020 benoemd. De afspraken zijn vastgelegd in een minnelijke regeling die door de werkgever in een besluit is bekrachtigd. De werkgever besluit op 21 oktober 2019, vanwege gewijzigde wetgeving, om eiser per 3 januari 2020 ontslag te verlenen en zegt hiermee uitvoering te geven aan de minnelijke regeling. De gewijzigde wetgeving kan echter vanwege de rechtszekerheid geen argument zijn om de overeengekomen ontslagdatum aan te passen. 11-03-2021
- Rechtbank Gelderland Geschil tussen gedaagde enerzijds en bouwfondsen (cao- en bedrijfstakpensioenfonds) over werkingssfeer en verschuldigdheid premies, kosten en boetes. Rechtbank oordeelt dat gedaagde onder de werkingssfeer valt. De bouwfondsen vorderen ambtshalve premies, rente en kosten. In april 2019 zijn premies opgelegd over de jaren 2016, 2017, 2018 en 2019. Door dit relatief lange tijdsverloop is uiteindelijk ambtshalve een hoog bedrag aan premie (bijna € 135.000) opgelegd door de Stichting. Door de hoogte van dat opgelopen bedrag zijn ook de rente en buitengerechtelijke kosten hoog. Dat klemt extra omdat is gebleken dat gedaagde, na aanlevering van de gegevens, geen bedrag aan premie aan de Stichting verschuldigd was. Er is dus een aperte wanverhouding tussen de ambtshalve opgelegde premienota’s (totaal € 134.956,48) en het daadwerkelijk verschuldigde bedrag (totaal € 0). In de gegeven omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat rente en buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 38.071,59 verschuldigd zouden zijn. 10-03-2021
- Rechtbank Rotterdam Geschil na echtscheiding in 1997 over verdeling pensioen. In echtscheidingsconvenant is verrekening overeengekomen ten aanzien van één pensioenvoorziening van de man. De vrouw ontdekt dat er een tweede pensioenvoorziening is bij bedrijfstakpensioenfonds Koopvaardij. De rechtbank oordeelt dat de tweede pensioenvoorziening verevend moet worden. De vordering ten aanzien van het tijdelijk ouderdomspensioen is verjaard. De vordering ten aanzien van het levenslang ouderdomspensioen is gedeeltelijk verjaard, namelijk voor de periode tot 28 mei 2014. 10-03-2021
- Rechtbank Den Haag Geschil over toepassing deeltijdfactor bij pensioenopbouw over ontslaguitkering ex-militair die bij een andere ABP-werkgever pensioen opbouwt. De kantonrechter oordeelt dat toepassing van die deeltijdfactor conform het pensioenreglement is. De uitleg van de ex-militair leidt tot een onaannemelijk rechtsgevolg dat de pensioenopbouw over de ontslaguitkering van een militair die voltijd heeft gewerkt bij Defensie (de Staat) niet wordt gekort bij het aanvaarden van een dienstverhouding bij een andere ABP-werkgever, terwijl een militair die in deeltijd heeft gewerkt zich bij een dergelijke aanvaarding wel geconfronteerd ziet met een verminderde pensioenopbouw over de ontslaguitkering. De deeltijdfactor van de militair moet worden vastgesteld op 1 en deze deeltijdfactor dient op grond van het Pensioenreglement te worden verminderd als gevolg van het aanvaarden van de dienstverhouding bij EZK. De ex-militair heeft aangevoerd dat het niet gerechtvaardigd is om onderscheid te maken tussen militairen met een wachtgeldregeling en militairen met een UGM-uitkering, voor zover het betreft de pensioenopbouw na het aanvaarden van een nieuwe dienstbetrekking bij een APB-werkgever. Dit onderscheid wordt nu wel gemaakt, namelijk door een militair met een UGM-uitkering niet te korten op de pensioenopbouw op het moment dat deze bij een andere ABP-werkgever een dienstverhouding aanvaardt, terwijl dit wel gebeurt bij een militair met een wachtgelduitkering. De kantonrechter oordeelt dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld. De voor de militair gunstigste regeling moet worden toegepast (zie HvJ EU 9 maart 2017, C-406/15, EHRC 2017/151). Vanaf 1 januari 2016 mag geen vermindering van de deeltijdfactor worden toegepast voor de pensioenopbouw over de ontslaguitkering van de militair. 10-03-2021
- Rechtbank Den Haag Geschil over de financiële afwikkeling van ex-samenwoners met een samenlevingscontract. WVP is niet van toepassing. Volgens samenlevingsovereenkomst moet opgebouwd pensioen bij helfte worden verdeeld. De rechtbank bepaalt dat de man de helft van de door hem over de periode tussen [datum 1] 2001 en 6 april 2018 opgebouwde ouderdomspensioenaanspraken bij zijn pensioenuitvoerder(s) en de opgebouwde waarde in de lijfrentepolis Future 79652 (voorheen Allianz) aan de vrouw moet voldoen. Wat betreft de door de man voor de vrouw opgebouwde partnerpensioenaanspraken over de periode [datum 1] 2001 tot 6 april 2018 moet door de man respectievelijk door de vrouw overeenkomstig de wettelijke standaardregeling van artikel 57 lid 1, lid 2 respectievelijk lid 3 Pensioenwet worden gehandeld. De man moet het gedeelte waarop de vrouw recht heeft rechtstreeks aan de vrouw voldoen, telkens bij vooruitbetaling voor de eerste van de maand, voor het eerst op de dag dat de man zijn eigen ouderdomspensioen van zijn pensioenuitvoerder(s) zal ontvangen. 10-03-2021
- Rechtbank Den Haag Geschil over de hoogte van het militair arbeidsongeschiktheidspensioen van een tolk die als militair tweemaal is uitgezonden naar Afghanistan. In 2012 werd de diagnose PTSS en een co-morbide depressieve stoornis verergerend dienstverband gesteld met een invaliditeitspercentage van 20,83 %. Er is een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin het invaliditeitspercentage op 70% is gesteld en een aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen met een recht van 90,02% van de grondslag. De tolk stelt dat hij in aanmerking komt voor een hoger militair arbeidsongeschiktheidspensioen. De rechtbank oordeelt dat Defensie terecht is uitgegaan van een mate van invaliditeit van 21% en dat voor de aandoeningen van eiser op het gebied van de hart-, huid- en neurologische problemen geen dienstverband aangenomen mocht worden. 04-03-2021
- Rechtbank Den Haag Bij besluit van 15 augustus 2018 heeft Defensie eisers aanvraag om toekenning van een militair invaliditeitspensioen afgewezen.Bij besluit van 11 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Het beroep is ongegrond nu niet is gebleken dat de verzekeringsarts ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat de klachten voor een klein deel kunnen worden verklaard door de werkzaamheden tijdens de uitoefening van de militaire dienst. De rechtbank stelt voorop dat het medisch advies tot stand is gekomen niet op grond van een eigen onderzoek, maar slechts op basis van dossieronderzoek. Verder is van belang dat niet is onderbouwd op grond van welke onderzoeksgegevens hij heeft vastgesteld dat de klachten werkgerelateerd zijn. 04-03-2021
- Rechtbank Limburg Soweco (als opdrachtgever) en BaanBaan (als opdrachtnemer) hebben op 2 juli 2014 een overeenkomst gesloten. Soweco houdt zich bezig met het verschaffen van werkgelegenheid aan personen die op grond van de Wet sociale werkvoorziening zijn gedetacheerd. BaanBaan richt zich op het organiseren van mobiliteit met behoud van pensioenzekerheid. BaanBaan is vrijwillig toegetreden tot het ABP. Ingevolge 3.8. van het pensioenreglement van het ABP loopt de pensioenopbouw van de werknemer gedurende de WW-uitkering door en dient de werkgever 50% van de pensioenpremie te betalen. Tussen partijen is in geschil of BaanBaan deze kosten, te weten de pensioenpremie na beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werknemer, ingevolge de tussen Soweco en BaanBaan gesloten overeenkomst bij Soweco in rekening mag brengen. Taalkundig bezien en uit de gebruikte bewoordingen volgt naar het oordeel van de kantonrechter onmiskenbaar dat de strekking van de overeenkomst is dat de betalingsverplichtingen van Soweco eindigen met het beëindigen van de arbeidsovereenkomst, wat betekent dat BaanBaan de pensioenpremie na beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werknemer verschuldigd is en deze kosten niet in rekening mag brengen bij Soweco. 03-03-2021
- Rechtbank Den Haag Een advocatenkantoor beëindigt de arbeidsovereenkomst met een secretaresse op grond van een pensioenontslagbeding bij 65 jaar. Na een beroep op de nietigheid wegens leeftijdsdiscriminatie geeft werkgever aan de rit wel uit te zitten. De kantonrechter oordeelt dat de mededelingen van werkgever kwalificeren als een opzegging die ernstig verwijtbaar is. Werkneemster heeft naast een transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging recht op een billijke vergoeding, gelijk aan het volledige salaris tot de pensioengerechtigde leeftijd. 25-02-2021
- Rechtbank Den Haag Geschil over hoogte militair arbeidsongeschiktheidspensioen van ex-militair met PTSS-klachten die is uitgezonden naar Cyprus, Bosnië en Irak. Aan hem is een militair arbeidsongeschiktheidspensioen toegekend op basis van 14% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank oordeelt mede op basis van het PTSS-protocol dat hij niet in aanmerking komt voor een hoger arbeidsongeschiktheidspensioen. 24-02-2021
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant In geschil is of de door de stichting namens eiser betaalde VPL-premie als bezoldiging in de zin van de WNT moet worden aangemerkt, omdat het een beloning betaalbaar op termijn is. Mocht de VPL-premie geen onderdeel van de bezoldiging uitmaken – zoals eisers bepleiten – dan is er geen sprake van een overtreding en was verweerder niet bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom. De rechtbank concludeert mede op grond van de wetsgeschiedenis dat de VPL-premie onderdeel uitmaakt van de bezoldiging. Dit betekent dat eisers over de jaren 2015 tot en met 2018 een bezoldiging overeen zijn gekomen die hoger is dan de vastgestelde maximale bezoldiging. Er was sprake van een overtreding, zodat de minister in zoverre bevoegd was een last onder dwangsom op te leggen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. 24-12-2020
- Rechtbank Noord-Nederland Slapend dienstverband. Als, zoals in de onderhavige zaak, is voldaan aan de vereisten van artikel 7:669 lid 1 en lid 3, aanhef en onder b, BW voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, is een werkgever gehouden in te stemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, onder toekenning van een vergoeding aan de werknemer ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding. Uit de stukken blijkt naar het oordeel van de kantonrechter evenwel niet dat de werknemer een dergelijk verzoek heeft gedaan. Het verzoek om de werkgever te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding ter hoogte van de transitievergoeding is daarom afgewezen. De verzochte schadevergoedingen wegens pensioenschade en wegens misgelopen arbeidsongeschiktheidspensioen delen ditzelfde lot. 17-12-2020