Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 4, editie 10. Daarin vindt u een overzicht van zeventien in oktober 2021 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Dividendarbitrage niet in strijd met verbod nevenactiviteiten: boetes GSFS geschrapt (PR 2021-0199 en PR 2021-0200)
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft de boetes die DNB had opgelegd aan pensioenfonds GSFS en zijn bestuurders geschrapt. Samengevat ging het om de vermeende overtreding van het verbod van nevenactiviteiten (art. 116 Pw) door het pensioenfonds. Dat paste dividendarbitrage toe met vreemd vermogen. De waarde van de aangekochte effecten oversteeg de pensioenreserve vele malen (tot wel 800 keer). De resultaten daarvan kwamen grotendeels ten goede aan anderen dan de pensioendeelnemers. Het CBb concludeert dat het in de periode van 30 april tot 1 januari 2014 niet voorzienbaar was dat de beleggingsactiviteiten in strijd waren met het verbod van nevenactiviteiten. Aangezien de strafbaarheid van de beleggingsactiviteiten onvoldoende duidelijk was, mocht DNB geen boetes opleggen (ECLI:NL:CBB:2021:960 en 961).
Greenpeace valt onder werkingssfeer Bpf Koopvaardij (PR 2021-0206)
Deze maand waren er opnieuw drie zaken over de vraag of werkgevers onder de werkingssfeer vielen van een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds. Opvallend is dat in beide hof-uitspraken het hof anders oordeelde dan de kantonrechter. Bij Greenpeace concludeerde het hof – anders dan de kantonrechter – dat Greenpeace onder de werkingssfeer valt van bedrijfstakpensioenfonds Koopvaardij. Greenpeace heeft zeeschepen in de zin van artikel 8:2 lid 1 BW en het schip mag de Nederlandse vlag voeren. Dat impliceert dat een zogeheten zeebrief verstrekt kan worden aan het desbetreffende schip. Greenpeace valt volgens het hof niet onder de uitzondering van pleziervaartuig en daarmee onder de werkingssfeer van Bpf Koopvaardij (ECLI:NL:GHAMS:2021:2836).
Joyce-House Nederland viel vóór 2021 niet onder PFZW (PR 2021-0212)
Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde over de vraag of Joyce-House Nederland valt onder de werkingssfeer van zorg en welzijn (PFZW). Volgens Joyce-House Nederland was dat niet het geval omdat zij niet zelf intramurale en/of extramurale zorg verleent, maar (nagenoeg) uitsluitend administratieve werkzaamheden verricht. Ook meent zij geen voorziening van jeugdzorg in stand te houden. De kantonrechter heeft de gevorderde verklaring voor recht dat Joyce-House Nederland niet onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit valt afgewezen. Het hof oordeelt dat Joyce-House Nederland tot 1 januari 2021 niet onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit viel. In de werkingssfeerbepaling stond rechtspersoon die zorg of hulp verleent. Joyce-House Nederland verleende zelf geen zorg. Partijen waren het erover eens dat Joyce-House Nederland vanaf 1 januari 2021 onder de werkingssfeer van dat besluit valt. Vanaf toen stond in de werkingssfeer namelijk: inclusief de rechtspersoon die in een groepsverhouding is verbonden met en nagenoeg uitsluitend ten dienste staat aan een werkgever die zorg of hulp verleent (ECLI:NL:GHARL:2021:9628).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hof
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil tussen werkgever en Bpf Schoonmaak over premiebetaling. Het gaat om premie over de periode van 1 juni 2015 tot en met 30 april 2017. Die is deels gebaseerd op gegevens die de vennootschap aan de administrateur van Bpf Schoonmaak heeft verstrekt. Een ander deel is gebaseerd op een schatting. Tussen partijen staat vast dat de vennootschap voor haar personeel verplicht moest deelnemen aan Bpf Schoonmaak en dus premie moest betalen. Geïntimeerden c.s. hebben aangevoerd dat de nota’s niet zien op verplichtingen van MC Group Holland v.o.f., maar van de eenmanszaak die geïntimeerde 1 in 2016 had toen hij handelde onder de namen ‘HR Jobs&Study Holland’ en ‘Elegancia 4U’. De kantonrechter heeft volgens het hof terecht dit verweer gepasseerd. De eenmanszaak is blijkens het bij repliek overgelegde uittreksel uit het handelsregister voortgezet door de vennootschap en niet is uitgelegd waarom de vennootschap (samen met haar vennoten) dan niet aansprakelijk zou zijn voor deze schuld. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen onder meer omdat de eisers ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek in het tussenvonnis geen duidelijk overzicht van facturen en betalingen hebben verstrekt. In hoger beroep worden de vorderingen van Bpf Schoonmaak toegewezen nadat op bladzijde 10 van de memorie van grieven een staatje is overgelegd van zeventien (gedeeltelijk) openstaande facturen. 19-10-2021
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil of Joyce-House Nederland valt onder werkingssfeer PFZW. Volgens Joyce-House Nederland is dat niet het geval omdat zij niet zelf intramurale en/of extramurale zorg verleent, maar (nagenoeg) uitsluitend administratieve werkzaamheden. Ook meent zij geen voorziening van jeugdzorg in stand te houden. De kantonrechter heeft de gevorderde verklaring voor recht dat Joyce-House Nederland niet onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit valt afgewezen. Het hof oordeelt dat Joyce-House Nederland tot 1 januari 2021 niet onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit viel. In de werkingssfeerbepaling stond 'rechtspersoon die zorg of hulp verleent'. Joyce-House Nederland verleende zelf geen zorg. Partijen waren het erover eens dat Joyce-House Nederland vanaf 1 januari 2021 onder de werkingssfeer van dat besluit valt. Vanaf toen stond in de werkingssfeer namelijk: 'inclusief de rechtspersoon die in een groepsverhouding is verbonden met en nagenoeg uitsluitend ten dienste staat aan een werkgever die zorg of hulp verleent'. 12-10-2021
- Gerechtshof Amsterdam Geschil over de vraag of Greenpeace onder de werkingssfeer valt van bedrijfstakpensioenfonds Koopvaardij. Het hof concludeert anders dan de kantonrechter dat Greenpeace onder de werkingssfeer valt. Greenpeace heeft zeeschepen in de zin van artikel 8:2 lid 1 BW, en het schip mag de Nederlandse vlag voeren, hetgeen impliceert dat een zogeheten zeebrief verstrekt kan worden aan het desbetreffende schip. Greenpeace valt niet onder de uitzondering van pleziervaartuig. 14-09-2021
- Gerechtshof Amsterdam Geschil na verwijzing door Hoge Raad. Na beëindiging van de samenlevingsovereenkomst hebben partijen geprocedeerd over de verdeling van de gemeenschappelijke vermogensbestanddelen. De Hoge Raad heeft bij arrest van 15 maart 2016 het arrest van het Hof Den Haag vernietigd, omdat het hof ten onrechte had aangenomen dat de man niet bevoegd was in hoger beroep een nieuwe vordering (verevening van pensioen) in te stellen. De Hoge Raad heeft voorts geoordeeld dat het hof heeft miskend dat voor de verschuldigdheid van wettelijke rente over een vordering uit hoofde van verdeling andere regels gelden dan voor een rentevordering uit hoofde van verrekening. In deze verwijzingsprocedure beoordeelt het hof alsnog de vordering tot verevening van pensioen en de rentevordering. Ten aanzien van de verevening is de slotsom dat de vordering tot verevening/verdeling geen grond vindt in de samenlevingsovereenkomst of de Wet VPS en derhalve dient te worden afgewezen. Bij deze stand van zaken heeft de man geen belang bij overlegging door de vrouw van een berekening van het pensioenfonds van de (gestelde) aanspraken van de man op de vrouw, zoals door hem verzocht. Ten aanzien van de rentevordering oordeelt het hof dat de wettelijke rente over de verrekenvordering van € 50.133 over de periode van 1 september 2010 tot en met 28 juni 2016 is verschuldigd. De som van het bedrag van € 50.133 en de wettelijke rente zal de vrouw uit het haar toekomende deel van de verkoopopbrengst van de gemeenschappelijke woning aan de man moeten voldoen. 07-09-2021
- Gerechtshof Amsterdam Geschil over de vraag wie in aanmerking komt voor welk deel van het nabestaandenpensioen van de inmiddels overleden echtgenoot en ex-echtgenoot. Het hof verklaart voor recht dat het kapitaal uit de C-polis per 7 oktober 2008 toekomt aan de eerste echtgenote onder verrekening van de waarde op 7 oktober 2008 van het volledige aan de tweede echtgenote toekomende nabestaandenpensioen van € 617 bruto per jaar, en dat daarmee ten behoeve van de eerste echtgenote een levenslang bijzonder nabestaandenpensioen kan worden aangekocht. Het hof veroordeelt Zwitserleven om aan het einde van de tweede maand volgende op de datum van het in deze te wijzen arrest over te gaan tot maandelijkse uitbetaling aan de eerste echtgenote van een bijzonder nabestaandenpensioen met terugwerkende kracht vanaf 8 oktober 2008, onder verrekening van de waarde van het aan de tweede echtgenote toekomende nabestaandenpensioen van € 617 bruto per jaar, zodat op grond van de offerte van 10 november 2008 een brutobedrag per jaar ad € 15.844 of het meer of minder door Srlev op basis van dezelfde uitgangspunten berekende bedrag, aan de eerste echtgenote toekomt, betaalbaar in maandelijkse termijnen achteraf. 31-08-2021
Rechtbank
- Rechtbank Midden-Nederland Geschil over de uitleg van de werkingssfeer van de verplichtstelling van StiPP. Eiser is een personeelsvennootschap in de zin van het verplichtstellingsbesluit. Daardoor valt hij vanaf 2015 onder de uitzondering van de verplichtstelling. In de jaren 2013 en 2014 voorzag het verplichtstellingsbesluit niet in een uitzondering voor personeelsvennootschappen. Eiser viel in die jaren wel onder de verplichtstelling van StiPP. 13-10-2021
- Rechtbank Den Haag De rechtbank spreekt de echtscheiding uit tussen man en vrouw. Beiden hebben de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Niet in geschil is dat het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen moet worden verevend. Bij de berekening van de draagkracht van de man in het kader van de partneralimentatie houdt de rechtbank geen rekening met het inkomen van de man uit arbeid, nu hij pensioengerechtigd is. De stelling van de vrouw dat de man een hoger pensioen zal hebben dan waarmee partijen op basis van de stukken van de pensioenverzekeraar hebben gerekend is onvoldoende onderbouwd. Zo er over enig moment na de pensioengerechtigde leeftijd toch nog pensioenopbouw heeft plaatsgevonden is dit tijdens het huwelijk van partijen gebeurd en zal dit ook tussen partijen worden verevend. 12-10-2021
- Rechtbank Amsterdam Werkneemster is sinds 14 augustus 2016 ziek en lijdt aan progressieve vorm van MS. ABN AMRO zegt arbeidsovereenkomst op per 1 september 2019 na verleende toestemming door het UWV. ABN AMRO past de suppletieregeling uit de cao toe met aanvulling van WIA-uitkering tot 75% loon en premievrije voortzetting pensioenopbouw. Kern van het geschil is of de suppletieregeling een gelijkwaardige voorziening is waardoor geen wettelijke transitievergoeding is verschuldigd. Uit de door ABN AMRO gemaakte berekening, die verzoekster niet heeft betwist, blijkt dat de premievrije voortzetting van de pensioenopbouw op de einddatum van de arbeidsovereenkomst een gekapitaliseerde potentiële waarde had van € 68.464 bruto. Dit bedrag overstijgt de door verzoekster berekende transitievergoeding van € 22.383,84 aanzienlijk. Dat de Suppletieregeling bij verzoekster neerkomt op een uitgestelde voorziening, is geen argument om aan te nemen dat de Suppletieregeling geen gelijkwaardige voorziening is. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een gelijkwaardige voorziening. De transitievergoeding is niet verschuldigd. 05-10-2021
- Rechtbank Rotterdam Echtscheiding heeft plaatsgevonden in 2003. Daarbij is een convenant gesloten. In de hoofdzaak vordert de man onder meer medewerking van de vrouw aan de verkoop van de voormalige echtelijke woning. De vrouw is bezig met de overname van de voormalige echtelijke woning. In verband met de hiervoor te verkrijgen financiering heeft zij informatie nodig over de restschuld van de hypothecaire geldlening, de premiebetalingen en waarden van de kapitaalverzekeringen en de pensioenrechten. Zij vordert in kort geding samengevat een gebod tot pensioenverevening en afschrift van documentatie. De voorzieningenrechter wijst dat toe. 29-09-2021
- Rechtbank Den Haag Geschil over wijze waarop pensioengevende compensatie met terugwerkende kracht is toegepast. Eiser werkte bij de Geneeskundige Dienst van het Commando Landstrijdkrachten. Bij besluit van 6 juli 2007 is bepaald dat een aan eiser toegekende niet-pensioendragende financiële compensatie alsnog pensioendragend wordt. Bij besluit van 14 december 2007 is eiser meegedeeld dat de schadeloosstelling over de periode januari 2004 tot en met december 2007 met eisers salaris van december 2007 zal worden uitbetaald. De periode van 1 maart 2003 tot en met december 2003 zal naar verwachting uitbetaald worden met eisers salaris van januari 2008. Eiser heeft bij rekest van 28 augustus 2017 verzocht om aanpassing van zijn pensioenaanspraken per 1 maart 2003, omdat hij meent dat geen (juiste) uitvoering is gegeven. Door de nabetaling ineens met melding aan ABP is de pensioenknip toegepast. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van nova (art. 4:6 Awb). De werkgever heeft weliswaar een zekere verantwoordelijkheid om, naast de pensioenuitvoerder, de werknemers op hoofdlijnen te informeren over pensioenregelingen, maar dit strekt niet zo ver dat hij uit eigen beweging had moeten waarschuwen of informeren over de eventuele gevolgen voor zijn pensioen als gevolg van de toekenning van de pensioendragende compensatie en uitbetaling daarvan ineens. Van de werknemer kan worden gevergd dat hij voor specifieke op hemzelf betrekking hebbende situaties informatie vraagt bij de pensioenuitvoerder. Defensie is niet gehouden om de knip te repareren. Het besluit is niet evident onredelijk. 23-09-2021
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- College van Beroep voor het bedrijfsleven De Nederlandsche Bank (DNB) legt aan pensioenfonds meerdere boetes op vanwege overtreding van artikel 116 van de Pensioenwet (nevenactiviteitenverbod). De kern van het verwijt is dat het pensioenfonds door middel van geleend geld en de verkoop van derivaten tot aanzienlijke bedragen beschikte over andere middelen dan de premiegelden (en het daarmee behaalde rendement) en deze middelen ter belegging aanwendde (dividendarbitrage). In het hoger beroep bij het College spitst het geschil zich toe op de vraag of het voor het pensioenfonds destijds voorzienbaar was dat het verrichten van deze activiteiten een overtreding van artikel 116, eerste lid, Pw oplevert. Het College oordeelt dat destijds niet voorzienbaar was dat de beleggingsactiviteiten zoals door het pensioenfonds verricht in strijd waren met artikel 116 Pw. Nu de norm van artikel 116, eerste lid, Pw voor appellanten ten tijde hier van belang onvoldoende bepaalbaar was, is in dit geval de toepassing van het voorschrift op grond waarvan DNB tot oplegging van de bestuurlijke boetes aan appellanten is overgegaan, in strijd met het lex certa-beginsel zoals ook neergelegd in artikel 49 Handvest en artikel 7, eerste lid, EVRM. De rechtbank heeft de opgelegde boetes ten onrechte in stand gelaten. Het opleggen van de boetes is in strijd met het lex certa-beginsel. Uit artikel 116 Pw en de parlementaire geschiedenis kan niet worden opgemaakt dat de (beleggings)activiteiten van het pensioenfonds een overtreding opleveren van het verbod van nevenactiviteiten zoals bepaald in artikel 116 Pw. 26-10-2021
- College van Beroep voor het bedrijfsleven DNB heeft boetes opgelegd aan het pensioenfonds en de bestuurders wegens overtreding van het verbod van nevenactiviteiten (art. 116 van de Pensioenwet). De beleggingsactiviteiten van de stichting bestonden (vrijwel) uitsluitend uit dividendarbitrage. DNB verwijt de stichting niet de dividendarbitrage als zodanig of het inzetten van derivaten, maar wel het op grote schaal handelen met vreemd vermogen met behulp van derivaten, waarbij de baten voor het grootste deel ten goede kwamen aan anderen dan de pensioendeelnemers. Het CBb oordeelt dat het opleggen van de boetes in strijd is met het lex certa-beginsel. Uit artikel 116 Pw en de parlementaire geschiedenis kan niet worden opgemaakt dat de (beleggings)activiteiten van het pensioenfonds een overtreding opleveren van het verbod van nevenactiviteiten zoals bepaald in artikel 116 Pw. 26-10-2021
Antillen
- Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Arubaanse zaak. Ambtenaar protesteert tegen beschikking waarin zijn inkoop van pensioenrechten bij het Algemeen Pensioenfonds Aruba is geregeld. Volgens hem is de periode waarover de inkoop van pensioenrechten mogelijk is gemaakt te kort. Het Gerecht heeft overwogen dat een beslissing omtrent het inkopen van pensioenrechten door een ambtenaar aan de Gouverneur als bevoegd gezag is voorbehouden. De beschikking was onbevoegd genomen en reeds op grond daarvan vernietigd. In dit geding is primair de vraag aan de orde of de beschikking terecht is genomen door appellant en – voorafgaand – of de beschikking kan worden aangemerkt als een voor bezwaar vatbare beslissing. Hoewel de juridische constructie van de inkoop niet alleen complex is maar ook aanleiding kan geven tot vragen over het karakter van de hier door de overheid jegens een betrokken ambtenaar te nemen beslissingen, aanvaardt de Raad, mede uit een oogpunt van toegankelijke rechtsbescherming dat, waar appellant is aangewezen om namens het Land als werkgever op te treden, hij tevens kan worden aangemerkt als administratief orgaan dat bevoegd is jegens een ambtenaar als geïntimeerde een beslissing te nemen als hier in de beschikking aan de orde. De aangevallen uitspraak, waarbij appellant niet bevoegd is geacht, moet dus worden vernietigd. In de omstandigheden van het geval, waar geïntimeerde zich kan vinden in de beslissing betreffende de periode van 2012 tot 2015, de enige periode die door het meergenoemde stelsel van wettelijke voorschriften en van afspraken tussen de overheid en de vakbonden wordt bestreken, is er geen grond voor terugwijzing van de zaak naar het Gerecht. De Raad kan de zaak zelf afdoen. Bij de aangevallen uitspraak is het bezwaar ten onrechte gegrond verklaard. De uitspraak moet in zoverre worden vernietigd en het bezwaar moet alsnog ongegrond worden verklaard. 08-09-2021
- Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Arubaanse zaak. Ambtenaar protesteert tegen beschikking waarin haar inkoop van pensioenrechten bij het Algemeen Pensioenfonds Aruba is geregeld. Volgens haar is de periode waarover de inkoop van pensioenrechten mogelijk is gemaakt te kort. Het Gerecht heeft overwogen dat een beslissing omtrent het inkopen van pensioenrechten door een ambtenaar aan de Gouverneur als bevoegd gezag is voorbehouden. De beschikking was onbevoegd genomen en diende daarom vernietigd te worden. In dit geding is primair de vraag aan de orde of de beschikking terecht is genomen door appellant en – voorafgaand – of de beschikking kan worden aangemerkt als een voor bezwaar vatbare beslissing. Waar appellant is aangewezen om namens het Land als werkgever op te treden, kan hij tevens worden aangemerkt als administratief orgaan dat bevoegd is jegens een ambtenaar als geïntimeerde een beslissing te nemen als hier in de beschikking aan de orde. De aangevallen uitspraak, waarbij appellant niet bevoegd is geacht, moet dus worden vernietigd. Geïntimeerde kan zich vinden in de beslissing betreffende de periode van 2012 tot 2015, de enige periode die door het meergenoemde stelsel van wettelijke voorschriften en van afspraken tussen de overheid en vakbonden wordt bestreken. Er is geen grond voor terugwijzing van de zaak naar het Gerecht. De Raad kan de zaak zelf afdoen: het bezwaar is ongegrond. De Raad merkt ten overvloede op dat er geen uitspraak van het Gerecht voorligt die betrekking heeft op een bezwaarschrift tegen het landsbesluit van 3 februari 2015 zodat er van de door de gemachtigde van geïntimeerde gevraagde daarmee gevoegde behandeling geen sprake kan zijn. De slotsom is dat bij de aangevallen uitspraak het bezwaar ten onrechte gegrond is verklaard. De uitspraak moet in zoverre worden vernietigd en het bezwaar moet alsnog ongegrond worden verklaard. 08-09-2021
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Geschil over verdeling van huwelijksgoederengemeenschap na scheiding op Aruba. Het Gerecht oordeelt onder meer dat de woning aan een derde zal worden verkocht, waarna de netto-opbrengst tussen partijen bij helfte wordt verdeeld dan wel een tekort door ieder der partijen voor de helft wordt gedragen. Verder oordeelt het gerecht dat het aandeel van eiseres in het door gedaagde tot aan het einde van het huwelijk opgebouwde pensioen bij pensionering van gedaagde maandelijks aan eiseres zal worden betaald. Wegens overbedeling moet gedaagde aan eiseres een bedrag van Afl. 9.031,15 betalen. 25-08-2021
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Verdeling huwelijksgemeenschap na echtscheiding op Aruba. Het gerecht verdeelt de huwelijksgoederengemeenschap. Het recht van erfpacht ten aanzien van het perceel [adres woning] met daarop de voormalige echtelijk woning zal worden verkocht aan een derde, waarna de netto-opbrengst bij helfte tussen partijen zal worden verdeeld. Het aandeel van eiser in de nalatenschap van zijn vader wordt toegewezen aan eiser onder de verplichting om wegens overbedeling een bedrag van US$ 19.239,22 aan gedaagde te voldoen. Aan eiser wordt toegedeeld de door hem tot aan het einde van het huwelijk opgebouwde pensioenrechten bij PFTSA en eventuele andere instanties. Het gerecht bepaalt dat, zodra eiser zijn pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en de pensioenuitkerende instantie in verband daarmee overgaat tot uitkering aan eiser van diens pensioen, de pensioenuitkerende instantie ten titel van overbedeling van eiser telkens de helft van dat deel van de uitkering dat is opgebouwd tijdens het huwelijk van partijen, rechtstreeks aan gedaagde dient uit te keren. 25-08-2021
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Arubaanse zaak. Bewaker op Aruba is in dienst vanaf 1 februari 2016. Op 11 juli 2020 wordt hem door werkgever medegedeeld dat er geen werk meer voor hem is. Werknemer verzoekt veroordeling tot betaling van cessantia, opzegtermijn, niet genoten vakantiedagen en ten onrechte ingehouden pensioenpremie. Het Gerecht stelt vast dat er geen beëindigingsovereenkomst tot stand is gekomen. Het Gerecht wijst bedrag aan cessantia, opzegtermijn en vakantiedagen toe. Werkgever heeft erkend dat het werknemersgedeelte van de ingehouden pensioengelden niet is afgedragen aan de pensioenverzekeraar, zodat ook dit deel van het verzochte voor toewijzing gereed ligt. 06-07-2021