Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 3, editie 9. Daarin vindt u een overzicht van vijftien in september 2020 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Korting en achterwege blijven indexatie niet in strijd met eigendomsrecht (PR 2020-0147)
In het FD van 6 oktober was er de nodige aandacht voor dit arrest van het HvJ EU en de mogelijke gevolgen van de overwegingen over eigendomsrecht voor de stelselherziening. Hans van Meerten concludeerde dat zogenoemde invaren juridisch nauwelijks haalbaar lijkt. Erik Lutjens zag in het arrest een bevestiging dat korten kan zonder in strijd te komen met het eigendomsrecht. In deze Oostenrijkse zaak protesteerde een gepensioneerde tegen de korting en het achterwege blijven van indexatie. Dat was volgens hem discriminatie naar geslacht (overwegend mannen werden getroffen), leeftijdsdiscriminatie (er was inmiddels een nieuwe regeling) en schending van zijn eigendomsrecht. Het HvJ EU oordeelde samengevat dat er geen leeftijdsonderscheid was, waarschijnlijk een rechtvaardiging voor eventueel onderscheid naar geslacht en geen schending van het eigendomsrecht. Het HvJ EU oordeelt dat het pensioen weliswaar een eigendomsrecht is maar dat de beperkingen bij wet zijn gesteld en slechts een gedeelte van het totale pensioenbedrag is beperkt zodat de wezenlijke inhoud niet wordt aangetast. De beperkingen lijken noodzakelijk en te beantwoorden aan doelstellingen van algemeen belang, duurzame financiering overheidsgefinancierd pensioen (HvJ EU 24 september 2020, ECLI:EU:C:2020:753). Ongetwijfeld gaat er bij de stelselherziening nauwkeurig beoordeeld worden of de overstap van uitkeringsovereenkomst naar premieovereenkomst geen aantasting van de wezenlijke inhoud is.
Geen nietigheid nadat OR keuze pensioenuitvoerder laat varen (PR 2020-0157)
Dat een OR moet opletten bij de formulering van instemmingsaanvragen, nietigheidsberoepen en geen rechten moet prijsgeven, wordt bevestigd in deze uitspraak (ECLI:NL:RBOVE:2020:3165). De werkgever verzocht de OR om instemming voor vrijwillige aansluiting bij PME na beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst met de verzekeraar. De OR stemt niet in. De werkgever besluit toch tot vrijwillige aansluiting. De OR beroept zich op de nietigheid. Twee dagen later beperkt de OR zijn verzoek tot de vijf onderdelen die zien op de compensatie aan werknemers en de pensioenovereenkomst. De OR deelt mee het besluit betreffende de keuze voor de uitvoerder en het aangaan van de uitvoeringsovereenkomst te laten rusten. De kantonrechter overweegt dat het in deze kwestie enkel en alleen behoort te gaan over het voorgenomen besluit van werkgever tot vrijwillige toetreding tot het pensioenfonds PME met ingang van 1 januari 2020. De OR heeft het beroep op nietigheid van dit besluit laten varen. De vorderingen van de OR worden afgewezen.
Eenzijdige wijziging onvoorwaardelijke indexatie door SRK niet rechtsgeldig (PR 2020-0151)
Deze uitspraak past in de lijn dat wijziging van onvoorwaardelijke indexatie onder de Pensioenwet niet is toegestaan. SRK wijzigt eenzijdig de pensioenovereenkomst van werknemer. Daarbij wordt onder meer de onvoorwaardelijke indexatie voorwaardelijk gemaakt en het pensioengevend salaris verlaagd. De kantonrechter oordeelt dat de wijziging van onvoorwaardelijke indexatie in strijd is met artikel 20 Pensioenwet. De werkgever heeft evenmin voldoende zwaarwichtig belang bij de andere pensioenwijzigingen (ECLI:NL:RBDHA:2020:7813). Eerder oordeelde het Hof Den Haag dat wijziging van onvoorwaardelijke indexatie van een werknemer niet was toegestaan (ECLI:NL:GHDHA:2020:25). Wijziging van onvoorwaardelijke indexatie met een gepensioneerde was niet toegestaan volgens ECLI:NL:RBNHO:2019:6929 en ECLI:NL:RBDHA:2020:1061.
Lid RvT schendt relatiebeding met visitatiecommissie pensioenfondsen bv (PR 2020-0161)
De rechtbank moest zich deze maand buigen over de vermeende schending van een relatiebeding door een lid van de raad van toezicht bij het pensioenfonds VOPAK. Deze persoon had eerder een overeenkomst van opdracht met de Visitatiecommissie Pensioenfondsen B.V (VCP). VCP faciliteert intern toezicht van pensioenfondsen. In de overeenkomst van opdracht met personen die een rol vervullen in visitatiecommissies of raad van toezicht staat een relatiebeding en een boetebeding. VCP had eerder een visitatiecommissie voorgesteld bij Stichting Pensioenfonds VOPAK, onder meer bestaand uit gedaagde. Na opzegging van de overeenkomst van opdracht door gedaagde is de visitatiecommissie per 2019 omgezet in een raad van toezicht, waarin gedaagde is benoemd. VCP vordert fees en boetes en inzage in financiële afspraken. De rechtbank oordeelt dat gedaagde het relatiebeding heeft geschonden. VCP heeft recht op de fees. De rechtbank verwijst de zaak naar de rol voor akte wijziging of concretisering eis (ECLI:NL:RBDHA:2020:7095).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hof van Justitie van de Europese Unie
Hof
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Geschil na echtscheiding over vraag of partneralimentatie eindigt bij het bereiken van het functioneel leeftijdsontslag van de militair op 1 juli 2017. In het echtscheidingsconvenant staat dat de partneralimentatie eindigt met ingang van de dag waarop de man met (vroeg)pensioen gaat. De rechtbank heeft geoordeeld dat het aan de man op 1 juli 2017 verleende leeftijdsontslag niet gelijkgesteld kan worden aan (vroeg)pensioen. Het hof oordeelt op grond van de Haviltex-norm dat de partneralimentatie eindigt bij het bereiken van het functioneel leeftijdsontslag op 1 juli 2017. Op het moment dat de man met ouderdomspensioen zou gaan, zou de 12-jaarstermijn immers al zijn verstreken. 24-09-2020
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Ontslag op staande voet werknemer wegens vermoeden concurrerende activiteiten zonder werknemer te horen. Hof oordeelt dat ontslag niet onverwijld is gegeven en dat ontslagreden onvoldoende duidelijk was voor de werknemer. Hof kent transitievergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging en billijke vergoeding toe. Volledige pensioenschade is inbegrepen in billijke vergoeding, mede gelet op ontslag enkele jaren voor pensioendatum. 17-09-2020
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Kern van het geschil is of de werkgever met succes een beroep kan doen op vrijwaring jegens verzekeraar Aegon. In de hoofdzaak heeft het hof beslist dat de weduwe van een ex-werknemer recht heeft op nabestaandenpensioen van de werkgever. De werkgever voert aan dat de verzekeraar het partnerpensioen aan de weduwe niet had mogen weigeren. Bij de aanvaarding van de ‘offerte’ voor uitruil van ouderdomspensioen is volgens het hof geen recht op partnerpensioen ontstaan. Offerte met keuzerecht werknemer is geen rechtshandeling die ruimer is dan de pensioenovereenkomst. De verzekeraar is niet verantwoordelijk voor de wijziging van het pensioenreglement 1999 door de werkgever. 15-09-2020
- Gerechtshof Den Haag Bedrijfstakpensioenfonds StiPP stelt bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor het niet betalen van pensioenpremies. De bestuurder komt in verzet tegen het dwangbevel. Het hof oordeelt dat de bestuurder persoonlijk aansprakelijk is voor pensioenpremies. Hij heeft zijn mededelingsplicht betalingsonmacht vennootschap geschonden. Na de premieaangifte en beslaglegging was immers duidelijk dat de vennootschap de premies niet zou kunnen betalen. 15-09-2020
Rechtbank
- Rechtbank Limburg Werkgever GBDbouw heeft betalingsachterstand bij bedrijfstakpensioenfonds bouw en sociale fondsen. Zij stelt dat zij geen specifieke afspraak met partijen heeft gemaakt en er dus van uit mag gaan dat “de wettelijke betalingstermijn” gehanteerd wordt. De rechtbank oordeelt dat het uitvoeringsreglement op de betalingsverplichtingen van toepassing is en wijst het gevorderde bedrag toe. 23-09-2020
- Rechtbank Overijssel Werkgever verzoekt OR om instemming voor vrijwillige aansluiting bij PME na eindigen uitvoeringsovereenkomst met verzekeraar. De OR stemt niet in. De werkgever besluit toch tot vrijwillige aansluiting. De OR beroept zich op de nietigheid. Twee dagen later beperkt de OR zijn verzoek tot de vijf onderdelen die zien op de compensatie aan werknemers en de pensioenovereenkomst. De OR deelt mee het besluit betreffende de keuze voor de uitvoerder en het aangaan van de uitvoeringsovereenkomst te laten rusten. De kantonrechter overweegt dat het in deze kwestie enkel en alleen behoort te gaan over het voorgenomen besluit van verweerster tot vrijwillige toetreding tot het pensioenfonds PME met ingang van 1 januari 2020. De OR heeft het beroep op nietigheid van dit besluit laten varen. De vorderingen van de OR worden afgewezen. 16-09-2020
- Rechtbank Noord-Holland Werkgever neemt verplicht deel aan PMT en sociale fondsen. Zij vorderen achterstallige premies en buitengerechtelijke kosten en boetes. Werkgever betwist niet de premies maar maakt bezwaar tegen de hoogte van de gevorderde buitenrechtelijke kosten en boete. Hij bepleit matiging en betaling in termijnen. De oorspronkelijke hoofdsom van € 6.795,17 is te hoog gebleken. De buitenrechtelijke boete/kosten dienen derhalve te worden verminderd met 10% van dit bedrag. De kantonrechter ziet geen aanleiding om betaling in termijnen toe te staan. 03-09-2020
- Rechtbank Oost-Brabant Geschil over ontslag. Overleg over vaststellingsovereenkomst slaagt niet. Werkgever vraagt eigen faillissement aan. Curator zegt de arbeidsovereenkomst op. Werkneemster gaat in verzet waarna het faillissement wordt vernietigd. Rechter oordeelt dat werkneemster terecht indruk heeft dat faillissement is aangevraagd om goedkoop afscheid van haar te nemen. Werkgever moet achterstallig loon betalen en premieafdrachten. Rechter kent transitievergoeding, billijke vergoeding en gefixeerde schadevergoeding toe. 27-08-2020
- Rechtbank Den Haag SRK wijzigt eenzijdig de pensioenovereenkomst van werknemer. Daarbij wordt onder meer de onvoorwaardelijke indexatie voorwaardelijk gemaakt en het pensioengevend salaris verlaagd. De kantonrechter oordeelt dat de wijziging van onvoorwaardelijke indexatie in strijd is met artikel 20 Pensioenwet. De werkgever heeft evenmin voldoende zwaarwichtig belang bij de andere pensioenwijzigingen. 13-08-2020
- Rechtbank Noord-Holland Vanaf 1 januari 2018 wordt voor een arbeidsurenvermindering niet langer volledig pensioen opgebouwd. Politieagente met Regeling Partieel Uittreden (RPU) heeft bezwaar gemaakt tegen die lagere pensioenopbouw. Voor politiemedewerkers die maximaal 10 jaar voorafgaand aan de pensioenrichtleeftijd deelnemen aan de RPU blijft de pensioenopbouw in stand. Het beroep van eiseres op het vertrouwens- en het rechtszekerheidsbeginsel slaagt niet. Niet de korpschef maar ABP is het bevoegde gezag over pensioenconsequenties van het gebruik van de RPU. ABP heeft het pensioenreglement gewijzigd. Eiseres had het pensioengemis kunnen voorkomen door de RPU tijdelijk stop te zetten. Er is geen sprake van schending van het rechtszekerheidsbeginsel. De PAS-regeling waarop eiseres zich beroept, geldt voor een andere sector met andere arbeidsvoorwaarden. 30-07-2020
- Rechtbank Amsterdam Geschil na echtscheiding over pensioenverevening in eigen beheer opgebouwd pensioen. Door vele onttrekkingen voor kosten gemeenschappelijk onroerend goed en gezamenlijke huishouding is de bv niet in staat betalingen voor pensioen te verrichten. Eiser vordert betaling van jaarlijks pensioen van € 16.289 per jaar op grond van WVPS, pensioenovereenkomst en eerdere beschikkingen van zowel bv als van gedaagde 2. Rechtbank oordeelt dat de bv onvoldoende liquide middelen heeft en dat dit mede is veroorzaakt door onttrekkingen voor gemeenschappelijk gebruik. In die omstandigheden dienen partijen gelijkelijk het dekkingstekort te delen zolang de bv geen middelen heeft voor enige pensioenbetaling. Gedaagde 2 heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens eiser, die de financiën van de bv beheerde en een aanzienlijk deel van het vermogen aan de bv heeft onttrokken voor gemeenschappelijk onroerend goed en gemeenschappelijke huishouding. De bv mag zich bij akte uitlaten over enkele opnames die eiser op eigen naam en op naam van de bv heeft verworven ‘achter de rug’ van de dga. 22-07-2020
- Rechtbank Den Haag Visitatiecommissie Pensioenfondsen B.V. (VCP) faciliteert intern toezicht van pensioenfondsen. In de overeenkomst van opdracht met personen die een rol vervullen in visitatiecommissies of raad van toezicht staat een relatiebeding en een boetebeding. VCP heeft een visitatiecommissie voorgesteld bij Stichting Pensioenfonds VOPAK, onder meer bestaand uit gedaagde. Na opzegging van de overeenkomst van opdracht door gedaagde is de visitatiecommissie per 2019 omgezet in een raad van toezicht, waarin gedaagde is benoemd. VCP vordert fees en boetes en inzage in financiële afspraken. De rechtbank oordeelt dat gedaagde het relatiebeding heeft geschonden. VCP heeft recht op de fees. De rechtbank verwijst de zaak naar de rol voor akte wijziging of concretisering eis. 08-04-2020
Antillen
- Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Verzoek om wijziging toetredingsdatum tot het algemeen pensioenfonds van Curaçao naar 12 september 1997. Het gerecht oordeelt dat het bestuur bevoegd is om de toetredingsdatum te verbeteren. De afwijzing door de Regering van Curaçao is derhalve onbevoegd genomen en kan daarom niet in stand blijven. Het bestuur dient alsnog een beslissing op het verzoek te nemen. 28-09-2020
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Geschil over verdeling Arubaans pensioen na scheiding in 2013. Vrouw vordert betaling van deel pensioenuitkering man. Gerecht neemt tot uitgangspunt dat pensioenrechten in de huwelijksgoederengemeenschap vallen en moeten worden verrekend. Ook de aanspraken die voor de aanvang van het huwelijk zijn opgebouwd vallen in de huwelijksgoederengemeenschap en dienen in beginsel te worden verdeeld. Voor de verrekening van pensioenrechten geldt de maatstaf uit het arrest Boon/Van Loon. 02-09-2020