Naar boven ↑

Update

Nummer 9, 2020
Uitspraken van 01-10-2020 tot 26-10-2020
Redactie: Prof. mr. drs. M. Heemskerk.

Beste lezers,

Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 3, editie 9. Daarin vindt u een overzicht van vijftien in september 2020 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.

Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen. 

Uitspraken van de maand 

Korting en achterwege blijven indexatie niet in strijd met eigendomsrecht (PR 2020-0147)
In het FD van 6 oktober was er de nodige aandacht voor dit arrest van het HvJ EU en de mogelijke gevolgen van de overwegingen over eigendomsrecht voor de stelselherziening. Hans van Meerten concludeerde dat zogenoemde invaren juridisch nauwelijks haalbaar lijkt. Erik Lutjens zag in het arrest een bevestiging dat korten kan zonder in strijd te komen met het eigendomsrecht. In deze Oostenrijkse zaak protesteerde een gepensioneerde tegen de korting en het achterwege blijven van indexatie. Dat was volgens hem discriminatie naar geslacht (overwegend mannen werden getroffen), leeftijdsdiscriminatie (er was inmiddels een nieuwe regeling) en schending van zijn eigendomsrecht. Het HvJ EU oordeelde samengevat dat er geen leeftijdsonderscheid was, waarschijnlijk een rechtvaardiging voor eventueel onderscheid naar geslacht en geen schending van het eigendomsrecht. Het HvJ EU oordeelt dat het pensioen weliswaar een eigendomsrecht is maar dat de beperkingen bij wet zijn gesteld en slechts een gedeelte van het totale pensioenbedrag is beperkt zodat de wezenlijke inhoud niet wordt aangetast. De beperkingen lijken noodzakelijk en te beantwoorden aan doelstellingen van algemeen belang, duurzame financiering overheidsgefinancierd pensioen (HvJ EU 24 september 2020, ECLI:EU:C:2020:753). Ongetwijfeld gaat er bij de stelselherziening nauwkeurig beoordeeld worden of de overstap van uitkeringsovereenkomst naar premieovereenkomst geen aantasting van de wezenlijke inhoud is.

Geen nietigheid nadat OR keuze pensioenuitvoerder laat varen (PR 2020-0157)
Dat een OR moet opletten bij de formulering van instemmingsaanvragen, nietigheidsberoepen en geen rechten moet prijsgeven, wordt bevestigd in deze uitspraak (ECLI:NL:RBOVE:2020:3165). De werkgever verzocht de OR om instemming voor vrijwillige aansluiting bij PME na beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst met de verzekeraar. De OR stemt niet in. De werkgever besluit toch tot vrijwillige aansluiting. De OR beroept zich op de nietigheid. Twee dagen later beperkt de OR zijn verzoek tot de vijf onderdelen die zien op de compensatie aan werknemers en de pensioenovereenkomst. De OR deelt mee het besluit betreffende de keuze voor de uitvoerder en het aangaan van de uitvoeringsovereenkomst te laten rusten. De kantonrechter overweegt dat het in deze kwestie enkel en alleen behoort te gaan over het voorgenomen besluit van werkgever tot vrijwillige toetreding tot het pensioenfonds PME met ingang van 1 januari 2020. De OR heeft het beroep op nietigheid van dit besluit laten varen. De vorderingen van de OR worden afgewezen.

Eenzijdige wijziging onvoorwaardelijke indexatie door SRK niet rechtsgeldig (PR 2020-0151)
Deze uitspraak past in de lijn dat wijziging van onvoorwaardelijke indexatie onder de Pensioenwet niet is toegestaan. SRK wijzigt eenzijdig de pensioenovereenkomst van werknemer. Daarbij wordt onder meer de onvoorwaardelijke indexatie voorwaardelijk gemaakt en het pensioengevend salaris verlaagd. De kantonrechter oordeelt dat de wijziging van onvoorwaardelijke indexatie in strijd is met artikel 20 Pensioenwet. De werkgever heeft evenmin voldoende zwaarwichtig belang bij de andere pensioenwijzigingen (ECLI:NL:RBDHA:2020:7813). Eerder oordeelde het Hof Den Haag dat wijziging van onvoorwaardelijke indexatie van een werknemer niet was toegestaan (ECLI:NL:GHDHA:2020:25). Wijziging van onvoorwaardelijke indexatie met een gepensioneerde was niet toegestaan volgens ECLI:NL:RBNHO:2019:6929 en ECLI:NL:RBDHA:2020:1061.

Lid RvT schendt relatiebeding met visitatiecommissie pensioenfondsen bv (PR 2020-0161)
De rechtbank moest zich deze maand buigen over de vermeende schending van een relatiebeding door een lid van de raad van toezicht bij het pensioenfonds VOPAK. Deze persoon had eerder een overeenkomst van opdracht met de Visitatiecommissie Pensioenfondsen B.V (VCP). VCP faciliteert intern toezicht van pensioenfondsen. In de overeenkomst van opdracht met personen die een rol vervullen in visitatiecommissies of raad van toezicht staat een relatiebeding en een boetebeding. VCP had eerder een visitatiecommissie voorgesteld bij Stichting Pensioenfonds VOPAK, onder meer bestaand uit gedaagde. Na opzegging van de overeenkomst van opdracht door gedaagde is de visitatiecommissie per 2019 omgezet in een raad van toezicht, waarin  gedaagde is benoemd. VCP vordert fees en boetes en inzage in financiële afspraken. De rechtbank oordeelt dat gedaagde het relatiebeding heeft geschonden. VCP heeft recht op de fees. De rechtbank verwijst de zaak naar de rol voor akte wijziging of concretisering eis (ECLI:NL:RBDHA:2020:7095).

Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.

Tot de volgende update.

Mark Heemskerk

Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch

e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hof

Rechtbank

Antillen