Naar boven ↑

Update

Nummer 6, 2020
Uitspraken van 10-07-2020 tot 17-07-2020
Redactie: Prof. mr. drs. M. Heemskerk.

Beste lezers,

Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 3, editie 6. Daarin vindt u een overzicht van 14 in juni 2020 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.

Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.

Uitspraak van de maand

Na bigamie moet vrouw € 429.000 verevend pensioen terugbetalen aan ‘ex-man’
Soms lees je pensioenuitspraken met bijna rode oortjes. Een man kwam er na de scheiding van zijn vrouw achter dat ze al eerder getrouwd was: bigamie. Bij de scheiding was het pensioen ter waarde van zo’n € 429.000 verevend. Hij liet het huwelijk nietigverklaren en vorderde onder meer € 429.000 als onverschuldigde betaling terug (ECLI:NL:RBNHO:2020:4254).

Pensioenopzegging na vaststellingsovereenkomst op AOW-leeftijd toegestaan
Een 73-jarige werkneemster stelde dat haar pensioenopzegging in april 2020 niet rechtsgeldig was omdat de werkgever al gebruik heeft gemaakt van de geboden opzeggingsmogelijkheid en omdat zij reeds de 65-jarige leeftijd had bereikt toen de arbeidsovereenkomst werd aangegaan. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst die is ingegaan op 1 december 2010 door middel van een gelijktijdige vaststellingsovereenkomst is geëindigd op 16 maart 2012. Dat is de datum waarop verzoekster de voor haar geldende AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Zoals ook is vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst is deze arbeidsovereenkomst van rechtswege geëindigd. Dit is geen opzegging als bedoeld in artikel 7:669 lid 4 BW (ECLI:NL:RBAMS:2020:2931).

Kan werknemer ondanks verplichtstelling geen premiebetaling werkgever afdwingen?
Een bestuurder die werd ontslagen vorderde naast een billijke vergoeding betaling van pensioenpremies door de werkgever. Deelname aan het bedrijfstakpensioenfonds VLEP was verplicht. De rechtbank oordeelt dat de werkgever jegens zijn werknemers gehouden is tot premiebetaling aan VLEP maar dat de werknemer geen, althans onvoldoende belang heeft bij zijn premievordering. De pensioenaanspraak van de individuele werknemer bestaat immers ook, indien de betreffende werkgever de verschuldigde pensioenpremie niet heeft voldaan aan het bedrijfstakpensioenfonds (“geen premie, wel recht”). Er is geen schade. Het is aan VLEP om een premievordering jegens de werkgever in te stellen. De rechtbank wijst de door de werknemer gevorderde verklaring voor recht en de vordering tot betaling van de premies af (ECLI:NL:RBDHA:2020:5232).

Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.

Tot de volgende update.

Mark Heemskerk

Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch

e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl

Hof

Rechtbank

Antillen