Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 3, editie 6. Daarin vindt u een overzicht van 14 in juni 2020 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraak van de maand
Na bigamie moet vrouw € 429.000 verevend pensioen terugbetalen aan ‘ex-man’
Soms lees je pensioenuitspraken met bijna rode oortjes. Een man kwam er na de scheiding van zijn vrouw achter dat ze al eerder getrouwd was: bigamie. Bij de scheiding was het pensioen ter waarde van zo’n € 429.000 verevend. Hij liet het huwelijk nietigverklaren en vorderde onder meer € 429.000 als onverschuldigde betaling terug (ECLI:NL:RBNHO:2020:4254).
Pensioenopzegging na vaststellingsovereenkomst op AOW-leeftijd toegestaan
Een 73-jarige werkneemster stelde dat haar pensioenopzegging in april 2020 niet rechtsgeldig was omdat de werkgever al gebruik heeft gemaakt van de geboden opzeggingsmogelijkheid en omdat zij reeds de 65-jarige leeftijd had bereikt toen de arbeidsovereenkomst werd aangegaan. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst die is ingegaan op 1 december 2010 door middel van een gelijktijdige vaststellingsovereenkomst is geëindigd op 16 maart 2012. Dat is de datum waarop verzoekster de voor haar geldende AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Zoals ook is vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst is deze arbeidsovereenkomst van rechtswege geëindigd. Dit is geen opzegging als bedoeld in artikel 7:669 lid 4 BW (ECLI:NL:RBAMS:2020:2931).
Kan werknemer ondanks verplichtstelling geen premiebetaling werkgever afdwingen?
Een bestuurder die werd ontslagen vorderde naast een billijke vergoeding betaling van pensioenpremies door de werkgever. Deelname aan het bedrijfstakpensioenfonds VLEP was verplicht. De rechtbank oordeelt dat de werkgever jegens zijn werknemers gehouden is tot premiebetaling aan VLEP maar dat de werknemer geen, althans onvoldoende belang heeft bij zijn premievordering. De pensioenaanspraak van de individuele werknemer bestaat immers ook, indien de betreffende werkgever de verschuldigde pensioenpremie niet heeft voldaan aan het bedrijfstakpensioenfonds (“geen premie, wel recht”). Er is geen schade. Het is aan VLEP om een premievordering jegens de werkgever in te stellen. De rechtbank wijst de door de werknemer gevorderde verklaring voor recht en de vordering tot betaling van de premies af (ECLI:NL:RBDHA:2020:5232).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hof
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Kern van het geschil is of de vrouw met de man heeft afgesproken dat zij afstand heeft gedaan van pensioenverevening c.q. verdeling. In diverse akten, waaronder echtscheidingsconvenant en akte van verdeling, staat dat ten aanzien van pensioenrechten de toepasselijkheid van de Wps uitdrukkelijk is uitgesloten, maar dat partijen overeenkomen dat op het moment dat het pensioen ontvangen gaat worden hieromtrent overleg zal plaatsvinden. Tot die tijd zullen partijen geen stappen ondernemen betreffende de verkrijging van pensioenrechten. Het hof overweegt dat de stelplicht van de uitsluiting rust op de man. De uitleg van wat is verklaard is dubbelzinnig. Er kan niet met dwingende bewijskracht worden geconcludeerd dat de Wvps is uitgesloten. Op grond van de Haviltex-maatstaf oordeelt het hof dat de vrouw aanspraak kan maken op verevening. 16-06-2020
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Wettelijke schuldsanering is op verzoek van de bewindvoerder tussentijds beëindigd door de rechtbank. Appellante heeft vermogensbestanddelen over pensioen voor de bewindvoerder verzwegen. Het hof laat dat oordeel van de rechtbank in stand. 26-05-2020
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Werknemer was werkzaam bij onderdeel van Philips. Vanaf 1 november 1991 is hij overgegaan naar DHV en in dienst gebleven tot zijn pensioen in november 2010. Bij de overgang in 1991 zijn afspraken gemaakt, overgangsmaatregelen getroffen en heeft waardeoverdracht plaatsgevonden. Hij meent dat zijn pensioenuitkering te laag is en spreekt het pensioenfonds aan. Het hof oordeelt aan de hand van de gemaakte afspraken dat het verwijt van de gepensioneerde aan het pensioenfonds dat de uitkering te laag is, niet slaagt. 03-12-2019
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Appellant vordert van pensioenfonds hogere uitkering op grond van garantieregeling. Volgens hem is het pensioenfonds de garantieregeling niet correct nagekomen, althans is die regeling verkeerd toegepast. Volgens hem moet uitgegaan worden van opgebouwd pensioen op 65 jaar dat onderdeel uitmaakt van de garantie en moet dit vergeleken worden met het geïndexeerd garantiebedrag op 65-jarige leeftijd. Het hof legt de garantieregeling zo uit dat de gepensioneerde op grond van de garantieregeling geen recht heeft op een hogere pensioenuitkering dan die hij feitelijk ontvangt. 13-11-2018
Rechtbank
- Rechtbank Amsterdam Geschil over pensioenopzegging door werkgever van 73-jarige werkneemster. Werkneemster stelt dat pensioenopzegging in april 2020 niet rechtsgeldig is omdat de werkgever al gebruik heeft gemaakt van de geboden opzeggingsmogelijkheid en omdat zij reeds de 65-jarige leeftijd had bereikt toen de arbeidsovereenkomst werd aangegaan. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst die is ingegaan op 1 december 2010 door middel van een gelijktijdige vaststellingsovereenkomst is geëindigd op 16 maart 2012. Dat is de datum waarop verzoekster de voor haar geldende AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Zoals ook is vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst is deze arbeidsovereenkomst van rechtswege geëindigd. Dit is geen opzegging als bedoeld in artikel 7:669 lid 4 BW. 15-06-2020
- Rechtbank Noord-Holland De vrouw was tijdens het huwelijk met de man al met een andere man door het huwelijk verbonden. Bigamie levert een grond op voor nietigverklaring van het huwelijk tot het tijdstip van de huwelijksvoltrekking. Vanaf dat moment is met terugwerkende kracht pensioenverevening als bedoeld in de Wet pensioenverevening bij scheiding niet van toepassing. De door de man gedane betalingen zullen onverschuldigd verklaard worden en op grond van artikel 6:203 BW kan hij aanspraak maken op terugbetaling van deze bedragen. 10-06-2020
- Rechtbank Den Haag Ontslag bestuurder. De rechtbank oordeelt dat de vordering van de billijke vergoeding niet-ontvankelijk is. De bestuurder vordert eveneens premiebetaling door de werkgever. De rechtbank oordeelt dat de werkgever jegens zijn werknemers gehouden is tot premiebetaling aan VLEP maar dat de werknemer geen, althans onvoldoende belang heeft bij zijn vorderingen op dit punt. De pensioenaanspraak van de individuele werknemer bestaat immers ook, indien de betreffende werkgever de verschuldigde pensioenpremie niet heeft voldaan aan het bedrijfstakpensioenfonds (“geen premie, wel recht”). Er is geen schade. Het is aan VLEP om een premievordering jegens de werkgever in te stellen. De rechtbank wijst de door de werknemer gevorderde verklaring voor recht en de vordering tot betaling van de premies af. 05-06-2020
- Rechtbank Midden-Nederland Verzekeraar vordert te veel betaalde aanvulling op arbeidsongeschiktheidspensioen terug nadat blijkt dat het arbeidsongeschiktheidspercentage lager was. Beroep op gerechtvaardigd vertrouwen slaagt niet. Het pensioenreglement is leidend. De gedeeltelijke terugvordering is niet verjaard en er is geen schending van de klachtplicht. Volledige terugvordering over de laatste vijf jaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, mede omdat de verzekeraar bekend had kunnen zijn met de verlaging. Toegewezen wordt de helft daarvan (zoals voorafgaand aan de procedure ook door de verzekeraar was aangeboden). 03-06-2020
- Rechtbank Den Haag Werkneemster vordert na beëindiging van de arbeidsovereenkomst transitievergoeding, schadevergoeding en als nevenverzoeken informatie om te kunnen beoordelen of zij als gevolg van haar indiensttreding bij ARAG enig pensioennadeel ondervindt en, voor het geval daarvan sprake zou, verzoekt zij compensatie van dat nadeel. Zij vordert informatie over het bij SRK opgebouwd pensioen en haar opbouw bij ARAG. De rechtbank wijst de vordering tot specificatie van de aangeboden pensioencompensatie toe. De overige vorderingen van werkneemster tot informatie, onder meer tot beantwoording van vragen, individuele vergelijking uitkomst pensioenregelingen en nadere informatie over het indexatiedepot, wijst de rechtbank af. 18-03-2020
- Rechtbank Den Haag Werkneemster vordert na beëindiging van de arbeidsovereenkomst met SRK transitievergoeding, schadevergoeding en als nevenverzoeken informatie om te kunnen beoordelen of zij als gevolg van haar indiensttreding bij ARAG enig pensioennadeel ondervindt en, voor het geval daarvan sprake zou, verzoekt zij compensatie van dat nadeel. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst tussen werkneemster en SRK op 30 juni 2019 met wederzijds goedvinden is beëindigd. Werkneemster heeft daarmee geen recht op de transitievergoeding, noch op de gefixeerde schadevergoeding en ook niet op een billijke vergoeding. SRK mag zich bij akte uitlaten over de nevenverzoeken. 07-02-2020
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant Werknemer protesteert tegen een wijziging van eindloon naar premieovereenkomst in 2001 door zijn voormalig werkgever. Hij stelt niet te hebben ingestemd met die wijziging en vordert schadevergoeding. De kantonrechter is – voor zover instemming van werknemer al niet uit ondertekening van het aanvraagformulier dan wel uit de gestelde waardeoverdracht zou kunnen worden afgeleid – op grond van verschillende omstandigheden van oordeel dat werkgever erop heeft mogen vertrouwen dat werknemer heeft ingestemd met de wijziging van de pensioenregeling. Werkgever heeft gezorgd voor voldoende informatie en advies over de wijziging. 15-05-2019
- Rechtbank Amsterdam Partijen zijn gescheiden in 1989. Nadat de man in 2014 65 jaar wordt, maakt de vrouw aanspraak op een gedeelte van zijn pensioen over de huwelijkse periode. De rechtbank oordeelt dat het arrest Boon/Van Loon van toepassing is. Het beroep op verjaring slaagt niet, pensioen is een overgeslagen goed. De klachtplicht is niet van toepassing en evenmin slaagt het beroep op rechtsverwerking. De rechtbank oordeelt dat de waarde van het pensioen moet worden verrekend. 18-05-2018
Antillen
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Arubaanse zaak over de vraag of pensioenontslag bij 65 jaar is overeengekomen. Het Gemeenschappelijk hof oordeelt in hoger beroep in kort geding dat aannemelijk is dat partijen in 2013 overeenstemming hebben bereikt over de ingangsdatum van het pensioen van appellante in 2018 en beëindiging van de arbeidsovereenkomst per die datum. 09-06-2020
- Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Vrouw verzoekt het pensioenfonds Curaçao om registratie van de samenlevingsovereenkomst met haar inmiddels overleden man. Dan kan zij in aanmerking komen voor partnerpensioen. Het pensioenfonds wijst dat verzoek af omdat kort gezegd registratie niet mogelijk is na overlijden van een (gewezen) overheidsdienaar. Het gerecht oordeelt dat het beroep van de vrouw daartegen ongegrond is. Registratie van de samenlevingsovereenkomst was een constitutief vereiste. De man heeft als overheidsdienaar de samenlevingsovereenkomst niet laten registreren. 28-05-2020