Naar boven ↑

Update

Nummer 4, 2020
Uitspraken van 18-04-2020 tot 29-05-2020
Redactie: Prof. mr. drs. M. Heemskerk.

Beste lezers,

Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 3, editie 4. Daarin vindt u een overzicht van 24 in april 2020 gepubliceerde uitspraken over pensioen. Dat is een recordaantal. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.

Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen. 

Uitspraken van de maand 

Hof Amsterdam: verkrijgers hoofdelijk aansprakelijk voor pensioen na ovo
Een receptionist van Cordaan is werkzaam in een wooncentrum voor Stadgenoot. In zijn arbeidsovereenkomst stond dat hij deelnam aan PFZW. Vanaf 1 maart 2012 zijn de diensten overgedragen aan SDS. Stichting Vlabio is opgericht om servicewerkzaamheden voor het wooncentrum te verrichten. SDS informeert de werknemer dat hij na de overgang niet langer deelneemt aan PFZW. Ook PFZW communiceert dat aan werknemer. Het hof oordeelt dat de werknemer door overgang van onderneming zijn pensioen bij PFZW heeft behouden. Er was geen aanbod gedaan om de eigen pensioenovereenkomst aan te bieden ex artikel 7:664 BW. Omdat zowel SDS als Vlabio zich als werkgever heeft gedragen zijn beide gehouden om het pensioen voort te zetten. Er zijn bij werknemer wel pensioenpremies ingehouden. SDS en Vlabio zijn hoofdelijk gehouden om de schade van de werknemer te vergoeden (ECLI:NL:GHAMS:2020:575). 

Hof Den Bosch: premies verschuldigd na einde uitvoeringsovereenkomst
Dit geschil ging over de vraag of Vion na het eindigen van de uitvoeringsovereenkomst premies was verschuldigd aan Achmea. Achmea eiste betaling van € 173.302,89 aan aanvullende premies. In de uitvoeringsovereenkomst met looptijd 2014-2015 stond dat er een aanvullende premie verschuldigd is van € 9.999 indien de uitvoeringsovereenkomst door opzegging door de werkgever eindigt voor 31 december 2018.  Tussen partijen staat vast dat Vion de uitvoeringsovereenkomst niet heeft opgezegd, maar dat zij de uitvoeringsovereenkomst niet wilde verlengen. Het hof oordeelt dat uit de uitvoeringsovereenkomst in onderlinge samenhang bezien duidelijk blijkt dat het de bedoeling van partijen was dat Vion na 31 december 2018 niet meer de aanvullende premie hoefde te betalen wanneer zij dan nog steeds een uitvoeringsovereenkomst had met Achmea. Hoe eerder die uitvoeringsovereenkomst zou eindigen, hoe hoger het bedrag zou zijn dat zij aan aanvullende premie zou moeten voldoen. Wanneer de door Vion voorgestane uitleg wordt gevolgd, kan Vion door te kiezen voor een ‘aanzegging’ in plaats van een ‘opzegging’ voorkomen dat zij aanvullende premies moet betalen. Het hof is van oordeel dat dit een onaannemelijke uitleg is. In de offerte stond dat Vion een evenredig aandeel heeft in € 730.103,58 (ECLI:NL:GHSHE:2020:1262).

Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.

Tot de volgende update.

Mark Heemskerk

Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch

e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl

Hof

Rechtbank

Raad van State

Centrale Raad van Beroep

Antillen