Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 3, editie 2. Daarin vindt u een overzicht van twintig in januari 2020 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
HR: Commerciële waarde in eigen beheer opgebouwd DGA-pensioen bepalen bij echtscheiding maar betalen op moment afstorting
Verevening van het pensioen in eigen beheer van een DGA na echtscheiding kan leiden tot een verplichting om af te storten. De Hoge Raad oordeelde deze maand over een vordering tot afstorting van het aan de vrouw toekomende deel van de door de man in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken na echtscheiding. Het aan de vrouw toekomende deel moet weliswaar worden berekend op het tijdstip van echtscheiding, maar op het tijdstip van afstorting moet het bedrag worden verstrekt dat nodig is om de aldus berekende pensioenaanspraken van de vrouw ook daadwerkelijk te realiseren, aldus de Hoge Raad. Het hof had anders geoordeeld (moment echtscheiding) (ECLI:NL:HR:2020:276).
Verzet tegen liquidatie pensioenfonds AFM en waardeoverdracht
Twee voormalig deelnemers van het pensioenfonds kwamen met succes in verzet tegen de rekening en verantwoording van het pensioenfonds AFM in liquidatie. Zij stelden onder meer aan de orde dat de interne collectieve waardeoverdracht van hun tijdelijk ouderdomspensioen en tijdelijk prepensioen niet rechtsgeldig was wegens hun bezwaar. Daardoor was de latere externe waardeoverdracht wegens liquidatie naar De Nationale APF evenmin rechtsgeldig. De inhoudelijke vordering jegens het pensioenfonds volgt in een afzonderlijke dagvaardingsprocedure (ECLI:NL:RBAMS:2020:344).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl/ m.heemskerk@jur.ru.nl
Hoge Raad
- Hoge Raad Verevening van pensioen in eigen beheer directeur-grootaandeelhouder na echtscheiding. Het aan de vrouw toekomende deel moet weliswaar worden berekend op het tijdstip van echtscheiding, maar op het tijdstip van afstorting moet het bedrag worden verstrekt dat nodig is om de aldus berekende pensioenaanspraken van de vrouw ook daadwerkelijk te realiseren. 14-02-2020
- Hoge Raad Geschil tussen piloten en Martinair over de uitleg van cao-bepaling over ontslagvergoeding bij overtolligheid. Het hof heeft de vordering van de piloten dat Martinair bij de berekening van de ontslagvergoeding rekening moet houden met een pensioenpremie van 26,5% afgewezen. De in hoger beroep door Martinair gevorderde verklaring voor recht dat een pensioenbijdrage van de werkgever van 18% moest worden meegenomen wees het hof toe. De Hoge Raad oordeelt dat toewijzing van een voor het eerst in hoger beroep ingestelde vordering in reconventie is in strijd met artikel 353 lid 1 Rv. De overige cassatieklachten leiden niet tot cassatie. 14-02-2020
Hof
- Gerechtshof Den Haag Geschil tussen werknemer en bakkersbedrijf over beloning na invoering functiewaarderingssysteem in cao. Het hof oordeelt dat werkgever in negatieve zin afwijkt van cao en wijst loonvordering toe. Werknemer moet zich bij akte uitlaten over hoogte loonvordering. Werknemer heeft geen belang meer bij vordering tot herstel van aansluiting bij bedrijfstakpensioenfonds bakkersbedrijf na correctie aansluiting. 18-02-2020
- Gerechtshof Den Haag Het hof oordeelt dat de streefregeling uit 1984 geen gegarandeerde pensioenuitkering is. Geen rechtsgeldige wijziging pensioenovereenkomst in 2004 bij invoering vaste rekenrente 5,5%. Het hof oordeelt dat gedurende de opbouwfase van het pensioen het door werkgever ten behoeve van werknemer verzekerde kapitaal jaarlijks, en als laatste op de einddatum van de opbouw van het pensioen, moest worden herberekend op basis van de (in beginsel) actuele pensioengrondslag en de actuele tarieven (gebaseerd op een actuele rekenrente). Het hof verwijst de zaak naar de rol zodat partijen zich kunnen uitlaten over de al dan niet toepasselijkheid van de fiscale rekenrente. 18-02-2020
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch Een in de cao ING opgenomen regeling met premievrije pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid is een aan de transitievergoeding gelijkwaardige voorziening zoals bedoeld in artikel 7:673 BW. De werkgever is na ontslag geen afzonderlijke transitievergoeding verschuldigd. Het hof neemt voor de beoordeling tot uitgangspunt dat een vergelijking wordt gemaakt tussen de op het tijdstip van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst gekapitaliseerde potentiële waarde van de voorziening waarop de desbetreffende werknemer volgens de cao wegens die beëindiging recht heeft, en de transitievergoeding waarop die werknemer volgens de wettelijke regeling recht zou hebben. Het hof overweegt dat het partnerpensioen moet worden meegenomen bij de beschouwing. Uit de vergelijking blijkt dat de op het tijdstip van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst gekapitaliseerde potentiële waarde van de voorziening aanzienlijk hoger is dan de transitievergoeding (€ 90.915 tegen € 24.673). 06-02-2020
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Werknemer van de NAM heeft zich aangemeld voor vroegpensioen. Na zijn keuze stuurt NAM een e-mail dat alle medewerkers in aanmerking kunnen komen voor een selectieve vrijwillige vertrekregeling. De vertrekregeling zou voor werknemer leiden tot een hoge beëindigingsvergoeding. De directie heeft besloten om 31 maart 2016 te hanteren als een “cut-off date”; dat wil zeggen dat werknemers van wie vóór die datum al bekend was dat zij zouden vertrekken, niet voor deelname aan de regeling in aanmerking kwamen. Werknemer stelt dat sprake is van (1) dwaling, (2) misbruik van omstandigheden, (3) strijd met goed werkgeverschap, (4) strijd met redelijkheid en billijkheid en (5) leeftijdsdiscriminatie. Het Hof wijst zijn vorderingen af. 04-02-2020
- Gerechtshof Den Haag Geschil over mogelijke toezegging door werkgever aan voormalig werknemer. Hij vordert nakoming premievrij pensioen bij PMT. Kantonrechter laat hem toe tot bewijs dat dit (mondeling) is overeengekomen. Bij eindvonnis wijst hij vorderingen af. In hoger beroep oordeelt het hof dat werknemer niet onder werkingssfeer PMT viel. Het hof verenigt zich vooralsnog met het oordeel van de kantonrechter dat niet is komen vast te staan dat werknemer mondeling met werkgever is overeengekomen dat hij aanspraak had op een premievrij pensioen en een 70% eindloonregeling. Het hof oordeelt dat de erfgenaam van de werknemer rechtmatig belang heeft bij inzage en afgifte van stukken om te beoordelen of er pensioenaanspraken waren gemaakt. 04-02-2020
- Gerechtshof Den Haag Werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met een arbeidsongeschikte werknemer in stand gelaten. Hij heeft geweigerd het slapend dienstverband te beëindigen en een transitievergoeding te betalen. Werknemer heeft inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Het hof oordeelt dat de werkgever gehouden is een schadevergoeding te betalen aan de voormalig werknemer ter grootte van de wettelijke transitievergoeding. 04-02-2020
- Gerechtshof Den Haag Geschil over de vraag of een werkgever valt onder de werkingssfeer van de uitzendsector. De onderneming Selecta houdt zich volgens haar inschrijving in het handelsregister bezig met het leggen van kabels en leidingen ten behoeve van ondergrondse infrastructuur, alsmede het uitzenden en detacheren van personeel. Kantonrechter en hof achten voorshands bewezen dat Selecta gedurende de onderzoeksperiode onder de werkingssfeer van de cao viel. Selecta is in de gelegenheid gesteld dit bewijsvermoeden te ontzenuwen door middel van tegenbewijs maar slaagt daarin niet. 21-01-2020
Rechtbank
- Rechtbank Midden-Nederland Werkgever die niet rechtsgeldig een AOW-gerechtigde op staande voet ontslaat, moet billijke vergoeding betalen gerelateerd aan pensioenschade. De chauffeur die na AOW-gerechtigde leeftijd doorwerkte, weigerde volgens de werkgever met een andere oplegger te rijden. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig. De werkgever had de werknemer eerst moeten waarschuwen voor de gevolgen. Hij moet een billijke vergoeding betalen. De werknemer had zijn pensioendatum uitgesteld en heeft deze door het ontslag vervroegd. De billijke vergoeding wordt gerelateerd aan de pensioenschade op de te verwachten einddatum. 12-02-2020
- Rechtbank Amsterdam Piloot van KLM protesteert tegen het loonoffer dat hij moet brengen in verband met de verhoging van de pensioenrichtleeftijd. Piloten die langer mogen doorvliegen brengen op grond van de in de cao opgenomen overgangsregeling een zogenoemd loonoffer. Voor iedere zes maanden verhoging van de pensioenrichtleeftijd levert de piloot 50% van het totale pensioenpremiebudget in. De rechter oordeelt in navolging van het CRM dat het leeftijdsonderscheid objectief gerechtvaardigd is. 10-02-2020
- Rechtbank Gelderland Geschil over uitleg pensioenontslagbeding. Arbeidsovereenkomst eindigt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. De pensioenrichtleeftijd uit het pensioenreglement is 68 jaar. De AOW-leeftijd is eerder. De rechtbank oordeelt op grond van de Haviltex-norm dat de pensioenontslagleeftijd in dit geval de AOW-leeftijd is en niet de latere pensioenrichtleeftijd. 05-02-2020
- Rechtbank Amsterdam De rechtbank oordeelt dat Greenpeace niet onder de werkingssfeer van het bedrijfstakpensioenfonds voor de Koopvaardij valt. De werkingssfeerbepaling moet zo worden uitgelegd dat de schepen van Greenpeace onder het begrip pleziervaartuig vallen. Daardoor is de bemanning van de schepen van Greenpeace uitgezonderd van de verplichtstelling. 03-02-2020
- Rechtbank Rotterdam Kern van het geschil is of het beroepspensioenfonds voor het loodswezen het functioneel leeftijdspensioen van eiser mag verminderen met de WAZ-uitkering. De rechtbank oordeelt dat aan de Financiële Verordening de bevoegdheid kan worden ontleend om de WAZ-uitkering in mindering te brengen op het functioneel leeftijdspensioen. Met de invoering van de WAZ voor bestaande uitkeringsgerechtigden zoals eiser is geen materiële wijziging beoogd. Zijn AAW-beschikking wordt aangemerkt als een WAZ-beschikking. Dat is in overeenstemming met het oogmerk cumulatie van uitkeringen te vermijden, zoals dat op grond van de AAW reeds het geval was. Het zou met deze doelstelling van de WAZ in strijd zijn om een WAZ-uitkering niet in mindering te brengen op het functioneel leeftijdspensioen. 29-01-2020
- Rechtbank Amsterdam Twee voormalig deelnemers van het pensioenfonds AFM in liquidatie tekenen verzet aan tegen de rekening en verantwoording. Zij stellen onder meer dat hun pensioenaanspraken op tijdelijk prepensioen (TPP) en tijdelijk ouderdomspensioen (TOP) niet via collectieve interne waardeoverdracht rechtsgeldig zijn omgezet om vervolgens extern te zijn overgedragen aan de nationale APF. De rechter oordeelt dat het verzet gegrond is. De tegenover de TPP-aanspraken en TOP-aanspraken van [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] staande waarde is niet intern overgedragen omdat zij bezwaar hebben gemaakt. Artikel 84 Pensioenwet leidt niet alsnog tot de slotsom dat Pensioenfonds AFM de tegenover ‘omgezette’ aanspraken van [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] staande waarde extern heeft overgedragen. Een dergelijke waarde was er immers niet (en wilde De Nationale APF ook niet). 23-01-2020
- Rechtbank Amsterdam Aftopping beëindigingsuitkering in sociaal plan Delta Lloyd is geen verboden leeftijdsonderscheid. De rechter oordeelt dat voor de aftopping van de vergoeding tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd een objectieve rechtvaardiging bestaat. De vordering van de werknemer tot pensioenschade wordt afgewezen. 21-01-2020
- Rechtbank Amsterdam Werknemer raakt arbeidsongeschikt. Zijn WIA-verzekeringen lopen door tot 65 jaar. Na verhoging van de AOW-leeftijd vordert hij schadevergoeding wegens een lager pensioen. Werknemer heeft geen schade aangetoond. In het geval werknemer ervoor kiest om tot zijn 67ste door te werken, ontvangt hij € 105.243 per jaar, in vergelijking met het thans door hem te ontvangen jaarlijkse inkomen van € 100.093. Rechter wijst de vordering af wegens gebrek aan belang. 20-01-2020
- Rechtbank Amsterdam Geschil over de vraag of Greetz onder de werkingssfeer van het bedrijfstakpensioenfonds Detailhandel valt. Greetz meent dat haar kernactiviteit het produceren van gepersonaliseerde kaarten en cadeaus is. De kantonrechter oordeelt dat enkel het personaliseren niet maakt dat de kernactiviteit van Greetz niet het verkopen van waren is. De bedrijfsactiviteit van Greetz is in hoofdzaak detailhandel. De kantonrechter volgt de stelling van Greetz niet dat zij met betrekking tot de loonkosten valt onder de uitzondering van de werkingssfeerbepaling. Vaststaat dat Greetz geen andere bedrijvigheid exploiteert dan de verkoop van de bestelde producten. Conclusie is dan ook dat de arbeidsuren van werknemers die niet “fysiek” detailhandelswerkzaamheden uitvoeren bij Greetz worden ingezet om degenen die dat wel doen daartoe in staat te stellen of te ondersteunen. Ook de administratieve en HR-werkzaamheden dienen dan ook te worden toegerekend aan de bedrijfsvoering in hoofdzaak, te weten detailhandel. 23-12-2019
- Rechtbank Noord-Holland Geschil over hoogte vergoeding na beëindiging arbeidsovereenkomst met arbeidsongeschikte werknemer. Werknemer kreeg keuzeformulier voor 2 transitievergoedingen: een met en een zonder voortzetting pensioenopbouw. Hij koos voor voortzetting pensioenopbouw. Werkgever heeft voortzetting pensioenopbouw verrekend met de transitievergoeding. Werknemer eist correctie van die verrekening omdat dit volgens de cao al zou moeten. Zijn beroep op dwaling slaagt. Werknemer moet 30% van de premie betalen. Die afspraak is onderdeel van de rechtsverhouding. 04-12-2019
- Rechtbank Amsterdam Geschil over de rechtsgeldigheid van de pensioenopzegging. Rechtbank oordeelt dat de pensioenopzegging wegens het bereiken van de AOW-leeftijd rechtsgeldig is. Bedoeling van partijen was beëindiging bij AOW-leeftijd, niet de pensioenrichtleeftijd van 68 jaar. Werkgever is niet verplicht op grond van goed werkgeverschap arbeidsovereenkomst voort te zetten. 03-12-2019