Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 3, editie 11. Daarin vindt u een overzicht van achttien in november 2020 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Eenzijdige pensioenwijziging AFM deels toegestaan, wijziging onvoorwaardelijke indexatie is nietig (PR 2020-0186 en PR 2020-0187)
Deze maand verschenen er twee uitspraken van het hof Amsterdam over een eenzijdige wijziging van de pensioenovereenkomst door AFM als werkgever. Het hof oordeelde dat de wijziging van de onvoorwaardelijke indexatie in strijd was met artikel 20 PW. Dat lijkt inmiddels vaste rechtspraak. De AFM had volgens het hof een voldoende zwaarwichtig belang om sommige andere onderdelen te wijzigen om te komen tot een marktconforme pensioentoezegging. Daar stond dan weer tegenover dat andere wijzigingen niet toelaatbaar waren. Wijziging van onderdelen van de uitvoeringsovereenkomst waren nietig, aldus het hof (ECLI:NL:GHAMS:2020:2929 en ECLI:NL:GHAMS:2020:2930).
AVH moet besluit collectieve waardeoverdracht naar PGB intrekken (PR 2020-0182)
Deze uitspraak heeft betrekking op de vraag of pensioenfonds AVH heeft voldaan aan zijn verplichting om het verantwoordingsorgaan tijdig om advies te vragen over de collectieve waardeoverdracht naar PGB. Het pensioenfonds heeft met het ondertekenen van de overeenkomst van 17 juni 2020 besloten tot collectieve waardeoverdracht aan PGB zonder het advies van het verantwoordingsorgaan af te wachten. Het advies is dan niet op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van wezenlijke invloed kon zijn. De Ondernemingskamer verklaart voor recht dat het pensioenfonds niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit tot het aangaan van de overeenkomst van collectieve waardeoverdracht van 17 juni 2020 met PGB en verplicht het pensioenfonds dit besluit in te trekken en de gevolgen daarvan ongedaan te maken (ECLI:NL:GHAMS:2020:2993).
R&D onderneming valt eerst niet onder PMT maar later wel (PR 2020-0189)
Kern van het geschil is de vraag of Prodrive onder de werkingssfeer van algemeen verbindend verklaarde cao en verplichtstellingsbeschikking metaal en techniek valt. Prodrive meent dat de kernactiviteiten van de onderneming liggen op het terrein van R&D. De rechtbank constateert dat de werkingssfeerbepaling meerdere keren is gewijzigd. Op grond van de uitleg en rechtspraak oordeelt zij dat de werkgever tot 30 september 2015 niet onder de werkingssfeer valt. Vanaf dat moment kan de werkgever er wel onder vallen. In beginsel is de verklaring voor recht vanaf 1 januari 2016 toewijsbaar. Prodrive mag zich bij akte uitlaten (ECLI:NL:RBOBR:2020:703).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hoge Raad
Hof
- Gerechtshof Amsterdam Geschil tussen werknemer en verzekeraar die via C-polis verzekering heeft bij Zwitserleven. Werknemer is met ingang van 1 maart 2003 arbeidsongeschikt geworden. De arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer is per 1 mei 2003 ontbonden. Kern van het geschil is of de werknemer aanspraak heeft op een WAO-hiaatverzekering. Werknemer stelt dat hij voldoet aan de in de polis omschreven voorwaarden om de polis premievrij te doen zijn en voor een arbeidsongeschiktheidspensioen ter grootte van het WAO-hiaat (hierna: WAO-hiaatpensioen) in aanmerking te komen. Het hof gaat hierin niet mee. De omschrijving in de polis kan niet kan worden geabstraheerd van de op de verzekering van toepassing zijnde voorwaarden. Uit de Algemene Verzekeringsvoorwaarden oktober 1999 en de Aanvullende Voorwaarden AOU7 oktober 1999 volgt dat werknemer op de grondslag van de door hem met Zwitserleven gesloten verzekeringsovereenkomst geen aanspraak kan maken op enige WAO-hiaatuitkering na 1 mei 2003 (en tot 1 mei 2019). Ook op grond van het pensioenreglement komt werknemer niet in aanmerking. 10-11-2020
- Gerechtshof Amsterdam Deze uitspraak heeft betrekking op de vraag of het pensioenfonds AVH heeft voldaan aan zijn verplichting om het verantwoordingsorgaan tijdig om advies te vragen over de collectieve waardeoverdracht naar PGB. De Ondernemingskamer oordeelt dat dit niet het geval is. Het pensioenfonds heeft op 11 juni 2020 aan het verantwoordingsorgaan advies gevraagd over het in die adviesaanvraag nader uitgewerkte voornemen om per 1 januari 2021 te komen tot een collectieve waardeoverdracht aan PGB en het verantwoordingsorgaan verzocht om uiterlijk op 25 juni 2020 te adviseren. Zonder die door hemzelf gestelde termijn af te wachten heeft het pensioenfonds op 17 juni 2020 een overeenkomst met PGB tot collectieve waardeoverdracht ondertekend. De in die overeenkomst opgenomen ontbindende en opschortende voorwaarden laten aan het pensioenfonds geen ruimte om zelfstandig – dat wil zeggen zonder instemming van PGB – af te zien van de collectieve waardeoverdracht indien de inhoud van het door het verantwoordingsorgaan uit te brengen advies hem daartoe aanleiding zou geven. Het pensioenfonds heeft met het ondertekenen van de overeenkomst van 17 juni 2020 besloten tot collectieve waardeoverdracht aan PGB zonder het advies van het verantwoordingsorgaan af te wachten. Omdat de overeenkomst van 17 juni 2020 is ondertekend voordat de door het pensioenfonds gestelde termijn voor advisering was verstreken, moet achteraf worden vastgesteld dat het advies niet op een zodanig tijdstip is gevraagd dat het van wezenlijke invloed kon zijn. De Ondernemingskamer verklaart voor recht dat het pensioenfonds niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit tot het aangaan van de overeenkomst van collectieve waardeoverdracht van 17 juni 2020 met PGB en verplicht het pensioenfonds dit besluit in te trekken en de gevolgen daarvan ongedaan te maken. 05-11-2020
- Gerechtshof Amsterdam AFM wijzigt eenzijdig de pensioenovereenkomst met werknemers. Er ontstaat een geschil over de rechtsgeldigheid van die eenzijdige wijziging van de pensioenovereenkomst en uitvoeringsovereenkomst. Het hof verklaart voor recht dat de eenzijdige wijziging door AFM van de Pensioenregeling 2014 naar de Pensioenregeling 2016 niet rechtsgeldig is geweest voor zover die wijziging betrekking heeft op de premiesystematiek op basis van premiedemping, op de maximering van de bijdrage van AFM in de uitvoeringskosten en op de beëindiging van de onvoorwaardelijke indexatie van de tot 1 januari 2016 opgebouwde pensioenaanspraken, en daarmee in zoverre geen rechtsgevolg heeft gehad. Tevens verklaart het hof voor recht dat de wijziging van Pensioenovereenkomst 2014 nietig is voor wat betreft de afschaffing van de onvoorwaardelijke indexatie van tot 1 januari 2016 opgebouwde pensioenaanspraken. De wijziging van de Uitvoeringsovereenkomst 2014 is nietig voor wat betreft de afschaffing van de herstelpremieopslag van 10% van de premie, de vergoeding van de werkelijke uitvoeringskosten die zijn toe te rekenen aan de tot 1 januari 2016 opgebouwde pensioenaanspraken en de verplichting om de extra last voor het pensioenfonds als gevolg van grondslagwijzigingen (anders dan ten gevolge van wijzigingen in de rekenrente) te vergoeden die zijn toe te rekenen aan de voor 1 januari 2016 opgebouwde pensioenaanspraken. Voor de overige onderdelen van de eenzijdige wijziging had AFM volgens het hof een voldoende zwaarwichtig belang. 03-11-2020
- Gerechtshof Amsterdam AFM wijzigt eenzijdig de pensioenovereenkomst met werknemers. Er ontstaat een geschil over de rechtsgeldigheid van die eenzijdige wijziging van pensioenovereenkomst en uitvoeringsovereenkomst. Het hof verklaart voor recht dat de eenzijdige wijziging door AFM van de Pensioenregeling 2014 naar de Pensioenregeling 2016 niet rechtsgeldig is geweest voor zover die wijziging betrekking heeft op de premiesystematiek op basis van premiedemping, op de maximering van de bijdrage van AFM in de uitvoeringskosten en op de beëindiging van de onvoorwaardelijke indexatie van de tot 1 januari 2016 opgebouwde pensioenaanspraken, en daarmee in zoverre geen rechtsgevolg heeft gehad. Tevens verklaart het hof voor recht dat de wijziging van Pensioenovereenkomst 2014 nietig is voor wat betreft de afschaffing van de onvoorwaardelijke indexatie van tot 1 januari 2016 opgebouwde pensioenaanspraken. De wijziging van de Uitvoeringsovereenkomst 2014 is nietig voor wat betreft de afschaffing van de herstelpremieopslag van 10% van de premie, de vergoeding van de werkelijke uitvoeringskosten die zijn toe te rekenen aan de tot 1 januari 2016 opgebouwde pensioenaanspraken en de verplichting om de extra last voor het pensioenfonds als gevolg van grondslagwijzigingen (anders dan ten gevolge van wijzigingen in de rekenrente) te vergoeden die zijn toe te rekenen aan de voor 1 januari 2016 opgebouwde pensioenaanspraken. Voor de overige onderdelen van de eenzijdige wijziging had AFM volgens het hof een voldoende zwaarwichtig belang. 03-11-2020
- Gerechtshof Amsterdam Geschil over financiële afwikkeling na echtscheiding. Het hof wijst het verzoek van de vrouw om partneralimentatie af omdat de behoefte onvoldoende is onderbouwd. De gevorderde verklaring voor recht dat de vrouw recht heeft op vergoeding van de helft van de waarde van het ouderdomspensioen dat door de man tijdens het huwelijk is opgebouwd, wijst het hof eveneens af. Het verzoek is tardief want in strijd met de tweeconclusieregel. Verevening van de pensioenafspraken vloeit voort uit de wet, de vrouw is thans nog ruim op tijd met het opsturen van het betreffende mededelingsformulier aan de pensioenuitvoerder van de man. 03-11-2020
Rechtbank
- Rechtbank Rotterdam Geschil over pensioen na echtscheiding in 1993. Haar vordering strekt tot verdeling van pensioen in ontbonden huwelijksgemeenschap. Tot aan herziening per 1 januari 2002 was de rechtbank de bevoegde rechter ter zake van een verdeling. Ten aanzien van de onderhavige vorderingen ter zake van verdeling is de rechtbank bevoegd. Dat brengt mee dat de kantonrechter zich onbevoegd zal verklaren en de zaak verwijst naar de handelskamer van deze rechtbank. 20-11-2020
- Rechtbank Rotterdam Ontslagzaak. Werkgeefster Yulius heeft gehandeld in strijd met het goed werkgeverschap door onvoldoende te doen om de vertrouwensbreuk te herstellen, onterecht een formele waarschuwing op te leggen en de schade als gevolg van de onterechte schorsing niet ongedaan te maken. Handelen van de werkgeefster is ernstig verwijtbaar. Psychische klachten werkneemster zijn gevolg daarvan. Aan haar wordt een billijke vergoeding toegekend in verband met materiële schade; toegewezen worden de bedragen aan inkomensschade (€ 9.341,56), pensioenschade (€ 15.020,88) en gratificatieschade (€ 2.025,54), in totaal € 26.387,98 en aan billijke vergoeding in verband met immateriële schade € 30.000. De transitievergoeding heeft werkgeefster inmiddels betaald. 09-11-2020
- Rechtbank Midden-Nederland Geschil over verplichtingen werkgever na einde arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever de werknemer moet aanmelden bij het pensioenfonds en de achterstallige pensioenpremies moet afdragen. 04-11-2020
- Rechtbank Den Haag Beroepsmilitair stelt dat Defensie onrechtmatig heeft gehandeld door hem bij zijn bevordering van kapitein tot majoor niet te informeren over de gevolgen van de bevordering voor zijn pensioen. Zijn brutosalaris steeg met 33%. Op zijn pensioen is de zogenoemde 25% pensioenknip toegepast. Daardoor daalde zijn pensioen. De militair vindt dat Defensie zijn zorgplicht heeft geschonden en vordert schadevergoeding. De rechtbank wijst dat af. De zorg- en informatieplicht strekt niet zo ver dat Defensie eiser uit eigen beweging had moeten waarschuwen of informeren over de eventuele gevolgen voor zijn pensioen van het aanvaarden van de aan de functietoewijzing verbonden bevordering. Van de werknemer kan worden gevergd dat hij voor specifieke op hemzelf betrekking hebbende situaties informatie vraagt bij de pensioenuitvoerder. De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat schade is geleden omdat eiser met het thans voor hem uit de majoorsrang voortvloeiende pensioen – met de 25%-pensioenknip – een hoger pensioen ontvangt dan het pensioen dat hij – zonder toepassing van een pensioenknip – zou ontvangen als hij een functie in de kapiteinsrang was blijven uitoefenen. 04-11-2020
- Rechtbank Limburg Geschil na echtscheiding in 1996 over toepasselijkheid verevening pensioen. Vrouw vordert verevening. Rechtbank oordeelt dat WVPS niet is uitgesloten. Er is geen rechtsverwerking. De rechtbank verklaart voor recht dat WVPS van toepassing is. Man moet meedwerken aan informatieverschaffing door opvragen pensioenoverzichten en wordt veroordeeld om 50% van het brutopensioen aan de vrouw te betalen bij uitkering. Vordering nabestaandenpensioen wordt afgewezen want daarover is onvoldoende gesteld. 04-11-2020
- Rechtbank Gelderland Werknemer heeft een slapend dienstverband. Op 19 maart 2019 verzoekt hij om een eindafrekening. Werkgever laat weten dat die volgt bij uitdiensttreding. Eén dag voor zijn pensionering, op 18 november 2019, verzoekt de werknemer de werkgever om beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst. De werkgever reageert op 22 november dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd op 19 november. De werknemer vordert de transitievergoeding. Hij stelt dat de werkgever hem niet goed heeft geïnformeerd terwijl bij een directe collega wel is meegewerkt aan beëindiging onder toekenning van een transitievergoeding. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever gehouden is om als schadevergoeding het bedrag van de transitievergoeding te betalen. 04-11-2020
- Rechtbank Midden-Nederland Voormalig werknemer van Rabobank vordert schadevergoeding van Rabobank pensioenfonds. Het pensioenfonds heeft het beschikbare kapitaal van de vrijwillige aanvullende individuele flexioenregeling direct na einde arbeidsovereenkomst omgezet in extra pensioenaanspraken. De flexioenregeling is een product van Robeco uitgevoerd door het pensioenfonds. Volgens eiser is dat in strijd met de zorgplicht en heeft hij schade geleden doordat het kapitaal niet is omgezet bij datum pensionering. Het pensioenfonds mocht het kapitaal volgens het pensioenreglement omzetten. De informatie uit de brochure waar de werknemer zich op beroept is niet opgesteld door het pensioenfonds maar door Robeco. 28-10-2020
- Rechtbank Limburg Geschil na echtscheiding over financiële afwikkeling. Bestaan en omvang van de diverse pensioenpolissen is onduidelijk. De rechtbank oordeelt dat de WVPS van toepassing is op de polissen van Centraal Beheer en het KPN pensioenfonds. Daarnaast bepaalt de rechtbank dat het saldo van de AMEV-polis en van de andere polis van Centraal Beheer bij uitkering aan de man bij helfte moet worden verdeeld. De man moet alsdan de helft van het saldo betalen aan de vrouw en verificatoire bescheiden over de uitkering aan haar doen toekomen. 28-10-2020
- Rechtbank Gelderland Vrouw wenst informatie over waarde tijdens huwelijk opgebouwd pensioen. Zij stelt op grond van het arrest Boon-Van Loon aanspraak te hebben op verdeling van pensioen. De voorzieningenrechter overweegt dat de vrouw ter zitting haar vordering tot veroordeling van de helft van het uitgekeerde pensioen heeft ingetrokken. De rechter stelt vast dat voor en tijdens de zitting voldoende relevante informatie beschikbaar is gekomen voor de vrouw om in lijn met het eerdergenoemde Boon/Van Loon-arrest de waarde van de betreffende pensioenrechten te kunnen vaststellen. 24-09-2020
- Rechtbank Oost-Brabant Kern van het geschil is de vraag of Prodrive onder de werkingssfeer van algemeen verbindend verklaarde cao en verplichtstellingsbeschikking metaal en techniek valt. Prodrive meent dat kernactiviteiten van de onderneming liggen op het terrein van R&D. De rechtbank constateert dat de werkingssfeerbepaling meerdere keren is gewijzigd. Op grond van de uitleg en rechtspraak oordeelt hij dat de werkgever tot 30 september 2015 niet onder de werkingssfeer valt. Vanaf dat moment kan de werkgever er wel onder vallen, in beginsel is de verklaring voor recht vanaf 1 januari 2016 toewijsbaar. Prodrive mag zich bij akte uitlaten. 06-02-2020