Naar boven ↑

Update

Nummer 11, 2020
Uitspraken van 25-11-2020 tot 22-12-2020
Redactie: Prof. mr. drs. M. Heemskerk.

Beste lezers,

Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 3, editie 11. Daarin vindt u een overzicht van achttien in november 2020 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.

Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.

Uitspraken van de maand

Eenzijdige pensioenwijziging AFM deels toegestaan, wijziging onvoorwaardelijke indexatie is nietig (PR 2020-0186 en PR 2020-0187)
Deze maand verschenen er twee uitspraken van het hof Amsterdam over een eenzijdige wijziging van de pensioenovereenkomst door AFM als werkgever. Het hof oordeelde dat de wijziging van de onvoorwaardelijke indexatie in strijd was met artikel 20 PW. Dat lijkt inmiddels vaste rechtspraak. De AFM had volgens het hof een voldoende zwaarwichtig belang om sommige andere onderdelen te wijzigen om te komen tot een marktconforme pensioentoezegging. Daar stond dan weer tegenover dat andere wijzigingen niet toelaatbaar waren. Wijziging van onderdelen van de uitvoeringsovereenkomst waren nietig, aldus het hof (ECLI:NL:GHAMS:2020:2929 en ECLI:NL:GHAMS:2020:2930).

AVH moet besluit collectieve waardeoverdracht naar PGB intrekken (PR 2020-0182)
Deze uitspraak heeft betrekking op de vraag of pensioenfonds AVH heeft voldaan aan zijn verplichting om het verantwoordingsorgaan tijdig om advies te vragen over de collectieve waardeoverdracht naar PGB. Het pensioenfonds heeft met het ondertekenen van de overeenkomst van 17 juni 2020 besloten tot collectieve waardeoverdracht aan PGB zonder het advies van het verantwoordingsorgaan af te wachten. Het advies is dan niet op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van wezenlijke invloed kon zijn. De Ondernemingskamer verklaart voor recht dat het pensioenfonds niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit tot het aangaan van de overeenkomst van collectieve waardeoverdracht van 17 juni 2020 met PGB en verplicht het pensioenfonds dit besluit in te trekken en de gevolgen daarvan ongedaan te maken (ECLI:NL:GHAMS:2020:2993).

R&D onderneming valt eerst niet onder PMT maar later wel (PR 2020-0189)
Kern van het geschil is de vraag of Prodrive onder de werkingssfeer van algemeen verbindend verklaarde cao en verplichtstellingsbeschikking metaal en techniek valt. Prodrive meent dat de kernactiviteiten van de onderneming liggen op het terrein van R&D. De rechtbank constateert dat de werkingssfeerbepaling meerdere keren is gewijzigd. Op grond van de uitleg en rechtspraak oordeelt zij dat de werkgever tot 30 september 2015 niet onder de werkingssfeer valt. Vanaf dat moment kan de werkgever er wel onder vallen. In beginsel is de verklaring voor recht vanaf 1 januari 2016 toewijsbaar. Prodrive mag zich bij akte uitlaten (ECLI:NL:RBOBR:2020:703).

Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.

Tot de volgende update.

Mark Heemskerk

Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch

e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl

Hoge Raad

Hof

Rechtbank

Centrale Raad van Beroep

Antillen