Update
Beste lezers,
Welkom bij Pensioenrecht Updates, jaargang 3, editie 10. Daarin vindt u een overzicht van zestien in oktober 2020 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraken van de maand
Bedrijfstakpensioenfonds was te snel met faillissementsaanvraag in coronatijd (PR 2020-0176)
BPF Schoonmaak en beroepsorganisatie RAS vroegen het faillissement aan van een werkgever met openstaande vorderingen (€5.900). De werkgever voerde aan dat hij niet tijdig kon voldoen wegens de coronamaatregelen maar dat hij een betalingsregeling had voorgesteld. De rechtbank oordeelde dat in die omstandigheden mocht worden verwacht dat het pensioenfonds een betalingsregeling treft, ook omdat de werkgever een reële betalingsregeling had voorgesteld (€1.000) en een betekenisvolle aanvang had gemaakt met betaling. Dan is er geen toestand opgehouden te hebben te betalen. De steunvordering van RAS van € 379,73 is te gering om te voldoen aan de vereisten die redelijkerwijs aan een steunvordering moeten worden gesteld (ECLI:NL:RBAMS:2020:4572). Opvallend is dat het pensioenfonds in de pers liet weten dat de werkgever ondanks aanmaningen en herinneringen geen betalingsvoorstel zou hebben gedaan (FD Pensioen Pro 15 oktober 2020).
Pensioenfonds mag niet met terugwerkende kracht vrijstelling intrekken (PR 2020-0177)
Een werkgever had een vrijstelling verkregen van verplichte deelneming aan het bedrijfstakpensioenfonds Hibin vanaf 1 juli 2001 (vrijstellingsbesluit 2004). Het pensioenfonds trekt de vrijstelling in vanaf 1 maart 2020 met terugwerkende kracht. Partijen zijn het er over eens dat de werkgever in ieder geval op 1 maart 2020 niet meer onder de verplichte werkingssfeer viel. Onduidelijk is wanneer de bedrijfsactiviteiten gewijzigd zijn. De rechtbank oordeelt dat intrekking van het vrijstellingsbesluit met terugwerkende kracht in strijd is met de rechtszekerheid. Dat betekent dat ervan uit moet worden gegaan dat de werkgever(s) van 1 juli 2001 tot 1 maart 2020 over een vrijstelling beschikten (ECLI:NL:RBROT:2020:9700).
Schade Grindacc vastgesteld na schending zorgplicht bij waardeoverdracht (PR 2020-0173)
Dit geschil is de schadestaatprocedure in de Grindacc-zaak (ECLI:NL:HR:2017:2227). Het hof heeft werkgever Den Hartog veroordeeld tot vergoeding van de schade doordat de werkgever zijn werknemers niet heeft gewaarschuwd voor de gevolgen van de waardeoverdracht bij de wijziging van hun pensioenregeling van eindloon naar premieregeling. De Hoge Raad heeft (in de hoofdzaak) het cassatieberoep van Den Hartog verworpen. De kantonrechter stelt de omvang van de schade voor eisers vast aan de hand van ingebrachte berekeningen.
Schade niet aanpassen rekenrente streefregeling beperkt tot fiscale rekenrente (PR 2020-0168)
Deze uitspraak gaat over de omvang van de schade van het niet aanpassen door Nauta van de rekenrente ondanks waarschuwingen door Nationale Nederlanden en het niet informeren van de werknemer daarover. Verder heeft de werknemer recht op backservice over de gehele dienstbetrekking bij Nauta na invoering van de WGBLA (zie ECLI:NL:GHDHA:2018:3332 en ECLI:NL:GHDHA:2019:2455). Het hof komt niet terug op die bindende eindbeslissingen. Het neemt de fiscaal minimale rekenrente tot uitgangspunt bij schade. Partijen worden naar aanleiding van diverse berekeningen van onder meer Nationale Nderlanden en een door Nauta ingediende verklaring van een actuaris in de gelegenheid gesteld om bij akte te reageren (ECLI:NL:GHDHA:2020:1969). Deze zaak wordt dus opnieuw vervolgd.
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hof van Justitie van de Europese Unie
Hoge Raad
Hof
Rechtbank
- Rechtbank Rotterdam Werkgever heeft vrijstelling van verplichte deelneming aan het bedrijstakpensioenfonds Hibin vanaf 1 juli 2001. Het pensioenfonds trekt de vrijstelling in vanaf 1 maart 2020 met terugwerkende kracht. Partijen zijn het er over eens dat de werkgever in ieder geval op 1 maart 2020 niet meer onder de verplichte werkingssfeer van Bpf HiBiN viel. Onduidelijk is wanneer de activiteiten van eiseressen gewijzigd zijn. De rechtbank oordeelt dat intrekking van het vrijstellingsbesluit van 20 april 2004 met terugwerkende kracht in strijd met de rechtszekerheid is. Dat betekent dat ervan uit moet worden gegaan dat de werkgever(s) van 1 juli 2001 tot 1 maart 2020 over een vrijstelling beschikten. 23-10-2020
- Rechtbank Den Haag Beroepsmilitair die in 2003 voor onbepaalde tijd is dienst is gekomen verzoekt om verlaging van zijn ontslagleeftijd van 60 naar 55 jaar. Die leeftijd van 55 jaar geldt voor personeel dat vóór 1 januari 2002 voor onbepaalde tijd is aangesteld. Defensie wijst dat verzoek af. Volgens de militair is dat verboden onderscheid naar type arbeidsovereenkomst. De rechtbank oordeelt dat er een objectieve rechtvaardiging is voor het onderscheid. 15-10-2020
- Rechtbank Den Haag Naar Irak uitgezonden militair maakt aanspraak op arbeidsongeschiktheidspensioen. Dat wordt eerst afgewezen en na nieuwe gegevens gedeeltelijk toegewezen (11%). Zijn protest daartegen faalt. De rechtbank oordeelt dat Defensie zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat de mate van invaliditeit op de peildatum 13 september 2016, en in de periode van 13 januari 2016 tot 18 mei 2018, niet ondergewaardeerd is met het percentage van 10,83% (afgerond naar 11%), en dat eiser op 18 mei 2018 niet in aanmerking komt voor een militair invaliditeitspensioen omdat de mate van invaliditeit op minder dan 10% is vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geschied.Wel krijgt de militair immateriële schadevergoeding van € 1500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn is zowel in de bestuurlijke fase als in de rechterlijke fase geschonden, waarbij de overschrijding van de redelijke termijn totaal achttien maanden bedraagt. 07-10-2020
- Rechtbank Den Haag Militair met traumatic brain injury verzoekt in 2017 om militair arbeidsongeschiktheidspensioen. Defensie kent hem een arbeidsongeschiktheidspensioen toe gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 20%. De militair maakt bezwaar en meent dat een hoger percentage moet worden toegepast. De rechtbank oordeelt dat Defensie de beperkingen in het dagelijks leven die eiser heeft gemeld terecht heeft gewaardeerd met toepassing van de zogenoemde WPC-schaal uit het Besluit procedure geneeskundig onderzoek blijvende dienstongeschiktheid en pensioenkeuring militairen. De omstandigheid dat in de Verenigde Staten voor de waardering van zulke letsels en beperkingen een andere waarderingssysteem wordt toegepast, is op zich zelf onvoldoende voor een ander oordeel. De rechtbank ziet geen reden om aan te nemen dat de waardering van de beperkingen met 20% die met de vergelijkenderwijs toegepaste WPC-code 0601 is toegekend, is onderschat. Er is geen noodzaak om een onafhankelijke deskundige te benoemen. 06-10-2020
- Rechtbank Amsterdam Bpf Schoonmaak en beroepsorganisatie RAS vragen faillissement aan van werkgever wegens openstaande vorderingen. Werkgever voert aan dat niet volledig voldoen van vorderingen komt door coronamaatregelen. De rechtbank oordeelt dat in die niet aan de werkgever toe te rekenen omstandigheden mag worden verwacht dat het Bpf een betalingsregeling treft. De werkgever heeft een volgens de rechtbank reële betalingsregeling voorgesteld en met de nakoming een betekenisvolle aanvang gemaakt. In dat licht kan niet gesproken worden van de toestand opgehouden te hebben te betalen. De rechtbank merkt op dat geen sprake is van een steunvordering van betekenis. Weliswaar zijn er twee verzoekers maar de vordering van de tweede verzoeker bedraagt slechts € 379,73. De rechtbank oordeelt dat dit bedrag onder de omstandigheden te gering is om te voldoen aan de vereisten die redelijkerwijs aan een steunvordering moeten worden gesteld. 15-09-2020
- Rechtbank Noord-Holland Geschil over inzagerecht in verband met pensioenopbouw. Eiser vordert allerlei stukken van Zwitserleven die zien op zijn pensioenopbouw en de waardeoverdracht naar Zwitserleven. Hij wil duidelijk hebben welke rechten hij heeft opgebouwd. De rechtbank oordeelt dat niet is komen vast te staan dat Zwitserleven de nog gevorderde informatie tot haar beschikking heeft. Er is niet voldaan aan het vereiste van ‘bepaalde bescheiden’. Eiser heeft tegenover de gemotiveerde betwisting van Zwitserleven niet nader onderbouwd dat Zwitserleven over meer stukken en schriftelijke informatie beschikt dan die zij heeft verstrekt. 02-09-2020
- Rechtbank Den Haag Echtscheidingsgeschil. Vrouw verzoekt als nevenvoorzieningen onder meer partneralimentatie en voorziening nabestaandenpensioen. De rechtbank oordeelt dat de man geen draagkracht heeft. De vrouw heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt welk deel van de partneralimentatie betrekking zou moeten hebben op een aanvullende pensioenvoorziening. 19-08-2020
- Rechtbank Midden-Nederland Na bedrijfseconomisch ontslag ontvangt ex-werkneemster een wachtgeldregeling vanaf 1 maart 2014. Eind 2016 informeert werkgever haar dat vanaf 60-jarige leeftijd de aanspraak op flexpensioen in mindering zal worden gebracht op de wachtgelduitkering. Het flexpensioen wordt omgezet in ouderdomspensioen. Eiseres vordert achterstallig wachtgeld omdat werkgever het flexpensioen niet in mindering mocht brengen. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak en oordeelt dat het flexpensioen dat eiseres vanaf haar 60e jaar kan ontvangen, op grond van artikel 6 lid 1 Uitvoeringsregeling in mindering mag worden gebracht op het wachtgeld. Dat eiseres van de mogelijkheid om flexpensioen te ontvangen geen gebruik maakt, maakt dit oordeel niet anders. 22-07-2020
- Rechtbank Rotterdam Dit geschil is de schadestaatprocedure in de Grindacc-zaak (ECLI:NL:HR:2017:2227). Het hof heeft Den Hartog veroordeeld tot vergoeding van de schade die is ontstaan doordat hij als werkgever zijn werknemers niet heeft gewaarschuwd voor de gevolgen van de waardeoverdracht bij de wijziging van hun pensioenregeling van eindloon naar premieregeling. De Hoge Raad heeft (in de hoofdzaak) het cassatieberoep van Den Hartog verworpen. De kantonrechter stelt de omvang van de schade voor eisers vast aan de hand van ingebrachte berekeningen. 08-03-2019
Centrale Raad van Beroep
- Centrale Raad van Beroep Militair invaliditeitspensioen terecht toegekend, berekend naar een mate van invaliditeit van 13%. Niet is komen vast te staan dat de alcoholafhankelijkheid in overwegende mate veroorzaakt is door de dienst. Nu zich in de gedingstukken geen medische informatie bevindt waaruit het tegendeel zou kunnen blijken, is voor de stoornis in het gebruik van alcohol terecht geen dienstverband aangenomen. De mate van invaliditeit is op goede gronden vastgesteld op 13%. 08-10-2020
- Centrale Raad van Beroep Geschil over arbeidsongeschiktheidspensioen militair. Defensie wijst de aanvraag om een militair invaliditeitspensioen af. Zij weigering erkenning van aansprakelijkheid voor de door appellant gestelde schade ten gevolge van de uitzending naar Bosnië. Defensie stelt dat de psychische klachten van appellant niet in oorzakelijk verband staan met de uitoefening van zijn werkzaamheden. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de schade is ontstaan in de uitoefening van zijn werkzaamheden tijdens de uitzending in Bosnië. Er is geen causaal verband tussen zijn klachten en de uitzending. 01-10-2020
Antillen
- Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten Voormalig ambtenaar op Sint Maarten maakt bezwaar tegen verhoging van de pensioenleeftijd in 2016. Volgens hem geldt voor hem de lagere pensioenleeftijd bij uitdiensttreding. Het Gerecht in eerste aanleg Sint Maarten verklaart zijn bezwaar niet-ontvankelijk. De Pensioenlandsverordening is een algemeen verbindend voorschrift. 19-10-2020
- Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Geschil over hoogte pensioenuitkering bij pensioenfonds Curaçao. Klager meent dat de pensioenuitkering te laag is vastgesteld door het pensioenfonds. Volgens hem is de pensioengrondslag te laag vastgesteld. Het Gerecht legt de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren uit en komt tot de conclusie dat het pensioenfonds de hoogte zo mocht vaststellen. De wijziging achteraf van zijn inkomen op grond van een vaststellingsovereenkomst is geen inkomenswijziging met een algemeen karakter. 12-10-2020