Update
Beste lezers,
Welkom bij de tweede jaargang van Pensioenrecht Updates, editie 12. Daarin vindt u een overzicht van veertien in december 2019 gepubliceerde uitspraken over pensioen. U kunt hier klikken om de pdf vanaf de website te downloaden.
Pensioenrechtspraak voor u geselecteerd
In de Pensioenrecht Updates vindt u een selectie van de belangrijkste rechtspraak over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Op die manier bent u altijd op de hoogte van relevante rechtspraak over pensioen.
Uitspraak van de maand
HR: stoppen voortgezette pensioenopbouw slapers bij 62 geen discriminatie
Deze maand oordeelde de Hoge Raad dat de bepaling in het pensioenreglement van ABP om voortgezette pensioenopbouw van slapers te stoppen bij 62 jaar geen verboden leeftijdsonderscheid vormde. Het College voor de Rechten van de Mens oordeelde eerder dat ABP met toepassing van de leeftijdsgrens van 62 jaar voor pensioenopbouw door gewezen werknemers met een ontslaguitkering verboden onderscheid op grond van leeftijd heeft gemaakt (CRM 2016-25). Het hof meende dat er geen leeftijdsonderscheid was en dat eventueel onderscheid gerechtvaardigd was. De uitspraak van de Hoge Raad heeft bredere betekenis voor de manier waarop onderscheid objectief gerechtvaardigd moet worden. In het arrest van 18 december 2015, NJ 2016/170 oordeelde de Hoge Raad dat er cijfermatige onderbouwing was vereist om te kunnen toetsen of de korting van het nabestaandenpensioen was toegestaan. In deze zaak verduidelijkt hij dat niet in alle gevallen cijfermatige onderbouwing is vereist: 'Of en zo ja, in hoeverre, een dergelijke cijfermatige onderbouwing moet worden gegeven, hangt af van de omstandigheden van het geval. In dat verband is bijvoorbeeld van belang wat de aard is van het legitieme doel en ook of partijen zich hebben beroepen op argumenten die vergen dat degene die het onderscheid naar leeftijd heeft gemaakt, een cijfermatige onderbouwing verstrekt (ECLI:NL:HR:2019:2037).'
HR laat zorgplichtarrest over collectieve waardeoverdracht in stand
De Hoge Raad liet het zorgplichtarrest van het Hof Den Haag in stand (art. 81 Wet RO). PMT had bij collectieve waardeoverdracht vanuit Nationale Nederlanden aan een ex-deelnemer aangegeven dat de waardeoverdracht van verzekeraar naar PMT geen financiële gevolgen had. Daarna kwam er een korting bij PMT. Het hof veroordeelde PMT daarna tot schadevergoeding omdat het zijn zorgplicht had geschonden. Dat arrest hield dus stand (ECLI:NL:HR:2019:2035).
Uitspraken, vragen of opmerkingen zijn welkom
De redactie ontvangt graag niet op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken en vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief. U kunt mailen naar pr-updates@budh.nl.
Tot de volgende update.
Mark Heemskerk
Hoogleraar pensioenrecht Radboud Universiteit Nijmegen
Advocaat-partner held (www.heldlaw.nl)
Raadsheer-plaatsvervanger Hof Den Bosch
e-mail: mark@heldlaw.nl / m.heemskerk@jur.ru.nl
Hof van Justitie van de Europese Unie
Hoge Raad
- Hoge Raad Collectieve waardeoverdracht van het pensioen van een gepensioneerde bij Daimler van NN naar PMT. Gepensioneerde is door PMT geïnformeerd over waardeoverdracht. Hij heeft zijn aanvankelijke bezwaar ingetrokken. Na de waardeoverdracht is zijn pensioen door PMT gekort. Hij claimt niet goed te zijn geïnformeerd door PMT over het kortingsrisico en vordert schadevergoeding. Het hof heeft overwogen dat PMT door hem te informeren een zorgplicht heeft. Die zorgplicht is geschonden door niet te wijzen op het kortingsrisico, aldus het hof. Het cassatieberoep bij de Hoge Raad daartegen faalt. De Hoge Raad verwijst naar artikel 81 Wet RO. 20-12-2019
- Hoge Raad Het stoppen van voortgezette pensioenopbouw van ex-werknemers met ontslag- of werkloosheidsuitkering bij 62 jaar in het pensioenreglement van ABP is geen leeftijdsdiscriminatie. De Hoge Raad beslist dat het hof kon oordelen dat het eventuele leeftijdsonderscheid van ABP objectief gerechtvaardigd was zonder cijfermatige onderbouwing dat een middel noodzakelijk is om het legitieme doel om een evenwichtige en betaalbare pensioenregeling in stand te houden te bereiken. 20-12-2019
Hof
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Pensioenfonds en gepensioneerde hebben een geschil over de hoogte van het ouderdomspensioen. Het hof heeft bij tussenarrest geoordeeld dat het ouderdomspensioen voor het arbeidsgeschikte deel niet goed is vastgesteld en hoe dat moet worden berekend. In dit eindarrest beslist het hof dat het uitgaat van de gemaakte berekeningen van het pensioenfonds voor de vaststelling van de hoogte van het ouderdomspensioen. Tevens wijst het de gevorderde indexatie toe. 03-12-2019
- Gerechtshof Amsterdam Bij de juridische fusie wordt OR in 2008 geïnformeerd dat verzekerde regeling wordt voortgezet. Voor de fusiedatum vraagt werkgever OR advies om zijn eigen pensioenovereenkomst toe te passen op overkomende werknemers. OR adviseert positief onder voorwaarde later onderzoek en regelen plussen en minnen. Bedrijfscommissie heeft geoordeeld dat het pensioenbesluit instemmingsplichtig was. De OR stemt niet in. Het hof oordeelt dat de werkgever een (aangepast) voorgenomen besluit als eerder bedoeld door het hof in 2014 ter instemming aan de OR voorlegt. Daarbij moet ten opzichte van het ingetrokken voorgenomen besluit alsnog rekening worden gehouden met de door de OR gestelde voorwaarden, dan wel daarvan gemotiveerd afwijken. Het hof gelast de werkgever om in het geval de OR ook dan niet instemt met dat voorgenomen besluit de kantonrechter te verzoeken om vervangende toestemming te verlenen. De werkgever kan er ook voor kiezen om de kantonrechter direct te verzoeken om vervangende toestemming op het ingetrokken voorgenomen besluit van 2015 te verlenen. 23-04-2019
Rechtbank
- Rechtbank Midden-Nederland Kantonrechter oordeelt dat werkgever valt onder werkingssfeer bedrijfstakpensioenfonds zorg en welzijn. Werkgever bepleit dat hij geen zorg verleent. Het enkele feit dat de vergoeding voor de verzekerde zorg loopt via de stichting, maakt niet dat de door de werkgever verrichte ondersteunende werkzaamheden niet als verzekerde zorg kunnen worden aangemerkt. De stichting maakt gebruik van de huisvesting, apparatuur, personele ondersteuning van werkgever en betaalt daarvoor een vergoeding. 18-12-2019
- Rechtbank Midden-Nederland Werkgever nam verplicht deel aan bedrijfstakpensioenfonds groente- en fruitverwerkende industrie. Na liquidatie en collectieve waardeoverdracht naar bedrijfstakpensioenfonds landbouw (BPL) per 1 januari 2015 willen werknemers hun voorwaardelijk pensioen behouden. Vanaf 2015 nemen werknemers deel aan de pensioenregeling van BPL De kantonrechter oordeelt dat de werknemers niet in aanmerking komen voor voorwaardelijk pensioen bij BPL. Het voorwaardelijk pensioen bij GFI wordt niet voortgezet door BPL. 18-12-2019
- Rechtbank Noord-Nederland Bedrijfstakpensioenfonds voor Vervoer over de Weg houdt drie bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor achterstallige pensioenpremies. De kantonrechter oordeelt dat bestuurders niet tijdig een rechtsgeldige melding van betalingsonmacht hebben gedaan aan het pensioenfonds. Ze zijn hoofdelijk aansprakelijk. Er is onvoldoende gesteld om hen toe te laten tot weerlegging van het vermoeden dat niet melding niet aan hen te verwijten valt. 10-12-2019
- Rechtbank Rotterdam Verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds stelt na faillissement gedaagden hoofdelijk aansprakelijk voor achterstallige pensioenpremies en vordert € 275.25,21. Gedaagden zijn broers. Zij stellen dat zij niet aansprakelijk zijn, onder meer omdat bedrijfstakpensioenfonds wist van betalingsonmacht. De rechtbank oordeelt dat het enkele feit dat een pensioenfonds op de hoogte is van de moeilijke financiële omstandigheden van een vennootschap niet heeft te gelden als een geldige melding betalingsonmacht. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling. 04-12-2019
- Rechtbank Rotterdam Werkgever heeft een slapend dienstverband met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer die bijna gepensioneerd is. Deze maakt aanspraak op de transitievergoeding. Werknemer heeft meerdere malen vergeefs zocht om beëindiging De rechtbank past de uitspraak van de Hoge Raad van 8 november 2019 toe. Hij oordeelt dat de werkgever gehouden is de arbeidsovereenkomst te beëindigen en de transitievergoeding van € 81.000 uiterlijk op 1 juli 2020 moet betalen. 25-11-2019
- Rechtbank Den Haag De vrouw heeft na haar scheiding in beginsel recht op verevening van het ouderdomspensioen van de man. De rechtbank oordeelt dat in dit specifieke geval verevening naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De vrouw heeft gekozen voor een hoger loon in plaats van deelname aan de collectieve pensioenregeling. Daardoor bouwde zij zelf minder pensioen op en hoeft dat niet verevend te worden met de man. De man liet de vrouw 23 jaar gratis in het appartement wonen. Ze zijn gescheiden 18 jaar na beëindiging van hun affectieve relatie en de vrouw is 20 jaar jonger waardoor zij had kunnen doorwerken. 03-07-2019
Centrale Raad van Beroep
Antillen
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao Na verhoging van de pensioenleeftijd op Curaçao is er een overgangsregeling getroffen om de verhoging te compenseren. Eisers komen daarvoor niet in aanmerking omdat zij met de VUT waren. Zij ontvangen een duurtetoeslag. Zij vorderen compensatie wegens onrechtmatige overgangswetgeving. Het gerecht oordeelt dat hun vordering niet-ontvankelijk is. 16-12-2019
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao Een stichting in liquidatie vordert schadevergoeding van ex-bestuurders wegens hoofdelijke aansprakelijkheid. Onderdeel van de vordering is schade wegens te hoge pensioenstortingen aan werknemers van de stichting, onderbouwd met een actuarieel rapport. Het gerecht oordeelt niet te twijfelen aan die rapportage maar wijst er op dat de bestuurders zijn afgegaan op berekeningen van verzekeraar Ennia. Dat de pensioenstortingen mogelijk te hoog zijn doordat de medewerkers Ennia onjuist hebben geïnformeerd maakt niet dat de bestuurders daarvoor persoonlijk aansprakelijk zijn. 25-11-2019